Wijzigingen Officiële bron
Regeling typekeuring uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsenRegeling typekeuring uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsenDe minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de minister van Economische Zaken;

Gelet op de artikelen 2, onder a en c, 3, 5 en 10 van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen (Stb. 1985, 474);

Besluiten:

Leidschendam2 juni 1986De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,P. WinsemiusDe staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,J. F.ScherpenhuizenDe minister van Economische Zaken,G. M. V. vanAardenne

De Dienst Wegverkeer te Zoetermeer te 's-Gravenhage wordt aangewezen als instantie, belast met de keuringen van typen uitlaatsystemen, bedoeld in de artikelen 2, onder a, en 3, onder a, van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen (Stb. 1985, 474).

De keuringsaanvraag voor een uitlaatsysteem wordt ingediend door de fabrikant van het voertuig, de fabrikant van het uitlaatsysteem of door hun respectievelijke gevolmachtigde in Nederland.

Voor ieder type uitlaatsysteem waarvoor de keuring wordt aangevraagd, moet de keuringsaanvraag vergezeld gaan van de hierna te noemen bescheiden en gegevens:

Indien het type uitlaatsysteem wordt goedgekeurd, gaat het besluit, bedoeld in artikel 8 van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen, vergezeld van een door de keuringsinstantie overeenkomstig Bijlage I bij deze regeling opgesteld keuringscertificaat, waarop het goedkeuringsnummer is vermeld.

Met uitzondering van de uitlaatsystemen waarop artikel 7, derde lid, van toepassing is, houdt ten aanzien van het vervaardigen of invoeren een goedkeuring als bedoeld in artikel 2, onder a, van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen, met ingang van 1 oktober 2000 op te gelden indien daaraan niet ten grondslag hebben gelegen de voorschriften van Richtlijn 70/157/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen (PbEG L 42), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2007/34/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 2007 (PbEG L 155).

De keuring, bedoeld in artikel 3, onder a, van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen wordt wat betreft uitlaatsystemen voor motorvoertuigen op minder dan vier wielen of voor bromfietsen verricht aan de hand van de voorschriften, vervat in Richtlijn 97/24, hoofdstuk 9.

De keuring, bedoeld in artikel 3, onder a, en het certificaat, bedoeld in artikel 3, onder b, van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen mogen wat betreft uitlaatsystemen voor motorvoertuigen op minder dan vier wielen of voor bromfietsen tot 17 juni 1999 worden verricht en verleend aan de hand van de voorschriften vervat in richtlijn 87/56.

Ten aanzien van het vervaardigen, invoeren, in voorraad hebben, te koop aanbieden, afleveren of vervoeren houden een goedkeuring als bedoeld in artikel 3, onder a, en een mededeling als bedoeld in artikel 3, onder b, van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen, waaraan de voorschriften van richtlijn 87/56 ten grondslag hebben gelegen, met ingang van 18 december 2000 op te gelden.

Goedkeuringsnummer van de technische eenheid:

Vezelstof mag voor uitlaatsystemen alleen dan worden toegepast, wanneer door geschikte constructieve en fabricagetechnische maatregelen gegarandeerd is, dat het vereiste geluidreducerend effect wordt bereikt. Een dergelijk uitlaatsysteem is aanvaardbaar indien de vezelstof niet in contact komt met uitlaatgassen, of indien, na verwijdering van de vezelstof, het geluidsniveau, bij beproeving van het uitlaatsysteem op een voertuig overeenkomstig de bij de typekeuring gevolgde methoden, in overeenstemming is met de voorschriften ter zake.

2.1

Op het uitlaatsysteem, met uitzondering van bevestigingsstukken en buizen, moeten de volgende vermeldingen zijn aangebracht:

– het fabrieks- of handelsmerk van de fabrikant van het uitlaatsysteem;

– de door de fabrikant opgegeven typeaanduiding;

– het goedkeuringsnummer, bedoeld in artikel 6 van de regeling.

2.2

De merktekens moeten duidelijk leesbaar en onuitwisbaar zijn aangebracht.