Wijzigingen Officiële bron
Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en -gemedicineerde voeders Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en -gemedicineerde voedersDe minister van Landbouw en Visserij,

Gelet op de artikelen 29, eerste lid, 30, tweede en vierde lid, artikel 31, eerste lid en 35, tweede lid, van de Diergeneesmiddelenwet (Stb. 1985, 410);

Gehoord de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, het Landbouwschap, het Produktschap voor Vee en Vlees, het Produktschap voor Pluimvee en Eieren, het Produktschap voor Veevoeder, de Fidin, de Nefato, de Dibevo, de Fagrovet en de Nederlandse Vereniging voor Dierverloskundigen en Castreurs;

Besluit:

's-Gravenhage23 september 1986De minister van Landbouw en Visserij, Voor deze,De secretaris-generaal, G. J. vanDinter

Het is verboden andere gemedicineerde voeders dan die waarin slechts diergeneesmiddelen voorkomen in hoeveelheden die in overeenstemming zijn met de overeenkomstige bijlage I van de Verordening diervoeder 1986 van het Produktschap voor Veevoeder (Verordening van 28 mei 1986, Vb. Bo. 1986, afl. 35) voor dat voeder toegestane hoeveelheden aan houders van dieren af te leveren zonder recept van een dierenarts.

Als diergeneeskundige instellingen, onderscheidenlijk instellingen van wetenschap of onderzoek als bedoeld in de artikelen 30, tweede lid, onderdeel e, en 31, tweede lid, onderdeel e, van de wet worden aangewezen de in bijlage VI bij de regeling opgenomen instellingen.

Als diergeneesmiddelen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel e, van de wet worden aangewezen de diergeneesmiddelen, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

1

Diergeneesmiddelen, die bestemd zijn om curatief te worden gebruikt bij ziekten van:

2

Diergeneesmiddelen, voor zover niet reeds uit andere hoofde onder het kanalisatieregime vallend, die tevens geneesmiddelen zijn als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening.

3

Diergeneesmiddelen die ß-agonisten bevatten.

1

Antimicrobiële diergeneesmiddelen en resistentie-inducerende diergeneesmiddelen, uitsluitend geschikt en bestemd voor toepassing bij aquarium- en terrariumdieren, in een verpakking die ten hoogste 5 gram van de werkzame stof bevat.

2

Diergeneesmiddelen, uitsluitend geschikt en bestemd voor orale toepassing bij kooi- en volièrevogels en post- en sierduiven en niet bedrijfsmatig gehouden kleine knaagdieren die als werkzame stof slechts tetracycline, oxytetracycline, chloortetracycline of sulfonamiden bevatten in een hoeveelheid van ten hoogste 5 gram per verpakking.

1. Diergeneesmiddelen die ß-agonisten bevatten.

Diergeneesmiddelen, waarop het UDD-regime niet van toepassing is

1. In deze bijlage wordt verstaan onder:

a.entstof:

entstof als bedoeld in artikel 3, derde lid;

b.overeenkomst:

overeenkomst als bedoeld in artikel 3, derde lid;

c.dierenarts:

dierenarts die partij is bij de overeenkomst;

d.houder:

houder van varkens die partij is bij de overeenkomst;

e.NEN-EN 45004:

Algemene criteria voor het functioneren van verschillende soorten instellingen die keuringen uitvoeren, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidden op 1 oktober 1996.

2. De entstof is geregistreerd overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 3 van de wet.

3. De overeenkomst:

4. De dierenarts:

5. De houder: