U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 17-07-2002.

Wet · BWBR0004302

Tabakswet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 10 maart 1988, houdende maatregelen ter beperking van het tabaksgebruik, in het bijzonder ter bescherming van de niet-roker TabakswetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in het belang van de volksgezondheid regelen te stellen ter beperking van het gebruik van tabak en meer in het bijzonder ertoe strekkende hinder voor hen die geen tabak gebruiken tegen te gaan;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 10 maart 1988 Beatrix De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, D. J. D. Dees De Staatssecretaris van Economische Zaken, A. J. Evenhuis de achtentwintigste juli 1988 De Minister van Justitie, F. Korthals Altes

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Het is verboden tabaksproducten, bestemd voor oraal gebruik anders dan roken of pruimen, in de vorm van poeder, fijne deeltjes of een combinatie van deze vormen dan wel in vormen die eruitzien als levensmiddelen, bedrijfsmatig te verstrekken of daartoe aanwezig te hebben.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroep tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd.

Tegen een beschikking inzake een verklaring als bedoeld in artikel 5, tweede lid, derde volzin, kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Degene jegens wie een handeling is verricht, waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat hem wegens een overtreding een boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 11g wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 7, artikel 9, vierde lid, en artikel 11a, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Vervallen

Van elke krachtens artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht onderzochte zaak wordt aan de belanghebbende op diens verzoek een vergoeding gegeven ter grootte van het bedrag waarmee haar verkoopwaarde ten gevolge van het onderzoek is verminderd.

Vervallen

De toezichthouders zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner, voor zover dit binnentreden beperkt blijft tot het zich begeven naar en het betreden van de in de woning aanwezige bedrijfsruimten.

In het belang van de volksgezondheid kunnen voorts bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ter uitvoering van een bindende regeling inzake tabaksproducten, die krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap tot stand is gekomen.

Vervallen

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Deze wet kan worden aangehaald als: Tabakswet.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

De tarieven zijn ingedeeld in drie categorieën, te weten A, B en C.

Onder categorie A vallen de bepalingen die door de fabrikanten, groothandelaren en importeurs van tabaksproducten, alsmede de eigenaren en exploitanten van tabaksautomaten, in acht genomen dienen te worden ten aanzien van reclame, gratis uitreiking, kleinverpakking en een eventueel automatenverbod. Er moet van worden uitgegaan dat dergelijke verboden en beperkingen binnen de branche zéér goed bekend zijn en aan overtredingen een bewust handelen ten grondslag ligt met als doel gewin te behalen. Geconstateerde overtredingen door, namens of in opdracht van de fabrikanten, groothandelaren en importeurs van tabaksproducten, alsmede door, namens of in opdracht van de eigenaren en exploitanten van tabaksautomaten, leiden dientengevolge steeds tot het opleggen van de maximumboete van f 10 000.

Onder categorie B vallen de overtredingen die betrekking hebben op reclame in of aan een inrichting, het (willen) verstrekken van tabaksproducten op plaatsen waar dit verboden is (verkoopverbod) en het niet in acht nemen van de voorschriften ter voorkoming dat aan te jeugdigen wordt verstrekt (leeftijdsgrens). Geconstateerde overtredingen leiden tot een boete van f 1000, bij herhaling binnen 1 jaar tot een boete van f 3000, bij een tweede herhaling binnen 3 jaar na de eerste overtreding tot een boete van f 5000 en bij een derde herhaling binnen 5 jaar na de eerste overtreding tot een boete van f 10 000.

Onder categorie C vallen de overtredingen die begaan worden door de verantwoordelijken die moeten voorkomen dat derden van roken overlast of hinder ondervinden en daarbij tekortschieten in het treffen van maatregelen en het toezien op de naleving daarvan (rookverbod), alsmede de restgroep ingevolge artikel 18 van de wet. Geconstateerde overtredingen leiden tot een boete van f 750, bij herhaling binnen 1 jaar tot een boete van f 1500, bij een tweede herhaling binnen 3 jaar na de eerste overtreding tot een boete van f 3000 en bij een derde herhaling binnen 5 jaar na de eerste overtreding tot een boete van f 6000.

Artikel 4, eerste lid: overtreden van het verbod op reclameboodschappen voor tabaksproducten in radio- en televisieprogramma's.

Artikel 5, zevende lid:

Artikel 9, eerste lid: overtreden van het verbod om bedrijfsmatig tabaksproducten gratis aan particulieren uit te reiken, toe te zenden, of op enigerlei andere wijze beschikbaar te stellen.

Artikel 9, derde lid: overtreden van het verbod om sigaretten in een verpakking van minder dan negentien stuks in de handel te brengen of daartoe aanwezig te hebben.

Artikel 9, vierde lid: overtreding van het verbod om bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten te verstrekken zonder terhandstelling door tussenkomst van een verstrekkende persoon volgens daartoe bij algemene maatregel van bestuur aangewezen methoden.

Artikel 5, zevende lid: het zich niet houden aan een bij algemene maatregel van bestuur gestelde beperking aan de reclame voor tabaksproducten in of aan een inrichting die (mede) gebruikt wordt voor het bedrijfsmatig aan particulieren verstrekken van tabaksproducten.

Artikel 7, eerste lid: overtreden van het verbod om in de instellingen, diensten en bedrijven die door de Staat of andere openbare lichamen worden beheerd, bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten aan particulieren te verstrekken of met dat doel aanwezig te hebben.

Artikel 7, tweede lid: overtreden van het verbod om in inrichtingen voor gezondheidszorg, welzijn, maatschappelijke dienstverlening, kunst en cultuur, sport, sociaal-cultureel werk of onderwijs, voor zover die inrichtingen behoren tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën, bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten aan particulieren te verstrekken of met dat doel aanwezig te hebben.

Artikel 7, derde lid: overtreden van het verbod om in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van bedrijven en organisaties bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten aan particulieren te verstrekken of met dat doel aanwezig te hebben.

Artikel 8, eerste lid: overtreden van het verbod om bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt.

Artikel 8, derde lid: het nalaten om op plaatsen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten aan particulieren plegen te worden verstrekt, duidelijk zichtbaar en goed leesbaar aan te geven dat aan personen jonger dan 16 jaar geen tabaksproducten worden verstrekt of het niet in acht nemen van de hieromtrent door Onze Minister nader gestelde regels of voorgeschreven model.

Artikel 9, tweede lid: overtreden van het verbod om bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten aan particulieren te verstrekken of met dat doel aanwezig te hebben anders dan in een gesloten verpakking, die niet zonder kenbare beschadiging kan worden geopend.

Artikel 10, eerste lid: het door bevoegde organen voor de instellingen, diensten en bedrijven die door de Staat en de openbare lichamen worden beheerd, nalaten van het treffen van zodanige maatregelen dat van de geboden voorzieningen gebruik kan worden gemaakt en daarin werkzaamheden kunnen worden verricht zonder daarbij hinder of overlast van roken te ondervinden.

Artikel 11, eerste lid: het door degenen – niet zijnde het bevoegd orgaan voor instellingen, diensten en bedrijven die door de Staat en de openbare lichamen worden beheerd – die het beheer hebben over gebouwen of inrichtingen voor gezondheidszorg, welzijn, maatschappelijke dienstverlening, kunst en cultuur, sport, sociaal-cultureel werk of onderwijs, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën, nalaten van het treffen van zodanige maatregelen dat van de geboden voorzieningen gebruik kan worden gemaakt en daarin werkzaamheden kunnen worden verricht zonder daarbij hinder of overlast van roken te ondervinden.

Artikel 11a, eerste lid: voorzover ingevolge artikel 11a, vijfde lid, geen ontheffing is verleend, het nalaten van de werkgever zodanige maatregelen te treffen dat werknemers in staat worden gesteld hun werkzaamheden te verrichten zonder daarbij hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden.

Artikel 11a, tweede lid: voorzover ingevolge artikel 11a, vijfde lid, geen ontheffing is verleend, het nalaten van exploitanten van middelen van personenvervoer zodanige maatregelen te treffen dat passagiers in staat worden gesteld hun reis te volbrengen zonder daarbij hinder of overlast van roken te ondervinden.

Artikel 11a, derde lid: voorzover ingevolge artikel 11a, vijfde lid, geen ontheffing is verleend, het nalaten van luchtvaartmaatschappijen zodanige maatregelen te treffen dat passagiers aan boord van hun vliegtuigen tijdens het gebruik voor de burgerluchtvaart op vluchten van en naar op Nederlands grondgebied gelegen luchthavens in staat worden gesteld hun reis te volbrengen zonder daarbij hinder of overlast van roken te ondervinden.

Artikel 11a, vierde lid: indien een algemene maatregel van bestuur daartoe verplicht, en rekening houdende met de bij de maatregel gestelde beperkingen op de verplichting, het nalaten van diegenen – niet hebbende een hoedanigheid als bedoeld in artikel 1, 10 of 11 – die het beheer hebben over voor het publiek toegankelijke gebouwen voor zover die gebouwen behoren tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën, tot het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 10, eerste lid.

Artikel 18: overtreding van niet-geïncorporeerde verdragsbepalingen.