Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen van 27 september 1990, nr. 90079436/2431, centrale directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Gelet op artikel 70 van de Wet op de expertisecentra, 188 van deel II van het voortgezet onderwijs, 88n van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, E 23 en E 24 van de Overgangswet ISOVSO en artikel VI, vijfde lid, Wijzigingswet Wet op het basisonderwijs, enz. (het totstandbrengen van onder meer een Wet op het primair onderwijs en een Wet op de expertisecentra);
Gehoord de Onderwijsraad (advies van 10 augustus 1990, nr. OR 1/2708 P);
De Raad van State gehoord (advies van 27 december 1990, nr. W05.90.0481);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen van 15 maart 1991, nr. 91005073/2431, centrale directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.
's-Gravenhage 22 maart 1991 Beatrix De Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, J. Wallage de negende april 1991 De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch BallinBevat wijzigingen in andere regelgeving.
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Vervallen
Met inachtneming van artikel 59, vierde lid, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs treedt dit besluit in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel III vervalt met ingang van 1 januari 1994.