Ministeriële regeling · BWBR0004151
Regeling verboden substanties voor houders van dieren
Gelet op artikel 44 van de Diergeneesmiddelenwet (Stb. 1985, 410):
Gehoord de Vereniging van Fabrikanten en Groothandelaren in Veterinaire Produkten (Fagrovet), de Dibevo, de Vereniging van Fabrikanten en Importeurs van Diergeneesmiddelen in Nederland (Fidin) en het Landbouwschap;
Besluit:
's-Gravenhage23 april 1987 De minister van Landbouw en Visserij, Voor deze, De secretaris-generaal. G. J. vanDinterIn deze regeling wordt verstaan onder:
wet:Diergeneesmiddelenwet (Stb. 1985, 410);
Als substanties, bedoeld in artikel 44 van de wet, welke degene die bedrijfsmatig dieren houdt niet voorhanden of in voorraad mag hebben, worden aangewezen:
- a.
stilbenen, stilbeenderivaten, zouten en esters daarvan;
- b.
thyreostatica;
- c.
langs biotechnische weg bereide somatotropines;
- d.
substanties die kunnen worden gebruikt voor de bereiding van diergeneesmiddelen welke zijn aangewezen ingevolge artikel 29 van de wet.
Deze regeling treedt in werking op 1 mei 1987.
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling verboden substanties voor houders van dieren.