U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2016.

Regeling · BWBR0004259

Bekostigingsbesluit ISOVSO/OISOVSO

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 23 december 1987, houdende intrekking van het Bekostigingsbesluit ISOVSO en vaststelling van het Bekostigingsbesluit ISOVSO/OISOVSO in verband met de invoering van het bekostigingsstelsel van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs Besluit bekostiging WECWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen van 27 oktober 1987, nr. 9727/2363, centrale directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 19a en 59 van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs (Stb. 1987, 614) en de artikelen E 23 en E 24 van de Overgangswet ISOVSO ( Stb. 1987, 615);

Gehoord de Onderwijsraad (advies van 15 oktober 1987, nr. 1/1431);

De Raad van State gehoord (advies van 17 december 1987, nr. W05.87.0581);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen van 22 december 1987, nr. 10080/2363, centrale directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage 23 december 1987 Beatrix De Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, N. J. Ginjaar-Maas de dertigste december 1987 De Minister van Justitie, F. Korthals Altes

In dit besluit wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

wet: Wet op de expertisecentra;

school: een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder f, h, j, k, m of n, van de wet, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede of derde volzin, van de wet, tenzij het tegendeel blijkt;

afdeling: afdeling als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet;

instelling: instelling als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede of derde volzin, van de wet, tenzij het tegendeel blijkt;

nevenvestiging: een nevenvestiging als bedoeld in de artikelen 76a en 76b van de wet dan wel een nevenvestiging van een instelling, genoemd in artikel X van de Wet van 31 mei 1995, houdende wijziging van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en van enkele andere wetten inzake samenvoeging van de schoolsoorten onderwijs aan blinde kinderen en onderwijs aan slechtziende kinderen tot de schoolsoort onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen (Stb. 1995, 319);

openbare school: door een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, in stand gehouden school;

bijzondere school: door een privaatrechtelijke rechtspersoon in stand gehouden school;

bevoegd gezag van volgens de wet bekostigde scholen: voor wat betreft:

inspecteur: lid van de inspectie voor zover belast met taken op het gebied van het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs;

ouders: ouders, voogden of verzorgers;

teldatum: een van de data, bedoeld in artikel 118 van de wet;

commissie: de commissie, bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de wet;

leerling: tenzij anders is bepaald een leerling:

leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling:

schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend;

lokaal voor motorische therapie: ruimte van 120 m2 of minder die is bedoeld voor onderwijs in lichamelijke oefening aan leerlingen van 6 jaar en ouder;

schoolbad: een bad voor watergewenning of bewegingstherapie;

accountant: een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

formatiebasisbedrag: het formatiebasisbedrag, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a;

formatieleeftijdsbedrag: het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b;

basisbedrag: het basisbedrag, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel c;

leeftijdsbedrag: het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel d.

Het bevoegd gezag van een school die in een plan van nieuwe scholen als bedoeld in artikel 84, negende lid, en artikel 86, eerste lid, van de wet is opgenomen, zendt Onze Minister uiterlijk 3 maanden voor de datum van ingang van de bekostiging de benodigde administratieve gegevens en bescheiden voor de vaststelling van de vergoedingsbedragen, waaronder ten minste wordt begrepen het vermoedelijk aantal leerlingen op 1 oktober volgend op de datum van ingang van de bekostiging. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven omtrent de gegevens en bescheiden.

Het bevoegd gezag geeft binnen twee weken na beslissing tot opheffing van de school of een nevenvestiging van een instelling kennis daarvan aan Onze Minister, gedeputeerde staten, de inspecteur en, indien het een bijzondere school of een nevenvestiging van een bijzondere instelling betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de school onderscheidenlijk de nevenvestiging van de instelling is gelegen.

Vervallen

Vervallen

Het bevoegd gezag verstrekt gelijktijdig met de verklaring, bedoeld in artikel 157, vierde lid, van de wet een verklaring omtrent de juistheid en tijdige aanmelding van de gegevens waarop bekostigingsbedragen zijn of worden gebaseerd.

Vervallen

Vervallen

(Vervallen)

Vervallen

Vervallen

Het aantal groepen leerlingen bedoeld in artikel 130, derde lid, tweede volzin, van de wet, wordt berekend overeenkomstig artikel 14, waarbij de factor N voor het speciaal onderwijs 12 en voor het voortgezet speciaal onderwijs 7 is.

Vervallen

De uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding voor schoolgebouwen hebben betrekking op de programma’s van eisen, bedoeld in artikel 112, eerste lid, van de wet.

De vergoeding voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding wordt bepaald volgens de programma’s van eisen, bedoeld in artikel 111, derde lid onderdeel a, van de wet.

Schattingen welke ingevolge dit hoofdstuk dienen plaats te vinden, geschieden door een commissie van 3 deskundigen van wie er een wordt benoemd door de Onderwijsraad, een door burgemeester en wethouders en een door het bevoegd gezag. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen. Indien geen meerderheid wordt verkregen, wordt de waarde bepaald op het gemiddelde van de 3 schattingsopgaven. Afschrift van de beslissing wordt gezonden aan het gemeentebestuur en het bevoegd gezag. De kosten van de schattingen komen ten laste van de gemeente.

De vergoedingen, bedoeld in de titels II en III, zijn niet langer verschuldigd wanneer de gemeente de eigendom van het terrein en gebouw verkrijgt of wanneer het terrein en gebouw niet meer voor het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de wet, wordt gebruikt.

Vervallen

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

Voor de berekening van het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 117, negende lid, van de wet, wordt de formatie leraren voor scholen per leerling vastgesteld volgens de onderstaande tabel:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de berekening van het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 117, negende lid, onderdelen a en b, van de wet bedraagt in het schooljaar 2014–2015 voor instellingen de formatie leraren, per leerling de formatie die is aangegeven in onderstaande tabel:

Een in artikel 43, tweede lid, bedoelde correctie wordt, indien de correctie strekt tot verhoging van de bekostiging, binnen acht weken na de mededeling, bedoeld in artikel 43, tweede lid, door Onze Minister betaald.

Het percentage, bedoeld in artikel 18, derde lid, van de wet, waarin een deel van het onderwijs kan worden gegeven in de Engelse, Duitse of Franse taal is ten hoogste 15% per schooljaar.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Met besluiten als bedoeld in artikel 23, tweede lid, worden Onze besluiten inzake de vergoeding, bedoeld in artikel 23, die zijn genomen voor 1 januari 1989, gelijkgesteld.

Het Bekostigingsbesluit ISOVSO (Stb. 1985,728) wordt ingetrokken.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekostiging WEC.

Vervallen

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Door vernummering vervallen.