U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2002.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 24 december 1986, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 5 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 5 van de Ziektewet en artikel 5 van de WerkloosheidswetBesluit aanwijzing gevallen waarin arbeidsverhouding als dienstbetrekking wordt beschouwdWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 november 1986, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid, Directie Sociale Verzekeringen, Hoofdafdeling Werknemersverzekeringen, Afdeling Werkloosheidsregelingen, nr. SZ/SV/WV/WW/SVW/86/09845;

Gelet op artikel 5 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1977, 492), artikel 5 van de Ziektewet (Stb. 1967, 473) en artikel 5 van de Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566);

De Raad van State gehoord (advies van 16 december 1986, nr. W12.86.0607);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 december 1986, nr. SVW/86/10736;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen, dat dit besluit, met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage24 december 1986BeatrixDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J. de Koningde dertigste december 1986De Minister van Justitie,F. Korthals Altes

Als dienstbetrekking wordt niet beschouwd de arbeidsverhouding van de thuiswerker die:

Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van de persoon die als musicus of anderszins als artiest optreedt.

Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van de topsporter die op grond van het in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgestelde reglement van de stichting Fonds voor de Topsporter een periodieke uitkering als tegemoetkoming in de kosten van zijn levensonderhoud geniet.

Als werkgever wordt beschouwd in de gevallen, bedoeld in de artikelen 3 en 5, de natuurlijke persoon op wie of het lichaam waarop de verplichting rust het loon te betalen.

Onder bruto-inkomen, genoemd in de artikelen 1 en 5, wordt verstaan het loon in de zin van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Tussen Onze Minister en Onze Minister van Financiën dient overeenstemming te bestaan omtrent het aanwijzen van een groep personen of van gevallen, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 5 en omtrent het stellen van regels, bedoeld in artikel 8.

Het besluit van 14 december 1973, Stb. 627, wordt ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1987.