Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 22 december 1989, houdende regelen met betrekking tot grenswaarden voor sulfaat en chloride bij lozingen door de titaandioxide-industrieRegeling grenswaarden voor sulfaat en chloride bij lozingen door de titaandioxide-industrietewaterenDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Overwegende, dat uitvoering moet worden gegeven aan de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 juni 1989, 89/428/EEG (PbEG L 201/56), tot vaststelling van de procedure voor de harmonisering van de programma's tot vermindering en uiteindelijke algehele opheffing van de verontreiniging door afval van de titaandioxide-industrie;

Gelet op artikel 1a, derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Stb. 1981, 573);

Besluit:

's-Gravenhage22 december 1989De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J.> G. M. Aldersde negenentwintigste december 1989De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

In deze regeling wordt verstaan onder:

Ten aanzien van een nieuw bedrijf is voor het lozen van sulfaat onderscheidenlijk chloride de grenswaarde van toepassing die overeenkomt met de waarde die het resultaat is van het toepassen van de best uitvoerbare technieken. Deze grenswaarde is in ieder geval niet hoger dan de in bijlage I onderscheidenlijk II voor de betrokken afvalstoffen aangegeven grenswaarden.

Ten aanzien van een bestaand bedrijf zijn voor het lozen van sulfaat onderscheidenlijk chloride van toepassing de in bijlage I onderscheidenlijk II voor de betrokken afvalstoffen aangegeven grenswaarden.

De hoeveelheid sulfaat of chloride in de afvalstoffen wordt gemeten op de wijze, aangegeven in de bij deze regeling behorende bijlage III.

In bovenstaand schema wordt verstaan onder:

In bovenstaand schema wordt verstaan onder:

Voor de vaststelling van de hoeveelheden sulfaat en chloride dient te worden uitgegaan van de volgende wijze van meting:

Voor de vaststelling van de precisie en de systematische afwijking van de toegepaste meetmethode wordt gebruik gemaakt van een oplossing waarin sulfaat onderscheidenlijk chloride voorkomt in nauwkeurig bekende concentraties die ten hoogste 10% mogen afwijken van tweemaal de bepalingsdrempel. Deze oplossing dient qua matrix zoveel mogelijk overeen te komen met het te onderzoeken monster. De serie meetuitkomsten als bedoeld onder a. en b. bestaat uit ten minste 10 enkelvoudige meetuitkomsten. Deze meetuitkomsten worden verkregen uit metingen, verricht nadat steeds de gehele analytische opwerking is doorlopen (volgens een gelijke procedure, door dezelfde waarnemer, met dezelfde middelen en dezelfde hulpstoffen) en onder zoveel mogelijk gelijke omstandigheden als bij de behandeling van het monster.

Met behulp van de verkregen meetgegevens kan door middel van onderstaande formules worden bepaald of de lozingen onder de in de bijlagen I en II voorgeschreven grenswaarden blijven. De formules leveren hiervoor de toetswaarde (kg/ton).

De hoeveelheid sulfaat in de afvalstoffen per geproduceerde hoeveelheid titaandioxide wordt als volgt berekend:

De in deze formules gebruikte symbolen hebben de volgende betekenis:

i = een meetdag van de betreffende maand

n = aantal dagen in de betreffende maand

j = een sulfaat bevattende effluentstroom gemeten op de grens van het bedrijfsterrein

k = totaal aantal sulfaat bevattende effluentstromen gemeten op de grens van het bedrijfsterrein

Csij = concentratie aan totaal sulfaat over een periode van 24 uur in een debiet proportioneel monster op de dag i van de betreffende maand in stroom j, gemeten op de grens van het bedrijfsterrein (kg/m3)

Ccij = concentratie aan calcium over een periode van 24 uur in een debiet proportioneel monster op de dag i van de betreffende maand in stroom j, gemeten op de grens van het bedrijfsterrein (kg/m3)

Aij = volume effluent op de dag i van de betreffende maand in stroom j, gemeten op de grens van het bedrijfsterrein (m3)

K = totale gewichtshoeveelheid titaandioxide die geproduceerd is per jaar gedeeld door het aantal dagen in dat jaar (1000 kg)

De hoeveelheid chloride in de afvalstoffen per geproduceerde hoeveelheid titaandioxide wordt als volgt berekend:

De in deze formules gebruikte symbolen hebben de volgende betekenis:

i = een meetdag van de betreffende maand

n = aantal dagen in de betreffende maand

j = een chloride bevattende effluentstroom gemeten op de grens van het bedrijfsterrein

k = totaal aantal chloride bevattende effluentstromen gemeten op de grens van het bedrijfsterrein

Cclij = concentratie aan totaal chloride over een periode van 24 uur in een debiet proportioneel monster op de dag i van de betreffende maand in stroom j gemeten op de grens van het bedrijfsterrein (kg/m3)

Ccij = concentratie aan calcium over een periode van 24 uur in een debiet proportioneel monster op de dag i van de betreffende maand in stroom j gemeten op de grens van het bedrijfsterrein (kg/m3)

Aij = volume effluent op de dag i van de betreffende maand in stroom j gemeten op de grens van het bedrijfsterrein(m3)

K = totale gewichtshoeveelheid titaandioxide die geproduceerd is per jaar gedeeld door het aantal dagen in dat jaar ( 1000 kg).