Regeling · BWBR0004905
Besluit nadere regeling rechtspositie Nationale ombudsman
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 19 september 1990, nr. CW90/192/U2, Stafafdeling Constitutionele Zaken en Wetgeving;
Overwegende, dat het wenselijk is een nadere regeling te treffen omtrent de rechtspositie van de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsman;
Gelet op artikel 7 en artikel 9, vijfde lid, van de Wet Nationale ombudsman (Stb. 1989, 235);
De Raad van State gehoord (advies van 16 oktober 1990, nr. W04.90.0472);
Gezien het nader rapport van onze Minister van Binnenlandse Zaken van 2 november 1990, nr. CW90/192/U7, Stafafdeling Constitutionele Zaken en Wetgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.
's-Gravenhage19 november 1990BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken,C. I. Dalesde achttiende december 1990De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch BallinDe Nationale ombudsman en de substituut-ombudsman ontvangen een ziektekostenvergoeding, een vergoeding van verplaatsingskosten, een vergoeding voor kosten van telecommunicatievoorzieningen alsmede een uitkering ter zake van veeljarige dienst op de voet van de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld.
De Nationale ombudsman en de substituut-ombudsman ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden en die voor eigen rekening komen. De maandelijkse vergoeding bedraagt met ingang van 1 januari 2005:
- a.
voor de Nationale ombudsman € 608,– en
- b.
voor de substituut-ombudsman € 506,–.
De Nationale ombudsman en de substituut-ombudsman ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden en die voor eigen rekening komen. De maandelijkse vergoeding bedraagt:
- a.
voor de Nationale ombudsman voor het jaar 2001: € 544,–, 2002: € 562,–, voor het jaar 2003: € 577,– en voor het jaar 2004: € 587,–;
- b.
voor de substituut-ombudsman voor het jaar 2001: € 454,–, voor het jaar 2002: € 470,–, voor het jaar 2003: € 483,– en voor het jaar 2004: € 491,–.
De in artikel 2 bedoelde bedragen worden jaarlijks door Onze Minister van Binnenlandse Zaken aan de hand van de index materiële overheidsconsumptie die door het Centraal Planbureau wordt opgesteld, nader vastgesteld.
De in het eerste lid bedoelde bedragen worden telkens wanneer zij wijziging ondergaan door Onze Minister van Binnenlandse Zaken in de Staatscourant bekend gemaakt.
De Nationale ombudsman en de substituut-ombudsman ontvangen een vergoeding voor de door hen gemaakte kosten van voorzieningen die niet voor hun eigen rekening komen en die aantoonbaar door hen zijn aangewend voor de vervulling van hun ambt.