Wijzigingen Officiële bron
Regeling bevoegdheid basisonderwijs voor buitenlandse diploma's Regeling bevoegdheid basisonderwijs voor buitenlandse diploma'sDe minister van Onderwijs en Wetenschappen,

Gelet op artikel 3, vierde lid, van de Wet op het basisonderwijs (Stb. 1986, 256);

Overwegende dat het noodzakelijk is voorwaarden en beperkingen te stellen met betrekking tot het verlenen van de bevoegdheid tot het geven van onderwijs aan scholen voor basisonderwijs aan personen die in het bezit zijn van een buiten Nederland behaald bewijs van bekwaamheid;

De Onderwijsraad gehoord (advies van 9 maart 1987, nr. O.R. I/310 P),

Besluit:

Zoetermeer3 november 1987 De minister voornoemd, W. J.Deetman

In deze regeling wordt verstaan onder:

basisschool: school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;

school: school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet primair onderwijs BES;

inspecteur: de inspecteur bedoeld in artikel 5 van de WBO;

bepaalde tijd: 40 schoolweken, al dan niet aaneengesloten.

Aan de bezitter van een buiten Nederland behaald bewijs van bekwaamheid, waaraan in het land waarin dat bewijs is verkregen de bevoegdheid is verbonden tot het geven van onderwijs aan kinderen tot en met 12 jaar, tenzij het betreft een onderdaan van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen die in het bezit is van een diploma als bedoeld in de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van tenminste drie jaar worden afgesloten (PbEG L 019), wordt voor bepaalde tijd de bevoegdheid verleend tot het geven van onderwijs, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs aan basisscholen en tot het geven van onderwijs als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, en 12, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES aan scholen indien:

Aan de bezitter van een buiten Nederland behaald bewijs van bekwaamheid, tenzij het betreft een onderdaan van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen die in het bezit is van een diploma als bedoeld in de in artikel 2 vermelde richtlijn, wordt voor bepaalde tijd de bevoegdheid verleend tot het geven van het onderwijs in een der vakken handvaardigheid, tekenen, muziek, zintuiglijke en lichamelijke oefening of Friese taal aan basisscholen of scholen indien: