Ministeriële regeling · BWBR0004534
Vaststelling vacatiegelden Raad uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers
Gelet op artikel 1, tweede lid, van het Vacatiegeldenbesluit 1988, Stb. 205;
Gezien de regeling van de staatssecretaris van Financiën van 20 mei 1988 (Stcrt. nr. 98) houdende de regeling maximumbedragen vacatiegeld;
Besluit:
Rijswijk26 april 1989 De minister voornoemd, L. C.BrinkmanTe rekenen van 1 januari 1989 wordt aan de plaatsvervangend voorzitter en de overige daarvoor in aanmerking komende leden van de Raad uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers, bedoeld in artikel 46 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 (Stb. 1984, 94), een vacatiegeld toegekend van f 150 voor iedere dag, waarop zij één of meer vergaderingen van de raad hebben bijgewoond, met dien verstande, dat aan de plaatsvervangend voorzitter een extra-vacatiegeld van f 150 wordt toegekend, ingeval hij als voorzitter optreedt.
De regeling van de staatssecretarissen van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en van Financiën van 27 juni 1984, kenmerk CDFEZ/AAZ/AZ-56072-II, wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van plaatsing in de Nederlandse Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 1989.
Afschrift van deze regeling zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer en aan de belanghebbenden.