Regeling · BWBR0004789

Wet militaire strafrechtspraak

Wijzigingen Officiële bron
Rijkswet van 14 juni 1990, houdende nieuwe regels inzake de militaire strafrechtspraakWet militaire strafrechtspraakWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe voorschriften te geven inzake de organisatie van de militaire strafrechtspraak, alsmede enige bepalingen inzake de daarbij plaatsvindende wijze van strafvordering;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst en dat alle ministeries, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage14 juni 1990BeatrixDe Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch BallinDe Minister van Defensie,A. L. ter Beekde negentiende juli 1990De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

Vervallen

Vervallen

In zaken betreffende strafbare feiten als bedoeld in artikel 2 treedt als raadkamer een meervoudige militaire kamer op.

Onverminderd het bepaalde in artikel 57 van het Wetboek van Strafvordering kan de officier van justitie of de hulpofficier van justitie voor wie degene, die verdacht wordt van een van de misdrijven omschreven in de artikelen 96-104, 109 of 110 van het Wetboek van Militair Strafrecht, wordt geleid of die zelf die verdachte heeft aangehouden, na hem te hebben gehoord, bevelen dat hij naar zijn eenheid zal worden overgebracht, teneinde aldaar ter beschikking van de bevelvoerende militair van de eenheid waartoe de verdachte behoort te worden gesteld. Het bevel kan slechts worden gegeven, indien er een redelijk vermoeden bestaat dat de verdachte niet uit eigen beweging naar zijn eenheid zal terugkeren.

Onverminderd het bepaalde in artikel 67 van het Wetboek van Strafvordering kan een bevel tot voorlopige hechtenis eveneens worden gegeven in geval van verdenking van:

De strafbepalingen van het Wetboek van Militair Strafrecht en de gedragsregels van de Wet militair tuchtrecht zijn niet van toepassing op de schending van een bevel, dat aan de verdachte is gegeven ingevolge een bij de wet in het belang van strafvordering toegekende bevoegdheid.

Ingeval van overdracht van een zaak aan een ander gerecht na aanvang van het onderzoek op de terechtzitting, zal dat gerecht het onderzoek opnieuw aanvangen.

De termijn van dagvaarding voor de militaire politierechter en de militaire kantonrechter is tenminste vijf dagen.

Vervallen

In geval van hoger beroep is de vorige titel van overeenkomstige toepassing.

In geval van verwijzing als bedoeld in artikel 440, tweede lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, wordt de zaak verwezen:

De verwezen zaak wordt behandeld door de militaire kamer. Aan de behandeling van de verwezen zaak nemen bij voorkeur geen leden deel die op enigerlei wijze bij de behandeling van de zaak betrokken zijn geweest.

Bij de toepassing van artikel 473, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn de artikelen 26 en 27 mede van overeenkomstige toepassing.

De artikelen 510 en 511 van het Wetboek van Strafvordering vinden geen toepassing ten aanzien van de militaire leden van een militaire kamer of van een mobiele rechtbank.

De bevoegdheden bedoeld in artikel 551 van het Wetboek van Strafvordering kunnen mede worden uitgeoefend in geval van een strafbaar feit als omschreven in de Eerste Titel van het Tweede Boek van het Wetboek van Militair Strafrecht.

In afwijking van het bepaalde in artikel 36e, eerste lid, aanhef en onder b, en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan het gerechtelijk schrijven bestemd voor hen die feitelijk in werkelijke dienst verblijven worden uitgereikt op het adres van het onderdeel of dienstvak, waarbij zij zijn ingedeeld.

Op de mobiele rechtbank en de ambtsdragers bij dat college zijn van overeenkomstige toepassing:

De Noodwet rechtspleging is niet van toepassing op de mobiele rechtbank.

Indien zulks noodzakelijk is om de militaire strafrechtspraak te waarborgen, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid bepalen dat:

De krachtens artikel 46 getroffen voorzieningen worden ingetrokken zodra de omstandigheden dit toelaten.

Krachtens de artikelen 46 en 47 door Onze Minister van Justitie en Veiligheid te nemen besluiten treden, tenzij daarbij anders is bepaald, in werking met ingang van de dag na die van hun bekendmaking. Daarin kan worden bepaald dat zij onmiddellijk na hun bekendmaking in werking treden.

Op de Gerechten in eerste aanleg en op het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, de militaire kamers van die colleges en de ambtsdragers daarbij zijn in zaken betreffende personen, die vallen onder de in artikel 17, eerste lid, bedoelde rechtsmacht, van overeenkomstige toepassing:

Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het verhoor van een persoon die zich buiten Aruba, Curaçao of Sint Maarten of buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt.

Onverminderd het bepaalde in artikel 29 kan een militair lid als rechter-commissaris optreden indien het onderzoek van de zaak geheel of overwegend buiten Aruba, Curaçao of Sint Maarten of buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba plaatsvindt.

Onverminderd het bepaalde in artikel 279 van het Wetboek van Strafvordering kan in zaken betreffende overtredingen, met uitzondering van die bedoeld in artikel 382, onder b, onder 1° tot en met 6°, van het Wetboek van Strafvordering, de verdachte zich op de terechtzitting doen vertegenwoordigen door een daartoe bij bijzondere volmacht schriftelijke gemachtigde, tenzij de rechter beveelt dat hij in persoon zal verschijnen.

In de gevallen van verwijzing als bedoeld in de artikelen 36, eerste volzin, en 37, eerste volzin, vindt de behandeling van de zaak door de militaire kamer van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie plaats op de wijze als voorzien in artikel 36, tweede volzin.

In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba kunnen opsporingsambtenaren bij de uitoefening van hun bevoegdheden niet dan met inachtneming van de grenzen in de ter plaatse geldende wetgeving voor de gewone strafvordering gesteld, inbreuk maken op de rechten van niet aan de in artikel 2 bedoelde rechtsmacht onderworpen personen.

Buiten het Koninkrijk kunnen bevoegdheden inzake opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten en tenuitvoerlegging van vonnissen slechts worden uitgeoefend voorzover het volkenrecht dit toelaat.

Deze Rijkswet kan worden aangehaald als "Wet militaire strafrechtspraak".

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen