Ministeriële regeling · BWBR0004141
Regeling vaststelling examengeld
Gelet op artikel 80c, derde lid, van de Wet op de Registeraccountants (Stb. 1962, 258);
Besluit:
's-Gravenhage31 maart 1987De staatssecretaris van Economische Zaken, A. J.EvenhuisHet examengeld, dat is verschuldigd voor het afleggen van het in artikel 80a van de Wet op de Registeraccountants (Stb. 1962, 258) bedoelde accountantsexamen, bedraagt:
- a.
voor het in artikel 2, onder a, van het besluit van 24 maart 1987 (Stb. 115), houdende regels omtrent het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten, bedoelde onderdeel externe verslaggeving: f 350;
- b.
voor het in artikel 2, onder b, van het vorengenoemde besluit, bedoelde onderdeel administratieve organisatie:
- 1º.
voor de eerste twee gedeelten te zamen: f 675;
- 2º.
voor het derde gedeelte: f 350.
- 1º.
- c.
voor het in artikel 2, onder c, van het vorengenoemde besluit, bedoelde onderdeel leer van de accountantscontrole:
- 1º.
voor de drie schriftelijke gedeelten te zamen: f 1000;
- 2º.
voor het mondelinge gedeelte: f 750.
- 1º.
Deze regeling en de daarbij behorende toelichting worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking.
Afschrift van deze regeling zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.