U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-11-2010.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 8 december 1988, houdende regelen inzake de opneming in Nederland van buitenlandse pleegkinderen met het oog op adoptieWet opneming buitenlandse kinderen ter adoptieWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan bij de opneming in Nederland van een buitenlands pleegkind met het oog op adoptie in de wet neer te leggen en tevens bij de wet te bepalen dat bemiddelende werkzaamheden inzake een zodanige opneming slechts kunnen worden verricht door organisaties aan welke daartoe een vergunning is verleend en op de bij of krachtens de wet bepaalde wijze, zulks ter bevordering van een verantwoorde gang van zaken rond de opneming in Nederland van buitenlandse pleegkinderen met het oog op adoptie;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage8 december 1988BeatrixDe Staatssecretaris van Justitie,V. N. M. Korte-van Hemelde twintigste december 1988De Minister van Justitie,F. Korthals Altes

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Justitie;

buitenlands kind: een buiten Nederland geboren, de Nederlandse nationaliteit niet bezittende minderjarige in de zin van de Nederlandse wet, die in Nederland met het oog op adoptie in een ander gezin dan het ouderlijke wordt of zal worden verzorgd en opgevoed in zodanige omstandigheden dat de verzorgers in feite de plaats van de ouders innemen;

aspirant-adoptiefouders: echtgenoten of een persoon die een buitenlands kind met het oog op adoptie wensen op te nemen of hebben opgenomen;

adoptiefouders: echtgenoten of een persoon die een buitenlands kind hebben geadopteerd;

beginseltoestemming: de schriftelijke mededeling van Onze Minister omschreven in artikel 2;

vergunninghouder: de rechtspersoon die houder is van een vergunning als bedoeld in de artikelen 15 en 16.

bemiddeling: elke activiteit van een vergunninghouder gericht op totstandkoming van, of ondersteuning bij, de plaatsing van een buitenlands kind met het oog op adoptie bij aspirant-adoptiefouders.

De opneming in Nederland van een buitenlands kind met het oog op adoptie is uitsluitend toegestaan, indien van Onze Minister een voorafgaande schriftelijke mededeling is verkregen, dat deze in beginsel voor zodanige opneming toestemming verleent.

Een verzoek tot verlening van een beginseltoestemming of tot verlenging van de geldigheidsduur ervan wordt slechts in behandeling genomen, indien:

Onverminderd het bepaalde bij en krachtens de Vreemdelingenwet 2000, dient bij de binnenkomst in Nederland van een buitenlands kind met het oog op adoptie aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:

Wanneer het buitenlandse kind, na opneming door aspirant-adoptiefouders in een periode waarin zij hun gewone verblijfplaats in het buitenland hadden, te zamen met de aspirant-adoptiefouders in Nederland is binnengekomen, wordt ambtshalve het onderzoek bedoeld in artikel 5, eerste lid, ingesteld.

In geval van bezwaar bij Onze Minister tegen het in artikel 12 bedoelde besluit is artikel 7 van overeenkomstige toepassing. Een zodanig bezwaar schorst niet een maatregel die met overeenkomstige toepasing van artikel 10 is genomen.

Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister te bemiddelen inzake de opneming van een buitenlands kind met het oog op adoptie.

Een vergunning wordt verleend voor een geldigheidsduur van drie jaren. Op verzoek van de vergunninghouder kan Onze Minister de geldigheidsduur van de vergunning verlengen voor een periode van telkens vijf jaren. Een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning wordt uiterlijk twaalf weken voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de bestaande vergunning ingediend.

Onze Minister beslist afwijzend op een verzoek tot verlening van een vergunning of tot verlenging van de geldigheidsduur ervan indien hetzij gegronde vrees bestaat dat de aanvrager het bij of krachtens deze wet bepaalde niet zal naleven, hetzij de aanvrager naar verwachting te weinig toekomstmogelijkheden met betrekking tot bemiddeling inzake de opneming van buitenlandse kinderen heeft.

In het geval, bedoeld in artikel 7a, blijft artikel 17a buiten toepassing, behoudens het eerste lid onder e. Voorts blijven in dat geval buiten toepassing de artikelen 17b, eerste lid, en artikel 17e.

Indien artikel 18 wordt toegepast, beslist Onze Minister desgewenst door welke vergunninghouder of vergunninghouders de werkzaamheden van de rechtspersoon wiens vergunning is ingetrokken, voortgezet en zo nodig beëindigd zullen worden.

Ingeval aspirant-adoptiefouders hun inschrijving bij een vergunninghouder beëindigen en zich bij een andere vergunninghouder laten inschrijven, geeft deze laatste hiervan kennis aan Onze Minister.

De toezichthouders beschikken niet over de bevoegdheden genoemd in de artikelen 5:15, 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Vervallen

Deze wet wordt aangehaald als: Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie.