Ministeriële regeling · BWBR0004762

Regeling Duitse strijdkrachten Nederland

Wijzigingen Officiële bron
Regeling Duitse strijdkrachten NederlandRegeling Duitse strijdkrachten NederlandDe staatssecretaris van Financiën,

In overeenstemming met de bevoegde Duitse autoriteiten in Nederland:

Gelet op:

  • de artikelen III, XI, XII en XIII van het Verdrag van Londen van 19 juni 1951 tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten (het NAVO- Statusverdrag; Trb. 1951, 114 en 1953, 10; Stb. 1953, 438);

  • de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland nopens de stationering van militaire eenheden van de Bondsrepubliek Duitsland in Nederland van 17 januari 1963 (Trb. 1963, 7 en 102), de Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland houdende een Overeenkomst inzake de stationering van Duitse militairen bij het EUROCONTROL-verkeersleidingscentrum te Beek van 21 maart/17 april 1978 (Trb. 1978, 69 en 139) alsmede de op basis van die Overeenkomsten gesloten technische akkoorden;

  • Besluit:

    De staatssecretaris van Financiën,namens deze,De directeur-generaal voor Fiscale Zaken, A.Schoemaker

    Het doel van deze regeling is aan te geven:

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    a.leden van de Duitse strijdkrachten of civiele diensten:

    de leden van de hier te lande gestationeerde Duitse strijdkrachten of civiele diensten of van elders gestationeerde Duitse strijdkrachten of civiele diensten, in het laatste geval alleen voor zover deze zich voor de dienst hier te lande bevinden;

    b.civiele dienst:

    het burgerpersoneel hetwelk bij de Duitse strijdkrachten in dienst is, met uitzondering van staatloze personen en personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten of hier te lande hun verblijfplaats plegen te hebben;

    c.gezinslid:

    de echtgeno(o)t(e) van een lid van de Duitse strijdkrachten of civiele diensten, een kind van zodanig lid, dat van hem of haar afhankelijk is voor zijn onderhoud en die bloedverwanten, die gewoonlijk bij hem of haar verblijven en werkelijk van hem of haar afhankelijk zijn;

    d.ministerie:

    ministerie van Financiën, directie Douane-aangelegenheden;

    e.inspecteur:

    het Hoofd van een eenheid Douane (Douane district);

    f.ambtenaren:

    inzake de invoerrechten en accijnzen bevoegde ambtenaren van 's rijks belastingdienst;

    g.ontbieder:

    een militaire eenheid of een door de Duitse strijdkrachten aangewezen niet-militaire geadresseerde;

    h.toegelaten geadresseerde voor militaire goederen:

    een ontbieder op een aangewezen plaats van bestemming aan wie een vergunning is verleend om rechtstreeks goederen te ontvangen die zijn onderworpen aan douanecontrole;

    i.belastingen:

    het invoerrecht en heffingen van gelijke werking zoals landbouwheffingen, alsmede de omzetbelasting, de bijzondere verbruiksbelastingen van personenauto's en motorrijwielen en de accijnzen;

    j.voorwaardelijke vrijstelling van belastingen:

    voorwaardelijke vrijstelling van belastingen, in de zin van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen (Stb. 1961, 31) alsmede de daarop berustende wettelijke bepalingen en nadere voorschriften.

    k.Duitse winkels:

    ruimten waarin belastingvrije goederen mogen worden verkocht, waaronder, onder de daarvoor gestelde voorwaarden, gerantsoeneerde goederen;

    l.kantines en messes:

    ruimten waarin en organisaties door wie belastingvrije goederen slechts mogen worden verkocht voor consumptie ter plaatse, waaronder, onder de daarvoor gestelde voorwaarden, gerantsoeneerde goederen;

    Ten einde bij grotere oefeningen, omvangrijke verplaatsingen en dergelijke, een vlotte doorstroming van grensoverschrijdende militaire eenheden te bevorderen en de inspecteur in de gelegenheid te stellen de nodige maatregelen te treffen dient aan de inspecteur in wiens ambtsgebied de betreffende grensovergang is gelegen ten minste vier dagen van tevoren schriftelijk te worden gemeld de soort en hoeveelheid van de organieke uitrusting van de eenheid en van de andere goederen die zij medevoert, een en ander voor zover zulks in overeenstemming is met de militaire geheimhoudingsvoorschriften.

    Met betrekking tot de grensoverschrijding van militaire voertuigen wordt verwezen naar artikel 44.

    Het binnenkomen, alsmede het uitgaan van de goederen dient te geschieden langs de in de Beschikking attributen douane en accijnzen (Stcrt. 1971, 101) aangewezen eerste of laatste kantoren.

    Het binnenkomen van goederen aan de land- of zeezijde vindt plaats, voor zover op het moment van binnenkomst niet reeds gewone douanedocumenten worden gebezigd, onder geleide van het Duitse formulier 302 (Import/Export Customs Declaration).

    Het formulier 302 wordt bij het anders dan door de lucht binnenkomen van goederen, bestemd om naar een plaats van bestemming te worden overgebracht, als volgt behandeld:

    De goederen worden van de plaats van binnenkomst overgebracht naar een losplaats, dan wel een in bijlage I bij deze regeling genoemde plaats van bestemming onder geleide van een douanedocument of een formulier 302.

    Een aangebrachte douaneverzegeling mag niet worden verbroken en de goederen mogen niet eerder worden gelost dan na de bevestiging door de ambtenaren van de ontvangst van de in artikel 10, vierde lid, bedoelde kennisgeving, waarbij de ambtenaren meedelen of tot verbreken van de eventuele verzegeling en lossing van de goederen mag worden overgegaan. Controle en eventuele opnemingen kunnen steekproefsgewijs plaatsvinden.

    Na de lossing en opneming in de administratie wordt op alle exemplaren van het formulier 302 de daarop voorkomende verklaring van ontvangst door de in artikel 10, derde lid, bedoelde bevoegde functionaris namens de Commandant van de Duitse strijdkrachten ingevuld en ondertekend op de volgende wijze (of een Duitse vertaling daarvan):

    Voor de Commandant ...... (onderdeel)

    (Naam van de aangewezen functionaris)

    (Rang)

    (Functie)

    (Datum)

    De ambtenaren op de plaats van bestemming kunnen zowel de vervoermiddelen visiteren als de goederen controleren. Dit laatste geschiedt echter alleen in tegenwoordigheid van de daartoe bevoegde plaatselijke vertegenwoordiger van de Duitse strijdkrachten. Goederen waarvan de verpakking duidelijk aangeeft dat het een geclassificeerd zending betreft, worden niet gecontroleerd.

    De over het eerste kantoor bevoegde inspecteur hecht het door hem terugontvangen exemplaar van het formulier 302 aan het reeds in zijn bezit zijnde exemplaar. Ontvangt hij niet binnen de gestelde termijn het overeenkomstig de voorgaande paragrafen behandelde exemplaar terug van de over de plaats van bestemming of over het laatste kantoor bevoegde inspecteur dan pleegt hij ter zake overleg met zijn ambtgenoot in wiens ambtsgebied de plaats van bestemming dan wel het laatste kantoor is gelegen. De over het eerste kantoor bevoegde inspecteur stelt, indien geen bevestiging wordt gekregen dat de in het formulier 302 omschreven goederen op regelmatige wijze hun bestemming hebben gevolgd, een onderzoek in.

    Alcoholhoudende dranken en tabaksprodukten, hierna te noemen gerantsoeneerde goederen, mogen uitsluitend worden verkocht aan personen die in het bezit zijn van een geldige rantsoenkaart. Met betrekking tot gerantsoeneerde goederen zijn hoeveelheidsbeperkingen vastgesteld, die zijn opgenomen in Bijlage II. De daarin opgenomen hoeveelheden zijn de maximale rantsoenen die door de in die bijlage genoemde personen per week mogen worden aangeschaft.

    Het is niet toegestaan gerantsoeneerde goederen te kopen voor een ander behoudens in de volgende gevallen:

    De Duitse winkels, kantines en messes houden een nauwkeurige voorraadadministratie bij van alle ingekochte en verkochte goederen. Deze administratie blijft gedurende twee jaren bewaard en wordt op verzoek ter beschikking gesteld aan de ambtenaren voor controle, onverminderd de verplichting tot het bewaren van boeken en bescheiden uit hoofde van de Nederlandse wetgeving.

    Het uitgaan van verhuisgoed en persoonlijke bezittingen van leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten en gezinsleden daarvan geschiedt overeenkomstig de procedure die is vermeld in artikel 17 van deze regeling, met dien verstande, dat reeds op de plaats van afzending het formulier 302 alsmede een inventarislijst aan de plaatselijke ambtenaren worden overhandigd. De ambtenaren houden één exemplaar in en zenden dit te zamen met de inventarislijst aan hun inspecteur.

    De hierna in dit hoofdstuk opgenomen artikelen zijn niet van toepassing op leden van de Duitse strijdkrachten die zich hier te lande voor eerste oefening bevinden. De bij hen in gebruik zijnde motorrijtuigen behouden de buitenlandse registratie.

    De in artikel 40 bedoelde registratiebewijzen zijn slechts geldig indien daarop door de douanepost te Rijswijk een aantekening is gesteld en voor het desbetreffende motorrijtuig een certificaat Benelux 4 is afgegeven. De Duitse strijdkrachten mogen het certificaat Benelux 4 afgeven namens de Inspecteur te Venlo onder door hem te stellen voorwaarden.

    De Duitse strijdkrachten houden aantekening van de in artikel 40 omschreven registratie van motorrijtuigen, van de inning en de betaling van de motorrijtuigenbelasting als bedoeld in artikel 40, vierde lid, en van de leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten die zijn gerechtigd tot de teruggaaf van belastingen als bedoeld in artikel 42. De aantekeningen worden op verzoek van de daartoe bevoegde douaneautoriteiten ter beschikking gesteld voor controle.

    Voor de invoer van geregistreerde dienstvoertuigen die toebehoren aan de Duitse strijdkrachten, wordt zonder dat daarvoor een vergunning is vereist voorwaardelijke vrijstelling van belastingen verleend, mits bij de grensoverschrijding een bij het voertuig behorend militair kentekenbewijs of soortgelijk document wordt overgelegd waarop de gegevens van het voertuig duidelijk zijn omschreven. Met betrekking tot deze voertuigen blijft heffing van motorrijtuigenbelasting achterwege.

    Officiële documenten in officieel verzegelde omslagen, alsmede documenten in van officieel cachet voorziene pakketten zijn niet onderworpen aan een onderzoek door de ambtenaren.

    De koeriers die de in artikel 45 bedoelde zendingen overbrengen dienen ongeacht hun status te zijn voorzien van een persoonlijk identiteitsbewijs of paspoort en van een individuele reiswijzer als bedoeld in artikel 4 van deze regeling. De reiswijzer moet het aantal omslagen en pakketten vermelden en een verklaring bevatten dat de inhoud slechts uit officiële documenten bestaat.

    Indien er zeer ernstig vermoeden van fraude bestaat het betrekking tot de onder officieel cachet verzonden documenten, melden de ambtenaren dat onmiddellijk aan hun inspecteur. Deze dient alsdan terstond in overleg te treden met het ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Kabinet en Protocol te 's-Gravenhage. Noch de ambtenaren, noch de inspecteur mogen op eigen gezag tot verbreking van de verzegeling overgaan.

    Indien de ambtenaren hun recht van controle op de voet van deze regeling wensen uit te oefenen op localiteiten van de Duitse strijdkrachten, vindt deze controle slechts plaats na voorafgaande kennisgeving aan de bevelvoerende officier van die vestiging of diens aangewezen vertegenwoordiger.