U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2006.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 6 november 1986, houdende intrekking van de Werkloosheidswet, invoering van een nieuwe Werkloosheidswet en een aantal andere wetten, alsmede de in het kader van die intrekking en invoering te treffen overgangsregelingen en de daarmee verband houdende wijzigingen van een aantal wetten en regelingen Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheidWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen met betrekking tot de intrekking van de Werkloosheidswet, de invoering van de nieuwe Werkloosheidswet, de Toeslagenwet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet, houdende nadere wijziging van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (nadere regeling in verband met verminderde gelegenheid tot het verkrijgen van arbeid), de Wet, houdende wijziging van de Algemene Bijstandswet met betrekking tot de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en gelijkstelling van niet gehuwde personen met gehuwden en de Wet, houdende wijziging van de Algemene Ouderdomswet (gelijkstelling niet-gehuwde personen met gehuwden of echtgenoten), alsmede regels te stellen met betrekking tot het in het kader van die intrekking en invoering noodzakelijke overgangsrecht, en voorts een aantal wetten en regelingen in verband daarmee aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 6 november 1986 Beatrix De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. de Koning de achttiende november 1986 De Minister van Justitie, F. Korthals Altes

Vervallen

Ter zake van werkloosheid ontstaan voor de dag waarop de nieuwe Werkloosheidswet in werking treedt en in verband met die werkloosheid de artikelen 4 tot en met 7 niet van toepassing zijn, ontstaat geen recht op uitkering op grond van de nieuwe Werkloosheidswet.

Onze Minister is bevoegd met betrekking tot deze afdeling nadere en zo nodig afwijkende regels te stellen.

De personen, bedoeld in de artikelen 4 en 6, worden geacht te voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 17 van de nieuwe Werkloosheidswet.

In afwijking van artikel 22 van de nieuwe Werkloosheidswet stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ambtshalve vast of de persoon, bedoeld in artikel 4, wiens recht op uitkering is geëindigd wegens het bereiken van de maximumuitkeringsduur op grond van de Werkloosheidswet of artikel 4, en de persoon, bedoeld in artikel 6, recht op uitkering op grond van de nieuwe Werkloosheidswet hebben.

De artikelen 36 en 37 van de nieuwe Werkloosheidswet zijn van overeenkomstige toepassing op de uitkering op grond van de Werkloosheidswet.

Indien aan een werknemer als bedoeld in artikel 5 of 6, uitkering op grond van de Wet Werkloosheidsvoorziening is toegekend over een periode, waarover recht op uitkering op grond van de nieuwe Werkloosheidswet bestaat, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd de uitkering over die periode tot ten hoogste het bedrag van die toegekende uitkering, zonder machtiging van de werknemer, te betalen aan het betrokken gemeentebestuur.

Indien het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet van de persoon, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, door het verrichten van arbeid als werknemer is geëindigd en vervolgens na beëindiging van die arbeid op een tijdstip, gelegen binnen vijf jaar na inwerkingtreding van de nieuwe Werkloosheidswet, recht op uitkering is ontstaan op grond van de nieuwe Werkloosheidswet, zonder dat aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 42, tweede lid, onderdeel a, van die wet wordt voldaan, wordt de duur van die uitkering voor zover de werknemer ter zake van het eerstbedoelde recht aan de in artikel 17, eerste en tweede lid, genoemde voorwaarden voldeed, verlengd met de duur, bedoeld in die leden.

Indien het recht op uitkering op grond van de Wet Werkloosheidsvoorziening van de persoon, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, door het verrichten van arbeid als werknemer geheel of gedeeltelijk is geëindigd en vervolgens na beëindiging van die arbeid op een tijdstip, gelegen binnen vijf jaar na inwerkingtreding van de nieuwe Werkloosheidswet, recht op uitkering is ontstaan op grond van de nieuwe Werkloosheidswet, zonder dat aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 42, tweede lid, onderdeel a, van die wet wordt voldaan, wordt de duur van die uitkering verlengd met de duur van de uitkering op grond van de Wet Werkloosheidsvoorziening, die de werknemer als gevolg van de eindiging van het recht op uitkering op grond van de Wet Werkloosheidsvoorziening niet heeft ontvangen.

In afwijking van artikel 42, eerste en tweede lid, en artikel 49 van de nieuwe Werkloosheidswet, eindigt de uitkeringsduur voor de persoon, bedoeld in artikel 6, op de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt. Het vierde lid van artikel 17 is van overeenkomstige toepassing.

In afwijking van de op grond van artikel 12a van de Werkloosheidswet en artikel 5a van de Wet Werkloosheidsvoorziening gestelde regels wordt het dagloon, bedoeld in artikel 22, herzien overeenkomstig artikel 46 van de nieuwe Werkloosheidswet.

Vervallen

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen laat, op zijn verzoek, tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering, bedoeld in hoofdstuk III van de nieuwe Werkloosheidswet, toe de persoon, jonger dan 65 jaar, die op de dag, waarop de nieuwe Werkloosheidswet in werking treedt:

Met inachtneming van hetgeen in de Ziektewet met betrekking tot de vrijwillige verzekering op grond van die wet overigens is bepaald, laat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de persoon, bedoeld in artikel 26, die niet op grond van de Ziektewet is verzekerd, tegelijkertijd tot die verzekering toe.

Met betrekking tot het recht op uitkering, bedoeld in artikel 15 van de nieuwe Werkloosheidswet en de duur van de uitkering, bedoeld in de artikelen 42 en 49 van de nieuwe Werkloosheidswet, van de persoon, bedoeld in artikel 26, worden van de periode voorafgaande aan de dag, waarop de nieuwe Werkloosheidswet in werking treedt slechts in aanmerking genomen de weken waarin hij:

Hoofdstuk III van de nieuwe Werkloosheidswet is, voor zover daarvan in deze afdeling niet is afgeweken, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering van de persoon, bedoeld in artikel 26.

Een wachtgeldfonds als bedoeld in artikel 102 van de nieuwe Werkloosheidswet respectievelijk het Algemeen Werkloosheidsfonds, bedoeld in artikel 103, van die wet is een voortzetting van een fonds als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de Werkloosheidswet respectievelijk een voortzetting van het fonds, bedoeld in hoofdstuk II van die wet, in de vorm van een afzonderlijk beheerd en geadministreerd onderdeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Vervallen

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Totdat het bij koninklijke boodschap van 4 mei 1983 ingediende voorstel van wet houdende algemene regeling van beslag op loon, sociale uitkeringen en andere periodieke betalingen (kamerstukken II, 1982/83, 17 897) tot wet is verheven en in werking is getreden, luiden artikel 40, eerste lid, van de nieuwe Werkloosheidswet, artikel 25, eerste lid, van de Toeslagenwet en artikel 25, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers als volgt:

Beslissingen en uitkeringen op grond van dit hoofdstuk of de daarop berustende bepalingen worden, voor zover de Werkloosheidswet of de Wet Werkloosheidsvoorziening en de op die wetten berustende bepalingen niet van toepassing blijven, voor de toepassing van wettelijke bepalingen beschouwd als beslissingen en uitkeringen op grond van de nieuwe Werkloosheidswet, onderscheidenlijk de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, worden ten aanzien van de verzekerde, wiens arbeidsongeschiktheid is ingetreden voor de dag, waarop artikel 39 in werking treedt, de wijzigingen, vervat in de onderdelen C en D van dat artikel geacht niet te hebben plaatsgevonden.

De persoon ten aanzien van wie op de dag, voorafgaande aan die waarop artikel 39 in werking treedt, artikel 8 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet van toepassing is en over die dag recht heeft op een uitkering op grond van die wet, aan wie die uitkering als gevolg van artikel 39, onderdeel D tot en met F, niet meer wordt betaald, wordt voor de toepassing van de Toeslagenwet geacht een tot uitbetaling komende uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet te hebben, zolang die uitkering zou zijn betaald, indien artikel 39, onderdeel D tot en met F, niet in werking zou zijn getreden.

Vervallen

In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder arbeidsongeschiktheidsuitkering een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of beide wetten.

Ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel 53, is artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat in plaats van de uitkeringsduur op grond van de nieuwe Werkloosheidswet in aanmerking wordt genomen de uitkeringsduur op grond van deze afdeling.

Onze Minister is bevoegd in verband met het recht op aanvullende uitkering nadere en zo nodig afwijkende regels te stellen met betrekking tot de voorwaarden, bedoeld in artikel 53, tweede lid.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

De persoon, ten aanzien van wie op de dag, voorafgaande aan die waarop artikel 60 in werking treedt, op grond van artikel 17, eerste lid, van de Ziektewet het minimumdagloon in aanmerking werd genomen en die op de dag van inwerkingtreding van artikel 60 op grond van die bepaling voor het minimumdagloon in aanmerking zou zijn gekomen als artikel 17 van de Ziektewet niet was vervallen, wordt ten hoogste gedurende de eerste zes weken van de ongeschiktheid tot werken voor het minimumdagloon in aanmerking gebracht.

Voor de toepassing van de artikelen 62 en 63 wordt onder minimumdagloon verstaan, het minimumdagloon dat zou zijn vastgesteld als artikel 16 van de Ziektewet, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die waarop artikel 60 in werking treedt, niet was vervallen.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hetgeen nog ter uitvoering van deze wet nodig is, wordt door Onze Minister geregeld.

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid".