Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 29 december 1986, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 10 van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheidBesluit voorschriften inzake aanspraken bij werkloosheid voor bepaalde groepen ambtenaren in de zin van de Algemene Burgerlijke PensioenwetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 november 1986, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid, Directie Sociale Verzekeringen, Hoofdafdeling Werknemersverzekeringen, Afdeling Werkloosheidsregelingen, nr. SZ/SV/WV/WW/SVW/86/09598;

Gelet op artikel 10 van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid (Stb. 1986, 567);

De Raad van State gehoord (advies van 22 december 1986, nr. W 12.86.0597);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 december 1986, nr. SVW86/10736;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen, dat dit besluit, met daarbij behorende nota van toelichting, in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage29 december 1986BeatrixDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J. de Koningde dertigste december 1986De Minister van Justitie,F. Korthals Altes

Met inachtneming van de artikelen 5 tot en met 9 heeft de werknemer die werkloos is recht op uitkering.

Vervallen

Het bestuursorgaan beslist zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag, of het recht op uitkering bestaat.

Het recht op uitkering kan niet worden vastgesteld over perioden gelegen voor 26 weken voorafgaande aan de dag waarop de aanvraag om een uitkering werd ingediend.

De werknemer is verplicht:

Het bestuursorgaan dat een uitkering heeft geweigerd of de uitkeringsduur heeft beperkt, beslist, in geval van herleving van het recht op uitkering als bedoeld in artikel 9 opnieuw of een weigering van de uitkering of een beperking van de uitkeringsduur wordt voortgezet.

Het orgaan betaalt de uitkering in de regel per maand achteraf.

Indien de werkloze werknemer arbeid in dienstbetrekking of werkzaamheden als bedoeld in artikel 5, tweede lid, tweede volzin, gaat verrichten gedurende minder dan vijf en minder dan de helft van de arbeidsuren, bedoeld in artikel 5, wordt de uitkering verminderd met 70% van hetgeen hij met die arbeid of werkzaamheden verdient.

Indien het recht op de vervolguitkering voor het einde van de in artikel 25 bedoelde uitkeringsduur is geëindigd, is artikel 22 van overeenkomstige toepassing.

De uitkering bedraagt per dag 70% van het minimumloon.

Regels, gesteld op grond van artikel 75 van de Werkloosheidswet, zijn van overeenkomstige toepassing.

De werknemer, ten aanzien van wie artikel 29, 30 of 31 wordt toegepast, wordt geacht werkloos te zijn en te blijven zolang die toepassing duurt.

Regels, gesteld op grond van artikel 25 van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de werknemer in de zin van dit besluit.

Vervallen

Ten aanzien van de persoon die 21 jaar of ouder is en voor de toepassing van de Toeslagenwet niet als gehuwd zou worden aangemerkt, indien die wet op hem van toepassing zou zijn geweest en op grond van dit besluit in aanmerking komt voor een werkloosheidsuitkering, berekend naar een bezoldiging welke ten minste gelijk is aan 70% van het minimumloon, is het bepaalde bij en krachtens artikel 24 van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid van overeenkomstige toepassing.

Voor de toepassing van de artikelen 19 en 20 wordt bij de inkomsten, het ouderdomspensioen en de verdiensten, in die artikelen bedoeld, de overhevelingstoeslag op die inkomsten, dat ouderdomspensioen en op die verdiensten, bedoeld in artikel 1 van de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies (Stb. 1989, 128), buiten beschouwing gelaten.

Ten aanzien van

De uit de artikelen 4 tot en met 41 voortvloeiende kosten komen ten laste van het bestuursorgaan.

De Algemene termijnenwet (Stb. 1964, 314) is niet van toepassing op de termijnen, gesteld in de artikelen 34, eerste lid, en 35.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1987. Indien het Staatsblad, waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 december 1986, treedt het in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot 1 januari 1987.