Ministeriële regeling · BWBR0004178
Voorschriften inrichting administratie en vaststelling onderzoektermijn
Gelet op de artikelen 18, derde lid, en 39 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1987, 92) en de artikelen 18, vierde lid, en 39 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281);
Besluit:
's-Gravenhage29 juni 1987 De staatssecretaris voornoemd, L. deGraafHet bepaalde bij en krachtens artikel 50 van de Algemene Bijstandswet (Stb. 1973, 395) is, onverlet het bepaalde in artikel 2 van dit besluit, van overeenkomstige toepassing op de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en op de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
De in artikel 18, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 18, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen bedoelde onderzoeken vinden binnen elke opeenvolgende uitkeringsperiode van zes maanden plaats.
De in het eerste lid genoemde termijn kan bij werkloze werknemers en gewezen zelfstandigen van 46 tot 58 jaar met zes maanden en bij werkloze werknemers en gewezen zelfstandigen van 58 jaar en ouder met achttien maanden worden verlengd, indien de inschrijving bij het arbeidsbureau regelmatig door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld.
Het besluit van 8 december 1986 (nr. SZ/DBZ/ABB/AB/86/U/10903/TB/LP, Stcrt. 238) wordt ingetrokken.
Dit besluit, dat met de daarbij behorende toelichting in de Nederlandse Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking met ingang van 1 juli 1987.