Ministeriële regeling · BWBR0004919
Aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Wet op de waterhuishouding
Gelet op artikel 53, eerste lid, van de Wet op de waterhuishouding (Stb. 1989, 258);
Besluit:
Deze beschikking wordt geplaatst in de Staatscourant en treedt in werking met ingang van de dag volgend op die der bekendmaking.
's-Gravenhage29 november 1990 De Minister van Verkeer en Waterstaat, Namens deze, De secretaris-generaal, H. N. J.Smitsaan te wijzen als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde of bevolene, de hiernavolgende ambtenaren van de Rijkswaterstaat werkzaam bij:
- I.
De regionale directies:
- a.
de functionarissen die daadwerkelijk belast zijn met de handhaving van de Wet op de waterhuishouding;
- b.
de functionarissen die daadwerkelijk belast zijn met de behandeling van aanvragen om vergunning op grond van de Wet op de waterhuishouding;
- c.
de bemanning van vaartuigen en luchtvaartuigen;
- d.
de kanaal-, rivier-, meer-, haven- en scheepvaartmeesters;
- e.
het sluispersoneel;
- f.
de hoofden en plaatsvervangende hoofden, opzichters en (hulp)kantonniers van de scheepvaartdiensten en dienstkringen, belast met het feitelijk beheer van wateren;
- g.
de dijkkantonniers.
- a.
- II.
De Dienst RIZA:
- a.
de laboranten;
- b.
het hoofd en de medewerkers van de afdeling heffing en handhaving.
- a.