U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2015.

Ministeriële regeling · BWBR0004766

Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990De staatssecretaris van Financiën,

Gelet op de artikelen 5, 31, 35, vijfde lid, 43, 53, derde lid, en 62, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 (Stb. 221), alsmede artikel 26 van de Invorderingswet 1990artikel 300 van de gemeentewet (Stb. 1931, 89), artikel 29 van de Bevoegdhedenwet waterschappen (Stb. 1978, 285), artikel 13, veertiende lid, onderdeel a, van de Meststoffenwet (Stb. 1986, 598), artikel 61s, derde lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Stb. 1988, 133) en artikel 23, vierde lid, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit verontreiniging rijkswateren (Stb. 1985, 377),

Besluit:

's-Gravenhage30 mei 1990De staatssecretaris van Financiën, M.J.J. vanAmelsvoort

Op het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake een in deze regeling als voor bezwaar vatbaar aangeduide beschikking is hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘inspecteur’ wordt gelezen ‘ontvanger’.

De ontvanger maakt een ingevolge deze regeling ten aanzien van een belastingschuldige genomen beschikking aan deze bekend door uitreiking of toezending van een gedagtekende kennisgeving terzake.

Het bedrag, bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de wet, wordt gesteld op € 1500.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Onze Minister sluit een overeenkomst inzake de overheidsvordering met de bank waar de rekening wordt gehouden waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt. De overeenkomst bevat in ieder geval de bepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

De overheidsvordering wordt gedaan op een betaalrekening die op naam of mede op naam staat van de belastingschuldige, zijnde een natuurlijk persoon.

De beschikking, bedoeld in artikel 19, vijfde lid, van de wet, wordt elektronisch bekend gemaakt aan de betaaldienstverlener, waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt. De overheidsvordering wordt uitsluitend uitgevoerd volgens de Europese systematiek van automatische afschrijving.

De betaaldienstverlener, waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt, vermeldt op het papieren of elektronische afschrift van de af- of terugboeking op de betaalrekening van de belastingschuldige, de door de ontvanger bij het doen van de overheidsvordering geleverde gegevens.

De ontvanger informeert de belastingschuldige schriftelijk over de op zijn betaalrekening uitgevoerde overheidsvordering of, indien deze is gesplitst, deelvordering binnen zeven dagen nadat de termijn, genoemd in artikel 1cf, eerste lid, tweede volzin, is verstreken.

De mededeling, bedoeld in artikel 22bis, tweede lid, van de wet, geschiedt door het invullen van het daartoe langs elektronische weg ter beschikking gestelde modelformulier en het per post aan de ontvanger toezenden van het ingevulde modelformulier.

De drempel, bedoeld in artikel 22bis, zeventiende lid, van de wet, bedraagt € 10 000.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze afdeling heeft betrekking op kwijtschelding van inkomstenbelasting verschuldigd door natuurlijke personen die geen bedrijf of niet zelfstandig een beroep uitoefenen, van loonbelasting verschuldigd door werknemers alsmede van erfbelasting, schenkbelasting, recht van overgang en belastingen van rechtsverkeer verschuldigd door natuurlijke personen.

Kwijtschelding wordt verleend voor:

Vervallen

Geen kwijtschelding wordt verleend ten belope van het bedrag van de te betalen belasting waarop het verzoek betrekking heeft waarvan aannemelijk is dat dit bedrag kan worden voldaan omdat:

Het vermogen en de betalingscapaciteit van zijn echtgenoot, bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet, wordt buiten beschouwing gelaten voor zover een door de belastingschuldige gedaan verzoek om kwijtschelding betrekking heeft op belastingschulden die zijn ontstaan voor de aanvang van de gezamenlijke huishouding.

Deze afdeling heeft betrekking op kwijtschelding van inkomstenbelasting verschuldigd door natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen, van vennootschapsbelasting, van loonbelasting verschuldigd door werkgevers, van omzetbelasting, dividendbelasting, kansspelbelasting, accijnzen, verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van pruimtabak en snuiftabak, van de in artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemde belastingen en van erfbelasting, schenkbelasting, recht van overgang en belastingen van rechtsverkeer verschuldigd door rechtspersonen.

Kwijtschelding wordt uitsluitend verleend indien dit geschiedt in het kader van een akkoord met alle schuldeisers en er geen redelijke mogelijkheid aanwezig is om een derde aansprakelijk te stellen.

Medewerking van de ontvanger aan een akkoord geschiedt slechts indien:

Artikel 19a is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in plaats van ,,de artikelen 10 tot en met 19” wordt gelezen: de artikelen 20 tot en met 22.

Indien een natuurlijk persoon zijn bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening heeft gestaakt en aannemelijk is dat die belastingschuldige in de toekomst geen bedrijf of niet zelfstandig een beroep meer zal uitoefenen, wordt kwijtschelding van de belastingen, bedoeld in artikel 20, verleend overeenkomstig het bepaalde in afdeling 2.

Indien de belastingschuldige zich niet kan verenigen met de beschikking, bedoeld in artikel 7, eerste lid, kan hij binnen tien dagen na dagtekening van de kennisgeving waarmee de beschikking is bekendgemaakt, een beroepschrift richten tot de directeur onder vermelding van de gronden van het beroep. Het beroepschrift wordt ingediend bij de ontvanger.

Deze afdeling heeft betrekking op:

alsmede op de daarmee samenhangende bestuurlijke boeten.

Met betrekking tot een verzoek om ontslag van de verplichting tot betaling van de in artikel 27 genoemde belastingen en heffingen zijn afdeling 6 en artikel 28, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Bij de bepaling van het aantal dagen waarover de te verlenen betalingskorting wordt berekend, wordt:

Bij de bepaling van het aantal dagen waarover de terug te nemen betalingskorting wordt berekend, wordt:

De in rekening te brengen invorderingsrente wordt berekend over iedere betaling afzonderlijk.

Bij de bepaling van het aantal dagen waarover invorderingsrente wordt berekend, wordt:

Bij de enige of laatste betaling wordt een bedrag aan invorderingsrente van € 23 of minder niet in rekening gebracht.

Bij uitstel van betaling voor een periode van drie jaren of langer kan de ontvanger bedingen dat de in rekening te brengen invorderingsrente in afwijking van artikel 29 jaarlijks wordt betaald.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Als goederen als bedoeld in artikel 42c van de wet worden de volgende goederen aangewezen, de toebehoren en onderdelen van die goederen daaronder begrepen:

Op natuurlijke personen die een uitkering genieten ingevolge de Wet werk en inkomen kunstenaars, zoals deze op 31 december 2011 luidde, blijven de artikelen 10, tweede lid, 14, derde en vierde lid, en 28, eerste lid, onderdeel d, zoals die artikelen luidden op 30 juni 2013, van toepassing.

Indien bij de Belastingdienst op 1 december 2013 geen bankrekening op naam van de belastingschuldige bekend is, wordt tot en met 30 juni 2015 als geval als bedoeld in artikel 7a, vierde lid, van de wet aangewezen de uitbetaling van inkomstenbelasting door de ontvanger op de bankrekening die vóór 1 december 2013 door de ontvanger werd gebruikt voor de uitbetaling van inkomstenbelasting aan de belastingschuldige.

Vervallen

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

Zijn overeengekomen als volgt:

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,