Ministeriële regeling · BWBR0004133
Regeling effectief dosisequivalent
Gelet op artikel 2, tweede lid, van het Definitiebesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 358);
Besluiten:
's-Gravenhage19 maart 1987 De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, E.H.T.M.NijpelsDe minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. deGraafDe staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, D. J. D. DeesHet effectief dosisequivalent, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder q, van het Definitiebesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 358), wordt berekend volgens de formule:
∑ | w | H | + | ∑ | w | H |
T | T | T | T | T | 50,T |
waarin
H | het dosisequivalent in het orgaan of weefsel T door uitwendige bestraling, |
T | |
H | het volgdosisequivalent in het orgaan of weefsel T en |
50, T | |
w | de bijbehorende weegfactor is. |
T |
De waarden van de weegfactoren zijn als volgt:
Gonaden | 0,25 |
Borst | 0,15 |
Rood beenmerg | 0,12 |
Longen | 0,12 |
Schildklier | 0,03 |
Botten (beenoppervlak) | 0,03 |
Alle overige organen | 0,30 2 |
Deze regeling wordt in de Nederlandse Staatscourant bekend gemaakt en treedt in werking op het tijdstip waarop het besluit van 20 oktober 1986 (Stb. 533), houdende wijziging van het Definitiebesluit Kernenergiewet, in werking treedt.
Zij kan worden aangehaald als Regeling effectief dosisequivalent.