U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 27-02-2002.

Regeling · BWBR0004632

Kiesbesluit

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 19 oktober 1989, houdende vaststelling van nieuwe voorschriften ter uitvoering van de Kieswet KiesbesluitWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 29 augustus 1989, nr. CW89/1/U9, Stafafdeling Constitutionele Zaken en Wetgeving;

Gelet op de Kieswet;

Gezien het advies van de Kiesraad van 5 april 1989, nr. 4129; De Raad van State gehoord (advies van 10 oktober 1989, nr. W04.89.0517);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 16 oktober 1989, nr. CW89/1/U13 Stafafdeling Constitutionele Zaken en Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage 19 oktober 1989 Beatrix De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, D. IJ. W. de Graaff-Nauta de zesentwintigste oktober 1989 De Minister van Justitie F. Korthals Altes

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Burgemeester en wethouders ontlenen aan de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens de gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van de kiesgerechtigdheid van de personen die als ingezetene hierin zijn ingeschreven.

Indien aan het orgaan waarbij overeenkomstig artikel D 3, derde, vierde of vijfde lid, van de Kieswet een verzoek tot registratie van de kiesgerechtigdheid kan worden ingediend, omstandigheden bekend worden, op grond waarvan een persoon die ingevolge artikel D 3, eerste lid, van de Kieswet als kiezer is geregistreerd, niet als kiezer behoort te zijn geregistreerd, wordt daarvan terstond mededeling gedaan aan burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage.

Het in artikel D 3a, eerste lid, van de Kieswet bedoelde bestand bevat met betrekking tot elke persoon die hierin is opgenomen de naam, de voorletters, het woonadres, de geboortedatum en, indien van toepassing, het correspondentie-adres, zoals verstrekt door de verzoeker, alsmede de datum van opname in het bestand en, indien van toepassing, de datum van het laatste registratieverzoek.

De formulieren voor de kandidatenlijsten, bedoeld in artikel H 1, tweede lid, van de Kieswet, en voor de verklaringen, bedoeld in de artikelen H 3, vijfde lid, H 4, zevende lid, en H9, vierde lid, van de Kieswet, zijn gedurende drie weken vóór en op de dag van de kandidaatstelling verkrijgbaar ter secretarie van elke gemeente.

De opgave, bedoeld in artikel J 17, eerste lid, van de Kieswet, bevat van elke kiezer de naam, de voornamen of voorletters, de geboortedatum en het adres.

De stembus moet aan de volgende vereisten voldoen:

In elk stemlokaal bevindt zich een zodanig aantal stemhokjes dat een goede voortgang van de stemming is gewaarborgd.

In elk stemlokaal is een voor het publiek bestemde ruimte. De tafel van het stembureau en de stemhokjes bevinden zich in de niet voor het publiek bestemde ruimte.

Het onbruikbaar maken van teruggegeven stembiljetten geschiedt door het aanbrengen van het woord "onbruikbaar" op de beide zijden van het stembiljet.

Nadat de laatste tot de stemming toegelaten kiezer heeft gestemd, wordt de sleuf van de stembus afgesloten.

Indien met toepassing van artikel J 6 van de Kieswet tegelijk met de stemming in het stemlokaal een of meer andere stemmingen plaatsvinden, gelden de artikelen J 10 tot en met J 12a.

De leden van het stembureau kunnen ook werkzaamheden voor de andere stemming, onderscheidenlijk stemmingen, verrichten, mits deze werkzaamheden de voortgang van de stemming ingevolge de Kieswet niet belemmeren.

Indien zowel voor de stemming ingevolge de Kieswet als voor een of meer andere stemmingen stembiljetten worden gebruikt, gelden de volgende bepalingen:

Indien zowel voor de stemming ingevolge de Kieswet als voor een of meer andere stemmingen stemmachines worden gebruikt, kan de burgemeester besluiten dat de stemmachines tevens voor een of meer van deze andere stemmingen worden gebruikt, mits Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daarvoor ingevolge artikel J 14a goedkeuring heeft verleend.

De bepalingen van dit besluit die betrekking hebben op het gebruik van stembiljetten, stembussen en stemhokjes, blijven buiten toepassing, indien door middel van elektronische stemmachines wordt gestemd.

De burgemeester draagt zorg dat de stemmachines tijdig voor de stemming in gereedheid worden gebracht en voor de aanvang van de stemming worden opgesteld in de niet voor het publiek bestemde ruimte van de aangewezen stemlokalen.

In elk stemlokaal bevindt zich een zodanig aantal stemmachines dat een goede voortgang van de stemming is gewaarborgd.

Indien in één stemlokaal meer dan één stemmachine wordt gebezigd, kan het aantal leden van het stembureau zodanig worden uitgebreid als voor het verrichten van de taken, bedoeld in de artikelen J 21 tot en met J 23e, noodzakelijk is.

Op de dag van de stemming gaat het stembureau tijdig voor de aanvang van de stemming na of de stemmachine voor het gebruik gereed is en of er geen stemmen in het geheugen van de stemmachine zijn opgeslagen. De voorzitter draagt er zorg voor dat bij aanvang van de stemming de machine kan worden vrijgegeven.

Indien gebruik wordt gemaakt van een stemmachine die door het stembureau voor elke kiezer wordt vrijgegeven, zijn de artikelen J 21 tot en met J 23 van toepassing.

Nadat het stembureau de handelingen, bedoeld in artikel J 25, tweede tot en met vierde lid, van de Kieswet, of artikel K 11 van de Kieswet en, indien van toepassing, artikel L 17 van de Kieswet, heeft verricht, overhandigt de voorzitter aan de kiezer een volgnummer voor het gebruik van de stemmachine dat is voorzien van het wapen of de naam van de gemeente, dan wel van een aanduiding van de datum waarop en het vertegenwoordigd orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden. Na afgifte van dat volgnummer aan het derde lid van het stembureau geeft deze de machine vrij voor gebruik door de kiezer.

Nadat de stemmachine voor hem is vrijgegeven, gaat de kiezer naar de stemmachine om de stemhandelingen te verrichten.

Indien een kiezer, nadat hem een volgnummer is overhandigd, weigert van de machine gebruik te maken, houdt de voorzitter daarvan aantekening.

Indien een kiezer de stemmachine op een bepaalde kandidaat instelt doch zich verwijdert zonder zijn stem te hebben vastgelegd, wordt de machine door het derde lid van het stembureau teruggebracht in de stand voordat de machine werd vrijgegeven. De voorzitter houdt daarvan aantekening.

Indien gebruik wordt gemaakt van een stemmachine waarbij de vrijgave geschiedt door de kiezer met behulp van een vrijgavekaart, zijn de artikelen J 23b tot en met J 23e van toepassing.

De kiezer die na ontvangst van de vrijgavekaart weigert van een stemmachine gebruik te maken of een stemmachine gebruikt zonder zijn stem te hebben vastgelegd, geeft de vrijgavekaart terug aan de voorzitter.

Indien bij het uitbrengen van de stem blijkt dat de vrijgavekaart geen toegang geeft tot de stemmachine of dat de vrijgavekaart anderszins niet functioneert, geeft de kiezer de vrijgavekaart terug aan de voorzitter. Deze maakt op verzoek van de kiezer een nieuwe vrijgavekaart geldig voor gebruik en overhandigt deze aan de kiezer. De kiezer gaat vervolgens naar de stemmachine om de stemhandelingen te verrichten.

Indien een stemmachine tijdens de stemming wegens beschadiging of storing door een andere wordt vervangen, draagt de voorzitter van het stembureau er zorg voor dat de te vervangen stemmachine wordt geblokkeerd voor het uitbrengen van stemmen. Op de vervangende machine is artikel J 20 van overeenkomstige toepassing.

Nadat de laatste tot de stemming toegelaten kiezer heeft gestemd, draagt de voorzitter er zorg voor dat de stemmachine wordt geblokkeerd voor het uitbrengen van stemmen.

Indien de stemopneming is geschorst voordat de stembus zou worden geopend of, indien een stemmachine wordt gebezigd, voordat de voorzitter de handelingen zou verrichten die nodig zijn om een afdruk van de uitkomsten van de stemming te verkrijgen, is artikel J 27, tweede lid en derde lid, aanhef en onder a tot en met f, van overeenkomstige toepassing.

Van de geschorste zitting wordt proces-verbaal opgemaakt. Bij ministeriële regeling wordt voor het proces-verbaal een model vastgesteld.

Onmiddellijk na de ondertekening van het proces-verbaal wordt dit met de stembus dan wel de stemmachine, de verzegelde pakken en de verzegelde enveloppe door de voorzitter bij de burgemeester in bewaring gegeven.

De burgemeester stelt tijdig voor de aanvang van de hervatte zitting de hem ingevolge artikel J 31 overgegeven stembus dan wel stemmachine, verzegelde pakken en verzegelde enveloppe ter beschikking van het stembureau.

In geval van een schorsing als bedoeld in artikel J 28 opent het stembureau na de aanvang van de hervatte zitting de verzegelde pakken en verzegelde enveloppe en begint het opnieuw met de stemopneming.

Tijdens de uitoefening van zijn functie neemt de waarnemer strikte neutraliteit in acht, geeft geen blijk van zijn politieke gezindheid, mengt zich niet in de verkiezingsprocedure en houdt zich aan de Nederlandse wet- en regelgeving.

Onze Minister van Buitenlandse Zaken verstrekt de waarnemer een speciaal legitimatiebewijs van internationale waarnemer. Tijdens de uitoefening van zijn functie draagt de waarnemer dit bewijs voor een ieder zichtbaar op zijn kleding.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aanmeldingsprocedure voor waarneming, het maximum aantal waarnemers en de duur van de waarneming en omtrent de rechten en verplichtingen van waarnemers.

Indien burgemeester en wethouders ingevolge artikel K 13 van de Kieswet in hun gemeente mobiele stembureaus aanwijzen waarin stemmachines worden gebruikt, wordt alvorens een dergelijk stembureau naar een andere standplaats vertrekt de stemmachine in tegenwoordigheid van de aanwezige kiezers door de voorzitter van het stembureau voor het uitbrengen van stemmen geblokkeerd. De sleutel waarmee de stemmachine voor het uitbrengen van stemmen kan worden vrijgegeven en geblokkeerd, wordt tijdens het verplaatsen naar de volgende standplaats bewaard door de voorzitter. Na de aankomst van het mobiele stembureau op de nieuwe standplaats, draagt de voorzitter er zorg voor dat de stemmachine kan worden vrijgegeven.

De stukken, bedoeld in artikel M 6, eerste lid, van de Kieswet, worden aan de kiezer gezonden per luchtpost, tenzij het adres waarheen zij gezonden moeten worden, in België is gelegen.

Indien burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage gebruik hebben gemaakt van hun bevoegdheid, bedoeld in artikel M 9, tweede lid, van de Kieswet, gelden ten aanzien van de extra zittingen van de briefstembureaus voorafgaande aan de dag van de stemming de artikelen M 3 tot en met M 7.

Ten minste twee weken vóór de eerste zitting brengen burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage ter openbare kennis in de Staatscourant op welke dag of dagen en gedurende welke tijden de briefstembureaus extra zitting houden, alsmede op welke plaats.

Indien bij de stemming een stemmachine is gebezigd, gelden bij de stemopneming door het stembureau de artikelen N 2 tot en met N 8.

Vervallen

De burgemeester is bevoegd de verzegelde pakken met de in artikel N 3 bedoelde bescheiden te openen en, nadat onherroepelijk is beslist over de toelating van de gekozen leden tot het vertegenwoordigend orgaan, deze pakken ten dienste van een onderzoek naar enig strafbaar feit aan de officier van justitie over te dragen.

Indien met toepassing van artikel N 16a van de Kieswet de briefstembureaus te 's-Gravenhage op de dag van stemming aanvangen met de stemopneming, gelden ten aanzien van de schorsing en hervatting hiervan de artikelen N 10 tot en met N 13.

Onmiddellijk na de ondertekening van het proces-verbaal, wordt dit tezamen met de verzegelde pakken met stembiljetten door de voorzitter van het stembureau of een door hem aan te wijzen ander lid bij de burgemeester of een door deze aan te wijzen ambtenaar in bewaring gegeven.

Zodra de handelingen, bedoeld in de artikelen M 10 en M 11 van de Kieswet, ten aanzien van alle tijdig binnengekomen retourenveloppen zijn beëindigd, stelt de burgemeester de hem ingevolge artikel M 6 overhandigde verzegelde pakken en processen-verbaal van de extra zittingen en het hem ingevolge artikel N 11 overhandigde proces-verbaal van de stemopneming en de verzegelde pakken met stembiljetten ter beschikking van het stembureau.

De bekendmaking, bedoeld in artikel P 20, tweede lid, van de Kieswet, geschiedt, indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, in de Nederlandse Staatscourant en, indien het betreft de verkiezing van de leden van provinciale staten of de gemeenteraad, op de in de provincie, onderscheidenlijk de gemeente, gebruikelijke wijze.

Indien het centraal stembureau ingevolge het bepaalde in artikel P 21, tweede lid, van de Kieswet verzegelde pakken heeft geopend, worden deze pakken na gebruik wederom verzegeld.

De formulieren voor de kandidatenlijsten, bedoeld in artikel R 1, tweede lid, van de Kieswet, en voor de verklaringen, bedoeld in de artikelen R 7, derde lid, en R 8, vierde lid, van de Kieswet, zijn gedurende drie weken vóór en op de dag van de kandidaatstelling verkrijgbaar ter provinciale griffie.

Ten aanzien van de verkiezing van de leden van het Europese Parlement zijn, voor zover deze afdeling niet anders bepaalt, de bij afdeling II van dit besluit gestelde bepalingen inzake de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer van overeenkomstige toepassing.

De formulieren voor het verzoek, bedoeld in artikel Y 32, eerste lid, van de Kieswet, zijn ten minste 6 weken voor de dag en op de dag van kandidaatstelling verkrijgbaar ter secretarie van elke gemeente.

De formulieren voor de kandidatenlijsten en de verklaringen, bedoeld in artikel H 1, zijn gedurende drie weken vóór en op de dag van de kandidaatstelling mede verkrijgbaar bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van het Europese Parlement.

Het tijdstip en de plaats van de zitting, bedoeld in artikel I 4 van de Kieswet, worden tijdig door de voorzitter van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van het Europese Parlement in de Nederlandse Staatscourant bekendgemaakt.

De formulieren voor de verklaring, bedoeld in artikel Y 19, eerste lid, van de Kieswet, zijn gedurende drie weken vóór en op de dag van de kandidaatstelling mede verkrijgbaar bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van het Europese Parlement.

Artikel N 4, vijfde lid, blijft buiten toepassing.

Het Kiesbesluit (Stb. 1951, 441) wordt ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit kan worden aangehaald als Kiesbesluit.