U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2003.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 14 oktober 1988, houdende regeling inzake het met bepaalde luchtvaartuigen opstijgen van en landen op alsmede het inrichten, van niet als luchtvaartterreinen aangewezen terreinen Besluit inrichting en gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, mede namens Onze Minister van Defensie van 1 juni 1988, nr. LV/L 22525, Rijksluchtvaartdienst;

Gelet op artikel 14, tweede lid onder a, jo. artikel 62, derde lid van de Luchtvaartwet;

De Raad van State gehoord (advies van 11 juli 1988, nr. W09.88.0293.);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, mede namens Onze Minister van Defensie van 10 oktober 1988, nr. LV/L 25007, Rijksluchtvaartdienst;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage 14 oktober 1988 Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat, N. Smit-Kroes De Minister van Defensie, F. Bolkestein de tweeëntwintigste november 1988 De Minister van Justitie, F. Korthals Altes

Voor het bij deze regeling bepaalde zijn de volgende begripsbepalingen van toepassing:

De verbodsbepalingen bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder a en b, van de Luchtvaartwet zijn niet van toepassing ten aanzien van:

De verbodsbepalingen van artikel 14, eerste lid, onder a en b van de Luchtvaartwet, zijn niet van toepassing in geval van het doen opstijgen en het doen landen van een niet als luchtvaartterrein aangewezen terrein, met kabelballonnen indien aan de in dit artikel gestelde voorschriften wordt voldaan:

De verbodsbepaling van artikel 14, eerste lid onder a van de Luchtvaartwet is niet van toepassing in geval van het opstijgen of doen opstijgen van een niet als luchtvaartterrein aangewezen terrein, met een vrije ballon, indien aan de in dit artikel gestelde voorschriften wordt voldaan:

De verbodsbepalingen bedoeld in artikel 14, eerste lid van de Luchtvaartwet zijn niet van toepassing in geval van het opstijgen en doen opstijgen van en het landen en doen landen op niet als luchtvaartterrein aangewezen terreinen met landbouwvliegtuigen met een maximaal toegestane startmassa van 6000 kg of minder en het inrichten van dergelijke terreinen, indien aan de in dit hoofdstuk gegeven voorschriften wordt voldaan.

De verbodsbepaling bedoeld in artikel 14, eerste lid onder c van de Luchtvaartwet is niet van toepassing in geval een terrein als zweefvliegterrein wordt ingericht, indien aan alle in deze titel gegeven voorschriften wordt voldaan.

De verbodsbepalingen bedoeld in artikel 14, eerste lid onder a en b van de Luchtvaartwet zijn niet van toepassing in geval van het opstijgen en doen opstijgen en het landen en doen landen van, respectievelijk op een zweefvliegterrein met zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen indien aan de in dit hoofdstuk gegeven voorschriften wordt voldaan.

De verbodsbepaling bedoeld in artikel 14, eerste lid onder b van de Luchtvaartwet is niet van toepassing in geval van het landen van een zweefvliegtuig op een niet als luchtvaartterrein aangewezen terrein, met dien verstande dat de landing niet mag geschieden binnen aaneengesloten bebouwing met inbegrip van industrie- en havengebieden en/of op een weg.

Het ulv-terrein voldoet in ieder geval aan de volgende voorschriften:

Onze Minister kan de vergunning schorsen of intrekken, indien het desbetreffende ulv-terrein wordt gebruikt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen dan wel indien het ulv-terrein niet of niet meer voldoet aan de bepalingen van dit besluit.

Artikel 14, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Luchtvaartwet, zijn ten aanzien van ulv's niet van toepassing in geval van opstijgen van of landen op een ulv-terrein, indien aan de bij of krachtens dit hoofdstuk gegeven voorschriften wordt voldaan.

Ons besluit van 14 december 1976 Staatsblad 1976, 716 houdende regelen inzake het met luchvaartuigen opstijgen en landen op niet als luchtvaartterrein aangewezen terreinen, wordt ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking twee maanden na het verschijnen van het Staatsblad waarin het is opgenomen.

Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit inrichting en gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen".