U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 05-08-2005.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 6 april 1990, houdende regelen inzake bijdragen aan de provincies, gemeenten en andere openbare lichamen in de kosten van door hen getroffen maatregelen in het belang van het voorkomen, beperken of ongedaan maken van verontreiniging of aantasting van het milieuSubsidiebesluit openbare lichamen milieubeheerWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 december 1988, no. MJZ 05D8002, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving;

Gelet op de artikelen 61z en 81 van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Stb. 1988, 133) en artikel II van de Wet tot uitbreiding van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne met regels met betrekking tot de financiering van het beleid op het gebied van de milieuhygiëne (Stb. 1988, 113), alsmede artikel 144b van de Provinciewet en 237b van de gemeentewet;

Gezien het advies van de Centrale raad voor de milieuhygiëne van 17 oktober 1988, nr. ABJ-88/985, het advies van de Raad voor de gemeentefinanciën van 31 augustus 1988, 26107 RFG 86/59, en het advies van het Interprovinciaal Overleg van 20 oktober 1988, 11 1984/88;

De Raad van State gehoord (advies van 24 april 1989, No. W08.88 0684);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 3 april 1990, nr. MJZ 03490024, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage6 april 1990BeatrixDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J.G.M. Aldersde zesentwintigste april 1990De Minister van Justitie,E.M.H. Hirsch Ballin

In dit besluit wordt verstaan onder:

In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onze Minister geeft aan het Interprovinciaal Overleg in het kalenderjaar 1994 een beschikking tot vaststelling van een bijdrage ten bedrage van € 453 780,22 ten behoeve van:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voorafgaand aan de subsidievaststelling wordt geen beschikking tot subsidieverlening gegeven.

De betaling van de voor iedere provincie voor de uitvoering van het saneringsprogramma krachtens artikel 6b vastgestelde subsidie, vindt telkens uiterlijk in mei plaats.

Indien gedeputeerde staten blijkens een rapportage als bedoeld in artikel 4, onder b , de gegevens, bedoeld in artikel 4d, eerste en tweede lid, niet of onvolledig hebben verstrekt aan het Interprovinciaal Overleg, of die rapportage op 1 oktober van het kalenderjaar waarin zij op 1 juli ontvangen had moeten zijn, niet ontvangen is, kan Onze Minister gedeputeerde staten verplichten uiterlijk op de eerstvolgende 1 februari te rapporteren over de voortgang van de afronding van de uitvoering van de saneringsprogramma's. Artikel 3m, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Vervallen

In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verstrekking van informatie door het gemeentebestuur of het bestuur ten behoeve van de verantwoording van en de controle op de besteding van de subsidie.

Maatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie krachtens deze afdeling, indien zij door Onze Minister zijn vastgesteld krachtens artikel 90, vijfde lid, van de Wet geluidhinder.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Een aanvraag om subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht bevat in ieder geval:

Vervallen

Onze Minister betaalt als voorschot telkens 20% van de subsidie voor de geluidwerende maatregelen binnen vier weken na:

Indien het gemeentebestuur of het bestuur de in artikel 11i, eerste lid, bedoelde stukken niet tijdig heeft toegezonden of indien de toegezonden stukken naar het oordeel van Onze Minister onvolledig zijn, stelt Onze Minister het gemeentebestuur of het bestuur binnen zes weken na de in artikel 11i gestelde termijn dan wel na ontvangst van de naar het oordeel van Onze Minister onvolledige stukken, in de gelegenheid om binnen een door Onze Minister te stellen termijn van ten hoogste acht weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.

De korting, bedoeld in artikel 11k, tweede en derde lid, wordt bij de subsidievaststelling verrekend. Voor zover de korting niet verrekend kan worden, vordert Onze Minister haar terug.

Onze Minister weigert een aanvraag om subsidie in ieder geval, voor zover naar zijn oordeel:

Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van kosten van het treffen van maatregelen tegen wegverkeerslawaai die strekken tot onttrekking aan de bestemming van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen.

Indien het gemeentebestuur of het bestuur het in artikel 12i, eerste lid, bedoelde formulier niet tijdig heeft toegezonden of indien het ingezonden formulier naar het oordeel van Onze Minister onvolledig is, stelt Onze Minister het gemeentebestuur of het bestuur binnen zes weken na het einde van de in artikel 12i bedoelde termijn dan wel na ontvangst van het naar het oordeel van Onze Minister onvolledige formulier, in de gelegenheid om binnen een door Onze Minister te stellen termijn van ten hoogste acht weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Geluidreducerende maatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie, voor zover de kosten niet hoger zijn dan het bedrag dat volgt uit de toepassing van onderdeel 2 van bijlage A bij dit besluit.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien de aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in hoofdstuk 2 betrekking heeft op een activiteit die nog niet geheel is uitgevoerd, is de aanvrager verplicht zodra de activiteit is uitgevoerd of is stopgezet Onze Minister daarvan in kennis te stellen.

Vervallen

Vervallen

In afwijking van artikel 51, eerste lid, kan Onze Minister, in afwachting van een wijziging van het voor dat jaar vastgestelde subsidieplafond de beslissing op een subsidie-aanvraag geheel of gedeeltelijk aanhouden tot uiterlijk 15 december van het kalenderjaar waarin de subsidie is aangevraagd. Hij deelt de aanhouding aan de aanvrager mee.

Indien Onze Minister toepassing heeft gegeven aan artikel 55 geeft hij uiterlijk binnen acht weken na afloop van de aanhouding een beschikking op de aanvraag.

Indien krachtens hoofdstuk 2, afdelingen 2 en 3, een beschikking tot subsidievaststelling moet worden gegeven, in een geval waarin de werkelijk gemaakte kosten hoger zijn dan het bedrag van de beschikking tot subsidieverlening en daarmee het voor de betrokken activiteit voor dat kalenderjaar vastgestelde subsidieplafond overschreden zou worden, stelt Onze Minister, in afwijking daarvan, in het daaropvolgende kalenderjaar, ambtshalve de subsidie vast op het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten. De beschikking tot weigering van de vaststelling van de subsidie vermeldt dat in het daaropvolgende kalenderjaar, zonder nieuwe indiening van de aanvraag, het subsidiebedrag ambtshalve wordt vastgesteld op de hoogte van de werkelijk gemaakte kosten.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Dit besluit berust op de artikelen 17, eerste en tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet, 15.13, eerste en tweede lid, en 21.8 van de Wet milieubeheer en 106, 126a, 129 en 174 van de Wet geluidhinder.

Vervallen

Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer.

Het in artikel 12a, tweede lid, bedoelde bedrag is de uitkomst van de volgende berekening volgens de onderstaande desbetreffende tabel:

de som van de normbedragen voor de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen waarvan de geluidsbelasting als gevolg van de maatregelen met ten minste 3 dB(A) afneemt, verminderd met de som van de normbedragen voor de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen waarvan de geluidsbelasting als gevolg van de maatregelen met ten minste 3 dB(A) toeneemt.

Het in artikel 18 bedoelde bedrag is de uitkomst van de volgende berekening volgens onderstaande tabel: de som van de normbedragen voor de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen waarvan de geluidsbelasting als gevolg van de maatregelen met ten minste 3 dB(A) afneemt:

Het bedrag dat de uitkomst is van de berekening volgens bovenstaande tabel kan worden verhoogd met maximaal 30%, ter vergoeding van eventuele bijkomende werkzaamheden aan de constructie van de spoorweg die noodzakelijk zijn om het treffen van de geluidreducerende maatregelen mogelijk te maken.

Het in artikel 12k, eerste lid, bedoelde bedrag bestaat uit de som van de per woning of andere geluidsgevoelige gebouw bepaalde maximale bijdragen met behulp van onderstaande tabel.

Het in artikel 19, derde lid, bedoelde bedrag bestaat uit de som van de per woning of andere geluidsgevoelige gebouw bepaalde maximale bijdragen met behulp van onderstaande tabel.

Vervallen

Overzicht van industrieterreinen die voor een bijzondere bijdrage in de kosten van akoestisch onderzoek in aanmerking kunnen komen

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer maakt bekend de lijst van industrieterreinen, bedoeld in artikel 4 van het ontwerpbesluit wijziging Bijdragenbesluit openbare lichamen milieubeheer Stcrt. 1993, nr. 247, alsmede artikel 1.2.1 van de door hem met het Interprovinciaal Overleg op 29 april 1994 gesloten bestuursovereenkomst Stcrt... 1994, nr. 101.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer maakt bekend, gelet op artikel 4b van het ontwerpbesluit wijziging Bijdragenbesluit openbare lichamen milieubeheer, Stcrt. 1993, nr. 247, de industrieterreinen ten aanzien waarvan vóór 1 januari 1992 de beschikking is genomen tot verlening van de bijdrage in de kosten verbonden aan het deel van het akoestisch onderzoek dat plaatsvindt met het oog op de uitwerking van de keuze en de beschrijving van de mogelijkheden om de uitvoering van de gekozen maatregelen te faseren (fase III van het akoestisch onderzoek).