U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 08-03-2006.

Wet · BWBR0003994

Wet bodembescherming

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 3 juli 1986, houdende regelen inzake bescherming van de bodem Wet bodembeschermingWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is in het belang van de bescherming van het milieu regels te stellen ten einde de bodem te beschermen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 3 juli 1986 Beatrix De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P. Winsemius De Minister van Landbouw en Visserij, G. J. M. Braks de tweeëntwintigste juli 1986 De Minister van Justitie, F. Korthals Altes

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;

bodem: het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen;

belang van de bescherming van de bodem: het belang van het voorkomen, beperken of ongedaan maken van veranderingen van hoedanigheden van de bodem, die een vermindering of bedreiging betekenen van de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft;

geval van verontreiniging: geval van verontreiniging of dreigende verontreiniging van de bodem dat betrekking heeft op grondgebieden die vanwege die verontreiniging, de oorzaak of de gevolgen daarvan in technische, organisatorische en ruimtelijke zin met elkaar samenhangen;

oriënterend onderzoek: onderzoek naar aanleiding van een vermoeden dat sprake is van een geval van verontreiniging;

nader onderzoek: onderzoek met betrekking tot de vraag of een geval van verontreiniging een geval van ernstige verontreiniging is;

onderzoeksgeval: geval waarin oriënterend of nader onderzoek zal plaatsvinden of plaatsvindt;

saneren: het beperken en zoveel mogelijk ongedaan maken van verontreiniging en de directe gevolgen daarvan of van dreigende verontreiniging van de bodem;

geval van ernstige verontreiniging: geval van verontreiniging waarbij de bodem zodanig is of dreigt te worden verontreinigd, dat de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft, ernstig zijn of dreigen te worden verminderd;

saneringsonderzoek: inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering, inhoudende een beschrijving van hun milieuhygiënische, technische en financiële aspecten, alsmede van de kwaliteit van de bodem die met de op die wijzen uitgevoerde sanering zal worden bereikt, uitmondend in een keuze van de wijze van sanering;

waterkwaliteitsbeheerder: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;

provinciaal milieuprogramma: provinciaal milieuprogramma, bedoeld in artikel 4.14 van de Wet milieubeheer, voor zover dat betrekking heeft op gevallen als bedoeld in het tweede lid, onder a, onder 1°, van dat artikel;

budgetperiode: de periode van vijf jaar waarvoor Onze Minister aan provincies een budget kan verlenen op grond van de artikelen 76 en 76n;

watersysteem: het samenhangend geheel van oppervlaktewateren en grondwatervoorkomens.

Er is een Technische commissie bodembescherming.

Onze Minister en Onze Ministers wie het mede aangaat, dragen er zorg voor dat de commissie op de hoogte wordt gehouden ten aanzien van het beleid op het gebied van de bodembescherming.

Telkens binnen een termijn van vier jaren brengt de commissie een rapport uit aan Onze Minister, waarin ten minste de taak, de samenstelling, de inrichting en werkwijze van de commissie aan een onderzoek worden onderworpen. Onze Minister zendt dit rapport, voorzien van zijn standpunt, aan de beide kamers der Staten-Generaal.

De commissie houdt de op de door haar uitgebrachte adviezen betrekking hebbende voorbereidende stukken ter beschikking van Onze Minister.

De commissie stelt nadere regels betreffende haar werkwijze en zendt deze aan Onze Minister.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van de bodem regels worden gesteld met betrekking tot het verrichten van niet onder de artikelen 6 tot en met 10 vallende handelingen die erosie, verdichting of verzilting van de bodem tot gevolg kunnen hebben.

Ieder die op of in de bodem handelingen verricht als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging of aantasting te voorkomen, dan wel indien die verontreiniging of aantasting zich voordoet, de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Indien de verontreiniging of aantasting het gevolg is van een ongewoon voorval, worden de maatregelen onverwijld genomen.

Vervallen

Vervallen

Bij een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens de artikelen 6 tot en met 12, kan worden bepaald dat bij die maatregel gestelde regels slechts gelden in gebieden behorende tot een daarbij met het oog op het karakter van de bodem aangegeven categorie.

Bij een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens de artikelen 6 tot en met 12, kan worden bepaald dat het gezag dat bevoegd is een vergunning krachtens de Wet milieubeheer te verlenen, bij het verlenen of wijzigen van de vergunning met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen in de beperkingen waaronder de vergunning wordt verleend, of in de daaraan verbonden voorschriften van bij de maatregel gestelde regels kan afwijken. In dat geval wordt bij de maatregel aangegeven in hoeverre het bevoegd gezag van de regels kan afwijken. Bij de maatregel kan tevens worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.

Vervallen

Vervallen

Indien een onmiddellijke voorziening geboden is, kan Onze Minister in het belang van de bescherming van de bodem een besluit nemen met betrekking tot een werkzaamheid als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11. Een zodanige ministeriële regeling vervalt zes maanden nadat zij in werking is getreden of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip van die inwerkingtreding. De termijn kan bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verlengd.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent:

Indien Onze commissaris in de provincie waar een verontreiniging of aantasting als bedoeld in artikel 30 zich voordoet, van oordeel is dat deze een zodanig gevaar voor het milieu oplevert, dan wel daarvan een zodanige schade aan goederen te duchten is dat onverwijld handelen noodzakelijk is, worden de in artikel 30 bedoelde maatregelen, zolang deze toestand voortduurt en totdat gedeputeerde staten van hun bevoegdheden gebruik maken, door hem genomen.

Een ingevolge artikel 30 of 31 genomen beschikking wordt onverwijld aan de betrokkene bekendgemaakt alsmede medegedeeld aan de burgemeester van de gemeente waar de verontreiniging, de aantasting of de directe gevolgen daarvan zich voordoen en de provinciale milieucommissie, bedoeld in artikel 2.41 van de Wet milieubeheer.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Degene die de bodem saneert, alsmede degene die de sanering feitelijk uitvoert, voeren de sanering uit overeenkomstig het saneringsplan waarmee door gedeputeerde staten is ingestemd, en overeenkomstig de voorschriften die aan de instemming zijn verbonden. Indien gedeputeerde staten aanwijzingen als bedoeld in artikel 39, vijfde lid, hebben gegeven, wordt bij de uitvoering van de sanering overeenkomstig die aanwijzingen gehandeld.

Burgemeester en wethouders doen aan gedeputeerde staten opgave van de hun bekende en binnen het grondgebied van hun gemeente gelegen onderzoeksgevallen en gevallen van ernstige verontreiniging. Burgemeester en wethouders stellen degene op wiens grondgebied zich een geval voordoet als bedoeld in de eerste volzin daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte.

Indien:

naar het oordeel van gedeputeerde staten binnen de groep van gevallen, bedoeld onder a onderscheidenlijk onder b, met het oog op de aanpak van de verontreiniging voldoende samenhang bestaat, bepalen gedeputeerde staten dat met de sanering van beide gevallen tezelfdertijd wordt begonnen.

Vervallen

Vervallen

Gedeputeerde staten zijn belast met het oriënterend onderzoek en het nader onderzoek in hun provincie alsmede met het saneringsonderzoek en de sanering van in hun provincie gelegen gevallen van ernstige verontreiniging voor zover daarin niet is voorzien op de wijze, bedoeld in de artikelen 13, 27, 28, 43 tot en met 47 of 72.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Artikel 52 is van overeenkomstige toepassing indien burgemeester en wethouders overgaan tot het onderzoek van onderzoeksgevallen of het saneringsonderzoek of de sanering van gevallen van ernstige verontreiniging, met dien verstande dat de verordening door de gemeenteraad wordt vastgesteld.

In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder een bedrijfsterrein verstaan een perceel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Kadasterwet waarop bedrijfsactiviteiten worden verricht door een onderneming in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 of de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, niet behorend tot de landbouwsector, zoals opgenomen in de Communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector van 1 februari 2000 (PbEG C 28) dan wel overeenkomstig daarvoor in de plaats tredende regelgeving.

In deze paragraaf wordt onder redelijke prijs verstaan: prijs die tot stand komt bij een koop in het vrije commerciële verkeer tussen redelijk handelende partijen, waarbij buiten beschouwing blijft de verontreiniging van de bodem.

De verplichting bestaat slechts indien een verzoek tot aankoop is gedaan door:

De gemeente is niet verplicht tot aankoop, indien:

Artikel 75, derde lid, vindt geen toepassing op:

Burgemeester en wethouders beslissen binnen drie maanden op het verzoek. Zij zenden een afschrift van het verzoek en van hun beslissing daarop aan gedeputeerde staten.

Geschillen over de beslissing van de gemeente op het verzoek of met betrekking tot de koopprijs staan ter kennisneming van de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de woning is gelegen.

In gevallen als bedoeld in artikel 63d, eerste lid:

Bij provinciale verordening:

In gevallen waarin de verontreiniging of aantasting van de bodem of de gevolgen daarvan zich niet beperken tot de bodem of de oever van het oppervlaktewater dat tot het beheer van de desbetreffende kwaliteitsbeheerder hoort, plegen gedeputeerde staten en de betrokken waterkwaliteitsbeheerder, alvorens van hun bevoegdheden gebruik te maken, terzake overleg.

Artikel 55, eerste, derde en vierde lid, is niet van toepassing op beschikkingen, bevelen en een melding als bedoeld in dat artikel, die betrekking hebben op bodem onder oppervlaktewater die eigendom is van een publiekrechtelijke rechtspersoon.

Indien toepassing is gegeven aan artikel 65, eerste lid, houden de krachtens dat artikellid aangewezen bestuursorganen een register bij, waarin aantekening wordt gehouden van de met betrekking tot ontheffingen genomen beschikkingen.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in bij die maatregel aan te geven gevallen daarbij aangewezen bestuursorganen, indien zij in het belang van de bescherming van de bodem een onderzoek ter plaatse nodig oordelen, aan de rechthebbenden ten aanzien van het gedeelte van de bodem waar dat onderzoek wordt ingesteld, de verplichting op kunnen leggen het verrichten van het onderzoek, zomede het aanbrengen, het aanwezig zijn, het onderhoud, het gebruik en het verwijderen van de voor dat onderzoek nodige middelen te gedogen, onverminderd het recht van deze rechthebbenden op schadevergoeding.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in daarbij aan te wijzen categorieën van gevallen de rechthebbende op een grondgebied waar een handeling is of wordt verricht waardoor de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, is verplicht tot het verrichten van bij die maatregel aangegeven onderzoek met betrekking tot de kwaliteit van de bodem, alsmede tot het overleggen van de resultaten van dat onderzoek aan bij die maatregel aangewezen bestuursorganen. Artikel 71 is van overeenkomstige toepassing.

De schade ten gevolge van een onderzoek als bedoeld in artikel 70 onderscheidenlijk artikel 71, wordt vergoed door het gezag dat de verplichting tot het gedogen van dat onderzoek heeft opgelegd, onderscheidenlijk door degene op wiens verzoek een zodanige verplichting is opgelegd. De vordering tot schadevergoeding staat ter kennisneming van het gerecht binnen het rechtsgebied waarvan het onderzoek is verricht.

De artikelen 76 tot en met 76b hebben uitsluitend betrekking op de sanering van de bodem anders dan de bodem onder oppervlaktewater als bedoeld in de artikelen 63a en 63d.

Onze Minister kan aan provincies budget verlenen voor een periode van vijf jaar ter financiering van het onderzoek van onderzoeksgevallen, het saneringsonderzoek en de sanering van gevallen van ernstige verontreiniging.

Naast het in artikel 76 genoemde budget, kan Onze minister een aanvullende vergoeding toekennen voor apparaatskosten en andere niet-projectgebonden kosten die betrekking hebben op de bodemsanering en niet uit het budget mogen worden voldaan. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter zake van deze kosten en ter zake van de toekenning daarvan, waarbij de artikelen 76c tot en met 76iii geheel of ten dele van overeenkomstige toepassing kunnen worden verklaard.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald onder welke omstandigheden gedeputeerde staten gedurende de budgetperiode, een geactualiseerd en geconcretiseerd overzicht moeten indienen van de doelstellingen van het programma alsmede de gevolgen daarvan voor de aard en de omvang van de activiteiten tegen de achtergrond van die doelstellingen, en voor de kosten en wijze van financiering van het programma.

Naar aanleiding van de aanvraag stelt Onze Minister het budget vast op het bedrag van het verleende budget, voorzover voldaan is aan de voorwaarden geregeld bij of krachtens artikel 76g, geen van de in artikel 76f, eerste en tweede lid, bedoelde omstandigheden zich voordoen en geen toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in de artikelen 76i tot en met 76iii.

Onze Minister kan jegens de betrokken provincie verplichtingen verbinden aan het budget dat voor de lopende budgetperiode wordt of is verleend, indien met betrekking tot de afgelopen budgetperiode:

Indien naar het oordeel van Onze Minister genoegzaam vaststaat dat aan de in artikel 76i bedoelde verplichtingen niet zal worden voldaan, dan wel van het opleggen daarvan in redelijkheid onvoldoende resultaat kan worden verwacht, kan het budget over de afgelopen budgetperiode, lager worden vastgesteld dan het eerder voor dat tijdvak verleende budget.

Onze Minister kan onverschuldigd betaalde bedragen aan budget terugvorderen, voor zover na de dag waarop het budget is vastgesteld nog geen vijf jaren zijn verstreken. Bij de terugvordering kan worden bepaald dat over de onverschuldigd betaalde bedragen een rentevergoeding verschuldigd is.

De artikelen 76n en 76o zijn van toepassing voor de sanering van de bodem in gevallen als bedoeld in artikel 63d.

Vervallen

Voorzover bij de voorbereiding of de uitvoering van een provinciaal milieuprogramma verplichtingen zijn aangegaan met betrekking tot gevallen waarvoor een bijdrage is verleend krachtens artikel 76 en 76n, blijft voor die gevallen deze wet van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Gedeputeerde staten verlenen op verzoek van burgemeester en wethouders aan een gemeente een bijdrage ter hoogte van 22,5 procent van de overeenkomstig artikel 57 vastgestelde koopprijs, indien die gemeente aantoont dat zij:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Met betrekking tot beschikkingen krachtens deze wet worden geen rechten geheven.

Indien het bedrag dat uit s Rijks kas beschikbaar is voor het budget gedurende de budgetperiode wordt verhoogd dan wel op andere wijze budgettaire ruimte ontstaat, kan Onze Minister het budget verhogen volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels waarbij de criteria neergelegd in de krachtens het eerste lid van artikel 76c tot stand gebrachte algemene maatregel van bestuur kunnen worden uitgebreid.

Voor de toepassing van de artikelen 28, 32 tot en met 34, 35 j ° artikel 32, 33 of 34, 41, 43, 45, 47, 49, 51, 52 tot en met 54, 75, 79 en 81 wordt onderscheidenlijk het gebied van een bovengemeentelijk openbaar lichaam met een gemeente en het bestuur van zodanig lichaam met de gemeenteraad, onderscheidenlijk burgemeester en wethouders gelijk gesteld.

In afwijking van artikel 67, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is de Rijksbelastingdienst verplicht aan Onze Minister, gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders desgevraagd, kosteloos, alle gegevens en inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet.

Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur.

Een gedraging in strijd met een voorschrift, krachtens de artikelen 64, tweede lid, 65, derde lid, of 66, eerste lid, aan een vrijstelling of ontheffing verbonden, is verboden.

Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 wordt voorzien in hetgeen met betrekking tot het gaan gelden van het in zodanige maatregel bepaalde regeling behoeft.

Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken van een provincie, worden voor zover nodig bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld ten aanzien van de bestuursorganen die de in deze wet vervatte bevoegdheden uitoefenen, en ten aanzien van de bestuursorganen die bij de uitvoering dienen te worden betrokken.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet bodembescherming.

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.