U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 20-10-2007.

Regeling · BWBR0004391

Besluit adspirant-registerloodsen

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 18 augustus 1988, houdende bepalingen met betrekking tot adspirant-registerloodsen Besluit adspirant-registerloodsen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 29 april 1988, nr. S/J 30.744/88, Directoraat-generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;

Gelet op de artikelen 19, eerste lid, onderdeel a, 20, tweede lid, en 63, tweede lid, van de Loodsenwet (Stb. 1988, 353);

De Raad van State gehoord (advies van 14 juni 1988, no. W09.88.0216);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 9 augustus 1988, nr. S/J 31.337/88, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende bijlagen alsmede de nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage 18 augustus 1988 Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat, N. Smit-Kroes de dertigste augustus 1988 De Minister van Justitie, F. Korthals Altes

In dit besluit wordt verstaan onder:

Vervallen

De voorzitter van de betreffende examencommissie roept de examinatoren en, na overleg met de voorzitter van de commissie van gecommitteerden, de gecommitteerden op naarmate de aard en de omvang van de werkzaamheden hun aanwezigheid vereisen.

Het examenvak, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel g, wordt per kandidaat afgenomen door ten minste twee examinatoren, ieder op afzonderlijke dagen. Ieder van hen houdt aantekening van de inhoud en het verloop van het betreffende examen en brengt daarvan schriftelijk verslag uit aan de betreffende gecommitteerden.

De betreffende examencommissie stelt in een vergadering, waarbij ten minste een gecommitteerde aanwezig is, vast welke kandidaten zijn geslaagd, welke zijn afgewezen, en welke in aanmerking komen voor een herexamen. De voorzitter van de examencommissie zendt de uitslag toe aan de voorzitter van de commissie van gecommitteerden.

Vervallen

Indien blijkt dat de kandidaat tijdens het examen bedrog heeft gepleegd of zich aan een andere onregelmatigheid heeft schuldig gemaakt kan de voorzitter van de betreffende examencommissie, na overleg met deze examencommissie, de kandidaat de verklaring onthouden of een reeds uitgereikte verklaring en cijferlijst intrekken. De voorzitter legt een dergelijke beslissing binnen twee weken vast in een beschikking en doet daarvan, door toezending van een afschrift, mededeling aan de voorzitter van de commissie van gecommitteerden.

Een duplicaat van een uitgereikte verklaring wordt slechts afgegeven, indien de belanghebbende aannemelijk kan maken, dat de oorspronkelijke verklaring verloren is geraakt.

In gevallen waarin dit besluit niet voorziet beslist de voorzitter van de betreffende examencommissie, na overleg met de voorzitter van de commissie van gecommitteerden.

Er is een commissie van beroep voor loodsenexamens, bestaande uit de leden van het tuchtcollege loodsen, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Loodsenwet.

Tegen een beslissing van de voorzitter als bedoeld in de artikelen 12, tweede lid, 21, derde lid, 31, eerste lid, 32 of 34, mits niet betreffende de kennis of vaardigheid van de kandidaat, kan de betrokken kandidaat beroep instellen bij de commissie van beroep voor loodsenexamens.

De commissie van beroep voor loodsenexamens doet van haar beslissing op het beroep, door toezending van een afschrift, mededeling aan de voorzitter van de commissie van gecommitteerden.

De betrefende examencommissie handelt overeenkomstig de beslissing van de commissie van beroep voor loodsenexamens.

De regionale loodsencorporatie, bedoeld in artikel 63, tweede lid, van de Loodsenwet, is de regionale loodsencorporatie van de regio, die de scheepvaartwegen omvat, waarvoor de betrokken adspirant-loods wordt opgeleid, op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum.

De bepalingen in dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op degenen, bedoeld in artikel 39.

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip, dat de artikelen 19, eerste lid, onderdeel a, en 20, tweede lid, van de Loodsenwet in werking treden.

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit adspirant-registerloodsen.

I

In het onderstaande wordt verstaan onder:

II

Exameneisen voor het landelijk loodsenexamen

III

Exameneisen voor het regionale loodsenexamen