U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2009.

Wet · BWBR0004365

Loodsenwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 7 juli 1988, houdende regels betreffende loodsen LoodsenwetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de uitvoerende taken van de overheid ten aanzien van het loodsen van zeeschepen te beëindigen en in de plaats daarvan een openbaar lichaam voor beroep in te stellen als bedoeld in artikel 134 van de Grondwet, daarbij regels stellend over de opleiding tot loods en de bevoegdheid tot uitoefening van dit beroep, aldus tevens de grondslag scheppend voor de uitvoering van verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties, waaronder de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het loodsen van schepen door Noordzeeloodsen op de Noordzee en in het Kanaal (Pb EG L33/32);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 7 juli 1988 Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat, N. Smit-Kroes De Minister van Justitie, F. Korthals Altes De Minister van Binnenlandse Zaken, C. P. van Dijk de achtentwintigste juli 1988 De Minister van Justitie, F. Korthals Altes

De loods is, voor zover hij handelt in de uitoefening van de in artikel 2 genoemde taken en bevoegdheden, slechts aansprakelijk voor schade door hem veroorzaakt door opzet of grove schuld.

De voorzitter vertegenwoordigt de corporatie in en buiten rechte.

De voorzitter van een regionale corporatie vertegenwoordigt de regionale corporatie in en buiten rechte.

Degene die in het register ingeschreven is geweest, wordt, indien de vorige inschrijving is doorgehaald op de grond, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel e, op zijn verzoek opnieuw in het register ingeschreven als bij de aanvraag daarvoor het bewijs wordt overgelegd dat deze grond heeft opgehouden te bestaan.

Vaststelling van een verordening tot wijziging van de verordening, bedoeld in artikel 26, eerste lid, voor zover deze betrekking heeft op een wijziging van de bedragen of de maatstaven voor de vaststelling daarvan, vindt slechts plaats door een besluit van de ledenvergadering met een meerderheid van twee derden van de in die ledenvergadering uitgebrachte geldige stemmen.

De loodsgeldtarieven en de tarieven voor het verrichten van andere diensten die bij of krachtens de wet bij uitsluiting aan registerloodsen zijn opgedragen, onderscheidenlijk de vergoedingen voor de taken die bij of krachtens de wet aan de algemene raad of een regionale loodsencorporatie zijn opgedragen, worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.

Het in de artikelen 46c, tweede lid, 46d, tweede lid, 46f, 46g, eerste en tweede lid, 46l, eerste lid, aanhef en onder a, en derde lid, 46m, 46o, en 46p, eerste tot en met vijfde lid van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren voor de leden van de rechterlijke macht bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden van het tuchtcollege loodsen en hun plaatsvervangers.

De voorzitter, de overige leden en de secretaris, alsmede hun plaatsvervangers, ontvangen een vacatiegeld, alsmede vergoeding van reis- en verblijfkosten en van verdere verschotten, volgens door Onze Minister en Onze Minister van Justitie te stellen regels.

Het tuchtcollege loodsen houdt zitting in de samenstelling als genoemd in artikel 29, derde lid.

Beslissingen van het tuchtcollege loodsen, genomen met een ander aantal personen of in een andere samenstelling dan is voorgeschreven, zijn nietig.

De artikelen 1, onderdeel b, 3, 4, eerste lid, 5, 31 tot en met 43 en 44 eerste lid, van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake:

De raad van bestuur brengt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister verslag uit over de uitoefening van de hem bij of krachtens deze wet opgelegde taken en bevoegdheden in het voorafgaande kalenderjaar. Het verslag wordt toegezonden aan Onze Minister en wordt algemeen verkrijgbaar gesteld.

Voorzover op grond van de artikelen 45f, derde lid, 45g, vierde lid, 45h, derde lid, en 45i, vierde lid, overeenkomstige toepassing van de Mededingingswet plaatsvindt, wordt onder onderneming of ondernemersvereniging in de desbetreffende bepalingen mede verstaan:

Vervallen

Vervallen

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

Het bij of krachtens de Oorlogswet voor Nederland aangewezen militair gezag is bevoegd om indien de beperkte of de algemene noodtoestand is afgekondigd, in afwijking van de bepalingen gesteld bij of krachtens deze wet, regels te stellen met betrekking tot de beschikbaarheid van registerloodsen voor het verrichten van diensten als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, en het door registerloodsen verrichten van die diensten, alsmede met betrekking tot het door de organen van de corporatie en de regionale corporaties verzorgen van de hun bij of krachtens deze wet opgedragen taken ten aanzien van de door de registerloodsen te verlenen diensten, voor zover zulks met het oog op de uitvoering van de militaire taak ter handhaving van de uitwendige of inwendige veiligheid noodzakelijk is.

Vervallen

De algemene raad en het bestuur van een regionale corporatie, alsmede degene op wie een verplichting rust als bedoeld in artikel 46, eerste lid, zijn verplicht Onze Minister de inlichtingen te verstrekken die hij nodig acht om te kunnen beoordelen of aanleiding bestaat tot toepassing van artikel 46, eerste lid.

In de artikelen 63, 65, 67 en 68, wordt onder overgangsdatum verstaan:

Degenen die krachtens artikel 63, eerste lid, worden ingeschreven in het loodsenregister, degenen die een leerovereenkomst als bedoeld in artikel 63, tweede lid, hebben gesloten, en degenen die een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 63, derde lid, hebben gesloten, zijn met ingang van de datum van die inschrijving onderscheidenlijk van ingang van die overeenkomst van rechtswege eervol ontslagen uit het dienstverband met het Rijk onderscheidenlijk uit het dienstverband met de betreffende gemeente.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Loodsenwet.