Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van 6 februari 1991, nr. 91005802/1303, centrale directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Gelet op artikel 6, vierde en vijfde lid, van de Les- en cursusgeldwet (Stb. 1987, 343);
De Raad van State gehoord (advies van 29 april 1991, nr. W05.91.0080);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij a.i., van 21 mei 1991, nr. 91040453/1303, centrale directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.
's-Gravenhage28 mei 1991BeatrixDe Minister van Onderwijs en Wetenschappen,J. M. M. RitzenDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij a.i.,B. de Vriesde twintigste juni 1991De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch BallinBevat wijzigingen in andere regelgeving.
In afwijking van het bepaalde in artikel 11, eerste lid onderdelen e, f en h, en tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet geldt in de eerste cursusgeldperiode van het cursusjaar 1991-1992 in plaats van het daar genoemde bedrag per vak een normbedrag per vak van f 24,-.
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
De artikelen I en II van dit besluit treden in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het besluit is geplaatst, met dien verstande dat zij voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot het cursusjaar dat op 1 augustus 1991 aanvangt.
Artikel III treedt in werking met ingang van 1 augustus 1992.