Wet · BWBR0004581
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels vast te stellen om op zichzelf niet ernstige gedragingen in strijd met verkeersvoorschriften, gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet en enkele andere wetten, in plaats van op strafrechtelijke wijze op administratiefrechtelijke wijze af te kunnen doen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage 3 juli 1989 Beatrix De Minister van Justitie, F. Korthals Altes De Minister van Verkeer en Waterstaat, N. Smit-Kroes de zevenentwintigste juli 1989 De Minister van Justitie a.i., G. J. M. BraksIn deze wet wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
aanhangwagen, motorrijtuig, kenteken en rijbewijs: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
bestuurder: alle weggebruikers behalve voetgangers;
kentekenregister: het register, bedoeld in artikel 42 van de Wegenverkeerswet 1994;
gedraging: een gedraging als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
administratieve sanctie: de aan de Staat te betalen geldsom, bedoeld in artikel 2;
adres: aanduiding van straatnaam, huisnummer, plaatsnaam en postcode van het woonhuis van de betrokkene.
In deze wet wordt mede verstaan onder:
bestuurder: degene die wordt geacht een motorrijtuig onder zijn onmiddellijk toezicht te doen besturen;
kenteken: het kenteken waaronder een motorrijtuig in het buitenland is geregistreerd, het registratienummer, vermeld op het registratiebewijs, afgegeven voor een motorrijtuig gebezigd ten behoeve van de strijdkrachten, alsmede enig ander registratienummer waaronder een motorrijtuig in Nederland mag worden geregistreerd;
kentekenregister: een buitenlands register betreffende aldaar geregistreerde motorrijtuigen, de registratie betreffende motorrijtuigen gebezigd ten behoeve van de strijdkrachten, bijgehouden door Onze Minister van Defensie, alsmede enig andere registratie betreffende motorrijtuigen, waarvan de houder gerechtigd is deze in Nederland te voeren;
rijbewijs: een door het bevoegde gezag in het buitenland afgegeven rijbewijs, alsmede een door het militaire gezag afgegeven rijbewijs.
Ter zake van de in de bijlage bij deze wet omschreven gedragingen die in strijd zijn met op het verkeer betrekking hebbende voorschriften gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, de Provinciewet of de Gemeentewet, kunnen op de wijze bij deze wet bepaald administratieve sancties worden opgelegd. Ingeval een administratiefrechtelijke sanctie wordt opgelegd zijn voorzieningen van strafrechtelijke of strafvorderlijke aard uitgesloten.
Als gedragingen in de zin van het eerste lid worden niet beschouwd die gedragingen waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.
Voor elke gedraging bepaalt de in het eerste lid bedoelde bijlage de aan de Staat te betalen geldsom. Deze geldsom kan per gedraging niet meer zijn dan het bedrag van de geldboete van de eerste categorie.
De in het derde lid bedoelde geldsom wordt voor personen die ten tijde van de gedraging nog geen zestien jaar oud waren, gehalveerd.
De in het eerste lid bedoelde bijlage kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd. De voordracht van deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in het vijfde lid, wordt vastgesteld op voordracht van Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
De titels 4.4, 5.1 en 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op het opleggen en de inning van een administratieve sanctie en de administratiekosten op grond van deze wet.
Met het toezicht op de naleving van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde voorschriften zijn belast de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen ambtenaren.
De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opleggen van een administratieve sanctie ter zake van de door hen of op geautomatiseerde wijze vastgestelde gedragingen aan personen die de leeftijd van twaalf jaren hebben bereikt.
De officier van justitie in het arrondissement waar de in het eerste lid bedoelde ambtenaren optreden, houdt toezicht op de wijze waarop zij van de hun verleende bevoegdheid gebruik maken. Hij kan daaromtrent beleidsregels vaststellen. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het toezicht op de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde ambtenaren van de hun verleende bevoegdheid gebruik maken en de intrekking van die bevoegdheid.
Het College van procureurs-generaal houdt toezicht op de bij deze wet geregelde handhaving van verkeersvoorschriften. Het geeft daartoe bevelen aan de hoofden van de arrondissementsparketten.
De administratieve sanctie wordt opgelegd bij een gedagtekende beschikking. De beschikking bevat een korte omschrijving, onder verwijzing naar de aanduiding in de bijlage, van de gedraging ter zake waarvan zij is gegeven en het voor die gedraging bepaalde bedrag van de administratieve sanctie, de datum en het tijdstip waarop, alsmede de plaats waar de gedraging is geconstateerd. Bij ministeriële regeling worden het model van de beschikking en dat van de aankondiging van de beschikking vastgesteld, of de eisen waaraan het model moet voldoen.
De bekendmaking van de beschikking geschiedt binnen vier maanden nadat de gedraging heeft plaatsgevonden, door toezending van de beschikking aan het adres dat betrokkene heeft opgegeven of, indien dat niet mogelijk is en de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, aan het adres dat is opgenomen in het kentekenregister. Indien de brief onbestelbaar blijkt te zijn, wordt de beschikking gezonden naar het in de basisregistratie personen vermelde adres, tenzij dit hetzelfde is als hetgeen is opgenomen in het kentekenregister. Indien de brief ook op het in de basisregistratie personen opgenomen adres onbestelbaar blijkt te zijn, wordt de beschikking geacht aan de betrokkene bekend te zijn.
Een aankondiging van de beschikking kan worden uitgereikt aan degene tot wie zij zich richt of kan worden achtergelaten in of aan het motorrijtuig.
In een geval als bedoeld in artikel 31, eerste lid, geschiedt de bekendmaking door uitreiking van de beschikking aan betrokkene. De weigering de beschikking in ontvangst te nemen, schort de bekendmaking daarvan niet op.
De beschikking vermeldt de dag waarop krachtens artikel 23 de sanctie uiterlijk moet zijn voldaan. Tevens vermeldt de beschikking dat de sanctie dient te worden voldaan door middel van de toegezonden acceptgiro dan wel op een in die beschikking aangeduide plaats, alsmede de verhogingen die krachtens artikel 23, tweede lid, en artikel 25 op de administratieve sanctie vallen, indien deze niet tijdig wordt voldaan.
Indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Daarbij wordt hij gewezen op het bepaalde in artikel 8.
Indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig, waarmee een aanhangwagen waarvoor een kenteken is vereist, wordt voortbewogen, dan wel waaraan een aanhangwagen waarvoor een kenteken is vereist, is gekoppeld, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van het motorrijtuig ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Indien het kenteken van het motorrijtuig niet is vastgesteld, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van de aanhangwagen ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. In beide gevallen wordt hij gewezen op het bepaalde in artikel 8.
Indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarmee een niet-kentekenplichtige aanhangwagen wordt voortbewogen, dan wel waaraan een niet-kentekenplichtige aanhangwagen is gekoppeld, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van het trekkend motorrijtuig ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven.
Indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een kentekenplichtige aanhangwagen, wordt de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van de aanhangwagen ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Indien het kenteken van de aanhangwagen niet is vastgesteld, dan wel indien de aanhangwagen niet kentekenplichtig is, wordt de administratieve sanctie opgelegd aan degene die ten tijde van de gedraging eigenaar of houder was van de aanhangwagen.
Indien sprake is van een geval als bedoeld in het eerste of tweede lid dan wordt daarbij gewezen op het bepaalde in artikel 8.
Tegen de oplegging van de administratieve sanctie kan degene tot wie de beschikking is gericht, beroep instellen bij de officier van justitie in het arrondissement waar de gedraging is verricht. Indien niet kan worden vastgesteld in welk arrondissement de gedraging is verricht, kan beroep worden ingesteld bij de officier van justitie in het arrondissement van de woonplaats van de betrokkene.
Onverminderd artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt het beroepschrift de geboortedatum, de geboorteplaats en het geboortejaar van degene die het beroep heeft ingesteld, en het nummer van zijn giro- of bankrekening, indien hij die heeft.
De artikelen 6:14, tweede lid, 7:16, tweede lid, 7:24, tweede en vijfde lid, en 7:26, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing.
In afwijking van artikel 7:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht stelt de officier van justitie slechts de indiener van het beroepschrift in de gelegenheid te worden gehoord.
De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven:
- a.
aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen gebruik is gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen,
- b.
een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was, dan wel
- c.
een vrijwaringsbewijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van het Kentekenreglement, of een verklaring als bedoeld in de artikelen 31 tot en met 33 van het Kentekenreglement, overlegt waaruit blijkt dat hij ten tijde van de gedraging geen eigenaar of houder meer was van het betrokken motorrijtuig onderscheidenlijk de betrokken aanhangwagen.
In de onder a, b en c bedoelde gevallen is de officier van justitie bevoegd tot het opleggen van een administratieve sanctie aan degene die de gedraging heeft verricht of aan degene die de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was, dan wel aan degene aan wie het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen werd overgedragen. De artikelen 4, 6 en 7 zijn alsdan van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beschikking uiterlijk binnen acht maanden nadat de gedraging heeft plaatsgevonden wordt bekendgemaakt.
Tegen de beslissing van de officier van justitie kan degene die administratief beroep heeft ingesteld, beroep instellen bij de rechtbank; het beroep wordt behandeld en beslist door de kantonrechter. In afwijking van artikel 6:4, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt het beroepschrift ingediend bij de officier van justitie die ingevolge artikel 6, eerste lid, op het administratief beroep heeft beslist. Hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
Het beroep kan worden ingesteld ter zake dat:
- a.
de gedraging niet is verricht of dat, buiten het geval van artikel 5, degene tot wie de beschikking is gericht, de gestelde gedraging niet heeft verricht;
- b.
de officier van justitie had moeten beslissen dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden, het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel dat hij, gelet op de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert, een lager bedrag van de administratieve sanctie had moeten vaststellen;
- c.
de officier van justitie ten onrechte de beschikking niet op grond van artikel 8 heeft vernietigd.
Artikel 6, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
De officier van justitie brengt het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken ter kennis van de rechtbank van het arrondissement waarin de gedraging is verricht, dan wel, in het geval bedoeld in artikel 6, eerste lid, tweede volzin, bij de rechtbank van het arrondissement waarin de woonplaats van de betrokkene is gelegen.
Het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken worden door de officier van justitie aan de rechtbank ter kennis gebracht binnen zes weken nadat de indiener zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten, dan wel nadat de termijn daarvoor is verstreken.
Indien de officier van justitie geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoetgekomen is, kan de in het eerste lid bedoelde termijn zonodig met vier weken worden verlengd.
De zekerheid wordt door de indiener bij het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden, bedoeld in artikel 1 van het Besluit Instelling Centraal Justitieel Incassobureau, gesteld, hetzij door middel van de aan betrokkene toegezonden accept-giro, hetzij anderszins door storting op de rekening van het Centraal Justitieel Incassobureau. De officier van justitie wijst de indiener van het beroepschrift na de ontvangst ervan op de verplichting tot zekerheidstelling en deelt hem mee dat de zekerheidstelling dient te geschieden binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling. Indien de zekerheidstelling niet binnen deze termijn is geschied, wordt het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Alle op een beroepschrift betrekking hebbende stukken worden, indien zekerheidstelling heeft plaatsgevonden, nedergelegd ter griffie van de rechtbank. Hiervan wordt door de griffier mededeling gedaan aan degene die het beroep heeft ingesteld. De betrokkene of zijn gemachtigde kan binnen een door de kantonrechter bepaalde en aan hem door de griffier medegedeelde termijn, deze stukken inzien en daarvan afschriften of uittreksels vragen. Op de voor de verstrekking van afschriften en uittreksels aan de betrokkene of zijn gemachtigde in rekening te brengen vergoedingen is het ter zake bepaalde bij of krachtens de Wet griffierechten burgerlijke zaken van overeenkomstige toepassing.
De kantonrechter stelt, alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid om op een door de kantonrechter bepaalde dag en uur op een openbare zitting hun zienswijze nader toe te lichten. Zij worden daartoe door de griffier opgeroepen. De oproep aan degene die het beroep heeft ingesteld wordt gericht aan het in het beroepschrift vermelde adres.
Degene die het beroep heeft ingesteld, kan zich ter zitting doen bijstaan of doen vertegenwoordigen door een advocaat of door een daartoe schriftelijk door hem gemachtigde.
Ter zitting kunnen getuigen en deskundigen worden meegebracht, ten einde door de kantonrechter te worden gehoord. Deze kan ambtshalve of op verzoek ook andere personen als getuige of deskundige horen.
De kantonrechter kan bevelen, dat getuigen niet zullen worden gehoord en tolken niet tot de uitoefening van hun taak zullen worden toegelaten dan na het afleggen van de eed of belofte.
Zij leggen in dat geval ten overstaan van hem de eed of belofte af; de getuigen: dat zij zullen zeggen de gehele waarheid en niets dan de waarheid; de tolken: dat zij hun plichten als tolk met nauwkeurigheid zullen vervullen. De deskundigen zijn verplicht hun taak onpartijdig en naar beste weten te verrichten.
Titel IV van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
Indien de kantonrechter bevindt dat het beroep ontvankelijk is en dat de beslissing van de officier van justitie niet of niet ten volle gehandhaafd kan worden, verklaart de kantonrechter het beroep geheel of gedeeltelijk gegrond en vernietigt of wijzigt het daarbij de bestreden beslissing.
De beslissing van de kantonrechter is met redenen omkleed en wordt hetzij terstond, hetzij uiterlijk veertien dagen nadien, op een openbare zitting uitgesproken.
De beslissing wordt in het proces-verbaal der zitting aangetekend. De aantekening bevat de gronden waarop de beslissing berust. Een afschrift van de aantekening van de beslissing wordt toegezonden aan partijen.
De kantonrechter is bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank, en van het bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De artikelen 7:15, tweede tot en met vierde lid, en 7:28, tweede, vierde en vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing. Een natuurlijke persoon kan slechts in de kosten worden veroordeeld in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Het Besluit proceskosten bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
In geval van een veroordeling in de kosten ten behoeve van een partij aan wie ter zake van het beroep bij de kantonrechter, het bezwaar of het administratief beroep een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, wordt het bedrag van de kosten betaald aan de rechtsbijstandverlener. De rechtsbijstandverlener stelt de belanghebbende zoveel mogelijk schadeloos voor de door deze voldane eigen bijdrage. De rechtsbijstandverlener doet aan de Raad voor rechtsbijstand opgave van een kostenvergoeding door het bestuursorgaan.
In geval van een veroordeling in de kosten ten behoeve van de indiener van het beroepschrift worden de kosten door de Staat der Nederlanden vergoed.
In geval van intrekking van het beroep omdat de officier van justitie geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de officier van justitie op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 13a in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep. Indien aan dit vereiste niet is voldaan, wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek wordt bij de officier van justitie ingediend.
De kantonrechter stelt de verzoeker zo nodig in de gelegenheid het verzoek schriftelijk toe te lichten en stelt de officier van justitie in de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Hij stelt hiervoor termijnen vast. Indien het verzoek mondeling wordt gedaan, kan de kantonrechter bepalen dat het toelichten van het verzoek en het voeren van verweer onmiddellijk mondeling geschieden.
Indien het toelichten van het verzoek en het voeren van verweer mondeling zijn geschied, sluit de kantonrechter het onderzoek.
Indien het verzoek schriftelijk wordt toegelicht, nodigt de kantonrechter partijen uit ter zitting te verschijnen. Indien partijen daarvoor toestemming hebben gegeven, kan de kantonrechter bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. De kantonrechter kan ook ambtshalve besluiten het verzoek buiten zitting af te doen. De kantonrechter sluit vervolgens het onderzoek.
Degene die bij de rechtbank beroep heeft ingesteld, alsmede de officier van justitie, kunnen tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, tenzij de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing niet meer bedraagt dan € 70.
Eveneens kan degene die bij de rechtbank beroep heeft ingesteld doch daarin met toepassing van het bepaalde in artikel 11, derde lid, niet-ontvankelijk is verklaard, tegen die beslissing hoger beroep instellen op de grond dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat de zekerheid niet dan wel niet tijdig is gesteld dan wel ten onrechte niet heeft geoordeeld dat de indiener redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest.
In afwijking van artikel 6:4 van de Algemene wet bestuursrecht geschiedt het instellen van hoger beroep door het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank van de kantonrechter tegen wiens beslissing het beroep is gericht.
Nadat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, zendt de griffier van de rechtbank het ingekomen beroepschrift met de stukken van het geding en een afschrift van de beslissing onverwijld ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in.
Het gerechtshof beslist, behoudens het bepaalde in het tweede lid, in enkelvoudige kamers.
De oudste in rang van de voorzitters van de meervoudige kamers regelt de verdeling van de werkzaamheden over de kamers. Indien de voorzitter de zaak niet vatbaar acht voor afdoening door een enkelvoudige kamer, wijst hij voor de behandeling van de zaak de meervoudige kamer aan.
De voorzitter is bevoegd een reeds door een meervoudige kamer in behandeling genomen zaak op voordracht van die kamer te verwijzen naar een enkelvoudige kamer.
Een enkelvoudige kamer kan een zaak in iedere stand van het geding naar een meervoudige kamer verwijzen.
De artikelen 512 tot en met 518 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
Nadat het hoger beroep is ingesteld treedt de advocaat-generaal bij het ressortsparket als partij in de plaats van de officier van justitie.
De officier van justitie verstrekt de advocaat-generaal bij het ressortsparket de nodige inlichtingen.
De griffier van het gerechtshof zendt een door hem voor eensluidend getekend afschrift van het beroepschrift onverwijld toe aan degene, die mede tot het instellen van hoger beroep gerechtigd was.
Deze kan binnen vier weken nadat het afschrift is verzonden, bij het gerechtshof een ondertekend verweerschrift indienen.
De griffier van het gerechtshof zendt een door hem voor eensluidend getekend verweerschrift onverwijld aan degene die hoger beroep heeft ingesteld. Deze kan binnen twee weken nadat het afschrift van het verweerschrift is verzonden schriftelijk een nadere toelichting geven op zijn beroep. Indien een nadere toelichting gegeven wordt, stelt het gerechtshof de in het eerste lid bedoelde persoon in de gelegenheid hierop eveneens binnen twee weken te reageren.
Partijen kunnen afschriften van of uittreksels uit door hen omschreven stukken verkrijgen. Op de voor de verstrekking van afschriften of uittreksels in rekening te brengen vergoedingen is het bij of krachtens de Wet griffierechten burgerlijke zaken bepaalde van overeenkomstige toepassing.
Het gerechtshof kan partijen en zonodig getuigen en deskundigen opdragen binnen een bepaalde termijn schriftelijk inlichtingen te geven of onder hen berustende stukken in te zenden.
Een partij kan schriftelijk verzoeken om een behandeling ter zitting. Zodanig verzoek wordt ingediend bij het beroepschrift of, indien een verweerschrift is ingediend, uiterlijk binnen twee weken na verzending daarvan door het gerechtshof aan de wederpartij.
De voorzitter van de kamer die de zaak in behandeling heeft bepaalt dag en uur van de behandeling ter zitting.
De zitting is openbaar.
Indien de zaak op een zitting zal worden behandeld worden de stukken van het geding neergelegd ter griffie van het gerechtshof. Hiervan wordt door de griffier mededeling gedaan aan partijen, onder vermelding van de termijn waarbinnen deze stukken aldaar kunnen worden ingezien en dat daarvan afschriften of uittreksels kunnen worden gevraagd. Op de voor de verstrekking van afschriften of uittreksels in rekening te brengen vergoedingen is het bij of krachtens de Wet griffierechten burgerlijke zaken bepaalde van overeenkomstige toepassing.
Indien de zaak op een zitting zal worden behandeld worden partijen uitgenodigd ter zitting. De oproep aan degene die hoger beroep heeft ingesteld wordt gericht aan het adres opgegeven in het beroepschrift in hoger beroep dan wel, in geval de officier van justitie hoger beroep heeft ingesteld, aan het door de betrokkene in het verweerschrift of in het beroepschrift bij de rechtbank opgegeven adres.
Degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, kan zich ter zitting laten bijstaan of zich door een gemachtigde laten vertegenwoordigen.
Ter zitting kunnen getuigen of deskundigen worden meegebracht ten einde door het gerechtshof te worden gehoord. Het gerechtshof kan ambtshalve of op verzoek ook andere personen als getuige of deskundige horen.
Het gerechtshof kan bevelen dat getuigen niet zullen worden gehoord en tolken niet tot de uitoefening van hun taak zullen worden toegelaten dan na het afleggen van de eed of belofte.
Ze leggen in dat geval ten overstaan van de voorzitter de eed of belofte af;
de getuigen: dat zij zullen zeggen de gehele waarheid en niets dan de waarheid;
de tolken: dat zij hun plichten als tolk met nauwkeurigheid zullen vervullen.
De deskundigen zijn verplicht hun taak onpartijdig en naar beste weten te vervullen.
Van het verhandelde ter zitting wordt proces-verbaal opgemaakt, hetwelk door de voorzitter en de griffier wordt vastgesteld en ondertekend.
Indien het gerechtshof het beroepschrift ontvankelijk acht, bevestigt het gerechtshof de beslissing van de kantonrechter, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden, of doet het, met gehele of gedeeltelijke vernietiging van de bestreden beslissing van de kantonrechter, hetgeen de kantonrechter zou behoren te doen.
Indien de beslissing van de kantonrechter moet worden vernietigd op de in artikel 14, tweede lid, genoemde grond wijst het gerechtshof de zaak terug naar de rechtbank, tenzij door betrokkene de behandeling van het beroep door het gerechtshof zelf is verlangd. In geval van terugwijzing doet de kantonrechter recht met inachtneming van het arrest van het gerechtshof.
Het arrest van het gerechtshof is met redenen omkleed. Het wordt op een openbare zitting uitgesproken. Indien de zaak ter zitting is behandeld wordt het arrest aangetekend in het proces-verbaal van die zitting en wordt het uiterlijk veertien dagen na de sluiting van het onderzoek ter zitting uitgesproken. Indien de zaak niet ter zitting is behandeld wordt het arrest op een door de voorzitter te bepalen dag uiterlijk zes weken nadat de laatste van de in artikel 19 bedoelde termijnen is verstreken uitgesproken.
De artikelen 13a en 13b zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de laatste volzin van artikel 13b, eerste lid.
Een afschrift van het arrest wordt toegezonden aan partijen.
De verplichting tot zekerheidstelling vervalt nadat ten aanzien van de opgelegde administratieve sanctie een onherroepelijke beslissing is genomen.
Indien de in het eerste lid bedoelde beslissing inhoudt dat de opgelegde administratieve sanctie geheel of gedeeltelijk blijft gehandhaafd, wordt de verschuldigde administratieve sanctie op de zekerheidstelling verhaald.
Met de inning van de administratieve sancties is de officier van justitie belast.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden omtrent de inning voorschriften gegeven. Deze voorschriften hebben in ieder geval betrekking op de plaats en wijze van betaling van de administratieve sanctie, de administratiekosten, de verantwoording van de ontvangen geldbedragen, alsmede op de kosten van verhaal, de invorderingskosten daaronder begrepen.
Een ieder is verplicht desgevorderd onverwijld aan de officier van justitie, die met de inning van de administratieve sanctie is belast, de inlichtingen te verstrekken welke naar het redelijk oordeel van het openbaar ministerie noodzakelijk zijn ten behoeve van de toepassing van het eerste lid van dit artikel. De artikelen 217 en 218 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
Uiterlijk binnen twee weken nadat een beschikking waarbij een administratieve sanctie is opgelegd, onherroepelijk is geworden, moeten de administratieve sanctie en de administratiekosten zijn voldaan.
De sanctie wordt van rechtswege met vijftig procent verhoogd indien deze niet tijdig geheel wordt voldaan.
Degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd, is tot betaling van het ingevolge artikel 23 verhoogde bedrag verplicht binnen vier weken nadat de officier van justitie hem over de gewone post een aanmaning heeft toegezonden.
Indien degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd nalatig blijft de sanctie en de daarop gevallen verhoging geheel te voldoen binnen de in de aanmaning gestelde termijn van vier weken, wordt het inmiddels verschuldigde bedrag van rechtswege verder verhoogd met honderd procent van het bedrag van de sanctie en de daarop inmiddels gevallen verhoging, en kan door de officier van justitie verhaal worden genomen op de goederen, de inkomsten en het vermogen van degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 26 en 27.
Door de officier van justitie kan verhaal worden genomen gedurende twee jaar nadat ten aanzien van de administratieve sanctie een onherroepelijke beslissing is genomen.
Het recht om verhaal te nemen vervalt door het overlijden van degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd.
Verhaal op de goederen van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd geschiedt krachtens een dwangbevel, medebrengende het recht om die goederen zonder vonnis aan te tasten.
Het dwangbevel wordt in naam van de Koning uitgevaardigd door de officier van justitie in het arrondissement Noord-Nederland. Het wordt ten uitvoer gelegd als een vonnis van de burgerlijke rechter.
Tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel kan verzet worden gedaan, hetwelk niet gericht zal kunnen zijn tegen de beslissing waarbij de administratieve sanctie werd opgelegd. Verzet wordt gedaan bij een met redenen omkleed verzetschrift. Het verzetschrift wordt binnen twee weken na de betekening van het dwangbevel ingediend bij de rechtbank van het arrondissement waar het adres is van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd. Wordt binnen twee weken na de betekening tot inbeslagneming overgegaan, dan wordt het verzetschrift binnen een week na de dag van inbeslagneming ingediend. Bij het verzetschrift worden het dwangbevel en een afschrift van het exploit van betekening van het dwangbevel overgelegd.
Degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, is een griffierecht verschuldigd. De griffier wijst de indiener van het verzetschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, wordt het verzet niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Indien de in het derde lid bedoelde stukken niet zijn overgelegd, deelt de griffier de indiener van het verzetschrift mee dat deze stukken binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling ter griffie dienen te zijn overgelegd. Indien dit laatste niet binnen deze termijn is geschied, wordt het verzet niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
De griffier brengt het verzetschrift en de daarop betrekking hebbende stukken ter kennis van de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden, ten einde hem in de gelegenheid te stellen daarover de nodige opmerkingen te maken. De officier van justitie stelt de betrokken gerechtsdeurwaarder ervan in kennis dat verzet is gedaan. De kantonrechter geeft zo spoedig mogelijk na afloop van deze termijn, na zo nodig degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd te hebben gehoord, althans opgeroepen om te verschijnen, zijn met redenen omklede beschikking, welke onverwijld aan degene die het verzet heeft gedaan en aan de officier van justitie in het arrondissement Noord-Nederland wordt medegedeeld. De artikelen 13a en 13b zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de laatste volzin van artikel 13b, eerste lid.
Indien de kantonrechter het verzet gegrond oordeelt, houdt de beschikking tevens in dat aan de indiener van het verzetschrift het door hem betaalde griffierecht wordt vergoed door de griffier. In de overige gevallen kan de kantonrechter bepalen dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Ten aanzien van derden die bij een inbeslagneming van goederen daarop geheel of gedeeltelijk recht menen te hebben, zijn de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.
De kosten van het verhaal krachtens dit artikel worden op gelijke voet als de administratieve sanctie op degene aan wie deze sanctie is opgelegd verhaald. Onder de kosten van het verhaal zijn begrepen de invorderingskosten.
De officier van justitie in het arrondissement Noord-Nederland, alsmede degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, kunnen tegen de beschikking van de kantonrechter binnen twee weken na de verzending van de mededeling van de beschikking van de kantonrechter hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift wordt ingediend bij de griffie van de rechtbank die de beschikking heeft gegeven.
Degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, is in zijn beroep slechts ontvankelijk na voorafgaande zekerheidstelling van het nog verschuldigde bedrag en van al de kosten. De zekerheid wordt gesteld bij het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden, bedoeld in artikel 1 van het Besluit Instelling Centraal Justitieel Incassobureau, door storting op de rekening van het Centraal Justitieel Incassobureau. De griffier van de rechtbank wijst de indiener van het beroepschrift op de verplichting tot zekerheidstelling en deelt hem mee dat de zekerheidstelling dient te geschieden binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling. Indien de zekerheidstelling niet binnen deze termijn is geschied, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, is eveneens een griffierecht verschuldigd. De griffier van de rechtbank wijst de indiener van het beroepschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie te zijn gestort. Indien het griffierecht niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Nadat de zekerheidstelling en de bijschrijving of de storting van het griffierecht hebben plaatsgevonden of nadat de termijnen voor het stellen van de zekerheid en de betaling van het griffierecht ongebruikt zijn verstreken, zendt de griffier van de rechtbank het beroepschrift met de daarop betrekking hebbende stukken en een afschrift van de beschikking van de kantonrechter onverwijld ter griffie van het gerechtshof in.
Op de behandeling van het hoger beroep zijn de artikelen 16 tot en met 20c van overeenkomstige toepassing.
Het gerechtshof beslist zo spoedig mogelijk. De artikelen 13a en 13b, met uitzondering van de laatste volzin van artikel 13b, eerste lid, en 20d, eerste en derde lid, zijn op de beschikking van overeenkomstige toepassing.
Afschrift van de beschikking wordt door de griffier van het gerechtshof gezonden aan degenen die tot het instellen van hoger beroep gerechtigd waren.
Verhaal kan zonder dwangbevel worden genomen op:
- a.
inkomsten in geld uit arbeid van degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd;
- b.
pensioenen, wachtgelden en andere uitkeringen waarop degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, aanspraak heeft;
- c.
het tegoed van een rekening bij een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, waarover degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd te eigen bate mag beschikken, alsmede, indien de bank en degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd in samenhang met die rekening een overeenkomst inzake krediet zijn aangegaan, op uit het ingevolge die overeenkomst verstrekte krediet.
Verhaal met toepassing van het eerste lid geschiedt door middel van een schriftelijke kennisgeving van het openbaar ministerie dat met de inning van de administratieve sanctie is belast. De kennisgeving bevat een voor de uitoefening van het verhaal voldoende aanduiding van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, en vermeldt welk bedrag uit hoofde van de beschikking nog verschuldigd is, dan wel bij welke rechterlijke uitspraak de administratieve sanctie is opgelegd, alsmede de plaats waar de betaling moet geschieden. Zij wordt verstrekt aan degene onder wie het verhaal wordt genomen, en betekend aan degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd. In het laatste geval zijn de artikelen 529 tot en met 532 en de artikelen 585 tot en met 588, 589 en 590 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in afwijking van artikel 588, derde lid, onderdeel c, in gevallen als daar bedoeld, de schriftelijke kennisgeving onverwijld aan het adres van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd wordt toegezonden.
Door de verstrekking van de kennisgeving is degene onder wie het verhaal wordt genomen, verplicht tot onverwijlde betaling aan de officier van justitie van het in de kennisgeving bedoelde bedrag voor zover degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd op hem een opeisbare vordering heeft of verkrijgt. De officier van justitie bepaalt de termijn waarbinnen de betaling moet geschieden. De verplichting tot betaling vervalt zodra het uit hoofde van de beschikking verschuldigde bedrag is betaald of verhaald en uiterlijk wanneer acht weken na de dag van verstrekking van de kennisgeving zijn verstreken.
Degene onder wie het verhaal wordt genomen, kan zich niet tegenover de officier van justitie beroepen op het tenietgaan of de vermindering van zijn schuld aan degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd door betaling of door verrekening met een tegenvordering dan in de gevallen waarin hij daartoe ook bevoegd zou zijn geweest bij een op het tijdstip van de betekening overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gelegd beslag onder derden. Indien een andere schuldeiser op de vordering waarop het verhaal wordt genomen, beslag heeft gelegd, is artikel 478 van het Wetboek van overeenkomstige toepassing. Het verhaal wordt voor de toepassing van de artikelen 33 en 301 van de Faillissementswet met een beslag onder derden gelijkgesteld.
Indien verhaal is genomen op vordering van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, zijn de artikelen 475a tot en met 475g, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.
Iedere belanghebbende kan binnen een week na de betekening van de in het tweede lid bedoelde kennisgeving bij met redenen omkleed verzetschrift verzet doen tegen het verhaal. Artikel 26, derde tot en met negende lid, en artikel 26a zijn van overeenkomstige toepassing.
De kosten van het verhaal krachtens dit artikel worden op gelijke voet als de administratieve sanctie op degene aan wie deze sanctie is opgelegd verhaald. Onder de kosten van het verhaal zijn begrepen de invorderingskosten.
Verhaal zonder dwangbevel kan niet worden genomen als degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, valt onder de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in Titel III van de Faillissementswet.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de staat geldbedragen, verkregen uit de tenuitvoerlegging van administratieve sancties, op een daarbij vast te stellen grondslag en naar daarbij vast te stellen regelen ten goede laat komen aan een rechtspersoon die krachtens het publiekrecht is ingesteld.
De officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Nederland kan, indien niet of niet volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 26 en 27 heeft plaatsgevonden, bij de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waar het adres is van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd een vordering instellen om te worden gemachtigd om per gedraging waarvoor een administratieve sanctie is opgelegd het dwangmiddel gijzeling toe te passen van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, voor ten hoogste één week. Indien degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, maar niet op het daarin opgenomen adres woonachtig is, dan wel indien degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, geschiedt de instelling van de bovenbedoelde vordering door bij de rechtbank Noord-Nederland door de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Nederland. Een verleende machtiging om gijzeling toe te passen kan tot uiterlijk vijf jaar nadat de opgelegde administratieve sanctie onherroepelijk is geworden, worden uitgevoerd.
Op de vordering wordt niet beslist dan nadat degene aan wie de sanctie is opgelegd door de kantonrechter is gehoord, althans behoorlijk is opgeroepen. De oproeping van degene die als ingezetene is ingeschreven op een in de basisregistratie personen opgenomen adres, maar niet op het daarin opgenomen adres woonachtig is, dan wel geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, geschiedt in de Staatscourant. Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.
De officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Nederland of de ambtenaar die door hem is belast met de toepassing van de gijzeling heeft voor het in gijzeling stellen van de betrokkene toegang tot elke plaats.
De toepassing van het dwangmiddel wordt gestaakt, zodra het verschuldigde bedrag aan de instantie, belast met deze toepassing, is betaald. De toepassing van het dwangmiddel heft de verschuldigdheid niet op.
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de tenuitvoerlegging van de gijzeling als bedoeld in het eerste lid.
Indien niet of niet volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 26 en 27 heeft plaatsgevonden, kan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Nederland het rijbewijs innemen van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd. De officier kan tot uiterlijk vijf jaar nadat de opgelegde administratieve sanctie onherroepelijk is geworden van zijn bevoegdheid gebruik maken. De inneming van het rijbewijs duurt ten hoogste vier weken.
Indien niet of niet volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 26 en 27 heeft plaatsgevonden, kan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Nederland het voertuig waarmee de gedraging heeft plaatsgevonden buiten gebruik stellen of, indien dit voertuig niet wordt aangetroffen, een soortgelijk voertuig waarover degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, vermag te beschikken. De officier kan tot uiterlijk vijf jaar nadat de opgelegde administratieve sanctie onherroepelijk is geworden van zijn bevoegdheid gebruik maken. De buitengebruikstelling duurt ten hoogste vier weken.
Indien degene wiens voertuig buiten gebruik kan worden gesteld door de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Nederland niet terstond voldoet aan het overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en artikel 25 verhoogde bedrag van de administratieve sanctie, is de officier van justitie bevoegd het voertuig op kosten van de betrokkene naar een door hem aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te doen stellen. Het voertuig wordt tussentijds aan de rechthebbende teruggegeven tegen betaling van het bedrag van de administratieve sanctie en de daarop gevallen verhogingen, alsmede van de kosten van overbrenging en bewaring.
De officier van justitie is tevens bevoegd om in het in het eerste lid bedoelde geval aan het voertuig een mechanisch hulpmiddel te doen aanbrengen, waardoor wordt verhinderd dat het voertuig wordt weggereden. Het mechanisch hulpmiddel wordt tussentijds niet verwijderd dan nadat het bedrag van de administratieve sanctie en de daarop gevallen verhogingen, alsmede de kosten van het aanbrengen en van het verwijderen ervan zijn voldaan.
Indien twaalf weken na de aanvang van de buitengebruikstelling de rechthebbende zijn voertuig niet heeft afgehaald, wordt hij geacht zijn recht op de zaak te hebben opgegeven en is de officier van justitie bevoegd het voertuig om niet aan een derde in eigendom te doen overdragen, te doen verkopen of te doen vernietigen. Gelijke bevoegdheid bestaat ook binnen de bedoelde termijn, zodra het gezamenlijke bedrag van de opgelegde administratieve sanctie, de daarop gevallen verhoging, de kosten van het aanbrengen en het verwijderen, alsmede de kosten van overbrenging en bewaring, vermeerderd met de voor de verkoop, de eigendomsoverdracht om niet of de vernietiging geraamde kosten, in verhouding tot de waarde van het voertuig naar zijn oordeel onevenredig hoog zou worden.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de overbrenging, bewaring, eigendomsoverdracht om niet, verkoop, vernietiging, de berekening van de kosten van overbrenging en bewaring, alsmede omtrent hetgeen verder voor de uitvoering van dit artikel noodzakelijk is.
Degene wiens rijbewijs kan worden ingenomen door de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Nederland, is verplicht op eerste vordering van de officier van justitie het rijbewijs in te leveren op een door de officier van justitie te bepalen tijdstip en aan te wijzen plaats.
De termijn, bedoeld in artikel 28a, vangt aan op het tijdstip waarop de inlevering van het rijbewijs heeft plaatsgevonden.
Indien aan de verplichting tot inlevering van het rijbewijs niet wordt voldaan, is de officier van justitie bevoegd dat rijbewijs op kosten van de in het eerste lid bedoelde persoon te doen inleveren. Afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
De officier van justitie doet van het tijdstip, bedoeld in het eerste en in het tweede lid, onverwijld mededeling aan de beheerder van het rijbewijzenregister in de zin van de Wegenverkeerswet 1994. De officier van justitie doet op gelijke wijze mededeling van het tijdstip waarop het rijbewijs is teruggegeven.
Indien de in artikel 3, eerste lid, bedoelde ambtenaren bij de uitoefening van de in artikel 3, eerste lid, omschreven bevoegdheid bevinden dat de bestuurder geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, dan wel geregistreerd staat voor het niet voldoen van een hem eerder overeenkomstig de bepalingen van deze wet opgelegde administratieve sanctie, kunnen zij vorderen dat het bedrag van de opgelegde en van de reeds verschuldigde administratieve sanctie en van de administratiekosten terstond zal worden voldaan dan wel dat zekerheid wordt gesteld dat het bedrag van de bedoelde sanctie tijdig zal worden voldaan.
Indien de in artikel 3, eerste lid, bedoelde ambtenaren hebben vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is en waarvan aannemelijk is dat de kentekenhouder geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, dan wel dat de kentekenhouder geregistreerd staat voor het niet voldoen van een hem eerder overeenkomstig de bepalingen van deze wet opgelegde sanctie, zijn zij bevoegd bij wijze van voorlopige maatregel het voertuig naar een door hen aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te stellen, dan wel aan het voertuig een mechanisch hulpmiddel te doen aanbrengen, waardoor wordt verhinderd dat het voertuig wordt weggereden. Zij kunnen vorderen dat, alvorens het voertuig aan de bestuurder wordt teruggegeven, naast de kosten van overbrenging en bewaring, eveneens het bedrag van de opgelegde administratieve sanctie en de administratiekosten en van de eerder overeenkomstig de bepalingen van deze wet opgelegde en inmiddels verschuldigde administratieve sanctie en de administratiekosten zal worden voldaan.
Voldoening van het bedrag van de opgelegde administratieve sanctie en van de administratiekosten laat de bevoegdheid tegen de beschikking van de ambtenaar beroep in te stellen als omschreven in de artikelen 6 en 9 onverlet. Wordt het beroep gegrond verklaard, dan wordt het bedrag van de administratieve sanctie en van de administratiekosten teruggegeven. Artikel 29, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Indien aan de in artikel 31, eerste lid, bedoelde vordering niet wordt voldaan, is de ambtenaar bevoegd bij wijze van voorlopige maatregel het voertuig in bewaring te stellen, totdat het bedrag van de opgelegde en van de reeds verschuldigde administratieve sanctie en van de administratiekosten, alsmede de inmiddels daarop gevallen kosten van de inbewaringstelling zijn voldaan. Daartoe kan hij op kosten van de bestuurder het voertuig naar een door hem aangewezen nabijgelegen plaats overbrengen of doen overbrengen en aldaar in bewaring doen stellen. Zo nodig roept hij hierbij de hulp van de sterke arm in. Artikel 29, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Van iedere inbewaringstelling maakt de betrokken ambtenaar proces-verbaal op. Hij zendt dit proces-verbaal binnen vierentwintig uur aan de officier van justitie in het arrondissement waar de inbewaringstelling is geschied. Een afschrift van het proces-verbaal wordt gelijktijdig uitgereikt of toegezonden aan de bestuurder, alsmede aan degene aan wie het kenteken van het motorrijtuig is opgegeven. Daarbij wordt hij gewezen op het bepaalde in artikel 29, derde lid.
Tegen een inbewaringstelling kan elke belanghebbende beroep instellen bij de rechtbank op grond dat
- a.
de inbewaringstelling met een algemeen verbindend voorschrift strijdt;
- b.
de ambtenaar van zijn in artikel 32 omschreven bevoegdheid op een kennelijk onredelijke wijze heeft gebruik gemaakt.
Het beroepschrift wordt ingediend bij de officier van justitie in het arrondissement waar de inbewaringstelling is geschied. De officier van justitie brengt het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken ter kennis van de rechtbank van het arrondissement waar de inbewaringstelling is geschied.
Het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken worden door de officier van justitie aan de rechtbank ter kennis gebracht binnen vier dagen nadat de indiener zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de sanctie, dan wel nadat de termijn daarvoor is verstreken.
De kantonrechter beslist zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na de dag waarop het beroepschrift bij de officier van justitie is ingediend. Ten aanzien van de behandeling van het beroepschrift en de uitspraak zijn de artikelen 11, tweede, derde en vierde lid, 12, 13, 13a en 13b van overeenkomstige toepassing.
Indien de kantonrechter het beroepschrift gegrond acht, gelast hij de onmiddellijke teruggave van het voertuig.
Het instellen van beroep schorst de bevoegdheid van de officier van justitie, bedoeld in artikel 29, derde lid, tot de dag na die waarop de kantonrechter zijn beslissing heeft gegeven.
Met geldboete van de tweede categorie wordt gestraft:
- a.
hij die niet voldoet aan vordering van een krachtens artikel 3, eerste lid, aangewezen toezichthouder;
- b.
hij die de gegevens waarop de in het eerste lid bedoelde vordering betrekking heeft, onjuist opgeeft;
- c.
hij die niet voldoet aan de in artikel 30 omschreven verplichting.
Het strafbare feit is een overtreding.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent hetgeen verder ter uitvoering van deze wet nodig is.
Behoudens in geval van een verzetschrift als bedoeld in artikel 26, derde lid, een beroepschrift bedoeld in artikel 26a en een verzetschrift als bedoeld in artikel 27, zesde lid, is op grond van deze wet geen recht verschuldigd in de zin van de Wet griffierechten burgerlijke zaken.
Indien het verzetschrift wordt ingetrokken omdat de officier van justitie geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzetschrift is tegemoetgekomen wordt het door de indiener betaalde griffierecht aan hem vergoed door de desbetreffende officier van justitie. In de overige gevallen kan de desbetreffende officier van justitie, indien het verzet wordt ingetrokken, het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
Afdeling A. Verkeer te land | |||
Categorie-indeling B: | |||
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; | |||
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; | |||
3 – Bromfietsers en snorfietsers; | |||
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; | |||
5 – Voetgangers; | |||
6 – Overige weggebruikers; | |||
7 – Gezagvoerders/schippers; | |||
8 – Een ieder. | |||
NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen | |||
NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen |
Feit | Overtreden artikel | Tarief in euro per feit en categorie | ||||||||||
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | |||||
Nummers K 006 – K 171: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR) | ||||||||||||
K | 025 | als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het kentekenbewijs niet behoorlijk leesbaar is | 45 | 45 | 45 | |||||||
het kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig hebben op of aan | ||||||||||||
K | 030 | a | – een motorrijtuig | 130 | 130 | 90 | 130 | |||||
K | 030 | b | – de aanhangwagen | 130 | 130 | 90 | 130 | |||||
K | 035 | het ongeldig verklaarde kentekenbewijs niet binnen de bepaalde termijn inleveren bij de Dienst Wegverkeer | 230 | |||||||||
voor een kentekenplichtig motorrijtuig van 3.500 kg of minder | ||||||||||||
K | 045 | a | – is geen keuringsbewijs afgegeven | 130 | 130 | |||||||
K | 045 | b | – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren | 72 lid 2 sub b WVW 1994 | 130 | 130 | ||||||
voor een kentekenplichtig motorrijtuig of aanhangwagen van meer dan 3.500 kg | ||||||||||||
K | 046 | a | – is geen keuringsbewijs afgegeven | 72 lid 1 WVW 1994 | 400 | 400 | ||||||
K | 046 | b | – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren | 72 lid 2 sub b WVW 1994 | 400 | 400 | ||||||
als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het rijbewijs | ||||||||||||
K | 060 | a | – niet voldoet aan de gestelde eisen | 45 | 45 | 30 | ||||||
K | 060 | e | – zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, waarbij de geldigheidsduur één jaar of minder is verstreken | 107 lid 2 sub b WVW 1994 | 90 | 90 | 60 | |||||
K | 060 | c | – niet behoorlijk leesbaar is | 107 lid 2 sub c WVW 1994 | 90 | 90 | 60 | |||||
K | 060 | h | als bestuurder van een bromfiets rijden, terwijl het rijbewijs ongeldig is verklaard voor een of meer categorieën, niet zijnde de categorie AM, en aan betrokkene geen nieuw rijbewijs voor de categorie AM is afgegeven | 107 lid 2 sub b WVW 1994 | 60 | |||||||
K | 065 | c | als 17-jarige bestuurder in het bezit van een rijbewijs B een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B besturen terwijl naast de bestuurder geen in de begeleiderspas vermelde begeleider zit | 140 | ||||||||
K | 065 | d | als 17-jarige bestuurder in het bezit van een rijbewijs B een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B besturen terwijl naast de bestuurder een in de begeleiderspas vermelde begeleider zit, ten aanzien van wie de bestuurder weet dat deze onder zodanige invloed verkeert van een de rijvaardigheid verminderende stof zoals alcohol of een andere stof in de zin van artikel 8 lid 1 WVW 1994, dat de begeleider niet meer tot behoorlijk begeleiden in staat moet worden geacht | 110 WVW 1994 jo. 173 k lid 1 onder d RR | 140 | |||||||
K | 090 | aa | rijonderricht geven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, tweewielige bromfiets, terwijl deze niet is voorzien van een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding | 90 | ||||||||
rijonderricht geven voor rijbewijs B terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van | ||||||||||||
K | 090 | a | – een dubbele bediening c.q. een onderbreker | 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 8 sub a RR | 280 | |||||||
K | 090 | b | – een binnen en een buitenspiegel ten behoeve van de rij-instructeur | 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 8 sub b RR | 280 | |||||||
K | 090 | c | – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding | 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 8 sub b RR | 90 | |||||||
rijonderricht geven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, drie- of vierwielige bromfiets, terwijl deze niet is voorzien van | ||||||||||||
K | 090 | bb | – een dubbele bediening c.q. onderbreker | 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 2 RR | 280 | |||||||
K | 090 | cc | – een binnen- en buitenspiegel ten behoeve van de rijinstructeur | 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 2 RR | 280 | |||||||
K | 090 | dd | – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding | 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 2 RR | 90 | |||||||
K | 145 | a | als bestuurder handelen in strijd met één of meer aan een ontheffing verbonden voorschrift(en), niet betrekking hebbend op de begeleiding of vakbekwaamheid | 140 | 140 | 95 | 55 | |||||
als bestuurder van een motorrijtuig niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven | ||||||||||||
K | 150 | a | – het kentekenbewijs | 45 | 45 | 45 | ||||||
K | 150 | c | – het rijbewijs | 160 lid 1 sub b WVW 1994 | 90 | 90 | 90 | |||||
K | 150 | cd | – rijbewijs, niet zijnde rijbewijs AM | artikel VIII Wet van 28 juni 2006, wijziging WVW 1994 ivm invoer bromfietsrijbewijs (Stb. 2006, 322) (feit geldt tot 1 oktober 2016, daarna vervalt deze feitcode) | 90 | 90 | 90 | |||||
K | 150 | e | – de ontheffing | 160 lid 1 sub d WVW 1994 | 45 | |||||||
K | 150 | f | – het ingevolge de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders vereiste getuigschrift | 160 lid 1sub c WVW 1994 | 60 | |||||||
K | 150 | cf | – het certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel VII, eerste lid, van de Wet van 3 december 2014 tot wijziging van de WVW 1994 in verband met de invoering van de rijbewijsplicht voor landbouw- en bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid (feit geldt tot 1 juli 2016, daarna vervalt deze feitcode) | artikel VII lid 1 Wet van 3 december 2014, wijziging WVW 1994 ivm invoer T-rijbewijs (Stb 2015, 10) | 90 | |||||||
K | 150 | g | – een gehandicaptenparkeerkaart of een kaart ten behoeve van gehandicaptenvervoer | 160 lid 1 sub e WVW 1994 | 95 | 55 | ||||||
K | 155 | a | dit onderdeel is nog niet in werking getreden | |||||||||
K | 155 | b | dit onderdeel is nog niet in werking getreden | |||||||||
K | 155 | c | dit onderdeel is nog niet in werking getreden | |||||||||
K | 155 | niet meewerken aan het voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht (feitcode vervalt met de inwerkingtreding van de in Staatsblad 2014 nr. 353 opgenomen wijziging van artikel 160 WVW 1994) | 160 lid 5 WVW 1994 | 230 | 230 | 160 | 90 | 230 | ||||
als bestuurder van een motorrijtuig of degene die aanstalten maakt een motorrijtuig te gaan besturen die op grond van artikel 132c, eerste lid, onderdeel d, de feitelijke beschikking heeft gekregen over een rijbewijs waarop de bij ministeriële regeling vastgestelde codering voor het rijden met een alcoholslot is vermeld, niet op eerste vordering | ||||||||||||
K | 161 | a | – het alcoholslot, dan wel de daarvan deel uitmakende ademalcoholtester tonen | 160 lid 6 WVW 1994 | 230 | |||||||
K | 161 | b | – een blaastest op het in het motorrijtuig aanwezige alcoholslot uitvoeren | 160 lid 6 WVW 1994 | 230 | |||||||
Nummers S 005 – S 026, VA 004 – VV 101: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) | ||||||||||||
Categorie-indeling C: (maximum snelheid) | ||||||||||||
1 – motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen en motorvoertuigen met aanhangwagen); | ||||||||||||
2 – vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen; | ||||||||||||
3 – bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor; | ||||||||||||
4 – land- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid. | ||||||||||||
Hoofdstuk 2. Verkeersregels | ||||||||||||
VIII. Maximum snelheid | ||||||||||||
a. Algemeen | ||||||||||||
als bestuurder niet in staat zijn, zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is | ||||||||||||
S | 005 | a | – bij snelheden tot en met 80 km/h | 280 | 280 | 190 | ||||||
Snelheidsoverschrijdingen | ||||||||||||
Noot | ||||||||||||
1. indien een feitcode van toepassing is waarbij de snelheidsoverschrijding per kilometer is aangegeven en er wordt een waarde achter de komma gemeten, dan moet deze te allen tijde naar beneden worden afgerond op een hele kilometer. | ||||||||||||
2. * = recidiveregeling snelheid (zie Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen enz.); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h of 30 km/h (cat. 3) het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het openbaar ministerie. | ||||||||||||
3. indien bij een feitcode bij het tarief «OBM» staat vermeld dan betreft dit de eis ter zitting voor de eerste overtreding. Naast deze boete dient een OBM ov conform de recidiveregeling snelheidsovertredingen te worden geëist. | ||||||||||||
b. Binnen de bebouwde kom | ||||||||||||
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom | 20 sub a RVV 1990 (cat 1/2), 20 sub b en c RVV 1990 (cat 3), 22 sub d en e RVV 1990 (cat 3), 22 sub c RVV 1990 (cat 4) | |||||||||||
VA | 004 | – met 4 km/h | 27 | 45 | 27 | 27 | ||||||
VA | 005 | – met 5 km/h | 33 | 53 | 33 | 33 | ||||||
VA | 006 | – met 6 km/h | 39 | 61 | 39 | 39 | ||||||
VA | 007 | – met 7 km/h | 47 | 73 | 47 | 47 | ||||||
VA | 008 | – met 8 km/h | 53 | 82 | 53 | 53 | ||||||
VA | 009 | – met 9 km/h | 61 | 93 | 61 | 61 | ||||||
VA | 010 | – met 10 km/h | 70 | 104 | 70 | 70 | ||||||
VA | 011 | – met 11 km/h | 93 | 129 | 93 | 93 | ||||||
VA | 012 | – met 12 km/h | 102 | 142 | 102 | 102 | ||||||
VA | 013 | – met 13 km/h | 112 | 154 | 112 | 112 | ||||||
VA | 014 | – met 14 km/h | 120 | 165 | 120 | 120 | ||||||
VA | 015 | – met 15 km/h | 129 | 180 | 129 | 129 | ||||||
VA | 016 | – met 16 km/h | 140 | 190 | 140 | 140 | ||||||
VA | 017 | – met 17 km/h | 149 | 204 | 149 | 149 | ||||||
VA | 018 | – met 18 km/h | 161 | 217 | 161 | 161 | ||||||
VA | 019 | – met 19 km/h | 171 | 234 | 171 | 171 | ||||||
VA | 020 | – met 20 km/h | 186 | 250 | 186 | 186 | ||||||
VA | 021 | – met 21 km/h | 198 | 262 | 198 | 198 | ||||||
VA | 022 | – met 22 km/h | 209 | 275 | 209 | 209 | ||||||
VA | 023 | – met 23 km/h | 223 | 294 | 223 | 223 | ||||||
VA | 024 | – met 24 km/h | 234 | 311 | 234 | 234 | ||||||
VA | 025 | – met 25 km/h | 249 | 327 | 249 | 249 | ||||||
VA | 026 | – met 26 km/h | 263 | 346 | 263 | 263 | ||||||
VA | 027 | – met 27 km/h | 279 | 365 | 279 | 279 | ||||||
VA | 028 | – met 28 km/h | 296 | 383 | 296 | 296 | ||||||
VA | 029 | – met 29 km/h | 309 | 401 | 309 | 309 | ||||||
VA | 030 | – met 30 km/h | 325 | 325 | ||||||||
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom | 62 jo. bord A1 RVV 1990 | |||||||||||
VB | 004 | – met 4 km/h | 27 | 45 | 27 | 27 | ||||||
VB | 005 | – met 5 km/h | 33 | 53 | 33 | 33 | ||||||
VB | 006 | – met 6 km/h | 39 | 61 | 39 | 39 | ||||||
VB | 007 | – met 7 km/h | 47 | 73 | 47 | 47 | ||||||
VB | 008 | – met 8 km/h | 53 | 82 | 53 | 53 | ||||||
VB | 009 | – met 9 km/h | 61 | 93 | 61 | 61 | ||||||
VB | 010 | – met 10 km/h | 70 | 104 | 70 | 70 | ||||||
VB | 011 | – met 11 km/h | 93 | 129 | 93 | 93 | ||||||
VB | 012 | – met 12 km/h | 102 | 142 | 102 | 102 | ||||||
VB | 013 | – met 13 km/h | 112 | 154 | 112 | 112 | ||||||
VB | 014 | – met 14 km/h | 120 | 165 | 120 | 120 | ||||||
VB | 015 | – met 15 km/h | 129 | 180 | 129 | 129 | ||||||
VB | 016 | – met 16 km/h | 140 | 190 | 140 | 140 | ||||||
VB | 017 | – met 17 km/h | 149 | 204 | 149 | 149 | ||||||
VB | 018 | – met 18 km/h | 161 | 217 | 161 | 161 | ||||||
VB | 019 | – met 19 km/h | 171 | 234 | 171 | 171 | ||||||
VB | 020 | – met 20 km/h | 186 | 250 | 186 | 186 | ||||||
VB | 021 | – met 21 km/h | 198 | 262 | 198 | 198 | ||||||
VB | 022 | – met 22 km/h | 209 | 275 | 209 | 209 | ||||||
VB | 023 | – met 23 km/h | 223 | 294 | 223 | 223 | ||||||
VB | 024 | – met 24 km/h | 234 | 311 | 234 | 234 | ||||||
VB | 025 | – met 25 km/h | 249 | 327 | 249 | 249 | ||||||
VB | 026 | – met 26 km/h | 263 | 346 | 263 | 263 | ||||||
VB | 027 | – met 27 km/h | 279 | 365 | 279 | 279 | ||||||
VB | 028 | – met 28 km/h | 296 | 383 | 296 | 296 | ||||||
VB | 029 | – met 29 km/h | 309 | 401 | 309 | 309 | ||||||
VB | 030 | – met 30 km/h | 325 | 325 | ||||||||
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1 [30 km/h]) | 62 jo. bord A1 RVV 1990 | |||||||||||
VS | 004 | – met 4 km/h | 45 | 99 | 45 | 45 | ||||||
VS | 005 | – met 5 km/h | 53 | 112 | 53 | 53 | ||||||
VS | 006 | – met 6 km/h | 61 | 125 | 61 | 61 | ||||||
VS | 007 | – met 7 km/h | 73 | 140 | 73 | 73 | ||||||
VS | 008 | – met 8 km/h | 82 | 154 | 82 | 82 | ||||||
VS | 009 | – met 9 km/h | 93 | 168 | 93 | 93 | ||||||
VS | 010 | – met 10 km/h | 104 | 182 | 104 | 104 | ||||||
VS | 011 | – met 11 km/h | 129 | 211 | 129 | 129 | ||||||
VS | 012 | – met 12 km/h | 142 | 224 | 142 | 142 | ||||||
VS | 013 | – met 13 km/h | 154 | 239 | 154 | 154 | ||||||
VS | 014 | – met 14 km/h | 165 | 254 | 165 | 165 | ||||||
VS | 015 | – met 15 km/h | 180 | 276 | 180 | 180 | ||||||
VS | 016 | – met 16 km/h | 190 | 296 | 190 | 190 | ||||||
VS | 017 | – met 17 km/h | 204 | 315 | 204 | 204 | ||||||
VS | 018 | – met 18 km/h | 217 | 335 | 217 | 217 | ||||||
VS | 019 | – met 19 km/h | 234 | 357 | 234 | 234 | ||||||
VS | 020 | – met 20 km/h | 250 | 374 | 250 | 250 | ||||||
VS | 021 | – met 21 km/h | 262 | 397 | 262 | 262 | ||||||
VS | 022 | – met 22 km/h | 275 | 408 | 275 | 275 | ||||||
VS | 023 | – met 23 km/h | 294 | 294 | 294 | |||||||
VS | 024 | – met 24 km/h | 311 | 311 | 311 | |||||||
VS | 025 | – met 25 km/h | 327 | 327 | 327 | |||||||
VS | 026 | – met 26 km/h | 346 | 346 | 346 | |||||||
VS | 027 | – met 27 km/h | 365 | 365 | 365 | |||||||
VS | 028 | – met 28 km/h | 383 | 383 | 383 | |||||||
VS | 029 | – met 29 km/h | 401 | 401 | 401 | |||||||
overschrijding van de maximumsnelheid binnen een erf | ||||||||||||
VV | 004 | – met 4 km/h | 45 | 99 | 45 | 45 | ||||||
VV | 005 | – met 5 km/h | 53 | 112 | 53 | 53 | ||||||
VV | 006 | – met 6 km/h | 61 | 125 | 61 | 61 | ||||||
VV | 007 | – met 7 km/h | 73 | 140 | 73 | 73 | ||||||
VV | 008 | – met 8 km/h | 82 | 154 | 82 | 82 | ||||||
VV | 009 | – met 9 km/h | 93 | 168 | 93 | 93 | ||||||
VV | 010 | – met 10 km/h | 104 | 182 | 104 | 104 | ||||||
VV | 011 | – met 11 km/h | 129 | 211 | 129 | 129 | ||||||
VV | 012 | – met 12 km/h | 142 | 224 | 142 | 142 | ||||||
VV | 013 | – met 13 km/h | 154 | 239 | 154 | 154 | ||||||
VV | 014 | – met 14 km/h | 165 | 254 | 165 | 165 | ||||||
VV | 015 | – met 15 km/h | 180 | 276 | 180 | 180 | ||||||
VV | 016 | – met 16 km/h | 190 | 296 | 190 | 190 | ||||||
VV | 017 | – met 17 km/h | 204 | 315 | 204 | 204 | ||||||
VV | 018 | – met 18km/h | 217 | 335 | 217 | 217 | ||||||
VV | 019 | – met 19 km/h | 234 | 357 | 234 | 234 | ||||||
VV | 020 | – met 20 km/h | 250 | 374 | 250 | 250 | ||||||
VV | 021 | – met 21 km/h | 262 | 397 | 262 | 262 | ||||||
VV | 022 | – met 22 km/h | 275 | 408 | 275 | 275 | ||||||
VV | 023 | – met 23 km/h | 294 | 294 | 294 | |||||||
VV | 024 | – met 24 km/h | 311 | 311 | 311 | |||||||
VV | 025 | – met 25 km/h | 327 | 327 | 327 | |||||||
VV | 026 | – met 26 km/h | 346 | 346 | 346 | |||||||
VV | 027 | – met 27 km/h | 365 | 365 | 365 | |||||||
VV | 028 | – met 28 km/h | 383 | 383 | 383 | |||||||
VV | 029 | – met 29 km/h | 401 | 401 | 401 | |||||||
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom | 62 jo. bord A3 RVV 1990 | |||||||||||
VC | 004 | – met 4 km/h | 27 | 45 | 27 | 27 | ||||||
VC | 005 | – met 5 km/h | 33 | 53 | 33 | 33 | ||||||
VC | 006 | – met 6 km/h | 39 | 61 | 39 | 39 | ||||||
VC | 007 | – met 7 km/h | 47 | 73 | 47 | 47 | ||||||
VC | 008 | – met 8 km/h | 53 | 82 | 53 | 53 | ||||||
VC | 009 | – met 9 km/h | 61 | 93 | 61 | 61 | ||||||
VC | 010 | – met 10 km/h | 70 | 104 | 70 | 70 | ||||||
VC | 011 | – met 11 km/h | 93 | 129 | 93 | 93 | ||||||
VC | 012 | – met 12 km/h | 102 | 142 | 102 | 102 | ||||||
VC | 013 | – met 13 km/h | 112 | 154 | 112 | 112 | ||||||
VC | 014 | – met 14 km/h | 120 | 165 | 120 | 120 | ||||||
VC | 015 | – met 15 km/h | 129 | 180 | 129 | 129 | ||||||
VC | 016 | – met 16 km/h | 140 | 190 | 140 | 140 | ||||||
VC | 017 | – met 17 km/h | 149 | 204 | 149 | 149 | ||||||
VC | 018 | – met 18 km/h | 161 | 217 | 161 | 161 | ||||||
VC | 019 | – met 19 km/h | 171 | 234 | 171 | 171 | ||||||
VC | 020 | – met 20 km/h | 186 | 250 | 186 | 186 | ||||||
VC | 021 | – met 21 km/h | 198 | 262 | 198 | 198 | ||||||
VC | 022 | – met 22 km/h | 209 | 275 | 209 | 209 | ||||||
VC | 023 | – met 23 km/h | 223 | 294 | 223 | 223 | ||||||
VC | 024 | – met 24 km/h | 234 | 311 | 234 | 234 | ||||||
VC | 025 | – met 25 km/h | 249 | 327 | 249 | 249 | ||||||
VC | 026 | – met 26 km/h | 263 | 346 | 263 | 263 | ||||||
VC | 027 | – met 27 km/h | 279 | 365 | 279 | 279 | ||||||
VC | 028 | – met 28 km/h | 296 | 383 | 296 | 296 | ||||||
VC | 029 | – met 29 km/h | 309 | 401 | 309 | 309 | ||||||
VC | 030 | – met 30 km/h | 325 | 325 | ||||||||
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden | 62 jo. bord A1 RVV 1990 | |||||||||||
VD | 004 | – met 4 km/h | 45 | 99 | 45 | 45 | ||||||
VD | 005 | – met 5 km/h | 53 | 112 | 53 | 53 | ||||||
VD | 006 | – met 6 km/h | 61 | 125 | 61 | 61 | ||||||
VD | 007 | – met 7 km/h | 73 | 140 | 73 | 73 | ||||||
VD | 008 | – met 8 km/h | 82 | 154 | 82 | 82 | ||||||
VD | 009 | – met 9 km/h | 93 | 168 | 93 | 93 | ||||||
VD | 010 | – met 10 km/h | 104 | 182 | 104 | 104 | ||||||
VD | 011 | – met 11 km/h | 129 | 211 | 129 | 129 | ||||||
VD | 012 | – met 12 km/h | 142 | 224 | 142 | 142 | ||||||
VD | 013 | – met 13 km/h | 154 | 239 | 154 | 154 | ||||||
VD | 014 | – met 14 km/h | 165 | 254 | 165 | 165 | ||||||
VD | 015 | – met 15 km/h | 180 | 276 | 180 | 180 | ||||||
VD | 016 | – met 16 km/h | 190 | 296 | 190 | 190 | ||||||
VD | 017 | – met 17 km/h | 204 | 315 | 204 | 204 | ||||||
VD | 018 | – met 18 km/h | 217 | 335 | 217 | 217 | ||||||
VD | 019 | – met 19 km/h | 234 | 357 | 234 | 234 | ||||||
VD | 020 | – met 20 km/h | 250 | 374 | 250 | 250 | ||||||
VD | 021 | – met 21 km/h | 262 | 397 | 262 | 262 | ||||||
VD | 022 | – met 22 km/h | 275 | 408 | 275 | 275 | ||||||
VD | 023 | – met 23 km/h | 294 | 294 | 294 | |||||||
VD | 024 | – met 24 km/h | 311 | 311 | 311 | |||||||
VD | 025 | – met 25 km/h | 327 | 327 | 327 | |||||||
VD | 026 | – met 26 km/h | 346 | 346 | 346 | |||||||
VD | 027 | – met 27 km/h | 365 | 365 | 365 | |||||||
VD | 028 | – met 28 km/h | 383 | 383 | 383 | |||||||
VD | 029 | – met 29 km/h | 401 | 401 | 401 | |||||||
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden | 62 jo. bord A3 RVV 1990 | |||||||||||
VE | 004 | – met 4 km/h | 45 | 99 | 45 | 45 | ||||||
VE | 005 | – met 5 km/h | 53 | 112 | 53 | 53 | ||||||
VE | 006 | – met 6 km/h | 61 | 125 | 61 | 61 | ||||||
VE | 007 | – met 7 km/h | 73 | 140 | 73 | 73 | ||||||
VE | 008 | – met 8 km/h | 82 | 154 | 82 | 82 | ||||||
VE | 009 | – met 9 km/h | 93 | 168 | 93 | 93 | ||||||
VE | 010 | – met 10 km/h | 104 | 182 | 104 | 104 | ||||||
VE | 011 | – met 11 km/h | 129 | 217 | 129 | 129 | ||||||
VE | 012 | – met 12 km/h | 142 | 224 | 142 | 142 | ||||||
VE | 013 | – met 13 km/h | 154 | 239 | 154 | 154 | ||||||
VE | 014 | – met 14 km/h | 165 | 254 | 165 | 165 | ||||||
VE | 015 | – met 15 km/h | 180 | 276 | 180 | 180 | ||||||
VE | 016 | – met 16 km/h | 190 | 296 | 190 | 190 | ||||||
VE | 017 | – met 17 km/h | 204 | 315 | 204 | 204 | ||||||
VE | 018 | – met 18 km/h | 217 | 335 | 217 | 217 | ||||||
VE | 019 | – met 19 km/h | 234 | 357 | 234 | 234 | ||||||
VE | 020 | – met 20 km/h | 250 | 374 | 250 | 250 | ||||||
VE | 021 | – met 21 km/h | 262 | 397 | 262 | 262 | ||||||
VE | 022 | – met 22 km/h | 275 | 408 | 275 | 275 | ||||||
VE | 023 | – met 23 km/h | 294 | 294 | 294 | |||||||
VE | 024 | – met 24 km/h | 311 | 311 | 311 | |||||||
VE | 025 | – met 25 km/h | 327 | 327 | 327 | |||||||
VE | 026 | – met 26 km/h | 346 | 346 | 346 | |||||||
VE | 027 | – met 27 km/h | 365 | 365 | 365 | |||||||
VE | 028 | – met 28 km/h | 383 | 383 | 383 | |||||||
VE | 029 | – met 29 km/h | 401 | 401 | 401 | |||||||
c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom | ||||||||||||
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom | 21 sub a RVV 1990 (cat 1), 22 sub a, b, f en g RVV 1990 (cat 2), 21 sub b en c RVV 1990 (cat 3), 22 sub d en e RVV 1990 (cat 3), 22 sub c RVV 1990 (cat 4) | |||||||||||
VF | 004 | – met 4 km/h | 24 | 36 | 24 | 24 | ||||||
VF | 005 | – met 5 km/h | 31 | 44 | 31 | 31 | ||||||
VF | 006 | – met 6 km/h | 36 | 52 | 36 | 36 | ||||||
VF | 007 | – met 7 km/h | 41 | 61 | 41 | 41 | ||||||
VF | 008 | – met 8 km/h | 49 | 71 | 49 | 49 | ||||||
VF | 009 | – met 9 km/h | 55 | 77 | 55 | 55 | ||||||
VF | 010 | – met 10 km/h | 66 | 88 | 66 | 66 | ||||||
VF | 011 | – met 11 km/h | 88 | 110 | 88 | 88 | ||||||
VF | 012 | – met 12 km/h | 97 | 118 | 97 | 97 | ||||||
VF | 013 | – met 13 km/h | 107 | 129 | 107 | 107 | ||||||
VF | 014 | – met 14 km/h | 114 | 143 | 114 | 114 | ||||||
VF | 015 | – met 15 km/h | 125 | 153 | 125 | 125 | ||||||
VF | 016 | – met 16 km/h | 134 | 168 | 134 | 134 | ||||||
VF | 017 | – met 17 km/h | 143 | 182 | 143 | 143 | ||||||
VF | 018 | – met 18 km/h | 152 | 192 | 152 | 152 | ||||||
VF | 019 | – met 19 km/h | 165 | 205 | 165 | 165 | ||||||
VF | 020 | – met 20 km/h | 178 | 217 | 178 | 178 | ||||||
VF | 021 | – met 21 km/h | 186 | 234 | 186 | 186 | ||||||
VF | 022 | – met 22 km/h | 198 | 249 | 198 | 198 | ||||||
VF | 023 | – met 23 km/h | 209 | 258 | 209 | 209 | ||||||
VF | 024 | – met 24 km/h | 223 | 275 | 223 | 223 | ||||||
VF | 025 | – met 25 km/h | 234 | 292 | 234 | 234 | ||||||
VF | 026 | – met 26 km/h | 249 | 308 | 249 | 249 | ||||||
VF | 027 | – met 27 km/h | 261 | 325 | 261 | 261 | ||||||
VF | 028 | – met 28 km/h | 275 | 340 | 275 | 275 | ||||||
VF | 029 | – met 29 km/h | 292 | 360 | 292 | 292 | ||||||
VF | 030 | – met 30 km/h | 309 | 374 | 309 | |||||||
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom | 62 jo. bord A1 RVV 1990 | |||||||||||
VG | 004 | – met 4 km/h | 24 | 36 | 24 | |||||||
VG | 005 | – met 5 km/h | 31 | 44 | 31 | |||||||
VG | 006 | – met 6 km/h | 36 | 52 | 36 | |||||||
VG | 007 | – met 7 km/h | 41 | 61 | 41 | |||||||
VG | 008 | – met 8 km/h | 49 | 71 | 49 | |||||||
VG | 009 | – met 9 km/h | 55 | 77 | 55 | |||||||
VG | 010 | – met 10 km/h | 66 | 88 | 66 | |||||||
VG | 011 | – met 11 km/h | 88 | 110 | 88 | |||||||
VG | 012 | – met 12 km/h | 97 | 118 | 97 | |||||||
VG | 013 | – met 13 km/h | 107 | 129 | 107 | |||||||
VG | 014 | – met 14 km/h | 114 | 143 | 114 | |||||||
VG | 015 | – met 15 km/h | 125 | 153 | 125 | |||||||
VG | 016 | – met 16 km/h | 134 | 168 | 134 | |||||||
VG | 017 | – met 17 km/h | 143 | 182 | 143 | |||||||
VG | 018 | – met 18 km/h | 152 | 192 | 152 | |||||||
VG | 019 | – met 19 km/h | 165 | 205 | 165 | |||||||
VG | 020 | – met 20 km/h | 178 | 217 | 178 | |||||||
VG | 021 | – met 21 km/h | 186 | 234 | 186 | |||||||
VG | 022 | – met 22 km/h | 198 | 249 | 198 | |||||||
VG | 023 | – met 23 km/h | 209 | 258 | 209 | |||||||
VG | 024 | – met 24 km/h | 223 | 275 | 223 | |||||||
VG | 025 | – met 25 km/h | 234 | 292 | 234 | |||||||
VG | 026 | – met 26 km/h | 249 | 308 | 249 | |||||||
VG | 027 | – met 27 km/h | 261 | 325 | 261 | |||||||
VG | 028 | – met 28 km/h | 275 | 340 | 275 | |||||||
VG | 029 | – met 29 km/h | 292 | 360 | 292 | |||||||
VG | 030 | – met 30 km/h | 309 | 374 | ||||||||
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom | 62 jo. bord A3 RVV 1990 | |||||||||||
VH | 004 | – met 4 km/h | 24 | 36 | 24 | |||||||
VH | 005 | – met 5 km/h | 31 | 44 | 31 | |||||||
VH | 006 | – met 6 km/h | 36 | 52 | 36 | |||||||
VH | 007 | – met 7 km/h | 41 | 61 | 41 | |||||||
VH | 008 | – met 8 km/h | 49 | 71 | 49 | |||||||
VH | 009 | – met 9 km/h | 55 | 77 | 55 | |||||||
VH | 010 | – met 10 km/h | 66 | 88 | 66 | |||||||
VH | 011 | – met 11 km/h | 88 | 110 | 88 | |||||||
VH | 012 | – met 12 km/h | 97 | 118 | 97 | |||||||
VH | 013 | – met 13 km/h | 107 | 129 | 107 | |||||||
VH | 014 | – met 14 km/h | 114 | 143 | 114 | |||||||
VH | 015 | – met 15 km/h | 125 | 153 | 125 | |||||||
VH | 016 | – met 16 km/h | 134 | 168 | 134 | |||||||
VH | 017 | – met 17 km/h | 143 | 182 | 143 | |||||||
VH | 018 | – met 18 km/h | 152 | 192 | 152 | |||||||
VH | 019 | – met 19 km/h | 165 | 205 | 165 | |||||||
VH | 020 | – met 20 km/h | 178 | 217 | 178 | |||||||
VH | 021 | – met 21 km/h | 186 | 234 | 186 | |||||||
VH | 022 | – met 22 km/h | 198 | 249 | 198 | |||||||
VH | 023 | – met 23 km/h | 209 | 258 | 209 | |||||||
VH | 024 | – met 24 km/h | 223 | 275 | 223 | |||||||
VH | 025 | – met 25 km/h | 234 | 292 | 234 | |||||||
VH | 026 | – met 26 km/h | 249 | 308 | 249 | |||||||
VH | 027 | – met 27 km/h | 261 | 325 | 261 | |||||||
VH | 028 | – met 28 km/h | 275 | 340 | 275 | |||||||
VH | 029 | – met 29 km/h | 292 | 360 | 292 | |||||||
VH | 030 | – met 30 km/h | 309 | 374 | ||||||||
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden | 62 jo. bord A1 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2) | |||||||||||
VI | 004 | – met 4 km/h | 36 | 53 | 36 | |||||||
VI | 005 | – met 5 km/h | 44 | 66 | 44 | |||||||
VI | 006 | – met 6 km/h | 52 | 75 | 52 | |||||||
VI | 007 | – met 7 km/h | 61 | 91 | 61 | |||||||
VI | 008 | – met 8 km/h | 71 | 102 | 71 | |||||||
VI | 009 | – met 9 km/h | 77 | 117 | 77 | |||||||
VI | 010 | – met 10 km/h | 88 | 129 | 88 | |||||||
VI | 011 | – met 11 km/h | 110 | 159 | 110 | |||||||
VI | 012 | – met 12 km/h | 118 | 176 | 118 | |||||||
VI | 013 | – met 13 km/h | 129 | 185 | 129 | |||||||
VI | 014 | – met 14 km/h | 143 | 205 | 143 | |||||||
VI | 015 | – met 15 km/h | 153 | 217 | 153 | |||||||
VI | 016 | – met 16 km/h | 168 | 232 | 168 | |||||||
VI | 017 | – met 17 km/h | 182 | 250 | 182 | |||||||
VI | 018 | – met 18 km/h | 192 | 268 | 192 | |||||||
VI | 019 | – met 19 km/h | 205 | 286 | 205 | |||||||
VI | 020 | – met 20 km/h | 217 | 302 | 217 | |||||||
VI | 021 | – met 21 km/h | 234 | 321 | 234 | |||||||
VI | 022 | – met 22 km/h | 249 | 339 | 249 | |||||||
VI | 023 | – met 23 km/h | 258 | 359 | 258 | |||||||
VI | 024 | – met 24 km/h | 275 | 378 | 275 | |||||||
VI | 025 | – met 25 km/h | 292 | 397 | 292 | |||||||
VI | 026 | – met 26 km/h | 308 | 408 | 308 | |||||||
VI | 027 | – met 27 km/h | 325 | 325 | ||||||||
VI | 028 | – met 28 km/h | 340 | 340 | ||||||||
VI | 029 | – met 29 km/h | 360 | 360 | ||||||||
VI | 030 | – met 30 km/h | 374 | |||||||||
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden | 62 jo. bord A3 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2) | |||||||||||
VK | 004 | – met 4 km/h | 36 | 53 | 36 | |||||||
VK | 005 | – met 5 km/h | 44 | 66 | 44 | |||||||
VK | 006 | – met 6 km/h | 52 | 75 | 52 | |||||||
VK | 007 | – met 7 km/h | 61 | 91 | 61 | |||||||
VK | 008 | – met 8 km/h | 71 | 102 | 71 | |||||||
VK | 009 | – met 9 km/h | 77 | 117 | 77 | |||||||
VK | 010 | – met 10 km/h | 88 | 129 | 88 | |||||||
VK | 011 | – met 11 km/h | 110 | 159 | 110 | |||||||
VK | 012 | – met 12 km/h | 118 | 176 | 118 | |||||||
VK | 013 | – met 13 km/h | 129 | 185 | 129 | |||||||
VK | 014 | – met 14 km/h | 143 | 205 | 143 | |||||||
VK | 015 | – met 15 km/h | 153 | 217 | 153 | |||||||
VK | 016 | – met 16 km/h | 168 | 232 | 168 | |||||||
VK | 017 | – met 17 km/h | 182 | 250 | 182 | |||||||
VK | 018 | – met 18 km/h | 192 | 268 | 192 | |||||||
VK | 019 | – met 19 km/h | 205 | 286 | 205 | |||||||
VK | 020 | – met 20 km/h | 217 | 302 | 217 | |||||||
VK | 021 | – met 21 km/h | 234 | 321 | 234 | |||||||
VK | 022 | – met 22 km/h | 249 | 339 | 249 | |||||||
VK | 023 | – met 23 km/h | 258 | 359 | 258 | |||||||
VK | 024 | – met 24 km/h | 275 | 378 | 275 | |||||||
VK | 025 | – met 25 km/h | 292 | 397 | 292 | |||||||
VK | 026 | – met 26 km/h | 308 | 408 | 308 | |||||||
VK | 027 | – met 27 km/h | 325 | 325 | ||||||||
VK | 028 | – met 28 km/h | 340 | 340 | ||||||||
VK | 029 | – met 29 km/h | 360 | 360 | ||||||||
VK | 030 | – met 30 km/h | 374 | |||||||||
d. Autosnelwegen | ||||||||||||
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom | 21 sub a RVV 1990 (cat 1), 22 sub a, b, f en g RVV 1990 (cat 2) | |||||||||||
VL | 001 | – met 1 km/h | 11 | |||||||||
VL | 002 | – met 2 km/h | 15 | |||||||||
VL | 003 | – met 3 km/h | 19 | |||||||||
VL | 004 | – met 4 km/h | 24 | 31 | ||||||||
VL | 005 | – met 5 km/h | 30 | 38 | ||||||||
VL | 006 | – met 6 km/h | 36 | 48 | ||||||||
VL | 007 | – met 7 km/h | 41 | 57 | ||||||||
VL | 008 | – met 8 km/h | 48 | 66 | ||||||||
VL | 009 | – met 9 km/h | 54 | 73 | ||||||||
VL | 010 | – met 10 km/h | 61 | 83 | ||||||||
VL | 011 | – met 11 km/h | 83 | 107 | ||||||||
VL | 012 | – met 12 km/h | 91 | 118 | ||||||||
VL | 013 | – met 13 km/h | 97 | 127 | ||||||||
VL | 014 | – met 14 km/h | 104 | 136 | ||||||||
VL | 015 | – met 15 km/h | 115 | 147 | ||||||||
VL | 016 | – met 16 km/h | 124 | 159 | ||||||||
VL | 017 | – met 17 km/h | 134 | 171 | ||||||||
VL | 018 | – met 18 km/h | 143 | 186 | ||||||||
VL | 019 | – met 19 km/h | 154 | 198 | ||||||||
VL | 020 | – met 20 km/h | 165 | 209 | ||||||||
VL | 021 | – met 21 km/h | 177 | 223 | ||||||||
VL | 022 | – met 22 km/h | 186 | 234 | ||||||||
VL | 023 | – met 23 km/h | 198 | 249 | ||||||||
VL | 024 | – met 24 km/h | 209 | 262 | ||||||||
VL | 025 | – met 25 km/h | 217 | 275 | ||||||||
VL | 026 | – met 26 km/h | 228 | 294 | ||||||||
VL | 027 | – met 27 km/h | 239 | 311 | ||||||||
VL | 028 | – met 28 km/h | 250 | 325 | ||||||||
VL | 029 | – met 29 km/h | 262 | 340 | ||||||||
VL | 030 | – met 30 km/h | 276 | 360 | ||||||||
VL | 031 | a | – met 31 km/h | 284 | ||||||||
VL | 032 | a | – met 32 km/h | 296 | ||||||||
VL | 033 | a | – met 33 km/h | 314 | ||||||||
VL | 034 | a | – met 34 km/h | 330 | ||||||||
VL | 035 | a | – met 35 km/h | 339 | ||||||||
VL | 036 | a | – met 36 km/h | 357 | ||||||||
VL | 037 | a | – met 37 km/h | 374 | ||||||||
VL | 038 | a | – met 38 km/h | 385 | ||||||||
VL | 039 | a | – met 39 km/h | 408 | ||||||||
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom | 62 jo. bord A1 RVV 1990 | |||||||||||
VM | 004 | – met 4 km/h | 24 | 31 | ||||||||
VM | 005 | – met 5 km/h | 30 | 38 | ||||||||
VM | 006 | – met 6 km/h | 36 | 48 | ||||||||
VM | 007 | – met 7 km/h | 41 | 57 | ||||||||
VM | 008 | – met 8 km/h | 48 | 66 | ||||||||
VM | 009 | – met 9 km/h | 54 | 73 | ||||||||
VM | 010 | – met 10 km/h | 61 | 83 | ||||||||
VM | 011 | – met 11 km/h | 83 | 107 | ||||||||
VM | 012 | – met 12 km/h | 91 | 118 | ||||||||
VM | 013 | – met 13 km/h | 97 | 127 | ||||||||
VM | 014 | – met 14 km/h | 104 | 136 | ||||||||
VM | 015 | – met 15 km/h | 115 | 147 | ||||||||
VM | 016 | – met 16 km/h | 124 | 159 | ||||||||
VM | 017 | – met 17 km/h | 134 | 171 | ||||||||
VM | 018 | – met 18 km/h | 143 | 186 | ||||||||
VM | 019 | – met 19 km/h | 154 | 198 | ||||||||
VM | 020 | – met 20 km/h | 165 | 209 | ||||||||
VM | 021 | – met 21 km/h | 177 | 223 | ||||||||
VM | 022 | – met 22 km/h | 186 | 234 | ||||||||
VM | 023 | – met 23 km/h | 198 | 249 | ||||||||
VM | 024 | – met 24 km/h | 209 | 262 | ||||||||
VM | 025 | – met 25 km/h | 217 | 275 | ||||||||
VM | 026 | – met 26 km/h | 228 | 294 | ||||||||
VM | 027 | – met 27 km/h | 239 | 311 | ||||||||
VM | 028 | – met 28 km/h | 250 | 325 | ||||||||
VM | 029 | – met 29 km/h | 262 | 340 | ||||||||
VM | 030 | – met 30 km/h | 276 | 360 | ||||||||
VM | 031 | a | – met 31 km/h | 284 | ||||||||
VM | 032 | a | – met 32 km/h | 296 | ||||||||
VM | 033 | a | – met 33 km/h | 314 | ||||||||
VM | 034 | a | – met 34 km/h | 330 | ||||||||
VM | 035 | a | – met 35 km/h | 339 | ||||||||
VM | 036 | a | – met 36 km/h | 357 | ||||||||
VM | 037 | a | – met 37 km/h | 374 | ||||||||
VM | 038 | a | – met 38 km/h | 385 | ||||||||
VM | 039 | a | – met 39 km/h | 408 | ||||||||
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom | 62 jo. bord A3 RVV 1990 | |||||||||||
VN | 004 | – met 4 km/h | 24 | 31 | ||||||||
VN | 005 | – met 5 km/h | 30 | 38 | ||||||||
VN | 006 | – met 6 km/h | 36 | 48 | ||||||||
VN | 007 | – met 7 km/h | 41 | 57 | ||||||||
VN | 008 | – met 8 km/h | 48 | 66 | ||||||||
VN | 009 | – met 9 km/h | 54 | 73 | ||||||||
VN | 010 | – met 10 km/h | 61 | 83 | ||||||||
VN | 011 | – met 11 km/h | 83 | 107 | ||||||||
VN | 012 | – met 12 km/h | 91 | 118 | ||||||||
VN | 013 | – met 13 km/h | 97 | 127 | ||||||||
VN | 014 | – met 14 km/h | 104 | 136 | ||||||||
VN | 015 | – met 15 km/h | 115 | 147 | ||||||||
VN | 016 | – met 16 km/h | 124 | 159 | ||||||||
VN | 017 | – met 17 km/h | 134 | 171 | ||||||||
VN | 018 | – met 18 km/h | 143 | 186 | ||||||||
VN | 019 | – met 19 km/h | 154 | 198 | ||||||||
VN | 020 | – met 20 km/h | 165 | 209 | ||||||||
VN | 021 | – met 21 km/h | 177 | 223 | ||||||||
VN | 022 | – met 22 km/h | 186 | 234 | ||||||||
VN | 023 | – met 23 km/h | 198 | 249 | ||||||||
VN | 024 | – met 24 km/h | 209 | 262 | ||||||||
VN | 025 | – met 25 km/h | 217 | 275 | ||||||||
VN | 026 | – met 26 km/h | 228 | 294 | ||||||||
VN | 027 | – met 27 km/h | 239 | 311 | ||||||||
VN | 028 | – met 28 km/h | 250 | 325 | ||||||||
VN | 029 | – met 29 km/h | 262 | 340 | ||||||||
VN | 030 | – met 30 km/h | 276 | 360 | ||||||||
VN | 031 | a | – met 31 km/h | 284 | ||||||||
VN | 032 | a | – met 32 km/h | 296 | ||||||||
VN | 033 | a | – met 33 km/h | 314 | ||||||||
VN | 034 | a | – met 34 km/h | 330 | ||||||||
VN | 035 | a | – met 35 km/h | 339 | ||||||||
VN | 036 | a | – met 36 km/h | 357 | ||||||||
VN | 037 | a | – met 37 km/h | 374 | ||||||||
VN | 038 | a | – met 38 km/h | 385 | ||||||||
VN | 039 | a | – met 39 km/h | 408 | ||||||||
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden | 62 jo. bord A1 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2) | |||||||||||
VO | 004 | – met 4 km/h | 31 | 49 | ||||||||
VO | 005 | – met 5 km/h | 38 | 60 | ||||||||
VO | 006 | – met 6 km/h | 48 | 72 | ||||||||
VO | 007 | – met 7 km/h | 57 | 83 | ||||||||
VO | 008 | – met 8 km/h | 66 | 97 | ||||||||
VO | 009 | – met 9 km/h | 73 | 110 | ||||||||
VO | 010 | – met 10 km/h | 83 | 123 | ||||||||
VO | 011 | – met 11 km/h | 107 | 152 | ||||||||
VO | 012 | – met 12 km/h | 118 | 165 | ||||||||
VO | 013 | – met 13 km/h | 127 | 182 | ||||||||
VO | 014 | – met 14 km/h | 136 | 194 | ||||||||
VO | 015 | – met 15 km/h | 147 | 209 | ||||||||
VO | 016 | – met 16 km/h | 159 | 224 | ||||||||
VO | 017 | – met 17 km/h | 171 | 240 | ||||||||
VO | 018 | – met 18 km/h | 186 | 254 | ||||||||
VO | 019 | – met 19 km/h | 198 | 275 | ||||||||
VO | 020 | – met 20 km/h | 209 | 289 | ||||||||
VO | 021 | – met 21 km/h | 223 | 301 | ||||||||
VO | 022 | – met 22 km/h | 234 | 325 | ||||||||
VO | 023 | – met 23 km/h | 249 | 340 | ||||||||
VO | 024 | – met 24 km/h | 262 | 360 | ||||||||
VO | 025 | – met 25 km/h | 275 | 379 | ||||||||
VO | 026 | – met 26 km/h | 294 | 397 | ||||||||
VO | 027 | – met 27 km/h | 311 | |||||||||
VO | 028 | – met 28 km/h | 325 | |||||||||
VO | 029 | – met 29 km/h | 340 | |||||||||
VO | 030 | – met 30 km/h | 360 | |||||||||
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden | 62 jo. bord A3 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2) | |||||||||||
VP | 004 | – met 4 km/h | 31 | 49 | ||||||||
VP | 005 | – met 5 km/h | 38 | 60 | ||||||||
VP | 006 | – met 6 km/h | 48 | 72 | ||||||||
VP | 007 | – met 7 km/h | 57 | 83 | ||||||||
VP | 008 | – met 8 km/h | 66 | 97 | ||||||||
VP | 009 | – met 9 km/h | 73 | 110 | ||||||||
VP | 010 | – met 10 km/h | 83 | 123 | ||||||||
VP | 011 | – met 11 km/h | 107 | 152 | ||||||||
VP | 012 | – met 12 km/h | 118 | 165 | ||||||||
VP | 013 | – met 13 km/h | 127 | 182 | ||||||||
VP | 014 | – met 14 km/h | 136 | 194 | ||||||||
VP | 015 | – met 15 km/h | 147 | 209 | ||||||||
VP | 016 | – met 16 km/h | 159 | 224 | ||||||||
VP | 017 | – met 17 km/h | 171 | 240 | ||||||||
VP | 018 | – met 18 km/h | 186 | 254 | ||||||||
VP | 019 | – met 19 km/h | 198 | 275 | ||||||||
VP | 020 | – met 20 km/h | 209 | 289 | ||||||||
VP | 021 | – met 21 km/h | 223 | 301 | ||||||||
VP | 022 | – met 22 km/h | 234 | 325 | ||||||||
VP | 023 | – met 23 km/h | 249 | 340 | ||||||||
VP | 024 | – met 24 km/h | 262 | 360 | ||||||||
VP | 025 | – met 25 km/h | 275 | 379 | ||||||||
VP | 026 | – met 26 km/h | 294 | 397 | ||||||||
VP | 027 | – met 27 km/h | 311 | |||||||||
VP | 028 | – met 28 km/h | 325 | |||||||||
VP | 029 | – met 29 km/h | 340 | |||||||||
VP | 030 | – met 30 km/h | 360 | |||||||||
Maatregel na ernstige verstoring olie-aanvoer | ||||||||||||
overschrijding van de door de Minister van Infrastructuur en Milieu vastgestelde maximumsnelheid op autosnelwegen bij ernstige verstoring van de olieaanvoer | 86b jo. 86a RVV 1990 | |||||||||||
VR | 004 | – met 4 km/h | 27 | |||||||||
VR | 005 | – met 5 km/h | 33 | |||||||||
VR | 006 | – met 6 km/h | 39 | |||||||||
VR | 007 | – met 7 km/h | 47 | |||||||||
VR | 008 | – met 8 km/h | 53 | |||||||||
VR | 009 | – met 9 km/h | 61 | |||||||||
VR | 010 | – met 10 km/h | 70 | |||||||||
VR | 011 | – met 11 km/h | 93 | |||||||||
VR | 012 | – met 12 km/h | 102 | |||||||||
VR | 013 | – met 13 km/h | 112 | |||||||||
VR | 014 | – met 14 km/h | 120 | |||||||||
VR | 015 | – met 15 km/h | 129 | |||||||||
VR | 016 | – met 16 km/h | 140 | |||||||||
VR | 017 | – met 17 km/h | 149 | |||||||||
VR | 018 | – met 18 km/h | 161 | |||||||||
VR | 019 | – met 19 km/h | 171 | |||||||||
VR | 020 | – met 20 km/h | 186 | |||||||||
VR | 021 | – met 21 km/h | 198 | |||||||||
VR | 022 | – met 22 km/h | 209 | |||||||||
VR | 023 | – met 23 km/h | 223 | |||||||||
VR | 024 | – met 24 km/h | 234 | |||||||||
VR | 025 | – met 25 km/h | 249 | |||||||||
VR | 026 | – met 26 km/h | 263 | |||||||||
VR | 027 | – met 27 km/h | 279 | |||||||||
VR | 028 | – met 28 km/h | 296 | |||||||||
VR | 029 | – met 29 km/h | 309 | |||||||||
VR | 030 | – met 30 km/h | 325 | |||||||||
Nummers R 302 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) | ||||||||||||
Categorie-indeling B: | ||||||||||||
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; | ||||||||||||
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; | ||||||||||||
3 – Bromfietsers en snorfietsers; | ||||||||||||
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; | ||||||||||||
5 – Voetgangers; | ||||||||||||
6 – Overige weggebruikers; | ||||||||||||
7 – Schippers; | ||||||||||||
8 – Een ieder. | ||||||||||||
NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen | ||||||||||||
NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen | ||||||||||||
Hoofdstuk 2. Verkeersregels | ||||||||||||
I. Plaats op de weg | ||||||||||||
R | 301 | als bestuurder van een motorvoertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg | 140 | 140 | ||||||||
R | 303 | a | als bestuurder van een voertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan autoweg of autosnelweg | 3 lid 1 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | |||
R | 305 | als voetganger niet het voetpad of trottoir gebruiken | 40 | |||||||||
R | 306 | als voetganger bij gebreke van een voetpad of trottoir niet het fietspad of het fiets/bromfietspad gebruiken | 4 lid 2 RVV 1990 | 40 | ||||||||
R | 307 | als voetganger bij gebreke van een voetpad, een trottoir en een fietspad of fiets/bromfietspad niet de berm of de uiterste zijde van de rijbaan gebruiken | 4 lid 3 RVV 1990 | 40 | ||||||||
R | 308 | als (snor)fietser niet het verplichte fietspad of fiets/bromfietspad gebruiken | 95 | 55 | ||||||||
R | 309 | als (snor) fietser bij gebreke van een verplicht fietspad of fiets/bromfietspad niet de rijbaan gebruiken | 5 lid 2 RVV 1990 | 95 | 55 | |||||||
R | 310 | als bromfietser niet het fiets/bromfietspad gebruiken | 95 | |||||||||
R | 311 | als bromfietser niet de rijbaan gebruiken bij ontbreken van een fiets/bromfietspad (bord G 12a) | 6 lid 2 RVV 1990 | 95 | ||||||||
R | 311 | a | als bestuurder van een bromfiets op meer dan twee wielen of een bromfiets met aanhangwagen, die met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m, niet de rijbaan gebruiken | 6 lid 3 RVV 1990 | 95 | |||||||
R | 312 | b | als snorfietser met ingeschakelde verbrandingsmotor het onverplichte fietspad gebruiken | 5 lid 3 RVV 1990 | 95 | |||||||
R | 313 | als ruiter niet het ruiterpad gebruiken | 55 | |||||||||
R | 314 | als ruiter bij gebreke van een ruiterpad niet de berm of de rijbaan gebruiken | 8 lid 2 RVV 1990 | 55 | ||||||||
R | 324 | als persoon die zich verplaatst met behulp van een voorwerp, niet zijnde een voertuig, niet het fietspad, het fiets/bromfietspad, het trottoir of het voetpad gebruiken | 4 lid 4 RVV 1990 | 35 | ||||||||
als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken | ||||||||||||
R | 315 | a | – rijdend | 140 | 140 | 140 | ||||||
R | 315 | b | – stilstaand | 90 | 90 | 90 | ||||||
R | 316 | als bestuurder van een bespannen wagen niet de rijbaan gebruiken | 10 lid 1 RVV 1990 | 55 | ||||||||
R | 317 | als bestuurder van een onbespannen wagen niet de rijbaan gebruiken | 10 lid 1 RVV 1990 | 55 | ||||||||
R | 318 | als geleider van rij- of trekdieren of vee niet de rijbaan gebruiken | 10 lid 1 RVV 1990 | 55 | ||||||||
R | 319 | als bestuurder van een motorvoertuig een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken | 10 lid 2 RVV 1990 | 140 | 140 | |||||||
R | 320 | als bestuurder van een bespannen wagen een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken | 10 lid 2 RVV 1990 | 55 | ||||||||
R | 323 | als bromfietser een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken | 10 lid 2 RVV 1990 | 95 | ||||||||
II. Inhalen | ||||||||||||
R | 326 | als bestuurder niet links inhalen | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | |||||
IV. Oprijden van kruispunten | ||||||||||||
R | 331 | als bestuurder een kruispunt blokkeren | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | |||||
V. Verlenen van voorrang | ||||||||||||
R | 336 | als bestuurder op een kruispunt geen voorrang verlenen aan bestuurders van rechts | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | |||||
R | 337 | als bestuurder op een onverharde weg geen voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg | 15 lid 2 sub a RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
R | 338 | als bestuurder geen voorrang verlenen aan bestuurders van een tram | 15 lid 2 sub b RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
R | 340 | a | als weggebruiker een overweg opgaan, terwijl men niet direct kan doorgaan en de overweg niet geheel vrij kan maken | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
R | 340 | b | als weggebruiker bij een overweg een spoorvoertuig niet voor laten gaan en daarbij de overweg niet geheel vrij laten | 15a lid 2 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | |||
VI. Doorsnijden militaire kolonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen | ||||||||||||
R | 341 | als weggebruiker een militaire kolonne doorsnijden | 90 | 90 | 60 | 35 | 25 | 35 | ||||
R | 342 | als weggebruiker een uitvaartstoet van motorvoertuigen doorsnijden | 16 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | 35 | 25 | 35 | |||
VII. Afslaan | ||||||||||||
R | 346 | als bestuurder afslaan zonder een teken met de richtingaanwijzer of met de arm te geven | 90 | 90 | 60 | 35 | 35 | |||||
R | 347 | a | als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat hem op dezelfde weg tegemoet komt | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
R | 347 | b | als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel links dicht achter hem bevindt | 18 lid 1 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | |||
R | 347 | c | als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel rechts dicht achter hem bevindt | 18 lid 1 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | |||
R | 348 | als bestuurder links afslaan zonder tegemoetkomende bestuurders die op hetzelfde kruispunt rechts afslaan, voor te laten gaan | 18 lid 2 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
Noot stilstaan en parkeren: | ||||||||||||
In dit onderdeel zijn tevens enkele parkeerfeiten uit de plaatselijke verordeningen en de WVW 1994 opgenomen. | ||||||||||||
IX. Stilstaan | ||||||||||||
R | 395 | een voertuig op een zodanige wijze laten staan waardoor op de weg gevaar wordt/kan worden veroorzaakt, dan wel het verkeer wordt/kan worden gehinderd | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | |||||
als bestuurder een voertuig laten stilstaan | ||||||||||||
R | 396 | a | – op een kruispunt | sub a RVV 1990 | 140 | 140 | 55 | |||||
R | 396 | b | – op een fietsstrook | sub b RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 396 | c | – op de rijbaan langs een fietsstrook | sub b RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 396 | d | – op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan | sub c RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 396 | e | – in een tunnel | sub d RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 396 | f | – bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering | sub e RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 396 | g | – bij een bord bushalte op een afstand van minder dan twaalf meter van dat bord terwijl de geblokte markering niet is aangebracht | sub e RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 396 | h | – op de rijbaan langs een busstrook | sub f RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 396 | i | – langs een gele doorgetrokken streep | 90 | 90 | 35 | ||||||
R | 396 | j | – op een overweg | 23 lid 1 sub a RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
X. Parkeren | ||||||||||||
als bestuurder een voertuig parkeren | ||||||||||||
R | 397 | a | – bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan | sub a RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 397 | b | – voor een inrit of uitrit | sub b RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 397 | c | – buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg | sub c RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 397 | d | – op een parkeergelegenheid terwijl blijkens de aanduiding op of onder het bord, dat voertuig niet behoort tot de aangegeven categorie of groep voertuigen | sub d RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 397 | e | – op een parkeergelegenheid, terwijl blijkens de aanduiding op het bord of op het onderbord, dat voertuig staat geparkeerd op een andere dan de aangegeven wijze | sub d RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 397 | ea | – op een parkeergelegenheid, terwijl blijkens de aanduiding op het bord of op het onderbord, dat voertuig staat geparkeerd met een ander doel dan de aangegeven wijze | sub d RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 397 | f | – op een parkeergelegenheid, terwijl dat voertuig staat geparkeerd op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden | sub d RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 397 | g | – langs een gele onderbroken streep | sub e RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 397 | h | – op een gelegenheid bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen | sub f RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 397 | i | – op een parkeerplaats voor vergunninghouders aangeduid door verkeersbord E9, zonder dat voor dat voertuig een vergunning tot parkeren op die plaats was verleend | sub g RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 397 | j | – op een parkeergelegenheid (borden E4 tot en met E10, E12 of E13 bijlage I), buiten de aangegeven parkeervakken | 24 lid 4 RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | |||||
R | 398 | als bestuurder een voertuig dubbel parkeren | 24 lid 3 RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | ||||||
als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep, terwijl | ||||||||||||
R | 400 | ae | – dat motorvoertuig niet is voorzien van een duidelijk zichtbare achter de voorruit geplaatste parkeerschijf | 90 | ||||||||
R | 400 | af | – dat motorvoertuig niet is voorzien van een parkeerschijf, waarop aan de getoonde zijde slechts één kalenderuren aanduidende cijferreeks staat die vanaf het begin van het parkeren in duidelijk leesbare cijfers tegen een contrasterende achtergrond in hele of halve uren het tijdstip weergeeft waarop met het parkeren is begonnen | 25 lid 3 RVV 1990 | 90 | |||||||
R | 400 | ab | – de toegestane parkeerduur is verstreken | 25 lid 4 RVV 1990 | 90 | |||||||
R | 401 | als bestuurder een voertuig parkeren in een parkeerschijfzone (geldt niet voor parkeerplaatsen, die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of die zijn voorzien van een blauwe streep) | 25 lid 1 RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | ||||||
R | 402 | d | als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan dat het parkeren rechtstreeks verband houdt met het vervoer van een gehandicapte | 370 | 370 | 140 | 140 | |||||
R | 402 | b | als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin duidelijk zichtbaar is aangebracht een geldige gehandicaptenparkeerkaart | 26 lid 1 RVV 1990 | 370 | 370 | 140 | |||||
R | 402 | c | als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een voertuig dat voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemd is | 26 lid 1 RVV 1990 | 370 | 370 | 140 | |||||
R | 403 | a | als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl de parkeermeter niet in werking is gesteld of aangeeft dat de parkeerduur is verstreken | Pl.V | 90 | |||||||
R | 403 | b | als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl aldaar reeds een motorvoertuig staat geparkeerd | Pl.V | 90 | |||||||
R | 405 | als bestuurder een motorvoertuig op twee wielen, een bromfiets dan wel een fiets parkeren op een parkeervak behorende bij een parkeermeter | Pl.V | 90 | 60 | 35 | ||||||
R | 406 | een voertuig doen of laten staan in een park of plantsoen, op openbare beplantingen of groenstroken | Pl.V | 90 | 90 | 35 | ||||||
R | 406 | a | een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door het parkeren of aanwezig hebben van een voertuig | Pl. V | 90 | 90 | 35 | |||||
als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerterrein waar dit slechts met gebruikmaking van een ter plaatse aangebrachte parkeerautomaat is toegestaan | Pl.V | |||||||||||
R | 409 | a | – anders dan voorzien van een door de parkeerautomaat afgegeven parkeerkaart, aangebracht op de voorgeschreven wijze | 90 | 90 | 35 | ||||||
R | 409 | b | – terwijl de op de parkeerkaart aangegeven parkeertijd is verstreken | 90 | 90 | 35 | ||||||
R | 409 | c | – zonder de aangebrachte parkeerautomaat in werking te stellen | 90 | 90 | 35 | ||||||
R | 409 | d | – terwijl de op de parkeerautomaat aangegeven parkeertijd is verstreken | 90 | 90 | 35 | ||||||
een voertuig dat, met inbegrip van de lading | ||||||||||||
R | 414 | a | – langer is dan 6 meter of hoger is dan 2,4 meter parkeren op een plaats, die als schadelijk voor het aanzien van de gemeente is aangewezen | Pl.V | 90 | 35 | ||||||
R | 414 | b | – langer is dan 6 meter, buiten de vastgestelde tijden, parkeren op een aangewezen weg, waar dit parkeren buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte | Pl.V | 90 | 35 | ||||||
R | 493 | een geparkeerd voertuig op een aangewezen weg of weggedeelte, waar dit niet is toegestaan, te koop aanbieden of verhandelen | Pl.V | 180 | 180 | 180 | ||||||
R | 494 | een defect voertuig langer dan de vastgestelde termijn op een weg parkeren | Pl.V | 90 | 90 | 90 | ||||||
R | 495 | een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, keetwagen, aanhangwagen of ander dergelijk voertuig op een aangewezen weg waar dit niet is toegestaan, langer dan de vastgestelde termijn te plaatsen of hebben | Pl.V | 90 | 90 | 90 | ||||||
R | 496 | een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op een weg parkeren met als doel handelsreclame te maken | Pl.V | 180 | 180 | 180 | ||||||
R | 592 | als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder (duidelijk zichtbare) parkeervergunning, dan wel in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden | Pl.V | 90 | 90 | 35 | ||||||
XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen | ||||||||||||
R | 412 | b | een bromfiets plaatsen anders dan op het trottoir, voetpad, in de berm of door het bevoegde gezag aangewezen plaatsen | 60 | ||||||||
XII. Signalen | ||||||||||||
R | 418 | als bestuurder van een motorvoertuig geen geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht voeren bij werkzaamheden en omstandigheden, waarbij dit, ingevolge artikel 6 van de Regeling optische en geluidssignalen, verplicht is indien de kans bestaat dat dit motorvoertuig niet tijdig wordt opgemerkt | 90 | 90 | ||||||||
R | 419 | signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan | 90 | 90 | 60 | 35 | 35 | 90 | ||||
XIII. Gebruik van lichten tijdens het rijden | ||||||||||||
als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets, een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een verbrandingsmotor, of een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een elektromotor en voorzien van een gesloten carrosserie, geen dim- of grootlicht voeren | ||||||||||||
R | 421 | a | – bij nacht, binnen de bebouwde kom | 90 | 90 | 60 | 35 | |||||
R | 421 | b | – bij nacht, buiten de bebouwde kom | 140 | 140 | 95 | 55 | |||||
R | 421 | c | – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd | 140 | 140 | 95 | 55 | |||||
R | 425 | als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig groot licht voeren bij dag, bij het tegenkomen van een andere weggebruiker, dan wel bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig | 32 lid 2 RVV 1990 | 140 | 140 | 95 | 55 | |||||
als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, het achterlicht brandt | 32 lid 3 RVV 1990 | |||||||||||
R | 426 | a | – bij nacht, binnen de bebouwde kom | 90 | 90 | 60 | 35 | |||||
R | 426 | b | – bij nacht, buiten de bebouwde kom | 140 | 140 | 95 | 55 | |||||
R | 426 | c | – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd | 140 | 140 | 95 | 55 | |||||
als bestuurder rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, de verlichting van de achterkentekenplaat brandt | ||||||||||||
R | 428 | a | – van een motorvoertuig | 32 lid 3 RVV 1990 | 45 | 45 | ||||||
R | 428 | b | – van een motorvoertuig met aanhangwagen | 45 | 45 | |||||||
als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen geen achterlicht voeren | 33 RVV 1990 | |||||||||||
R | 431 | d | – bij nacht, binnen de bebouwde kom | 90 | 90 | |||||||
R | 431 | e | – bij nacht, buiten de bebouwde kom | 140 | 140 | |||||||
R | 431 | f | – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd | 140 | 140 | |||||||
als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen niet in de Regeling Voertuigen voorgeschreven stadslicht voeren | 33 RVV 1990 | |||||||||||
R | 432 | d | – bij nacht, binnen de bebouwde kom | 90 | 90 | |||||||
R | 432 | e | – bij nacht, buiten de bebouwde kom | 140 | 140 | |||||||
R | 432 | f | – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd | 140 | 140 | |||||||
R | 434 | als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig anders dan bij mist, sneeuwval of regen, die het zicht ernstig belemmert mistlicht(en) aan de voorzijde voeren | 90 | 90 | 60 | 35 | ||||||
R | 436 | als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig mistachterlicht voeren, indien het zicht door mist of sneeuwval niet beperkt is tot een afstand van minder dan 50 meter | 34 lid 2 RVV 1990 | 140 | 140 | 95 | 55 | |||||
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd geen voor- en achterlicht voeren | ||||||||||||
R | 438 | i | – als bestuurder van een wagen | 35 | ||||||||
R | 438 | j | – als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig zonder motor, gebruikmakend van de rijbaan of het fiets-/bromfietspad | 35b lid 2 RVV 1990 | 35 | |||||||
als fietser bij nacht of dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd | ||||||||||||
R | 438 | k | – geen voortdurend voor tegemoetkomende weggebruikers zichtba(a)r(e) wit(te)- of ge(e)l(e) licht(en) aan de voorzijde voeren en/of voortdurend voor van achteren naderende weggebruikers zichtbaar rood licht aan de achterzijde voeren | 35 en 35a RVV 1990 | 55 | |||||||
R | 438 | l | – verblindend wit of geel licht aan de voorzijde voeren | 35a lid 1 RVV 1990 | 55 | |||||||
R | 438 | m | – knipperende verlichting voeren | 35a lid 2 RVV 1990 | 55 | |||||||
als bestuurder van een snorfiets, zijnde een bromfiets als bedoeld in artikel 1, lid 1, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet bij nacht of dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd | ||||||||||||
R | 438 | n | – geen voortdurend voor tegemoetkomende weggebruikers zichtba(a)r(e) wit(te)- of ge(e)l(e) licht(en) aan de voorzijde voeren en/of voortdurend voor van achteren naderende weggebruikers zichtbaar rood licht aan de achterzijde voeren | 35 c jo. 35 en 35a RVV 1990 | 60 | |||||||
R | 438 | o | – verblindend wit of geel licht aan de voorzijde voeren | 35c jo. 35a lid 1 RVV 1990 | 60 | |||||||
R | 438 | p | – knipperende verlichting voeren | 35c jo. 35a lid 2 RVV 1990 | 60 | |||||||
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd niet een lantaarn meevoeren die naar voren wit of geel licht en naar achteren rood licht straalt | ||||||||||||
R | 445 | c | – als ruiter | 35 | ||||||||
R | 445 | d | – als geleider van rij-, trekdieren of vee | 35 | ||||||||
XIV. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan | ||||||||||||
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens geen stadslicht en achterlicht voeren | ||||||||||||
R | 451 | c | – als bestuurder van een stilstaand motorvoertuig | 140 | ||||||||
R | 451 | d | – op een stilstaande aanhangwagen | 140 | ||||||||
R | 453 | bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd op de rijbaan buiten de bebouwde kom geen voor- en achterlicht voeren op een stilstaande wagen | 55 | |||||||||
XV. Bijzondere lichten | ||||||||||||
R | 458 | als bestuurder van een motorvoertuig tegelijk met enig ander licht aan de voorzijde dagrijlicht voeren | 140 | 140 | ||||||||
als bestuurder van een motorvoertuig aan de voorzijde naast het dimlicht of het mistlicht andere verlichting voeren dan bochtlicht, hoeklicht, richtlicht, manoeuvreerlichten voor zover niet sneller wordt gereden dan 10 km/h, markeringslichten of staaklichten | 41 lid 2 RVV 1990 | |||||||||||
R | 456 | a | – bij nacht | 140 | 140 | |||||||
R | 456 | b | – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd | 140 | 140 | |||||||
R | 459 | als bestuurder een verlicht transparant voeren vanuit een ander voertuig of op andere wijze dan genoemd | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | 140 | ||||
XVI. Autosnelwegen en autowegen | ||||||||||||
a. Autosnelwegen | ||||||||||||
R | 461 | a | anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag en kan worden gereden dan 60 kilometer per uur, een autosnelweg gebruiken | 140 | 110 | 140 | 370 | |||||
behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autosnelweg | ||||||||||||
R | 465 | b | – gebruik maken van de berm | 140 | 140 | |||||||
R | 465 | c | – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan | 230 | 230 | |||||||
R | 466 | als bestuurder van een samenstel van voertuigen dat langer is dan 7 meter, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken | 43 lid 4 RVV 1990 | 230 | ||||||||
R | 467 | als bestuurder van een vrachtauto, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken | 43 lid 4 RVV 1990 | 230 | ||||||||
b. Autowegen | ||||||||||||
R | 468 | a | anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag en kan worden gereden dan 50 kilometer per uur, een autoweg gebruiken | 42 lid 2 RVV 1990 | 140 | 110 | 140 | 370 | ||||
behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autoweg | 43 lid 3 RVV 1990 | |||||||||||
R | 472 | b | – gebruik maken van de berm | 140 | 140 | |||||||
R | 472 | c | – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan | 230 | 230 | |||||||
XVII. Erven | ||||||||||||
R | 478 | als bestuurder een motorvoertuig binnen een erf parkeren anders dan op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven | 90 | 90 | ||||||||
XX. Voorrangsvoertuigen | ||||||||||||
R | 486 | als weggebruiker een voorrangsvoertuig niet voor laten gaan | 230 | 230 | 160 | 90 | 65 | 90 | ||||
XXI. Loslopend vee | ||||||||||||
R | 491 | rij-, trekdieren of vee zonder toezicht op de weg los laten lopen | 140 | |||||||||
XXII. In- en uitstappende passagiers | ||||||||||||
R | 492 | als bestuurder een tram of autobus voorbij rijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen zonder hen daartoe de gelegenheid te geven | 370 | 370 | 250 | 140 | 140 | |||||
XXIII. Slepen | ||||||||||||
R | 501 | als bestuurder van een motorvoertuig een ander motorvoertuig slepen, terwijl de onderlinge afstand meer dan vijf meter bedraagt | 90 | 90 | ||||||||
XXIV. Bijzondere manoeuvres | ||||||||||||
R | 505 | als bestuurder wegrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | |||||
R | 506 | als bestuurder achteruitrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan | 54 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
R | 507 | als bestuurder uit een uitrit de weg oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan | 54 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
R | 508 | als bestuurder vanaf een weg een inrit oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan | 54 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
R | 509 | als bestuurder keren zonder het overige verkeer voor te laten gaan | 54 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
R | 510 | als bestuurder van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan | 54 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
R | 511 | als bestuurder van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan | 54 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
R | 512 | als bestuurder van rijstrook wisselen zonder het overige verkeer voor te laten gaan | 54 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
R | 513 | als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wegrijden geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven | 90 | 90 | 60 | |||||||
R | 514 | als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het inhalen van een ander voertuig geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven | 55 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | ||||||
R | 515 | als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het oprijden van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven | 55 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | ||||||
R | 516 | als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het verlaten van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven | 55 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | ||||||
R | 517 | als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wisselen van rijstrook geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven | 55 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | ||||||
R | 518 | als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij een andere belangrijke zijdelingse verplaatsing geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven | 55 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | ||||||
R | 519 | als bestuurder binnen de bebouwde kom geen gelegenheid geven aan een autobus weg te rijden van een halte wanneer de bestuurder van die autobus door het geven van een teken met zijn richtingaanwijzer zijn voornemen daartoe kenbaar maakt | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | |||||
XXV. Onnodig geluid | ||||||||||||
R | 522 | als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser c.q. snorfietser onnodig geluid veroorzaken | 370 | 370 | 250 | |||||||
XXVI. Gevarendriehoek | ||||||||||||
R | 526 | het niet plaatsen van een gevarendriehoek in de voorgeschreven gevallen, op de voorgeschreven wijze bij een stilstaand motorvoertuig op meer dan twee wielen en aanhangwagens, zijnde een obstakel, terwijl geen knipperend waarschuwingslicht wordt gevoerd | 140 | 140 | ||||||||
XXVI a. Zitplaatsen | ||||||||||||
R | 530 | a | tijdens deelname aan het verkeer als bestuurder of passagier niet op de voor hem/haar bestemde zitplaats zitten en/of als bestuurder (een) passagier(s) vervoeren terwijl deze/die niet op de voor hem/hen bestemde zitplaats zit(ten) | 140 | 140 | 95 | 55 | 140 | ||||
R | 530 | b | als bromfietser of fietser een passagier jonger dan acht jaar vervoeren anders dan op een doelmatige en veilige voorziening met voldoende steun voor rug, handen en voeten | 58a lid 3 en 4 RVV 1990 | 95 | 55 | ||||||
XXVII. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen | ||||||||||||
R | 533 | als bestuurder of passagier van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel geen gebruik maken van de voor hen beschikbare autogordel | 140 | 140 | 140 | |||||||
als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel | ||||||||||||
R | 535 | f | – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem | 59 lid 8 jo. 59 lid 1 RVV 1990 | 140 | |||||||
R | 535 | k | – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar en met een lengte van 1.35 meter of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel | 59 lid 8 jo. 59 lid 1 RVV 1990 | 140 | |||||||
R | 535 | g | – op de voorste zitplaats (een) passagier(s) in de leeftijd van 3 tot 18 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat een autogordel of goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is | 59 lid 2 RVV 1990 | 140 | |||||||
R | 535 | h | – (een) passagier(s) jonger dan 3 jaar vervoeren, terwijl geen autogordel of kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is | 59 lid 2 RVV 1990 | 140 | |||||||
R | 535 | i | – terwijl de zitplaatsen voor passagiers zijn voorzien van autogordels, meer passagiers vervoeren dan er autogordels aanwezig zijn | 59 lid 1 RVV 1990 | 140 | |||||||
R | 535 | j | – (een) passagier(s) jonger dan 18 jaar in een naar achteren gericht kinderzitje op een passagierszitplaats vervoeren, terwijl de voorairbag van die zitplaats niet is uitgeschakeld | 59 lid 3 RVV 1990 | 140 | |||||||
R | 535 | m | – in een taxi op een van de voorste zitplaatsen (een) passagier(s) vervoeren jonger dan 18 jaar en met een lengte van minder dan 1.35 meter, terwijl geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is | 59 lid 5 RVV 1990 | 140 | |||||||
R | 535 | mo | – (een) passagier (s) jonger dan 12 jaar vervoeren terwijl de autogordel, de veiligheidsgordel of het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel wordt gebruikt op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden | 59 lid 7 RVV 1990 | 140 | |||||||
R | 535 | o | de autogordel, de veiligheidsgordel of het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel gebruiken op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden | 59 lid 8 jo 59 lid 7 RVV 1990 | 140 | 140 | ||||||
R | 535 | e | als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruikmaakt van een rolstoel, terwijl de rolstoel niet is vastgezet op een wijze die de stabiliteit van de rolstoel en de veiligheid van de rolstoelgebruiker waarborgt | 59 lid 8 jo. 59 lid 4 RVV 1990 | 230 | |||||||
R | 535 | s | als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruik maakt van een rolstoel, zonder dat gebruik wordt gemaakt van de (beschikbare) veiligheidsgordel die deel uitmaakt van het voertuig of die deel uit maakt van het systeem waarmee de rolstoel aan de vloer van het voertuig is bevestigd of van een door de minister van IenM aangewezen constructie | 59 lid 8 jo. 59 lid 4 RVV 1990 | 140 | |||||||
XXVIIa. Autobus | ||||||||||||
R | 535 | p | als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus of passagier geen gebruik maken van de autogordel of het kinderbeveiligingssysteem waarmee de autobus is uitgerust | 140 | 140 | |||||||
als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus | ||||||||||||
R | 535 | q | – (een) passagier(s) van 3 jaar of ouder, maar jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem of bij gebrek daaraan, de autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en) | 59a lid 4 jo 59a lid 1 RVV 1990 | 140 | |||||||
R | 535 | r | – (een) passagier(s) van 3 jaar of ouder maar jonger dan 12 jaar en met een lengte van 1.35 meter of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en) | 59a lid 4 jo 59a lid 1 RVV 1990 | 140 | |||||||
XXVIII. Helmen | ||||||||||||
R | 536 | a | als bestuurder, passagier van een bromfiets of brommobiel zonder gesloten carrosserie geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk | 90 | 90 | |||||||
R | 536 | c | als bestuurder, passagier van een motorfiets dan wel driewielig motorvoertuig zonder gesloten carrosserie geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en is voorzien van een goedkeuringsmerk | 60 lid 1 RVV 1990 | 140 | 140 | 140 | |||||
R | 537 | als bestuurder van een motorfiets, bromfiets of brommobiel dan wel driewielig motorvoertuig zonder gesloten carrosserie een passagier beneden de twaalf jaren vervoeren, die geen goedpassende helm draagt, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk | 60 lid 3 RVV 1990 | 140 | 140 | 95 | ||||||
XXX. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur | ||||||||||||
R | 545 | als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor tijdens het rijden een mobiele telefoon vast houden | 230 | 230 | 160 | 90 | ||||||
XXXI. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten | ||||||||||||
personen vervoeren | ||||||||||||
R | 539 | a | – in de gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets | 140 | ||||||||
R | 539 | b | – in de open laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets, dan wel in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets | 230 | 230 | 160 | ||||||
Hoofdstuk 3. Verkeerstekens | ||||||||||||
II. Verkeersborden | ||||||||||||
R | 548 | als bestuurder in strijd met bord B6 geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg | 62 jo. bord B6 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
als bestuurder in strijd met bord B7 | 62 jo. bord B7 RVV 1990 | |||||||||||
R | 549 | a | – niet stoppen | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | ||||
R | 549 | b | – geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
R | 549 | c | – niet stoppen en geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord C1 (gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee) | 62 jo. bord C1 RVV 1990 | |||||||||||
R | 550 | a | – een weg gebruiken | 90 | 90 | 60 | 35 | 35 | ||||
R | 550 | b | – een weg(gedeelte) bestemd voor aangewezen categorie(ën) voertuigen gebruiken (doelgroepstroken) | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | ||||
een weg gebruiken in strijd met bord C2 (eenrichtingsweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee) | 62 jo. bord C2 RVV 1990 | |||||||||||
R | 551 | b | – als bestuurder op een andere weg dan autoweg of autosnelweg | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | ||||
als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord | ||||||||||||
R | 552 | a | – C3 (eenrichtingsweg) | 62 jo. bord C3 RVV 1990 | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | |||
R | 552 | b | – C4 (eenrichtingsweg) | 62 jo. bord C4 RVV 1990 | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | |||
R | 553 | b | als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen in strijd met bord C6 (geslotenverklaring voor motorvoertuig op meer dan twee wielen) een weg gebruiken | 62 jo. bord C6 RVV 1990 | 90 | |||||||
R | 554 | a | als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s) (alle wegen behalve autosnelwegen en milieuzones) | 62 jo. bord C7 RVV 1990 | 90 | |||||||
R | 554 | b | als bestuurder van een vrachtauto een rijstrook van een autosnelweg gebruiken in strijd met het voor die rijstrook geldende bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s) | 62 jo. bord C7 RVV 1990 | 230 | |||||||
R | 554 | c | als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s), waarbij gebied is aangeduid als milieuzone | 62 jo. bord C7 RVV 1990 | 230 | |||||||
R | 554 | d | als bestuurder van een autobus een weg gebruiken in strijd met bord C7a (geslotenverklaring voor autobussen) | 62 jo. bord C7a RVV 1990 | 90 | |||||||
R | 554 | e | als bestuurder van een autobus of vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7b (geslotenverklaring voor autobussen en vrachtauto’s) | 62 jo. bord C7b RVV 1990 | 90 | |||||||
R | 571 | als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C22a (geslotenverklaring voor motorvoertuigen die niet voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 86d RVV 1990) (milieuzone) | 62 jo. bord C22a RVV 1990 | 230 | ||||||||
R | 572 | a | als bestuurder van een personenauto of bestelauto een weg gebruiken in strijd met bord C22a (geslotenverklaring voor motorvoertuigen die niet voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 86d RVV 1990) (milieuzone) | 62 jo. bord C22a RVV 1990 | 140 | |||||||
R | 555 | als bestuurder van een motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur een weg gebruiken in strijd met bord C8 (geslotenverklaring voor motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur) | 62 jo. bord C8 RVV 1990 | 90 | ||||||||
R | 556 | als ruiter, geleider van rij-, trekdieren of vee, bestuurder van een wagen, een motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur, een brommobiel, een fiets, een bromfiets of een gehandicaptenvoertuig in strijd met bord C9 een weg gebruiken (geslotenverklaring) | 62 jo. bord C9 RVV 1990 | 90 | 60 | 35 | 35 | |||||
R | 557 | als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen een weg gebruiken in strijd met bord C10 (geslotenverklaring voor motorvoertuig met aanhangwagen) | 62 jo. bord C10 RVV 1990 | 90 | 90 | |||||||
R | 558 | als bestuurder van een motorfiets een weg gebruiken in strijd met bord C11 (geslotenverklaring motorfiets) | 62 jo. bord C11 RVV 1990 | 90 | ||||||||
R | 559 | als bestuurder van een motorvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C12 (geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen) | 62 jo. bord C12 RVV 1990 | 90 | 90 | |||||||
R | 560 | als bestuurder van een bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor een weg gebruiken in strijd met bord C13 (geslotenverklaring voor bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor) | 62 jo. bord C13 RVV 1990 | 60 | 35 | |||||||
R | 561 | als bestuurder van een fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor een weg gebruiken in strijd met bord C14 (geslotenverklaring voor fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor) (categorie 3 betreft alleen snorfiets met uitgeschakelde motor) | 62 jo. bord C14 RVV 1990 | 30 | 30 | |||||||
R | 562 | als bestuurder van een fiets, een bromfiets of gehandicaptenvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C15 (geslotenverklaring voor fiets, bromfiets of gehandicaptenvoertuig) | 62 jo. bord C15 RVV 1990 | 60 | 35 | |||||||
R | 563 | als voetganger een weg gebruiken in strijd met bord C16 (geslotenverklaring voor voetgangers) | 62 jo. bord C16 RVV 1990 | 25 | ||||||||
R | 564 | als bestuurder van een voertuig of samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C17 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen die, met inbegrip van de lading, langer zijn dan op het bord C17 is aangegeven) | 62 jo. bord C17 RVV 1990 | 140 | 55 | |||||||
R | 565 | als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C18 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan op het bord C18 is aangegeven) | 62 jo. bord C18 RVV 1990 | 140 | 55 | |||||||
R | 566 | als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C19 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord C19 is aangegeven) | 62 jo. bord C19 RVV 1990 | 140 | 55 | |||||||
als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C20 (geslotenverklaring voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan op het bord C20 is aangegeven) met een overschrijding van | 62 jo. bord C20 RVV 1990 | |||||||||||
R | 567 | a | – tot en met 10% | 140 | 55 | |||||||
R | 567 | b | – vanaf 10% tot en met 20% | 210 | 80 | |||||||
R | 567 | c | – vanaf 20% tot en met 30% | 310 | 120 | |||||||
als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de som van de aslasten of de totaalmassa hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van | 62 jo. bord C21 RVV 1990 | |||||||||||
R | 568 | a | – tot en met 10% | 140 | 55 | |||||||
R | 568 | b | – meer dan 10% tot en met 20% | 210 | 80 | |||||||
R | 568 | c | – meer dan 20% tot en met 30% | 310 | 120 | |||||||
als bestuurder van een samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de som van de aslasten of de totaalmassa hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van | 62 jo. bord C21 RVV 1990 | |||||||||||
R | 569 | a | – tot en met 10% | 140 | 55 | |||||||
R | 569 | b | – meer dan 10% tot en met 20% | 210 | 80 | |||||||
R | 569 | c | – meer dan 20% tot en met 30% | 310 | 120 | |||||||
R | 574 | als bestuurder rijden in strijd met de door bord D1 aangegeven rijrichting (rotonde; verplichte rijrichting) | 62 jo. bord D1 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | 35 | 35 | ||||
R | 575 | als bestuurder rijden in strijd met bord D2 aan de andere zijde dan het bord aangeeft (gebod voor alle bestuurders het bord D2 voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft) | 62 jo. bord D2 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | 35 | 35 | ||||
R | 576 | als bestuurder in strijd met bord D4 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D4 is aangegeven) | 62 jo. bord D4 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | 35 | 35 | ||||
R | 577 | als bestuurder in strijd met bord D5 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D5 is aangegeven) | 62 jo. bord D5 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | 35 | 35 | ||||
R | 578 | als bestuurder in strijd met bord D6 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D6 zijn aangegeven) | 62 jo. bord D6 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | 35 | 35 | ||||
R | 579 | als bestuurder in strijd met bord D7 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D7 zijn aangegeven) | 62 jo. bord D7 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | 35 | 35 | ||||
R | 584 | als bestuurder een voertuig parkeren in strijd met (zone) bord E1 (parkeerverbod(szone)) | 62 jo. bord E1 RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | 90 | |||||
R | 585 | als bestuurder een voertuig laten stilstaan in strijd met bord E2 (verbod stilstaan) | 62 jo. bord E2 RVV 1990 | 90 | 90 | 35 | ||||||
R | 587 | b | een bromfiets plaatsen in strijd met bord E3 (verbod (brom)fietsen te plaatsen) | 62 jo. bord E3 RVV 1990 | 60 | |||||||
R | 593 | als bestuurder van een motorvoertuig in strijd met bord F1 een motorvoertuig inhalen (verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen) | 62 jo. bord F1 RVV 1990 | 230 | 230 | |||||||
R | 594 | als bestuurder van een vrachtauto in strijd met bord F3 een motorvoertuig inhalen (verbod voor vrachtauto’s om motorvoertuigen in te halen) | 62 jo. bord F3 RVV 1990 | 230 | ||||||||
R | 595 | als bestuurder in strijd met bord F5 doorgaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting (verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting) | 62 jo. bord F5 RVV 1990 | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | ||||
R | 596 | als bestuurder in strijd met bord F7 keren | 62 jo. bord F7 RVV 1990 | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | ||||
R | 597 | als bestuurder in strijd met bord F10 niet stoppen | 62 jo. bord F10 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
R | 598 | als bestuurder van een motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 km/h in strijd met bord F11 geen gebruik maken van de voor dat motorvoertuig verplichte passeerstrook | 62 jo. bord F11 RVV 1990 | 90 | ||||||||
R | 599 | a | als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een lijnbus, in strijd met bord F13 gebruik maken van een uitsluitend voor lijnbussen bestemde rijbaan of rijstrook | 62 jo. bord F13 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | 35 | ||||
R | 599 | b | als bestuurder van een motorvoertuig in strijd met bord F15 gebruik maken van een uitsluitend voor trams bestemde rijbaan of rijstrook | 62 jo. bord F15 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | 35 | ||||
R | 599 | c | als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een lijnbus, in strijd met bord F17 gebruik maken van een uitsluitend voor lijnbussen en trams bestemde rijbaan of rijstrook | 62 jo. bord F17 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | 35 | ||||
R | 599 | d | als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een vrachtauto of lijnbus, in strijd met bord F19 gebruik maken van een uitsluitend voor vrachtauto’s en lijnbussen bestemde rijbaan of rijstrook | 62 jo. bord F19 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | 35 | ||||
R | 599 | e | als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een vrachtauto, in strijd met bord F21 gebruik maken van een uitsluitend voor vrachtauto’s bestemde rijbaan of rijstrook | 62 jo. bord F21 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | 35 | ||||
III. Verkeerslichten | ||||||||||||
R | 601 | als weggebruiker niet doorgaan bij groen licht bij een driekleurig verkeerslicht | 62 jo. 68 lid 1 sub a RVV 1990 | 140 | 140 | |||||||
R | 602 | als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht | 62 jo. 68 lid 1 sub c RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 65 | 90 | |||
R | 603 | als fietser, bromfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een driekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan | 62 jo. 68 lid 6 RVV 1990 | 160 | 90 | |||||||
R | 604 | als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij tweekleurig verkeerslicht | 62 jo. 69 lid 1 sub b RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 65 | 90 | |||
R | 605 | als fietser, bromfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een tweekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan | 62 jo. 69 lid 2 ivm 68 lid 6 RVV 1990 | 160 | 90 | |||||||
R | 606 | als bestuurder van een tram, lijnbus of ander voertuig niet stoppen voor rood tram-/buslicht | 62 jo. 70 lid 1 sub c ivm 70 lid 3, 4 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 230 | |||||
R | 607 | als bestuurder van een tram niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht | 62 jo. 68 lid 1 sub c RVV 1990 | 230 | ||||||||
R | 608 | als weggebruiker niet stoppen voor rood knipperlicht bij overweglichten | 62 jo. 71 sub b RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 65 | 90 | |||
R | 609 | als weggebruiker niet stoppen voor rood (knipper)licht bij bruglichten | 62 jo. 72 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 65 | 90 | |||
R | 611 | als bestuurder van een ander voertuig dan een lijnbus een door een verlichte afbeelding van «BUS» gemarkeerde rijstrook gebruiken | 62 jo. 73 sub d RVV 1990 | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | ||||
R | 612 | als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig beginnen over te steken bij rood voetgangerslicht | 62 jo. 74 lid 1 sub c RVV 1990 | 90 | 65 | |||||||
R | 613 | als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij het oversteken het overige verkeer ter plaatse niet voor laten gaan, indien het rode licht is vervangen door een geel knipperlicht als bedoeld in artikel 75 van het RVV 1990 | 62 jo. 74 lid 2 RVV 1990 | 90 | 65 | |||||||
R | 614 | als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij toeritdosering | 62 jo. 68 lid 1 sub c c.q. 69 lid 1 sub b RVV 1990 | 90 | 90 | |||||||
IV. Verkeerstekens op het wegdek | ||||||||||||
R | 617 | a | als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden met verkeer in een richting | 62 jo. 76 lid 1 RVV 1990 | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | |||
R | 617 | b | als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden met verkeer in beide richtingen | 62 jo. 76 lid 1 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | |||
R | 617 | c | als bestuurder zich links bevinden van een tussen rijstroken of paden aangebrachte doorgetrokken streep met verkeer in beide richtingen | 62 jo. 76 lid 1 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | |||
R | 618 | als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken | 62 jo. 77 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
R | 618 | a | als bestuurder een puntstuk gebruiken | 62 jo. 77 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | |||
R | 619 | als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser die de rijbaan volgt op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft | 62 jo. 78 lid 1 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | ||||||
R | 619 | a | als bestuurder die een doorgaande rijbaan verlaat en daartoe een uitrijstrook volgt ter hoogte van de daarin aangebrachte pijlen niet de richting volgen die de uitrijstrook aangeeft | 62. jo. 78 lid 2 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | |||||
R | 620 | als bestuurder niet stoppen voor stopstreep daar waar dit op grond van het RVV 1990 verplicht is | 62 jo. 79 RVV 1990 | 90 | 90 | 60 | 35 | 35 | ||||
R | 621 | als bestuurder in strijd met op het wegdek aangebrachte haaietanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg | 62 jo. 80 RVV 1990 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||
R | 622 | als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus, autobus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met «BUS» | 62 jo. 81 RVV 1990 | 140 | 140 | 95 | 55 | 40 | 55 | |||
R | 622 | a | als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met: «LIJNBUS» | 62 jo. 81 RVV 1990 | 140 | 140 | 95 | 55 | 40 | 55 | ||
Nummers R 701 – R 706: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) | ||||||||||||
R | 701 | zonder daartoe krachtens het Besluit bevoegd te zijn verkeerstekens op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen, aangebracht houden, verwijderen, dan wel de zichtbaarheid daarvan wegnemen | 140 | |||||||||
R | 702 | voorwerpen, inrichting of borden, van welke aard ook, die het verkeer in verwarring zouden kunnen brengen op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen of aangebracht houden | 140 | |||||||||
R | 703 | niet zo spoedig mogelijk op de juiste wijze inleveren van ongeldige gehandicaptenparkeerkaart | 90 | |||||||||
R | 704 | als verkeersregelaar niet op eerste vordering tonen van de krachtens de wet vereiste aanstellingspas | 90 | |||||||||
R | 705 | als verkeersregelaar, niet zijnde een weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat, een aanwijzing als bedoeld in artikel 82, 1e lid van het RVV 1990 vanaf een motorrijtuig, of als verkeersregelaar niet zijnde een transportbegeleider of een weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat, vanuit een motorrijtuig geven | 58a BABW | 90 | ||||||||
R | 706 | als transportbegeleider of weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat vanuit een motorrijtuig een aanwijzing als bedoeld in artikel 82, 1e lid van het RVV 1990 op een weg onder beheer van het Rijk of op een kruispunt gelegen op andere weg geven | 58a BABW | 90 | ||||||||
Nummers K 405 – K 540: Kentekenreglement (KR) | ||||||||||||
K | 405 | de kentekenplaat voldoet niet aan de gestelde eisen | 140 | |||||||||
Wijziging van de tenaamstelling: overdracht tussen particulieren | ||||||||||||
K | 420 | als nieuwe eigenaar/ houder niet binnen één week de Dienst Wegverkeer op de voorgeschreven wijze om tenaamstelling verzoeken | 340 | |||||||||
Wijziging van de tenaamstelling: overlijden van een kentekenhouder | ||||||||||||
K | 485 | als eigenaar/houder na overlijden van degene die in het kentekenregister als tenaamgestelde staat geregistreerd niet binnen vijf weken op de voorgeschreven wijze bij de Dienst Wegverkeer een verzoek indienen om het voertuig op zijn naam te registreren | 340 | |||||||||
Aanvraag nieuw deel I (A) | ||||||||||||
Kentekencard vanaf 1 januari 2014 | ||||||||||||
K | 526 | niet onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens melden indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens in het kentekenregister | 90 | |||||||||
Kentekenbewijzen afgegeven voor 1 januari 2014 | ||||||||||||
K | 527 | niet onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens melden indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens op het afgegeven deel I | 90 | |||||||||
Handelaarskenteken(bewijs) | ||||||||||||
K | 535 | als kentekenhouder het handelaarskenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruiken | 340 | |||||||||
K | 540 | het ongeldig verklaarde handelaarskentekenbewijs niet onverwijld inleveren | 340 | |||||||||
Nummers A 901 – A 934: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) | ||||||||||||
gekentekende motorrijtuigen, niet zijnde bromfietsen of gehandicaptenvoertuigen | ||||||||||||
A | 915 | als bezitter, als houder of als degene op wiens naam een motorrijtuig in het kentekenregsiter is ingeschreven, voor een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets, dat in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld, niet de vereiste verzekering sluiten en in stand houden | 400 | |||||||||
Bromfietsen | ||||||||||||
A | 902 | als bezitter, als houder of als degene op wiens naam een motorrijtuig in het kentekenregister is ingeschreven, voor een motorrijtuig, zijnde een bromfiets, dat in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld niet de vereiste verzekering sluiten en in stand houden | 30 lid 2 WAM | 330 |
Nummers N 010 – P 602: Besluit voertuigen (BV) en Regeling voertuigen (RV) | |||
Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling voertuigen) | |||
2 – personenauto’s; | |||
3 – bedrijfsauto’s; | |||
3a – bussen; | |||
4 – motorfietsen; | |||
5 – driewielige motorrijtuigen; | |||
6 – bromfietsen; | |||
7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid; | |||
8 – land- of bosbouwtrekkers; | |||
9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV); | |||
10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie en gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor; | |||
11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie; | |||
12 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg achter personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen en driewielige motorrijtuigen en afsleepassen; | |||
13 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg achter personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen en driewielige motorrijtuigen; | |||
14 – aanhangwagens en verwisselbare getrokken machines achter landbouw- of bosbouwtrekkers en achter motorrijtuigen met beperkte snelheid; | |||
15 – aanhangwagens achter motorfietsen (15a) of bromfietsen (15b); | |||
16 – aanhangwagens achter fietsen op twee wielen; | |||
17 – wagens. | |||
Noot Regeling voertuigen (RV): | |||
– De feiten met betrekking tot de Regeling voertuigen zijn in 17 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de Regeling voertuigen. | |||
– Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld. | |||
categorie: 15A – motorfiets | |||
categorie: 15B – bromfiets | |||
– Indien bij «artikel» een «*» staat vermeld, dan dient dit teken te worden vervangen door het nummer van de categorie waarop de feitcode betrekking heeft, om zo het op die categorie betrekking hebbende artikel van de Regeling voertuigen te verkrijgen. | |||
– De feiten in deze afdeling die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 856. | |||
– Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de Regeling voertuigen in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven. | |||
– Voor feiten gebaseerd op de Regeling voertuigen geldt dat deze feiten niet slechts op kenteken kunnen worden geconstateerd. (Dit volgt uit de voor de eerste feitcode geplaatste koptekst, geldend voor de gehele Regeling voertuigen: «Als bestuurder rijden terwijl...».) |
Feit | Overtreden artikel | Tarief in euro per feit en categorie | |||||||||||||||||||
2 | 3 | 3a | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | |||||
Regeling voertuigen | |||||||||||||||||||||
Als bestuurder van een voertuig rijden (terwijl): | |||||||||||||||||||||
0 – Algemeen | |||||||||||||||||||||
N | 010 | a | het niet in overeenstemming is met de gegevens op de kentekencard, het kentekenbewijs of met de in het kentekenregister vermelde gegevens | 5.*.1 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | ||||||||||
N | 010 | b | het voertuigidentificatienummer niet is ingeslagen of goed leesbaar is | 5.*.1 en 5.6.73 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | 90 | 230 | |||||||
N | 010 | c | het niet is voorzien van de juiste kentekenpla(a)t(en) of de kentekenpla(a)t(en) niet voorzien is/zijn van het goedkeuringsmerk, dan wel niet deugdelijk aan de voor- en/of achterzijde is/zijn bevestigd | 5.*.1 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 60 | 90 | ||||||||||
N | 010 | d | het kenteken niet goed leesbaar is of de kentekenpla(a)t(en) is/zijn afgeschermd | 5.*.1 RV | 130 | 130 | 130 | 130 | 130 | 90 | 130 | ||||||||||
N | 010 | e | het voertuig niet is voorzien van een goed leesbare constructiepla(a)t(en), waarvan de gegevens in overeenstemming zijn met het kentekenregister (cat 3, 3a en 12 in gebruik na 31-12-1997; cat 8 in gebruik na 30-06-2009) | 5.*.1 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | |||||||||||||
1 – Algemene bouwwijze van het voertuig | |||||||||||||||||||||
N | 020 | b | het wiel niet zodanig is bevestigd dat het uitsluitend draaibaar is om de eigen as | 140/95 | |||||||||||||||||
N | 030 | a | het chassis dan wel de mee- of zelfdragende carrosserie breuken en of scheuren vertoont | 5.*.3 en 5.6.74 lid 1 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 230/160 | 90 | |||||
N | 030 | b | het chassis dan wel de mee- of zelfdragende carrosserie zodanig bevestigd, vervormd of door corrosie is aangetast dat de stijfheid en de sterkte in gevaar worden gebracht | 5.*.3 en 5.6.74 lid 1 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 230/160 | 90 | |||||
het frame of de zelfdragende constructie alsmede de voor- en achtervork | 5.*.3 en 5.6.74 lid 2 RV | ||||||||||||||||||||
N | 030 | c | – breuken en of scheuren vertoont | 230 | 160 | ||||||||||||||||
N | 030 | d | – is doorgeroest | 230 | 160 | ||||||||||||||||
N | 030 | e | – zodanig is vervormd dat stijfheid en sterkte in gevaar worden gebracht dan wel het weggedrag van het voertuig nadelig wordt beïnvloed | 230 | 160 | ||||||||||||||||
N | 030 | f | de onderdelen van het frame of de zelfdragende constructie niet deugdelijk zijn bevestigd | 5.*.3 en 5.6.74 lid 3 RV | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||||||||||
N | 030 | g | het frame met voor- en achtervork breuken en of scheuren vertoont, is doorgeroest of is vervormd | 5.*.3 lid 2 RV | 230 | 160 | 90 | 90 | |||||||||||||
het frame | |||||||||||||||||||||
N | 030 | h | – breuken en of scheuren vertoont | 55 | |||||||||||||||||
N | 030 | i | – is doorgeroest | 55 | |||||||||||||||||
N | 030 | j | – is vervormd | 55 | |||||||||||||||||
N | 040 | a | de bovenbouw ondeugdelijk op het onderstel is bevestigd | 5.*.4 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | 140 | 140 | 140 | 140/95 | 55 | ||||
N | 040 | b | de ondersteuning van de laadvloer/laadruimte niet deugdelijk is | 5.*.4 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140/95 | 55 | |||||||||
N | 040 | c | de gekoppelde zijspanwagen niet deugdelijk is bevestigd | 5.*.4 RV | 140 | 95 | |||||||||||||||
N | 050 | de accu en, indien aanwezig, de bedrading niet deugdelijk is (zijn) bevestigd en niet goed is (zijn) geïsoleerd | 5.*.5 RV | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
2 – Afmetingen en massa’s | |||||||||||||||||||||
Lengte | |||||||||||||||||||||
N | 060 | a | het langer is dan 12 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 12 geldt niet voor opleggers) | 5.*.6 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | |||||||||
N | 060 | aa | de bus met 2 assen langer is dan 13,50 m | 140 | |||||||||||||||||
N | 060 | ab | de bus met 2 assen, in gebruik genomen voor 10-09-2003, langer is dan 15 m | 5.3a.6 lid 2 RV | 140 | ||||||||||||||||
N | 060 | ac | de bus met meer dan 2 assen langer is dan 15 m | 5.3a.6 lid 2 RV | 140 | ||||||||||||||||
N | 060 | d | het rijdende werktuig langer is dan 20 m | 140 | |||||||||||||||||
N | 061 | e | bij de na 31-12-1997 in gebruik genomen oplegger, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en enig deel aan de voorzijde van de oplegger meer dan 2,04 m bedraagt en de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger meer dan 12 m bedraagt | 140 | |||||||||||||||||
N | 061 | g | de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger van het kermis- of circusvoertuig meer bedraagt dan 17,50 m | 5.12.6 lid 5 RV | 140 | ||||||||||||||||
Breedte | |||||||||||||||||||||
N | 060 | b | het breder is dan 2,55 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 3 en 12 gelden niet voor geconditioneerde voertuigen en voor cat 3 en 12 voertuigen met een tmm > 10 ton en ingebruikname voor 01-02-1999) | 5.*.6 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | |||||||||||
N | 060 | g | het breder is dan 2,60 m (cat 3 en 12 geconditioneerd voertuig en voertuigen met een tmm > 10 ton en ingebruikname voor 01-02-1999; cat 17 bespannen wagen) | 5.*.6 RV | 140 | 140 | 140 | 55 | |||||||||||||
N | 060 | p | het gehandicaptenvoertuig breder is dan 1,10 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor) | 5.*.6 RV | 55 | 55 | |||||||||||||||
N | 060 | r | de fiets breder is dan 0,75 m | 55 | |||||||||||||||||
N | 060 | s | het breder is dan 1,50 m (cat 9 > 2 wielen of zijspan; cat 17 onbespannen wagen) | 5.*.6 RV | 55 | 55 | |||||||||||||||
N | 060 | u | het breder is dan 2 m (cat 5 ingebruikname na 31-10-1997; cat 6 op meer dan 2 wielen; cat 15b achter bromfiets op meer dan 2 wielen) | 5.*.6 RV | 140 | 140 | 95 | 140/95 | |||||||||||||
N | 060 | w | het breder is dan 1 m (cat 6 betreft 2 w bromfiets; cat 15b achter bromfiets op meer dan 2 wielen) | 5.*.6 RV | 95 | -/95 | 55 | ||||||||||||||
het voertuig breder is dan 3 m (cat 3 en 7 rijdend werktuig) | 5.*.6 RV | ||||||||||||||||||||
N | 060 | ha | – van 0,01 m t/m 0,25 m | 140 | 140 | 140 | 140 | ||||||||||||||
N | 060 | hb | – meer dan 0,25 m t/m 0,50 m | 210 | 210 | 210 | 210 | ||||||||||||||
N | 060 | hc | – van meer dan 0,50 m t/m 0,75 m | 310 | 310 | 310 | 310 | ||||||||||||||
Hoogte | |||||||||||||||||||||
N | 060 | q | het gehandicaptenvoertuig hoger is dan 2 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor) | 5.*.6 RV | 55 | 55 | |||||||||||||||
Massa | |||||||||||||||||||||
de toegestane asdruk, massa of som van de aslasten (cat 5 ingebruikname na 01-02-1999) wordt overschreden met | 5.*.7 RV | ||||||||||||||||||||
N | 070 | a | – meer dan 10% | 280 | 280 | 280 | 280 | 280 | 280 | ||||||||||||
de toegestane wieldruk, massa of som van de aslasten wordt overschreden met (massa of som van de aslasten betreft uitsluitend cat 7) | 5.*.7 RV | ||||||||||||||||||||
N | 070 | e | – meer dan 10% | 280 | 280 | 110 | |||||||||||||||
van het rijdende werktuig de toegestane maximum last van enig(e) as of asstel wordt overschreden met | |||||||||||||||||||||
N | 072 | a | – 10 tot 15% | 360 | |||||||||||||||||
van het rijdende werktuig de toegestane maximummassa of som van de aslasten wordt overschreden met | 5.3.7 lid 2 RV | ||||||||||||||||||||
N | 073 | a | – 5 tot 10% | 360 | |||||||||||||||||
3 – Motor | |||||||||||||||||||||
de bromfiets de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid van niet meer dan 25 km/h, vermeerderd met 4 km/h, (dan wel de aangewezen bromfiets de in artikel 20b van de wet vermelde maximumconstructiesnelheid van 25 km/h) overschrijdt met | |||||||||||||||||||||
N | 086 | a | – t/m 10 km/h | 60 | |||||||||||||||||
N | 086 | b | – meer dan 10 en t/m 15 km/h | 120 | |||||||||||||||||
de bromfiets de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid van 25 tot en met 45 km/h, vermeerderd met 5 km/h overschrijdt met | 5.6.8 lid 1 RV | ||||||||||||||||||||
N | 083 | a | – t/m 10 km/h | 60 | |||||||||||||||||
N | 083 | b | – meer dan 10 en t/m 15 km/h | 120 | |||||||||||||||||
het voertuig de in artikel 1.1. van de Regeling Voertuigen vermelde maximumconstructiesnelheid vermeerderd met 5 km/h overschrijdt | 5.*.8 lid 1 RV | ||||||||||||||||||||
N | 085 | a | – t/m 10 km/h | 90 | 90 | 35 | 35 | ||||||||||||||
N | 085 | b | – meer dan 10 en t/m 15 km/h | 130 | 130 | 50 | 50 | ||||||||||||||
N | 090 | a | het brandstofsysteem niet veilig is of deugdelijk is bevestigd | 5.*.9 lid 1 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | ||||||||
N | 090 | b | het brandstofsysteem of de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd | 5.*.9 lid 1 en 5.6.77 lid 2 RV | 230 | 160 | 90 | ||||||||||||||
N | 090 | c | het brandstofsysteem lekkage vertoont | 5.*.9 lid 2 en 5.6.77 lid 2 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | 90 | 230 | 230 | 230 | |||||
N | 090 | d | het brandstofreservoir niet deugdelijk is afgesloten | 5.*.9 lid 3 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | 90 | 230 | 230 | 230 | |||||
N | 090 | h | de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd | 35 | |||||||||||||||||
N | 100 | de LPG-installatie niet voldoet aan de eisen | 5.*.10 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | |||||||||||||
N | 101 | de CNG-installatie niet voldoet aan de eisen | 5.*.10a RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | |||||||||||||
N | 110 | a | het niet is voorzien van een over de gehele lengte gasdichte uitlaat | 5.*.11 lid 1 en 5.6.80 lid 1 RV | 280 | 280 | 280 | 280 | 280 | 190 | 280 | 280 | 110 | ||||||||
N | 110 | b | het uitlaatsysteem niet deugdelijk is bevestigd | 5.*.11 lid 2 en 5.6.80 lid 2 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | ||||||||
N | 110 | e | het uitlaatsysteem niet behoorlijk geluiddempend is | 5.*.11 RV | 280 | 280 | 110 | ||||||||||||||
Meting geluidsniveau | |||||||||||||||||||||
Noot | |||||||||||||||||||||
Indien geen waarde (op het kentekenbewijs of) het kentekenregister is vermeld dan moeten onderstaande waarden worden gehanteerd: | |||||||||||||||||||||
Bromfiets | |||||||||||||||||||||
Constructiesnelheid Maximum toegestane waarde | |||||||||||||||||||||
Max 25 km/h 90 dB(A) | |||||||||||||||||||||
> 25 km/h 97dB(A) | |||||||||||||||||||||
Motorfiets | |||||||||||||||||||||
Cylinderinhoud t/m Maximum toegestane waarde | |||||||||||||||||||||
80 cm3 91 dB(A) | |||||||||||||||||||||
125 cm3 92 dB(A) | |||||||||||||||||||||
350 cm3 95 dB(A) | |||||||||||||||||||||
500 cm3 97 dB(A) | |||||||||||||||||||||
750 cm3 100 dB(A) | |||||||||||||||||||||
1.000 cm3 103 dB(A) | |||||||||||||||||||||
>1.000 cm3 106 dB(A) | |||||||||||||||||||||
Personen-/bedrijfsauto/bus/driewielig motorrijtuig | |||||||||||||||||||||
benzinemotor max 3.500 kg bij 3.500 toeren max 95 dB(A) | |||||||||||||||||||||
dieselmotor max 3.500 kg bij 2000 toeren max 95 dB(A) | |||||||||||||||||||||
> 3.500 kg bij 1.500 toeren max 95 dB(A) | |||||||||||||||||||||
het (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister vermelde geluidsniveau, vermeerderd met 2 dB(A), wordt overschreden | 5.*.11 RV | ||||||||||||||||||||
N | 110 | n | – tot 4 dB(A) | 280 | 280 | 280 | 280 | 280 | 190 | ||||||||||||
het toegestane geluidsniveau van het voertuig, waarvoor geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld, wordt overschreden | 5.*.11 en 5.6.80 lid 3 RV | ||||||||||||||||||||
N | 110 | p | – tot 4 dB(A) | 280 | 280 | 280 | 280 | 280 | 190 | ||||||||||||
N | 120 | a | de accu of tractiebatterij niet deugdelijk is bevestigd | 5.*.12 lid 1 en 5.6.81 lid 1 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | 55 | |||||||
N | 120 | b | de bedrading niet deugdelijk is bevestigd/goed is geïsoleerd | 5.*.12 en 5.6.81 lid 2 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | 55 | |||||||
N | 120 | c | het gehandicaptenvoertuig, dat is uitgerust met een elektrische aandrijving, niet is voorzien van een beveiliging tegen overbelasting, die door middel van een binnen bereik bevindende schakelaar de stroomvoorziening herstelt | 5.*.12 lid 3 RV | 35 | 35 | |||||||||||||||
N | 120 | d | de onderdelen van de elektrische aandrijflijn van het elektrisch aangedreven of hybride elektrische voertuig niet aan de gestelde eisen voldoet | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | ||||||||||||
N | 130 | a | de motorsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd/in ernstige mate zijn beschadigd | 5.*.13 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 55 | |||||||||||
N | 130 | b | de rubbers van de motorsteunen zijn doorgescheurd/de vulkanisatie is losgeraakt | 5.*.13 en 5.6.81 lid 4 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 55 | ||||||||||
N | 130 | c | de motor niet deugdelijk is bevestigd | 5.*.13 en 5.6.81 lid 3 RV | 140 | 95 | |||||||||||||||
4 – Krachtoverbrenging | |||||||||||||||||||||
N | 140 | b | het niet is voorzien van een achteruitrijinrichting | 5.*.14 RV | 90 | 35 | |||||||||||||||
N | 150 | a | het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter | 5.*.15 RV | 90 | 90 | 90 | ||||||||||||||
N | 150 | e | het na 26-11-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht afleesbare snelheidsmeter | 5.*.15 RV | 90 | 90 | |||||||||||||||
N | 150 | f | de na 31-12-2006 in gebruik genomen bromfiets niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht afleesbare snelheidsmeter | 5.6.15 RV | 60 | ||||||||||||||||
N | 160 | a | (de onderdelen van) de aandrijving of transmissie niet deugdelijk bevestigd is (zijn) | 5.*.16 en 5.6.83 lid 1 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | ||||||||
N | 170 | a | de krachtoverbrenging niet op eenvoudige wijze kan worden onderbroken | 35 | |||||||||||||||||
N | 170 | b | de snelheid niet regelbaar is | 55 | |||||||||||||||||
5 – Assen | |||||||||||||||||||||
N | 180 | de as(sen) niet deugdelijk (bevestigd) is (zijn) | 5.*.18 en 5.6.84 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | 90 | 90 | 230 | 230 | 230 | 230/160 | ||||
N | 190 | de fuseeonderdelen en overige draaipunten niet deugdelijk (bevestigd) zijn | 5.*.19 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 90 | 230 | 230 | ||||||||||
N | 200 | de wiellagers niet deugdelijk zijn | 5.*.20 en 5.6.85 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | 140 | 140 | |||||||||
N | 210 | de wielbasis te veel afwijkt | 5.*.21 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | ||||||||||||
N | 220 | de afstanden tussen de fuseedraaipunten en het chassis of de carrosserie te veel verschillen | 5.*.22 RV | 90 | 90 | 90 | |||||||||||||||
N | 230 | de spoorbreedte te groot is | 5.*.23 RV | 90 | 90 | 90 | |||||||||||||||
N | 240 | a | de wielen/de velgen niet deugdelijk (bevestigd) zijn | 5.*.24 RV | 90 | 230 | 230/160 | 90 | |||||||||||||
N | 240 | b | de wielen/de velgen/de wielnaven/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn | 5.*.24–26 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | |||||||||||||
N | 240 | c | de wielen, alsmede de onderdelen niet deugdelijk (bevestigd) zijn | 5.*.24 en 5.6.86 RV | 230 | 160 | |||||||||||||||
N | 240 | d | de wielen/de velgen/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn | 5.*.24 en 26 RV | 230 | 230 | 90 | 230 | 230 | ||||||||||||
6 – Ophanging | |||||||||||||||||||||
de wielen niet voorzien zijn van luchtbanden | 5.*.27 en 5.6.87 lid 1 RV | ||||||||||||||||||||
N | 270 | a | – 1 band | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | ||||||||||||
N | 270 | b | – 2 banden | 210 | 210 | 210 | 210 | 210 | 140 | ||||||||||||
N | 270 | c | – 3 banden | 310 | 310 | 310 | 310 | 310 | 220 | ||||||||||||
een band/de banden beschadigd is/zijn, waarbij het karkas zichtbaar is of de band/banden uitstulpingen vertoont/vertonen | 5.*.27 RV | ||||||||||||||||||||
N | 270 | e | – 1 band | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | 55 | 140 | 140 | 140/95 | |||||||
N | 270 | f | – 2 banden | 210 | 210 | 210 | 140 | 210 | 210 | 80 | 80 | 210 | 210 | 210/140 | |||||||
N | 270 | g | – 3 banden | 310 | 310 | 310 | 220 | 310 | 310 | 120 | 120 | 310 | 310 | ||||||||
het loopvlak uitstekende metalen elementen bevat, per (band) beschadiging | 5.*.27 en 5.6.87 lid 2 RV | ||||||||||||||||||||
N | 270 | i | – 1 band | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | 55 | 140 | 140 | 140 | |||||
N | 270 | j | – 2 banden | 210 | 210 | 210 | 210 | 210 | 140 | 210 | 210 | 80 | 80 | 210 | 210 | 210 | |||||
N | 270 | k | – 3 banden | 310 | 310 | 310 | 310 | 310 | 220 | 310 | 310 | 120 | 120 | 310 | 310 | 310 | |||||
de band(en) is/zijn beschadigd waarbij het karkas zichtbaar is, de band(en) uitstulpingen vertoont/vertonen of de daarop vermelde load-index kleiner is dan toegestaan | 5.*.27 RV | ||||||||||||||||||||
N | 270 | m | – 1 band | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
N | 270 | n | – 2 banden | 210 | 210 | 210 | |||||||||||||||
N | 270 | o | – 3 banden | 310 | 310 | 310 | |||||||||||||||
de profilering van een band/de banden niet voldoet aan de gestelde eisen of is/zijn nageprofileerd (naprofilering geldt niet voor cat 3, 3a en 12 i.g.v. opschrift regroovable; cat 2, 3(a), 5, 12 en 13 min. 1,6 mm; cat 4 min 1,0 mm; cat 6, 10 en 11 profilering moet aanwezig zijn over de gehele omtrek en breedte) | 5.*.27 RV | ||||||||||||||||||||
N | 270 | r | – 1 band | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | 140 | 140 | ||||||||
N | 270 | s | – 2 banden | 210 | 210 | 210 | 210 | 210 | 140 | 80 | 80 | 210 | 210 | ||||||||
N | 270 | t | – 3 banden | 310 | 310 | 310 | 310 | 310 | 220 | 120 | 120 | 310 | 310 | ||||||||
N | 270 | v | de op de band aangegeven draairichting niet overeenkomt met de draairichting van het wiel in voorwaartse rijrichting | 5.*.27 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | 140 | 140 | 140/95 | ||||||
N | 270 | w | de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben (geldt niet voor nood- of reservewiel) | 5.*.27 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 55 | 55 | 140 | 140 | 140/95 | |||||||
de aanhangwagen is voorzien van banden waarvan het loopvlak bestaat uit metaal of een materiaal dat voor wat betreft hardheid en vervormbaarheid dezelfde eigenschappen heeft | 5.*.27 RV | ||||||||||||||||||||
N | 271 | e | – 1 band | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
N | 271 | f | – 2 banden | 210 | 210 | 210 | |||||||||||||||
N | 271 | g | – 3 banden | 310 | 310 | 310 | |||||||||||||||
N | 271 | m | de wielen zijn voorzien van metalen banden met uitstekende delen (geldt niet voor landbouwwerktuigen met een massa van maximaal 750 kg) | 5.17.27 RV | 55 | ||||||||||||||||
N | 280 | het veersysteem, (indien vereist of aanwezig) de onderdelen daarvan of de schokdemper (indien vereist) niet deugdelijk (bevestigd) is/zijn of niet goed werken | 5.*.28 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | 55 | 140 | 140 | 140 | |||||
7 – Stuurinrichting | |||||||||||||||||||||
N | 290 | deze niet is voorzien van een deugdelijke stuurinrichting | 5.*.29 en 5.6.88 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | 90 | 90 | 90 | |||||||
N | 291 | de overbrenging van de gestuurde wielen niet goed reageert of niet deugdelijk is (bevestigd) | 5.*.29 RV | 230 | 230 | ||||||||||||||||
N | 292 | de draaikransen niet deugdelijk zijn (bevestigd) | 5.*.30 RV | 230 | 230 | ||||||||||||||||
8 – Reminrichting | |||||||||||||||||||||
N | 310 | a | (de onderdelen van) de reminrichting niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) dan wel niet aan de eisen voldoet/voldoen | 5.*.31 en 5.6.89 lid 1 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | 90 | 90 | 230 | 230 | 230 | ||||
N | 320 | aa | in het hydraulisch remsysteem onvoldoende remvloeistof aanwezig is | 5.*.32 RV en 5.*.31 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 90 | 90 | ||||||||||
N | 320 | a | het remsysteem van het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting | 90 | 90 | 90 | |||||||||||||||
N | 340 | de veerrem van het na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting | 5.*.34 RV | 90 | 90 | ||||||||||||||||
N | 350 | a | het drukluchtremsysteem niet is voorzien van een goed functionerend meerkringsbeveiligingsventiel bij na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuigen | 5.*.35 lid 1 RV | 230 | 230 | |||||||||||||||
N | 350 | b | het drukluchtremsysteem niet is voorzien van drukmeetpunten | 5.*.35 lid 1 RV | 90 | 90 | 90 | ||||||||||||||
N | 350 | c | de drukluchtremkrachtregelaars niet goed functioneren | 5.*.35 lid 2 RV | 230 | 230 | 230 | ||||||||||||||
N | 350 | d | het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig met drukluchtremkrachtregelaars niet is voorzien van de vereiste plaat | 5.*.35 lid 3 RV | 90 | 90 | 90 | ||||||||||||||
N | 350 | e | de drukluchtremkrachtregelaars van het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig niet aanwezig zijn, dan wel niet zijn afgesteld zoals op de plaat staat vermeld | 5.*.35 lid 3 RV | 230 | 230 | 230 | ||||||||||||||
N | 360 | de slag van de drukluchtremcylinders onjuist is afgesteld | 5.*.36 RV | 230 | 230 | 230 | |||||||||||||||
N | 370 | a | het één- of tweeleidingremsysteem niet de juiste aansluitdruk heeft | 5.*.37 RV | 230 | 230 | |||||||||||||||
N | 370 | b | het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een éénleidingremsysteem ten behoeve van een aanhangwagen | 5.*.37 RV | 230 | 230 | |||||||||||||||
N | 370 | c | het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een afzonderlijke inrichting voor de bediening van de remmen van de aanhangwagen | 5.*.37 RV | 230 | 230 | |||||||||||||||
N | 380 | m | de bedrijfsrem niet op alle wielen remt (uitgezonderd driewielige motorrijtuigen met een massa van minder dan 400 kg in gebruik genomen voor 1 april 1990), dan wel het voertuig op een (nagenoeg) droge weg uitbreekt ten gevolge van een verschil in remwerking tussen de wielen van elke as, of ten gevolge van overberemming van de achteras | 5.*.38 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 90 | 230 | |||||||||||
N | 380 | n | niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging | 5.*.38 en 5.6.90 RV | 160 | 230 | 230 | 90 | |||||||||||||
N | 380 | p | het niet is voorzien van (een) goed werkende rem(men) | 5.*.38 RV | 55 | 55 | |||||||||||||||
niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa minder dan 3.500 kg); de vermindering bedraagt | 5.*.38 RV | ||||||||||||||||||||
N | 381 | a | – 0 t/m 0,5 m/s2 | 230 | 230 | 230 | 230 | ||||||||||||||
N | 381 | b | – 0,51 t/m 1,0 m/s2 | 340 | 340 | 340 | 340 | ||||||||||||||
niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa 3.500 kg of meer); de vermindering bedraagt | 5.*.38 RV | ||||||||||||||||||||
N | 381 | f | – 0 t/m 0,5 m/s2 | 370 | 370 | 370 | |||||||||||||||
N | 390 | a | de parkeerrem niet aan de eisen voldoet | 5.*.39 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | |||||||||||
N | 390 | b | van de (brom)fiets op meer dan twee wielen zonder afzonderlijke vastzetinrichting één van de remmen niet kan worden vastgezet | 5.*.39 RV | 60 | 35 | |||||||||||||||
N | 390 | e | de vastzetinrichting of de veerrem niet aan de eisen voldoet | 90 | |||||||||||||||||
N | 400 | c | de reminrichting van de aanhangwagen (niet zijnde een middenasaanhangwagen en aanhangwagen met een stijve dissel met een toegestane maximum massa van ten hoogste 1.500 kg) niet automatisch in werking treedt bij het verbreken van de verbinding, dan wel niet automatisch in de bedrijfstoestand komt bij het koppelen met het trekkende voertuig | 230 | |||||||||||||||||
N | 400 | d | niet is voorzien van een goed functionerende losbreekreminrichting (indien aanwezig) | 5.12.40 RV | 140 | ||||||||||||||||
9 – Carrosserie | |||||||||||||||||||||
N | 410 | a | de deuren en de laadbakkleppen (cat.3(a)) niet goed sluiten of de deuren die direct toegang geven tot de personenruimte niet op normale wijze vanaf de binnenzijde en/of vanaf de buitenzijde kunnen worden geopend | 5.*.41 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | |||||||||
N | 410 | b | het slot of de scharnieren van de motorkap of het kofferdeksel aan de voorzijde geen goede sluiting waarborgen | 5.*.41 RV | 140 | 140 | 140 | 95 | 55 | ||||||||||||
N | 410 | c | de bevestiging van de scharnieren ernstig zijn gecorrodeerd | 5.*.41 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 55 | |||||||||||
N | 410 | d | de windschermen en stroomlijnkappen de bediening belemmeren | 5.*.41 RV | 140 | 95 | |||||||||||||||
N | 410 | e | de windschermen, stroomlijnkappen en inrichtingen om ladingen mee te vervoeren niet deugdelijk zijn bevestigd | 5.*.41 RV | 140 | 95 | |||||||||||||||
N | 410 | f | de gesloten cabines niet zijn voorzien van tenminste twee deuren dan wel één deur en één nooduitgang | 5.*.41 RV | 140 | 140 | |||||||||||||||
N | 410 | g | de nooduitgang niet voldoet aan de vereiste afmetingen | 5.*.41 RV | 140 | 140 | |||||||||||||||
N | 410 | h | het slot of de scharnieren van de deuren of laadbakkleppen geen goede sluiting waarborgen | 5.*.41 RV | 140 | 140 | 140 | 140/95 | |||||||||||||
N | 410 | j | de deur(en) of uitgang(en) of hoofddoorgang(en) of noodra(a)m(en) of noodluik(en) van de bus niet voldoen (voldoet) aan de eisen of de vereiste opschriften niet zijn aangebracht | 140 | |||||||||||||||||
de voorruit, de naast de bestuurders zitplaats aanwezige zijruiten dan wel het windscherm (indien vereist) en bij afwezigheid van een rechterbuitenspiegel de achterruit | |||||||||||||||||||||
N | 420 | a | – is beschadigd of verkleurd | 5.*.42 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 90 | ||||||||||
N | 420 | b | – is voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren | 5.*.42 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 55 | ||||||||||
N | 420 | c | de ruiten niet voldoen aan de eisen | 5.*.42 lid 1 RV | 35 | ||||||||||||||||
N | 420 | d | de lichtdoorlatendheid van de voorruit en/of de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten minder dan 55% bedraagt | 5.*.42 lid 3 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | ||||||||||||
N | 430 | a | het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitenwisserinstallatie (cat 5 in gebruik na 27-11-1975; cat 6 in gebruik na 31-12-2006) | 5.*.43 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | |||||||||
N | 430 | d | het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie voor de voorruit die de bestuurder voldoende uitzicht geeft (cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997; cat 3a na 30-06-1985; cat 5 na 31-12-1994; cat 6 na 31-12-2006) | 5.*.43 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 55 | |||||||||||
N | 440 | a | het voertuig niet is voorzien van een goed werkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit (cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997, cat 3a na 30-06-1985, cat 5 voorruit en gesloten carrosserie na 31-12-1994 tot 17-06-2003 vanaf 17-06-2003 indien voorruit)) | 5.*.44 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 55 | ||||||||||||
N | 450 | a | het voertuig niet is voorzien van de noodzakelijke spiegels en/of cameramonitor-systeem die/dat aan de eisen voldoen/voldoet (cat. 6 voertuig in gebruik na 31-12-2006) (vooruitkijkspiegel / camera-monitorsysteem en breedtespiegel betreft bedrijfsauto met frontstuur in gebruik na 25-01-2008, tmm > 7.500 kg) | 5.*.45 RV | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | ||||||||||
N | 450 | b | het na 26-11-1975 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel die aan de eisen voldoet | 140 | |||||||||||||||||
N | 450 | c | het na 31-12-1996 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig dat 100 km/h of sneller kan, niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel die aan de eisen voldoet | 5.4.45 RV | 140 | ||||||||||||||||
N | 450 | g | het na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linker- en een rechterbuitenspiegel | 5.4.45 lid 1 RV | 140 | ||||||||||||||||
N | 450 | d | het na 26-11-1975 in gebruik genomen voertuig waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel | 140 | |||||||||||||||||
N | 450 | e | het na 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig met een gesloten carrosserie waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een binnenspiegel | 5.5.45 RV | 140 | ||||||||||||||||
N | 450 | f | het voertuig niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel terwijl met de binnenspiegel het achter het voertuig gelegen weggedeelte niet voldoende kan worden overzien | 5.5.45 RV | 140 | ||||||||||||||||
N | 460 | a | de zitplaatsen (of rugleuningen) niet deugdelijk bevestigd zijn | 5.*.46 RV | 140 | 95 | 55 | ||||||||||||||
N | 460 | aa | de na 21 juli 2013 in gebruik genomen personenauto dan wel de na 21 januari 2014 in gebruik genomen bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg of bus van klasse III of B is voorzien van zijdelings gerichte zitplaatsen | 5.*.46 RV | 140 | 140 | 140 | ||||||||||||||
N | 460 | c | de zitplaatsen, rugleuningen of de verstelinrichtingen niet deugdelijk (bevestigd) zijn | 5.*.46 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 55 | ||||||||||
N | 460 | d | de voetsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd | 5.*.46 RV | 140 | 95 | |||||||||||||||
N | 460 | g | de trappers niet deugdelijk zijn bevestigd of niet zijn voorzien van een stroef oppervlak | 55 | |||||||||||||||||
N | 470 | a | de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van de na 31-12-1989 in gebruik genomen personenauto niet voorzien is van (een) gordel(s) of de/een naar achteren gerichte zitplaats(en) van na 31-12-1979 in gebruik genomen personenauto niet voorzien is van (een) gordel(s) | 140 | |||||||||||||||||
N | 470 | b | de/een gordel(s) voor de voorzitplaats(en) die aan een portier gren(st)(zen) van de na 01-01-1971 en voor 01-01-1990 in gebruik genomen personenauto niet aanwezig is/zijn | 5.2.47 RV | 140 | ||||||||||||||||
N | 470 | c | de/een gordel(s) niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) (geldt voor cat 7,8 en 10 indien aanwezig) | 5.*.47 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | |||||||||
N | 470 | d | de/een gordel(s) voor de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van de T-100 bus of na 31-12-1997 in gebruik genomen andere bus of bedrijfsauto niet aanwezig is/zijn | 5.*.47 lid 1 RV | 140 | 140 | |||||||||||||||
N | 470 | h | de/een naar voren en/of naar achteren gerichte zitplaats(en) van de na 30-09-2002 in gebruik genomen bus met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3.500 kg of van de na 30-09-2000 in gebruik genomen bus met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg niet voorzien is/zijn van (een) gordel(s) | 140 | |||||||||||||||||
N | 470 | g | de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van het na 31-12-1989 in gebruik genomen driewielig motorrijtuig met gesloten carrosserie niet voorzien is/zijn van (een) gordel(s) of de/een naar achteren gerichte zitplaats(en) van het na 16-06-2003 in gebruik genomen driewielig motorrijtuig met gesloten carrosserie niet voorzien zijn van (een) gordel(s) | 140 | |||||||||||||||||
N | 470 | i | de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van de bromfiets op meer dan twee wielen met een gesloten carrosserie en een ledige massa van meer dan 250 kg, in gebruik genomen na 31-12-2006, niet is/zijn voorzien van (een) gordel(s) | 95 | |||||||||||||||||
N | 470 | j | het na 01-09-2008 in gebruik genomen en voor het vervoer van één of meer passagiers in een rolstoel ingericht voertuig niet voldoet aan de gestelde eisen | 5.*.47a RV | 140 | 140 | |||||||||||||||
N | 470 | k | de ligplaats(en) niet voldoe(t)(n) aan de gestelde eisen | art 5.2.47a jo. 5.2.79 en 5.3a.48 RV | 140 | 140 | |||||||||||||||
N | 480 | a | het voertuig scherpe delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten | 5.*.48 en 5.6.92 lid 1 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | 90 | 90 | 90 | 230 | 230 | 230 | 230/160 | 90 | |
N | 480 | b | het voertuig uitstekende niet afgeschermde delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten | 5.*.48 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 90 | 230 | 230 | 230 | 230/160 | 90 | |||||
N | 480 | h | het voertuig aan de voorzijde (een) voorziening(en) heeft die in geval van botsing de kans op lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kan/kunnen vergroten | 5.*.48 RV | 230 | 230 | |||||||||||||||
N | 480 | c | de wielen niet goed afgeschermd zijn, aanlopen of te ver buiten de afscherming uitsteken | 5.*.48 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 90 | 230 | 230 | 230/160 | ||||||||
N | 480 | e | gevaar bestaat voor het losraken van enig deel van de buitenzijde | 5.*.48 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | 140 | 140 | 140 | 140/95 | ||||
N | 480 | f | de wielen/banden aanlopen | 5.*.48 en 5.6.92 lid 2 RV | 95 | 140 | |||||||||||||||
N | 480 | g | het voertuig niet is voorzien van de vereiste zijdelingse afscherming | 5.*.48 RV | 370 | 370 | 370 | ||||||||||||||
N | 490 | het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een stootbalk (cat 3 en 12) of beschermingsinrichting (cat 3a) tegen klemrijden die aan de vereisten voldoet (afst. stootbalk/beschermingsinrichting wegdek: in gebruik voor 01-01-1998 70 cm, daarna 55 cm; afst. achterzijde voertuig tot stootbalk: tot 01-01-2005 60 cm, daarna cat 3, 3a en 12: 45 cm) | 5.*.49 RV | 370 | 370 | 370 | |||||||||||||||
N | 500 | de aanhangwagen aan de achterzijde niet is voorzien van een mogelijkheid tot bevestiging van een kentekenplaat | 5.*.50 RV | 90 | 90/60 | ||||||||||||||||
N | 501 | de frontbeschermingsinrichting van het na 31-12-2008 in gebruik genomen voertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg niet is goedgekeurd voor het voertuig waarop deze is aangebracht en/of niet voorzien is van het voorgeschreven EG-typegoedkeuringsmerk | 5.*.50 RV | 230 | 230 | ||||||||||||||||
10 – Verlichting | |||||||||||||||||||||
Noot | |||||||||||||||||||||
1. Bij het ontbreken of niet branden van dim-/kop-/achterlicht of kentekenplaatverlichting moeten de bepalingen uit het RVV 1990 worden toegepast; | |||||||||||||||||||||
2. Bij de feitcodes zijn alle data vermeld van verlichting die na 1 januari 1980 verplicht is geworden; | |||||||||||||||||||||
3. Er is geen sprake van verlichting in de zin van de Regeling Voertuigen als de armatuur niet is aangesloten en niet is voorzien van een lampje. | |||||||||||||||||||||
het niet is voorzien van (een) goed werkend(e) | |||||||||||||||||||||
N | 514 | a | – richtingaanwijzers (cat 4 na 31-12-1996 met zijspan na 31-10-1997; cat 6 = 3 of 4 wielig en gesloten carrosserie) | 5.*.51–63 en 5.6.93 lid 2 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 60 | 90 | 90 | 35 | 90 | 90 | 90 | 90/- | ||||
N | 514 | b | – waarschuwingsknipperlichten (cat 2, 3(a) na 31-12-1997; cat 5 na 31-12-1996; cat 10 na 01-01-2005) | 5.*.51–63 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 35 | |||||||||||
N | 514 | c | – zijrichtingaanwijzer(s) (cat. 2 na 31-12-1997; cat. 3(a) langer dan 6 m of na 31-12-1997; cat. 7 langer dan 6 m) | 5.*.51–63 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | |||||||||||||
N | 514 | d | – remlichten (cat. 6: 3 of 4 wielig en 2 wielig voertuig in gebruik na 31-12-2006 en vermogen meer dan 0,5 kW en max. snelheid meer dan 25 km/h) | 5.*.51–63 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | 140 | 140 | 140 | 140/- | ||||
N | 514 | f | – rode retroreflectoren | 5.*.51–63 en 5.6.93 lid 2 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 60 | 90 | 90 | 35 | 35 | 35 | 90 | 90 | 90 | 90/60 | 35 | 35 |
N | 514 | g | – mistachterlicht(en) (cat. 2, 3(a) en 12 na 31-12-1997; cat. 13 voor zover het trekkende voertuig is voorzien van een mistachterlicht) | 5.*.51–63 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | ||||||||||||
N | 514 | h | – achteruitrijlicht(en) (cat 2, 3(a) in gebruik na 31-12-1997; cat 12 in gebruik na 31-12-2012) | 5.*.51–63 RV | 45 | 45 | 45 | 45 | |||||||||||||
N | 514 | i | – markeringslichten (voor- en achterzijde) (cat. 2, 3(a) en 12 breder dan 2.60 m of na 31-12-1997 breder dan 2.10 m; cat. 13 en 14 breder dan 2.10 m) | 5.*.51–63 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | |||||||||||
N | 514 | j | – zijmarkeringslichten (cat. 2, 3(a) en 12 na 31-12-1997 en langer dan 6 m; cat. 13 langer dan 6 m) | 5.*.51–63 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | ||||||||||||
N | 514 | k | – 3e remlicht (na 30-09-2001) | 5.*.51–63 RV | 90 | ||||||||||||||||
N | 514 | l | – witte retroreflectoren (cat. 9: 3 wielig breder dan 75 cm; cat. 12 na 31-12-1997) | 5.*.51–63 RV | 35 | 90 | 90 | 90 | |||||||||||||
N | 514 | m | – zijretroreflectoren (cat. 2 na 31-12-1997 en langer dan 6 m; cat. 3(a) en 7 langer dan 6 m; cat. 6: 2-wielig na 31-12-2006) | 5.*.51–63 RV | 90 | 90 | 90 | 60 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90/60 | ||||||||
N | 514 | o | – trapreflectie (cat 6 alleen indien vaste trappers bij 3 of 4 wielig) | 5.*.51–63 RV | 60 | 35 | |||||||||||||||
N | 514 | p | – wielreflectie | 5.*.51–63 RV | 35 | 35 | |||||||||||||||
N | 514 | r | – lijnmarkering aan de achterzijde bij een na 31-12-2012 in gebruik genomen voertuig dat breder is dan 2,10 m en langer is dan 6 m en waarbij de som van de toegestane aslasten meer bedraagt dan 3.500 kg | 90 | |||||||||||||||||
N | 514 | s | – lijnmarkering aan de zijkant bij een na 31-12-2012 in gebruik genomen voertuig dat langer is dan 6 m en waarbij de som van de toegestane aslasten meer bedraagt dan 3.500 kg | 90 | |||||||||||||||||
N | 515 | de verlichting/retroreflecterende voorzieningen niet de vereiste kleur hebben (cat 9 alleen retroreflectie) | 5.*.51–59 en 5.6.95 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | 55 | 55 | 140 | 140 | 140 | 140/95 | 55 | 55 | |
N | 517 | de verlichting of retroreflectoren niet op de juiste plaats zijn bevestigd (cat 9 alleen retroreflectie) | 5.*.51–61 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 60 | 90 | 90 | 35 | 35 | 35 | 90 | 90 | 90 | 90/60 | 35 | 35 | |
N | 518 | de verlichte transparant(en) voldoet (voldoen) niet aan de eisen (niet afzonderlijk geschakeld/breder/langer dan voertuig) | 5.*.59 RV | 90 | 90 | 90 | |||||||||||||||
N | 550 | de glazen van de verlichtingsarmaturen of de retroreflectoren niet aan de gestelde eisen voldoen (cat 9, 11, 16 en 17 alleen eisen rode retroreflectie) | 5.*.55 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 60 | 90 | 90 | 35 | 35 | 35 | 90 | 90 | 90 | 90/60 | 35 | 35 | |
N | 551 | de verlichtingsarmaturen of onderdelen daarvan niet deugdelijk zijn bevestigd (geldt ook voor niet verplichte verlichting) | 5.*.55 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 60 | 90 | 90 | 35 | 90 | 90 | 90 | 90/60 | |||||
N | 552 | de lichten of retroreflectoren voor meer dan 25% zijn afgeschermd (cat 9, 11, 16 en 17 alleen afscherming rode retroreflectie) | 5.*.55 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 60 | 90 | 90 | 35 | 35 | 35 | 90 | 90 | 90 | 90/60 | 35 | 35 | |
N | 560 | de dimlichten niet aan de eisen voldoen | 5.*.51 RV jo. 5.*.56 RV (cat. 6: 5.6.51, 5.6.53 en 5.6.55 RV) | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 60 | 90 | 90 | 35 | |||||||||
N | 620 | het niet is voorzien van een controlelampje of schakelaar met herkenbare stand (cat 4) voor ingeschakeld(e) mistachterlicht(en) | 5.*.62 RV | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 15 | ||||||||||
N | 640 | het is voorzien van niet toegestane verblindende/ knipperende verlichting | 5.*.64 en 5.6.96 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | 140 | 140 | 140 | 140/95 | 55 | 55 | |||
N | 650 | het is voorzien van meer lichten of retroreflecterende voorzieningen dan is toegestaan (cat 9 uitsluitend retroreflectie) | 5.*.65 en 5.6.97 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | 55 | 55 | 140 | 140 | 140 | 140/95 | 55 | 55 | |
N | 651 | in het voertuig aanwezige lichten of objecten licht uitstralen naar de buitenzijde van het voertuig (cat. 3a niet van toepassing op binnenverlichting passagiersruimte bus) | 5.*.65 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | ||||||||||
11 – Verbinding tussen trekkend voertuig en aanhangwagen | |||||||||||||||||||||
N | 660 | a | de koppeling niet deugdelijk is (bevestigd) of niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen | 5.*.66–70 en 5.6.98 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | |||||||||
N | 660 | b | de (hulp)koppeling, trekdriehoek, trekboom of onderdelen daarvan niet aanwezig is/zijn, deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen | 5.*.66–70 RV | 230 | 230 | 230 | ||||||||||||||
N | 660 | c | de middenasaanhangwagen, die is voorzien van een losbreekreminrichting, tevens is voorzien van een hulpkoppeling | 5.*.66 RV | 90 | 90 | |||||||||||||||
N | 660 | d | de koppeling, dissel, of onderdelen daarvan niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen | 5.15.66–70 RV | 230/160 | ||||||||||||||||
12 – Diversen | |||||||||||||||||||||
N | 710 | a | het niet is voorzien van een goed werkende geluidssignaalinrichting | 5.*.71 RV | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | ||||||||||
N | 710 | b | het niet is voorzien van een goed werkende bel of hoorn met vaste toonhoogte | 5.*.71 en 5.6.99 RV | 60 | 35 | 35 | ||||||||||||||
N | 710 | c | het niet is voorzien van een goed werkende bel | 35 | |||||||||||||||||
N | 720 | het aan de voorzijde niet is voorzien van een sleepbevestigingspunt | 5.*.72 RV | 45 | 45 | ||||||||||||||||
Gebruikseisen voertuigen | |||||||||||||||||||||
Als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden (terwijl): | |||||||||||||||||||||
0 – Algemeen | |||||||||||||||||||||
de maximum toegestane lengte van het samenstel van voertuigen, bestaande uit een zogenoemde LZV-combinatie wordt overschreden | |||||||||||||||||||||
P | 001 | een verwisselbaar uitrustingsstuk wordt gebruikt terwijl dit niet is toegestaan (cat 3 uitsluitend toegestaan voor gladheidsbestrijding) | 140 | 140 | 140 | ||||||||||||||||
P | 010 | a | meer dan één aanhangwagen wordt voortbewogen | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | |||||||||||||
P | 010 | b | met de gelede bus een aanhangwagen wordt voortbewogen | 5.18.1 lid 2 RV | 230 | ||||||||||||||||
P | 010 | c | met het gehandicaptenvoertuig een aanhangwagen wordt voortbewogen | 5.18.1 lid 3 RV | 55 | 55 | |||||||||||||||
P | 010 | d | met de motorfiets met onberemde zijspanwagen een aanhangwagen wordt voortbewogen | 5.18.1 lid 4 RV | 230 | ||||||||||||||||
P | 020 | a | met het motorvoertuig meer dan één motorvoertuig wordt gesleept | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | ||||||||||
P | 020 | b | met het motorvoertuig een tweewielig motorvoertuig of samenstel van voertuigen wordt gesleept | 5.18.2 lid 6 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | |||||||||
P | 020 | c | met het tweewielig motorvoertuig, de gelede bus of het samenstel van voertuigen, een motorvoertuig wordt gesleept | 5.18.2 lid 7 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | |||||||||
P | 020 | da | een voertuig voorzien van een drukluchtsysteem niet met behulp van een sleepstang wordt gesleept | 5.18.2 lid 2 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | |||||||||||||
P | 020 | e | het drukluchtsysteem van het gesleepte voertuig niet is aangesloten op het drukluchtsysteem van het trekkend voertuig | 5.18.2 lid 3 RV | 230 | 230 | |||||||||||||||
P | 020 | f | met een dolly of afsleepas waarop zich een motorvoertuig bevindt, terwijl de reminrichting van de dolly of afsleepas ontbreekt | 5.18.2 lid 4 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | |||||||||||||
P | 020 | g | terwijl een afsleepas wordt gebruikt zonder dat zich daarop een motorvoertuig bevindt | 5.18.2 lid 5 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | |||||||||||||
P | 030 | hij wordt gehinderd door passagiers, lading of op andere wijze | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | 90 | 90 | 90 | 230 | 230 | 230 | 230/160 | 90 | 90 | ||
P | 031 | in dat voertuig, waarin vervoer van een passagier in rolstoel plaatsvindt losse voorwerpen, die het risico op letsel bij een noodstop, aanrijding of botsing kunnen verhogen, aanwezig zijn | 5.18.3 lid 2 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 90 | ||||||||||||
P | 041 | a | de bestuurder niet voldoende zicht door de voorruit en/of de voorste zijruiten naar voren en opzij heeft | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | 90 | |||||||||
P | 041 | b | de bestuurder met behulp van de voor dat voertuig of samenstel van voertuigen voorgeschreven spiegels of camera-monitorsysteem niet voldoende zicht heeft op het naast en/of achter hem gelegen weggedeelte | 5.18.4 aanhef en onder b RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 95 | 140 | 140 | 55 | ||||||||
P | 041 | c | de bestuurder niet voldoende zicht door de voorruit en de voorste zijruiten naar voren en opzij heeft en met behulp van de voor dat voertuig of samenstel van voertuigen voorgeschreven spiegels of camera-monitorsysteem niet voldoende zicht heeft op het naast en achter hem gelegen weggedeelte | 5.18.4 RV | 370 | 370 | 370 | 370 | 370 | 250 | 370 | 370 | 140 | ||||||||
P | 050 | het niet is voorzien van de vereiste buitenspiegels, indien het zicht door lading achter het voertuig of door een achter het voertuig gekoppelde aanhangwagen is beperkt | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | 90 | 90 | |||||||||
P | 051 | de spiegels of gezichtsveldverbeterende voorzieningen niet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder in normale rijhouding de vereiste gezichtsvelden kan overzien | 5.18.5 lid 1 RV | 230 | |||||||||||||||||
P | 052 | het gezichtveld van de voor de landbouw- of bosbouwtrekker voorgeschreven spiegels wordt beperkt door lading die aan de achterzijde van het voertuig is aangebracht of door een door het voertuig voortbewogen aanhangwagen met inbegrip van de lading en het voertuig niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel onderscheidenlijk een rechterbuitenspiegel waarmee de bestuurder het in artikel 5.8.45, eerste lid vastgestelde weggedeelte kan overzien | 5.18.5 lid 3 jo. 5.8.46 lid 1 RV | 230 | |||||||||||||||||
P | 060 | a | voertuiggebonden lading, zoals voertuiguitrustingsstukken, voertuiggereedschappen of stuwagemiddelen niet zodanig is bevestigd dat deze niet van het voertuig kan vallen | 370 | 370 | 370 | 370 | 370 | 250 | 370 | 370 | 140 | 140 | 140 | 370 | 370 | 370 | 370/250 | 140 | 140 | |
P | 061 | de losse lading die naar haar aard niet op of aan het voertuig bevestigd kan worden niet deugdelijk is afgedekt terwijl gevaar of hinder is ontstaan of kan ontstaan als gevolg van afvallende of wegwaaiende lading | 5.18.6 lid 2 RV | 370 | 370 | 370 | 370 | 370 | 250 | 370 | 370 | 140 | 140 | 140 | 370 | 370 | 370 | 370/250 | 140 | 140 | |
P | 062 | verwisselbare uitrustingsstukken, afneembare bovenbouwen, gestandaardiseerde laadstructuren of meeneemheftrucks niet deugdelijk bevestigd zijn met geschikte vastzetsystemen, zekeringssystemen of stuwagemiddelen | 5.18.6. lid 4 RV | 370 | 370 | 370 | 370 | 370 | 370 | ||||||||||||
P | 063 | vastzetsystemen, zekeringssystemen, stuwagemiddelen of onderdelen hiervan functioneren niet goed dan wel niet geschikt zijn voor het doel waarvoor ze worden gebruikt | 5.18.6 lid 5 RV | 190 | 190 | 190 | 190 | 190 | 130 | 190 | 190 | 75 | 75 | 75 | 190 | 190 | 190 | 190/130 | 75 | 75 | |
bij het vervoer van goederen aan de achterzijde van een personenauto, bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3.500 kg of een driewielig motorrijtuig | |||||||||||||||||||||
P | 070 | a | – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager | 140 | 140 | 140 | 140 | ||||||||||||||
P | 070 | b | – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd | 140 | 140 | 140 | 140 | ||||||||||||||
P | 070 | c | – de lastdrager inclusief lading meer dan 0,20 m buiten de zijkanten uitsteekt | 140 | 140 | 140 | 140 | ||||||||||||||
P | 070 | d | – meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd | 140 | 140 | 140 | 140 | ||||||||||||||
P | 070 | e | – de lastdrager aan de achterzijde niet op de voorgeschreven wijze is voorzien van twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee niet driehoekige rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers aangezien de verlichting en retroreflectoren van het voertuig worden afgeschermd | 140 | 140 | 140 | 140 | ||||||||||||||
P | 070 | f | – de lastdrager niet is voorzien van een goed leesbare, van een goedkeuringsmerk voorziene en niet afgeschermde kentekenplaat met het kenteken van het voertuig waarop de lastdrager is aangebracht aangezien de op het voertuig aangebrachte kentekenplaat wordt afgeschermd | 130 | 130 | 130 | 130 | ||||||||||||||
P | 070 | g | – de koppelingsdruk van de op de trekhaak bevestigde lastdrager meer bedraagt dan voorgeschreven of meer bedraagt dan 75 kg | 90 | 90 | 90 | 90 | ||||||||||||||
P | 070 | h | – de lastdrager het wegdek kan raken | 90 | 90 | 90 | 90 | ||||||||||||||
P | 070 | i | – de achtergebleven bevestigingsdelen van de lastdrager de bewegingsvrijheid van een aangekoppelde aanhangwagen beperken | 90 | 90 | 90 | 90 | ||||||||||||||
bij het vervoer van goederen op het dak van een personenauto, bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3.500 kg of een driewielig motorrijtuig | 5.18.7 lid 2 RV | ||||||||||||||||||||
P | 070 | j | – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
P | 070 | k | – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
P | 070 | l | – de maximale daklast wordt overschreden | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
P | 070 | m | – meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
bij het vervoer van glas, plaatmateriaal of soortgelijke goederen aan één of beide zijkanten van een bedrijfsauto of aanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3.500 kg | 5.18.7 lid 3 RV | ||||||||||||||||||||
P | 071 | a | – de lading niet deugdelijk is bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
P | 071 | b | – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
P | 071 | c | – de lastdrager met inbegrip van de lading meer dan 0,35 m buiten de zijkanten van het voertuig uitsteekt en/of de totale breedte van het voertuig inclusief de lastdrager en de lading meer bedraagt dan 2,75 m | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
P | 071 | d | – de lading meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
P | 071 | e | – de lastdrager die in de breedte meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteekt aan de voor- en/of achterzijde niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
P | 080 | de lading van het voertuig scherpe delen heeft (geldt niet voor lading of delen hoger dan 2 m boven wegdek) | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | 90 | 90 | 90 | 230 | 230 | 230 | 230/160 | 90 | 90 | ||
P | 081 | het verwisselbare uitrustingsstuk scherpe delen heeft (geldt niet voor delen hoger dan 2 m boven wegdek) | 5.18.8 lid 1 RV | 230 | 230 | 230 | |||||||||||||||
P | 082 | het verwisselbare uitrustingsstuk niet afgeschermde uitstekende delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten | 5.18.8 lid 2 RV | 230 | 230 | 230 | |||||||||||||||
P | 083 | een deel van de buitenzijde van het verwisselbare uitrustingsstuk zodanig is bevestigd, beschadigd, versleten of door corrosie aangetast dat gevaar bestaat voor losraken | 5.18.8 lid 3 RV | 230 | 230 | 230 | |||||||||||||||
P | 090 | de opgeklapte opklapbare delen aan de buitenzijde van het voertuig niet deugdelijk zijn vergrendeld | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 160 | 230 | 230 | 90 | 90 | 90 | 230 | 230 | 230 | 230/160 | 90 | 90 | ||
P | 091 | het niet voor gebruik op de weg noodzakelijke opklapbare deel of delen van het verwisselbare uitrustingsstuk tijdens het transport niet deugdelijk in opgeklapte toestand is/zijn vergrendeld | 5.18.9 lid 2 RV | 230 | 230 | 230 | |||||||||||||||
P | 100 | a | de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig | 5.18.10 lid 1 RV | 130 | 130/90 | |||||||||||||||
P | 100 | b | de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat | 5.18.10 lid 3–4 RV | 130 | 130/90 | |||||||||||||||
P | 100 | c | de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waar voor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig | 5.18.10 lid 1 RV | 130 | ||||||||||||||||
P | 100 | d | de aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waar voor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat gelijk aan trekkend voertuig | 5.18.10 lid 2–3 RV | 140 | ||||||||||||||||
1 – Afmetingen en massa’s | |||||||||||||||||||||
Noot afmetingen: Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend proces-verbaal opgemaakt terzake de afmeting die het meest wordt overschreden. | |||||||||||||||||||||
De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld. | |||||||||||||||||||||
Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading | |||||||||||||||||||||
Noot: Lengte opleggertrekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max.18,75 m; personenauto/ driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis- /circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen 20 m; land- bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines 18,75 m | |||||||||||||||||||||
de maximum toegestane lengte van het samenstel van voertuigen wordt overschreden, met een overschrijding | |||||||||||||||||||||
P | 111 | a | – t/m 0,25 m | 280 | 280 | 280 | 280 | 280 | 280 | ||||||||||||
Lengte deelbaar; uitstekende lading voorzijde | |||||||||||||||||||||
P | 120 | aa | de lading voor het voertuig uitsteekt (geldt niet voor kermis- en circusvoertuigen) | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | |||||||||||
Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde | |||||||||||||||||||||
de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (categorie 12 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding | 5.18.12 RV | ||||||||||||||||||||
P | 121 | a | – t/m 0,25 m | 280 | 280 | ||||||||||||||||
P | 121 | g | het zicht op de verlichting, de retroreflectoren, de richtingaanwijzers of voor zover van toepassing de kentekenplaat aan de achterzijde van het voertuig wordt belemmerd door uitstekende lading | 5.18.12, 5.18.13 en 5.18.21 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | |||||||||
P | 121 | h | de lading uitsluitend op de laadvloerverlenging rust | 5.18.12 lid 5 en 5.18.21 lid 3 RV | 280 | 280 | 280 | 280 | 280 | ||||||||||||
de uitsteek van de afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van het voertuig bedraagt en/of meer dan 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m bedraagt | 5.18.12 lid 7 RV | ||||||||||||||||||||
P | 123 | a | – t/m 0,25 m | 280 | 280 | ||||||||||||||||
de lengte van het voertuig met inbegrip van één of meer verwisselbare uitrustingsstukken meer bedraagt dan de maximum toegestane lengte van het voertuig, een overschrijding | |||||||||||||||||||||
P | 124 | a | – t/m 0,75 m | 140 | |||||||||||||||||
P | 124 | b | – van meer dan 0,75 m | 210 | |||||||||||||||||
bij het voertuig dat is voorzien van één of meer verwisselbare uitrustingsstukken | 5.18.12a RV | ||||||||||||||||||||
P | 124 | c | – de/het verwisselbare uitrustingsstuk(ken) niet zoveel mogelijk is/zijn ingeschoven, ingetrokken, in- of opgeklapt en/of deugdelijk vergrendeld | 230 | |||||||||||||||||
P | 124 | d | – lading rust op een verwisselbaar uitrustingsstuk welke niet is gerelateerd aan de functie van het verwisselbare uitrustingsstuk | 140 | |||||||||||||||||
P | 124 | e | – het zicht op de verlichting, de retroreflectoren of de richtingaanwijzers door een verwisselbaar uitrustingsstuk wordt belemmerd | 140 | |||||||||||||||||
P | 124 | f | – het verwisselbaar uitrustingsstuk dat voor of achter het voertuig meer dan 1 m uitsteekt niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet | 140 | |||||||||||||||||
de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (stootbalk uitsluitend cat. 12, particulier gebruik), een overschrijding | 5.18.12 en 5.18.21 RV | ||||||||||||||||||||
P | 121 | j | – t/m 0,75 m | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | |||||||||||
P | 121 | k | – van meer dan 0,75 m | 210 | 210 | 210 | 210 | 210 | 210 | 210 | |||||||||||
de aan de achterzijde van het voertuig bevestigde meeneemheftruck meer dan 1.20 m achter het voertuig uitsteekt of indien een verklaring is afgegeven dat de aslasten en de last onder de koppeling van het voertuig bij belading met uitsluitend de meeneemheftruck voldoen aan de wettelijke eisen meer dan 1,50 m achter het voertuig uitsteekt | 5.18.12 lid 6 RV | ||||||||||||||||||||
P | 121 | l | – t/m 0,25 m | 280 | 280 | ||||||||||||||||
de lading van een samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, | |||||||||||||||||||||
P | 130 | f | – meer dan 2 m achter de aanhangwagen en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van de aanhangwagen uitsteekt | 230 | |||||||||||||||||
P | 130 | g | – meer dan 0,50 m voor de voorzijde van de bedrijfsauto uitsteekt | 140 | |||||||||||||||||
P | 130 | h | – die meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt, aan de achterzijde niet is voorzien van een markering die voldoet aan de eisen | 140 | |||||||||||||||||
het samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, met inbegrip van de lading dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, langer is dan 20,75 m een overschrijding | 5.18.13 lid 2 RV | ||||||||||||||||||||
P | 130 | i | – t/m 0,25 m | 280 | 280 | ||||||||||||||||
de lengte van het voertuig met inbegrip van één of meer verwisselbare uitrustingsstukken meer bedraagt dan de maximum toegestane lengte van het voertuig, een overschrijding | |||||||||||||||||||||
P | 211 | a | – t/m 0,75 m | 140 | 140 | ||||||||||||||||
P | 211 | b | – van meer dan 0,75 m | 210 | 210 | ||||||||||||||||
bij het voertuig dat is voorzien van één of meer verwisselbare uitrustingsstukken | 5.18.21 a RV | ||||||||||||||||||||
P | 211 | c | – de/het verwisselbare uitrustingsstuk(ken) niet zoveel mogelijk is/zijn ingeschoven, ingetrokken, in- of opgeklapt en/of deugdelijk vergrendeld | 230 | 230 | ||||||||||||||||
P | 211 | d | – lading rust op een verwisselbaar uitrustingsstuk die niet is gerelateerd aan de functie van het verwisselbare uitrustingsstuk | 140 | 140 | ||||||||||||||||
P | 211 | e | – het zicht op de verlichting, de retroreflectoren of de richtingaanwijzers door een verwisselbaar uitrustingsstuk wordt belemmerd | 140 | 140 | ||||||||||||||||
P | 211 | f | – het verwisselbaar uitrustingsstuk dat voor of achter meer dan 1 m het voertuig uitsteekt niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet | 140 | 140 | ||||||||||||||||
Lengte; ondeelbare lading | |||||||||||||||||||||
de in lengte ondeelbare lading aan de voorzijde van een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, meer dan 4,30 m voor het hart van de voorste as uitsteekt, een overschrijding | |||||||||||||||||||||
P | 130 | n | – t/m 0,25 m | 280 | |||||||||||||||||
de in lengte ondeelbare lading van het voertuig of samenstel van voertuigen, niet zijnde een samenstel van kermis- of circusvoertuigen | 5.18.13 RV | ||||||||||||||||||||
P | 130 | c | – voor de voorzijde van de aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, uitsteekt | 140 | 140 | ||||||||||||||||
P | 130 | d | – die meer dan 1 m voor of achter het voertuig uitsteekt aan de voor- of achterzijde niet is voorzien van een markering die aan de eisen voldoet | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg of een aanhangwagen en/of meer dan van 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m bedraagt (categorie 12 en 13 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding | 5.18.13 RV | ||||||||||||||||||||
P | 131 | a | – t/m 0,25 m | 280 | 280 | 280 | |||||||||||||||
P | 131 | f | de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een aanhangwagen en/of meer dan 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m (categorie 12 en 13 particulier gebruik) | 5.18.13 RV | 140 | 140 | |||||||||||||||
P | 131 | i | de in lengte ondeelbare lading bij een personenauto, een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg of een driewielig motorrijtuig aan de voor- en/of achterzijde van het voertuig meer dan 1 m uitsteekt | 5.18.13 RV | 140 | 140 | 140 | ||||||||||||||
de in lengte ondeelbare lading van het voertuig of samenstel van voertuigen | 5.18.21 RV | ||||||||||||||||||||
P | 210 | e | – meer dan 3,50 m voor het hart van het stuurwiel van het voertuig uitsteekt | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
P | 210 | f | – meer dan 1 m voor en/of achter het voertuig uitsteekt, terwijl de voor-/ en of achterzijde niet is voorzien van de vereiste markering | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
P | 210 | g | – meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van het voertuig uitsteekt | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
Afstand achteras trekkend voertuig / achterzijde voertuig | |||||||||||||||||||||
P | 190 | c | de afstand van de achteras van het trekkende voertuig tot de achterzijde van de aanhangwagen, met inbegrip van de lading, meer bedraagt dan 2,50 m | 140/95 | |||||||||||||||||
Breedte; lading | |||||||||||||||||||||
Noot: De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading. | |||||||||||||||||||||
P | 140 | d | de lading of het verwisselbare uitrustingstuk die meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteekt, niet is voorzien van de vereiste markering (geldt niet voor lading op driewielige motorrijtuigen in gebruik na 31-10-1997 of voor lading op personenauto’s) | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | |||||||||||
P | 140 | e | de lading meer dan 0,20 m buiten de zijkant(en) van het voertuig uitsteekt (cat 5 in gebruik na 31-10-1997; cat 4 motor op 2 wielen) | 5.18.14 en 5.18.19 RV | 140 | 140 | 140 | ||||||||||||||
het voertuig met inbegrip van de (deelbare) lading (of verwisselbaar uitrustingsstuk) de maximum toegestane breedte overschrijdt, een overschrijding | 5.18.14 lid 1 en 5.18.22 RV | ||||||||||||||||||||
P | 141 | a | – t/m 0,20 m | 280 | 280 | 280 | 280 | 280 | 280 | 280 | 280 | 280 | |||||||||
P | 260 | a | de bromfiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m | 95 | |||||||||||||||||
P | 260 | b | het voertuig met inbegrip van de lading breder is dan 2 m (cat 6 bromfiets > 2 wielen) | 5.18.26 lid 2 en 5.18.19 lid 2 RV | 95 | 140/- | |||||||||||||||
P | 270 | a | de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m | -/95 | 55 | ||||||||||||||||
P | 280 | a | de fiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m | 55 | |||||||||||||||||
P | 280 | b | de fiets op meer dan twee wielen of voorzien van een zijspanwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1,50 m | 5.18.28 lid 2 RV | 55 | ||||||||||||||||
het voertuig met inbegrip van de lading | |||||||||||||||||||||
P | 300 | a | – breder is dan 1,10 m | 55 | 55 | ||||||||||||||||
P | 300 | b | – breder is dan 1,50 m | 5.18.30 lid 2 RV | 55 | ||||||||||||||||
P | 300 | c | – in bespannen toestand breder is dan 2,60 m of indien de lading bestaat uit losse veldgewassen breder is dan 3,50 m | 5.18.30 lid 3 RV | 80 | ||||||||||||||||
Hoogte | |||||||||||||||||||||
P | 270 | b | de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading hoger is dan 1 m | 5.18.19 en 5.18.27 RV | 140/95 | ||||||||||||||||
het voertuig met inbegrip van de lading | |||||||||||||||||||||
P | 300 | d | – hoger is dan 2 m | 5.18.30 lid 4 RV | 35 | 35 | |||||||||||||||
P | 300 | e | – hoger is dan 4 m | 5.18.30 lid 5 RV | 110 | ||||||||||||||||
Massa | |||||||||||||||||||||
Noot | |||||||||||||||||||||
De feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as, gelden uitsluitend voor particulieren. Indien er sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. | |||||||||||||||||||||
de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde toegestane maximum massa (van het samenstel) wordt overschreden, een overschrijding met | |||||||||||||||||||||
P | 171 | a | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | 140 | 140 | 140 | ||||||||||||||
P | 171 | b | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | 210 | 210 | 210 | ||||||||||||||
P | 171 | c | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | 310 | 310 | 310 | ||||||||||||||
geen toegestane maximummassa op de kentekencard, het kentekenbewijs of in het kentekenregister is vermeld dan wel de bedrijfsauto of bus niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten meer bedraagt dan: a. 50.000 kg of bij een rijdend werktuig 60.000 kg; b. de technisch toegestane maximum massa; c. vijf maal de toegestane maximum last onder de aangedreven as(sen); d. de uitkomst van de som: het vermogen van de motor in kW, gedeeld door 0,00368 kW/kg, een overschrijding met | 5.18.17a en b beide lid 2 en 3 RV | ||||||||||||||||||||
P | 171 | e | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | 140 | ||||||||||||||||
P | 171 | f | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | 210 | ||||||||||||||||
P | 171 | g | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | 310 | ||||||||||||||||
de som van de aslasten van de middenasaanhangwagen of oplegger in combinatie met een positieve last onder de koppeling van het voertuig in beladen toestand meer bedraagt dan de toegestane maximum massa, een overschrijding met | 5.18.17c lid 1 RV | ||||||||||||||||||||
P | 171 | j | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | |||||||||||||||||
P | 171 | k | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | |||||||||||||||||
P | 171 | l | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | |||||||||||||||||
op de kentekencard of het kentekenbewijs van de middenasaanhangwagen of in het kentekenregister geen toegestane maximum massa is vermeld dan wel de middenasaanhangwagen niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten in combinatie met een positieve last onder de koppeling in beladen toestand meer bedraagt dan 20.000 kg of meer bedraagt dan 24.000 kg bij een middenasaanhangwagen die voorzien is van gasvering of als gelijkwaardig aangemerkte vering en is voorzien van drie assen, een overschrijding met | 5.18.17c lid 2 RV | ||||||||||||||||||||
P | 171 | n | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | |||||||||||||||||
P | 171 | o | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | |||||||||||||||||
P | 171 | p | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | |||||||||||||||||
de toegestane maximummassa niet op de voorgeschreven wijze kan worden vastgesteld en de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met | 5.18.17c lid 3 RV | ||||||||||||||||||||
P | 171 | s | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | |||||||||||||||||
P | 171 | t | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | |||||||||||||||||
P | 171 | v | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | |||||||||||||||||
de op de kentekencard, het kentekenbewijs of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum last van enige as of asstel wordt overschreden, een overschrijding met | |||||||||||||||||||||
P | 172 | a | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
P | 172 | b | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | 210 | 210 | |||||||||||||||
P | 172 | c | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | 310 | 310 | |||||||||||||||
geen waarde op de kentekencard, het kentekenbewijs van de bedrijfsauto, bus of dolly of in het kentekenregister is vermeld dan wel het voertuig niet in Nederland is geregistreerd en de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17 g lid 2 RV voor dat voertuig van toepassing zijnde waarden, een overschrijding met | 5.18.17 d lid 2 en e lid 2 RV | ||||||||||||||||||||
P | 172 | e | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
P | 172 | f | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | 210 | 210 | |||||||||||||||
P | 172 | g | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | 310 | 310 | |||||||||||||||
het voertuig zodanig is beladen dat de op de kentekencard, in het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister van de aanhangwagen vermelde toegestane maximumlast onder de koppeling wordt overschreden een overschrijding met | |||||||||||||||||||||
P | 172 | j | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | |||||||||||||||||
P | 172 | k | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | |||||||||||||||||
P | 172 | l | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | |||||||||||||||||
de op de kentekencard, het kentekenbewijs van de bedrijfsauto, bus of dolly of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum te trekken massa van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger wordt overschreden of de som van de aslasten meer bedraagt dan de vermelde toegestane maximum te trekken massa, een overschrijding met | |||||||||||||||||||||
P | 172 | n | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
P | 172 | o | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | 210 | 210 | |||||||||||||||
P | 172 | p | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | 310 | 310 | |||||||||||||||
de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger van het niet in Nederland geregistreerde voertuig meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17 g lid 2 RV voor dat voertuig van toepassing zijnde waarden, een overschrijding met | 5.18.17g lid 2 RV | ||||||||||||||||||||
P | 173 | a | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||||
P | 173 | b | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | 210 | 210 | |||||||||||||||
P | 173 | c | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | 310 | 310 | |||||||||||||||
de toegestane maximum last van enige as, de last onder de koppeling, de toegestane maximummassa of de som van de aslasten meer bedraagt dan de toegestane maximummassa, een overschrijding met | |||||||||||||||||||||
P | 173 | e | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | |||||||||||||||||
P | 173 | f | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | |||||||||||||||||
P | 173 | g | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | |||||||||||||||||
P | 174 | meer passagiers worden vervoerd dan op de kentekencard, het kentekenbewijs of in het kentekenregister, dan wel op de plaat als bedoeld in art 5.3a.1 RV is vermeld of indien dit niet is vermeld het aantal passagiers meer bedraagt dan de toegestane maximummassa verminderd met de massa in rijklare toestand gedeeld door 68 kg | 5.18.17h lid 2 RV | 370 | |||||||||||||||||
de totale massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen meer bedraagt dan de maximum massa die volgt uit het op de koppeling van het trekkend voertuig (toegestane massa max. 3.500 kg) aangebrachte identificatiekenmerk of goedkeuringsmerk, of indien zo’n merk niet aanwezig is, de massa meer bedraagt dan 750 kg en meer dan de ledige massa van het trekkend motorvoertuig en meer dan de massa in rijklare toestand van het trekkend motorrijtuig, een overschrijding met | |||||||||||||||||||||
P | 180 | e | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | 140 | ||||||||||||||||
P | 180 | f | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | 210 | ||||||||||||||||
P | 180 | g | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | 310 | ||||||||||||||||
P | 181 | a | de last onder de bestuurde as(sen) van een motorvoertuig in beladen toestand minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voertuig in beladen toestand | 5.18.18 lid 2 RV | 230 | 230 | 230 | 230 | |||||||||||||
P | 181 | b | de last onder de bestuurde as(sen) van een gelede bus minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voorste deel van het motorrijtuig in beladen toestand | 5.18.18 lid 2 RV | 230 | ||||||||||||||||
P | 181 | c | de last onder de gestuurde as(sen), niet zijnde zelfsturende assen, van autonome aanhangwagens in beladen toestand (of samenstellen van dolly en oplegger in beladen toestand), minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de aanhangwagen in beladen toestand (of het samenstel van dolly en oplegger in beladen toestand) | 5.18.18 en 5.18.24 RV | 230 | 230 | 230 | ||||||||||||||
P | 181 | d | de last onder de koppeling van opleggers in beladen toestand minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de oplegger in beladen toestand | 5.18.18 lid 5 RV | 230 | ||||||||||||||||
P | 190 | b | de totale massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan de helft van de ledige massa van het trekkende voertuig | 140/95 | |||||||||||||||||
de totale massa van a. de aanhangwagen met een bedrijfsrem of; b. de som van de aslasten van de autonome aanhangwagen met een bedrijfsrem of; c. de som van de aslasten of de aslast in combinatie met een positieve koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een bedrijfsrem; achter een personenauto meer bedraagt dan de laagste van in artikel 5.18.18a, lid 1, RV vermelde waarden dan wel de massa meer bedraagt dan 3.500 kg, een overschrijding met | |||||||||||||||||||||
P | 185 | a | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | 140 | ||||||||||||||||
P | 185 | b | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | 210 | ||||||||||||||||
P | 185 | c | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | 310 | ||||||||||||||||
de totale massa van a. de aanhangwagen zonder een bedrijfsrem of; b. de som van de aslasten van de autonome aanhangwagen zonder een bedrijfsrem of; c. de som van de aslasten of de aslast in combinatie met een positieve koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen zonder een bedrijfsrem; achter een personenauto meer bedraagt dan de laagste van in artikel 5.18.18a, lid 2, RV vermelde waarden dan wel meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met | 5.18.18a lid 2 RV | ||||||||||||||||||||
P | 186 | a | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | 140 | ||||||||||||||||
P | 186 | b | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | 210 | ||||||||||||||||
P | 186 | c | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | 310 | ||||||||||||||||
de last onder de niet aangedreven as van het beladen voertuig dan wel het beladen samenstel meer bedraagt dan 10.000 kg (particulier gebruik), een overschrijding met | |||||||||||||||||||||
P | 252 | a | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | 140 | ||||||||||||||||
P | 252 | b | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | 210 | ||||||||||||||||
P | 252 | c | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | 310 | ||||||||||||||||
de last onder de aangedreven as van het beladen voertuig dan wel het beladen samenstel meer bedraagt dan 11.500 kg (particulier gebruik, een overtreding) | 5.18.25 lid 2 RV | ||||||||||||||||||||
P | 254 | a | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | |||||||||||||||||
P | 254 | b | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | |||||||||||||||||
P | 254 | c | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | |||||||||||||||||
de last onder enige as van het beladen voertuig dan wel het beladen samenstel meer bedraagt dan 10.000 kg (particulier gebruik en betreft motorrijtuigen met beperkte snelheid), een overschrijding met | 5.18.25 lid 3 RV | ||||||||||||||||||||
P | 256 | a | – meer dan 10% t/m 25% | 140 | 140 | ||||||||||||||||
P | 256 | b | – meer dan 25% t/m 50% | 210 | 210 | ||||||||||||||||
P | 256 | c | – meer dan 50% t/m 75% | 310 | 310 | ||||||||||||||||
de som van de aslasten van de aangekoppelde middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg meer bedraagt dan 1,5 maal de som van aslasten van het trekkend motorvoertuig, een overschrijding met | |||||||||||||||||||||
P | 310 | a | – meer dan 10% t/m 25% | 230 | |||||||||||||||||
P | 310 | b | – meer dan 25% t/m 50% | 340 | |||||||||||||||||
P | 310 | e | de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een massa van niet meer dan 750 kg meer bedraagt dan 50 kg dan wel niet neerwaarts is gericht | 5.18.31 RV | 140 | ||||||||||||||||
P | 310 | f | de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een toegestane massa van meer dan 750 kg of de aanhangwagen met stijve dissel minder bedraagt dan 1% van de toegestane maximum massa van dat voertuig (de koppelingsdruk behoeft niet meer dan 50 kg te bedragen) | 5.18.31 RV | 140 | ||||||||||||||||
2 – Ophanging | |||||||||||||||||||||
P | 320 | de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben vanwege het gebruik van een nood- of reservewiel en de rijsnelheid en het rijgedrag niet zijn aangepast aan de door de fabrikant voor dat nood- of reservewiel vastgestelde voorschriften | 230 | 230 | 230 | 230 | |||||||||||||||
3 – Reminrichting | |||||||||||||||||||||
P | 330 | a | de aanhangwagen, niet is voorzien van een reminrichting, terwijl de totale massa hoger is dan de helft van de massa in rijklare toestand van het trekkend voertuig | 5.18.33 RV | 230 | ||||||||||||||||
P | 340 | a | de aanwezige reminrichting van de aanhangwagen of de verwisselbare getrokken machine niet in werking treedt bij het bedienen van de bedrijfsrem van het trekkend voertuig | 230 | 230 | 230 | |||||||||||||||
P | 340 | b | de losbreekreminrichting niet op de vereiste wijze met het trekkend voertuig is verbonden | 5.18.34 lid 2 RV | 90 | 90 | 90 | ||||||||||||||
P | 340 | c | zonder dat de aanhangwagen of de verwisselbare getrokken machine en het trekkend voertuig, terwijl deze zijn uitgerust met een ABS- of EBS-systeem, via de ISO 7638 stekkers met elkaar zijn verbonden | 5.18.34 lid 3 RV | 230 | 230 | |||||||||||||||
niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt | |||||||||||||||||||||
P | 350 | a | – 0 t/m 0,5 m/s2 | 230 | 230 | 230 | |||||||||||||||
P | 350 | b | – 0,51 t/m 1,0 m/s2 | 340 | 340 | 340 | |||||||||||||||
niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt | 5.18.35 lid 1 RV | ||||||||||||||||||||
P | 350 | f | – 0 t/m 0,5 m/s2 | 370 | 370 | ||||||||||||||||
de remvertraging van het samenstel niet voldoet aan die van het trekkend voertuig, de vermindering bedraagt | 5.18.35 lid 2 RV | ||||||||||||||||||||
P | 351 | a | – 0 t/m 0,5 m/s2 | 230 | 230 | ||||||||||||||||
P | 351 | b | – 0,51 t/m 1,0 m/s2 | 340 | 340 | ||||||||||||||||
P | 352 | het dubbel uitgevoerde rempedaal niet is gekoppeld | 140 | ||||||||||||||||||
P | 360 | de parkeerrem het samenstel op een helling van 10% niet in stilstand kan houden | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | |||||||||||||
4 – Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen | |||||||||||||||||||||
P | 361 | b | aan de achterzijde niet is voorzien van een rode retroreflector in de vorm van een afgeknotte driehoek | 90 | 90 | 90 | 35 | ||||||||||||||
P | 370 | een aanhangwagen of verwisselbare getrokken machine wordt voortbewogen zonder dat iedere zijkant van het trekkend voertuig is voorzien van een zijrichtingaanwijzer | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | |||||||||||||
P | 380 | de verlichtingsinstallatie van de aanhangwagen of verwisselbare getrokken machine niet zodanig functioneert, dat de functies van de verlichting en de lichtsignalen overeenkomen met die van het trekkend voertuig | 140 | 140 | 140 | 140/95 | 55 | ||||||||||||||
P | 382 | de verlichtingsinstallatie van de lastdrager(s) niet zodanig functioneert dat de functies van verlichting en lichtsignalen op de lastdrager overeenstemmen met die van het voertuig | 5.18.38 lid 2 RV | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 | |||||||||||||
5 – Verbinding tussen voertuigen | |||||||||||||||||||||
P | 540 | de aanhangwagen of verwisselbare getrokken machine niet middels een deugdelijke koppeling zodanig met het trekkend voertuig is verbonden dat zijdelings uitwijken van de aanhangwagen zoveel mogelijk wordt voorkomen | 230 | 230 | 230 | 230/160 | 90 | ||||||||||||||
P | 550 | het bewegen van de aanhangwagen ten opzichte van het trekkend voertuig in een uiterste stand tot 90 graden wordt begrensd door delen van de reminrichting, de elektrische installatie, de koppeling of, indien aanwezig, de hulpkoppeling of besturingsonderdelen | 90 | 90 | |||||||||||||||||
P | 560 | a | het trekoog of de kogelkoppeling van de gekoppelde aanhangwagen niet nagenoeg horizontaal ligt op een horizontaal wegdek | 140 | 140 | ||||||||||||||||
P | 560 | c | geen hoekverdraaiing van de opleggerschotel naar boven en naar beneden mogelijk is indien het samenstel van opleggertrekker en oplegger of het samenstel van dolly en oplegger zich op een horizontaal wegdek bevindt | 5.18.56 lid 3 RV | 90 | ||||||||||||||||
P | 570 | de hulpkoppeling van een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 1.500 kg niet op de vereiste wijze is aangebracht | 90 | 90 | |||||||||||||||||
P | 590 | de gekoppelde aanhangwagen niet goed is verbonden | 55 | ||||||||||||||||||
6 – Diversen | |||||||||||||||||||||
P | 600 | de drie- of meerwielige bromfiets met carrosserie aan de achterzijde niet voorzien is van het vereiste ronde bord of vlak met de aanduiding 45 | 60 | ||||||||||||||||||
P | 601 | de afsleepas niet voldoet aan de in artikel 5.18.62, lid 1 en 2, gestelde eisen | 230 | ||||||||||||||||||
P | 602 | aan de achterzijde van het door de afsleepas gesleepte voertuig geen lichtbalk is geplaatst die is aangesloten op de verlichting van het trekkende voertuig met ten minste twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers | 5.18.62 lid 3 RV | 140 |