U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-09-2002.

Wet · BWBR0005108

Waterschapswet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 6 juni 1991, houdende regels met betrekking tot de waterschappen WaterschapswetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 133 van de Grondwet regels moeten worden gesteld volgens welke de opheffing en instelling geschiedt van waterschappen en volgens welke de taken en inrichting van waterschappen en de samenstelling van hun besturen worden geregeld;

dat voorts ingevolge diezelfde grondwetsbepaling de verordenende en andere bevoegdheden van de besturen van waterschappen, de openbaarheid van hun vergaderingen, alsmede het toezicht op deze besturen moet worden geregeld;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 6 juni 1991 Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. R. H. Maij-Weggen de vijfentwintigste juli 1991 De Minister van Justitie a.i., J. E. Andriessen

Het opheffen of instellen van een waterschap dan wel het vaststellen van een reglement van een waterschap, waarvan het gebied in twee of meer provincies is gelegen, geschiedt bij gemeenschappelijk besluit van provinciale staten van de desbetreffende provincies. Hetzelfde geldt voor het wijzigen van dat reglement, tenzij deze colleges bij reglement het vaststellen van wijzigingen die naar hun oordeel van beperkte strekking zijn opdragen aan één van hen. De artikelen 3 en 4, eerste tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Aan deze artikelen wordt toepassing gegeven door een commissie uit het midden van de desbetreffende colleges, tenzij deze colleges besluiten deze toepassing aan één van hen op te dragen.

Het bestuur van een waterschap bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter, onverminderd hetgeen het reglement bepaalt over de benaming van die onderscheidene bestuursorganen.

In geval de zorg voor het kwaliteitsbeheer van oppervlaktewater in een gebied afzonderlijk is of wordt opgedragen aan één waterschap, kan in het belang van de eenheid van het waterhuishoudkundig beheer bij reglement worden bepaald dat in het algemeen bestuur, naast de vertegenwoordigers van belanghebbenden in de zin van artikel 11, zitting hebben vertegenwoordigers van het waterschap of van de waterschappen die met de overige zorg voor de waterhuishouding in het gebied van eerstbedoeld waterschap zijn belast. De artikelen 14 en 15, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Indien ter vervulling van een door ontslag of overlijden van een lid van het algemeen bestuur opengevallen plaats niet een daartoe gekozen plaatsvervangend lid beschikbaar is, komen daarvoor in aanmerking degenen die bij de verkiezing voor de vertegenwoordigers van de desbetreffende categorie van belanghebbenden kandidaat waren voor de verkiezing tot lid, en wel in volgorde van de aantallen behaalde stemmen.

Indien het gebied van een waterschap tevens het gebied is van een of meer andere waterschappen waaraan een andere taak is opgedragen, kan bij reglement in afwijking van het bepaalde in de artikelen 19 tot en met 22 worden bepaald dat voor de verkiezing van vertegenwoordigers van de onderscheidene categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 11, tweede lid, stemgerechtigd zijn degenen die als zodanige vertegenwoordigers zijn gekozen in het bestuur van laatstbedoelde waterschappen.

Het dagelijks bestuur houdt een register bij waarin, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 19 en 20 worden opgenomen:

Bij algemene maatregel van bestuur wordt een kiesreglement vastgesteld. Artikel 30a is van overeenkomstige toepassing op die algemene maatregel van bestuur.

De leden van het algemeen bestuur die geen lid zijn van het dagelijks bestuur ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten. Deze vergoeding en tegemoetkoming worden door het algemeen bestuur bij verordening vastgesteld naar bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen nadere regels.

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de leden van het algemeen bestuur in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van het algemeen bestuur te worden gekozen of benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, aan iemand enige gift of gunst heb gedaan of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk van iemand enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van het algemeen bestuur naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat verklaar en beloof ik)".

In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:

De leden van het algemeen bestuur stemmen zonder last.

Zij die behoren tot het algemeen bestuur van het waterschap en anderen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de vergadering van het algemeen bestuur hebben gezegd of schriftelijk aan het algemeen bestuur hebben overgelegd.

Ten aanzien van de leden van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 38 en 39 van overeenkomstige toepassing. Bovendien zijn de artikelen 31, 33 en 34 van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden van het dagelijks bestuur die zijn benoemd met gebruik van een op grond van artikel 41, derde lid, verleende ontheffing.

Alvorens zijn ambt te aanvaarden legt de voorzitter in handen van de commissaris van de Koning dan wel, indien het een interprovinciaal waterschap betreft, van Onze daartoe in het reglement aangewezen commissaris van de Koning, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot voorzitter benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, aan iemand enige gift of gunst heb gedaan of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk van iemand enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als voorzitter naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig!

(Dat verklaar en beloof ik!)".

Het ambt van voorzitter ontheft van alle bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen tot het verrichten van persoonlijke diensten.

De secretaris van het waterschap wordt door het algemeen bestuur benoemd.

De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter ter zijde bij de uitoefening van hun taak. Hij is aanwezig in de vergadering van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. Hij ondertekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan, mede.

Onze Minister wie het aangaat en het provinciaal bestuur doen het waterschapsbestuur desgevraagd mededeling van hun standpunten en voornemens met betrekking tot aangelegenheden die voor het waterschap van belang zijn, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet, en bieden het waterschapsbestuur desgevraagd de gelegenheid tot overleg over die aangelegenheden.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In het in artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde geding op het verzet tegen het dwangbevel bezitten leggers, waarin onderhoudsplichtigen zijn aangewezen, behoudens tegenbewijs kracht van bewijs.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De bekend gemaakte besluiten treden in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking, tenzij in deze besluiten daarvoor een ander tijdstip is aangewezen.

Met betrekking tot de intrekking van besluiten die algemeen verbindende regels inhouden, zijn de artikelen 73 tot en met 75 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in artikel 73, tweede lid, voorgeschreven mededeling geschiedt binnen één week.

De in artikel 56 omschreven bevoegdheid tot regeling en bestuur berust bij het algemeen bestuur voor zover deze niet bij of krachtens reglement dan wel bij wet of bij algemene maatregel van bestuur is toegekend aan het dagelijks bestuur, aan de voorzitter of aan het bestuur van een afdeling.

Het algemeen bestuur regelt de bezoldiging van de ambtenaren van het waterschap.

Het dagelijks bestuur kan mandaat verlenen aan een of meer leden van het dagelijks bestuur.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De voorzitter vertegenwoordigt het waterschap in en buiten rechte. Indien de voorzitter aan een ander machtiging verleent tot vertegenwoordiging, behoeft deze machtiging de instemming van het dagelijks bestuur.

Het waterschap draagt de kosten die zijn verbonden aan de behartiging van de taken die het waterschap in het reglement zijn opgedragen. Evenwel worden, voorzover de behartiging van die taken redelijkerwijs moet worden geacht het belang van het gebied van het waterschap te boven te gaan op grond dat deze tevens in belangrijke mate is de behartiging van een nationaal of provinciaal belang, aan het waterschap bijdragen verleend ten laste van de kas van het Rijk onderscheidenlijk die van de desbetreffende provincie of provincies.

De begroting, de begrotingswijzigingen en de meerjarenraming worden ingericht overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.

Verplichte uitgaven van het waterschap zijn:

Het algemeen bestuur besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een waterschapsbelasting door het vaststellen van een belastingverordening.

De belastingverordening vermeldt in de daartoe leidende gevallen de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is, alsmede het tijdstip van inwerkingtreding.

Vervallen

Het waterschap kan een precariobelasting heffen voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven grond of water van het waterschap, voor de openbare dienst bestemd.

Ter bestrijding van kosten die zijn verbonden aan de behartiging van taken die het waterschap zijn opgedragen kunnen enkel omslagen worden geheven van hen die:

De omslag bedoeld in artikel 116, onderdeel d, wordt vastgesteld op een gelijk bedrag per woonruimte.

Waterschapsbelastingen kunnen worden geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere wijze, doch niet bij wege van afdracht op aangifte.

Bij de heffing van waterschapsbelastingen blijven van de Algemene wet buiten toepassing de artikelen 2, vierde lid, 3, 26, derde lid, 37 tot en met 39, 47a, 48, 52, 53, 54, 55, 62, 71, 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86, 87 en 90 tot en met 95. Bij de heffing van waterschapsbelastingen die op andere wijze worden geheven, blijven bovendien de artikelen 5, 6 tot en met 9, 11, tweede lid, en 12 van die wet buiten toepassing.

Vervallen

Indien bezwaar wordt gemaakt zowel tegen een belastingaanslag in de omslag ter zake van een gebouwde of ongebouwde onroerende zaak als tegen een op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken gegeven beschikking welke ten grondslag heeft gelegen aan die belastingaanslag, vangt, ingeval feiten en omstandigheden in het geding zijn die van belang zijn zowel voor de heffing van de omslag ter zake van een gebouwde of ongebouwde onroerende zaak als voor de vaststelling van de waarde op de voet van genoemd hoofdstuk IV, de termijn waarbinnen het dagelijks bestuur uitspraak doet op het eerstbedoelde bezwaar aan, in afwijking in zoverre van artikel 25, eerste lid, van de Algemene wet, op het tijdstip waarop de op de voet van genoemd hoofdstuk IV gegeven beschikking onherroepelijk is komen vast te staan.

In de gevallen waarin het volkenrecht dan wel, naar het oordeel van Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Financiën, het internationale gebruik daartoe noodzaakt, wordt vrijstelling van waterschapsbelastingen verleend. Onze genoemde Ministers kunnen gezamenlijk ter zake nadere regels stellen.

Naast een in de belastingverordening voorziene vermindering, ontheffing of teruggaaf kan door de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, bedoelde ambtenaar van het waterschap ook een in die verordening voorziene vrijstelling ambtshalve worden verleend.

Vervallen

Op overtreding van een in de belastingverordening voorkomende bepaling betreffende heffing en invordering kan, voor zover die overtreding is aangemerkt als strafbaar feit, uitsluitend een geldboete worden gesteld en wel een geldboete van de tweede categorie.

Vervallen

Vervallen

De verrekening van aan de belastingschuldige uit te betalen en van hem te innen bedragen ter zake van waterschapsbelastingen op de voet van artikel 24 van de Invorderingswet 1990 is ook mogelijk ingeval de in artikel 9 van de Invorderingswet 1990 gestelde termijn, dan wel de krachtens artikel 139, eerste lid, gestelde termijn nog niet is verstreken.

Voor de toepassing van artikel 66 van de Invorderingswet 1990 met betrekking tot waterschapsbelastingen blijven de artikelen 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86 en 87 van de Algemene wet buiten toepassing.

Indien inzake een waterschapsbelasting exploot moet worden gedaan, een akte van vervolging betekend of een dwangbevel ten uitvoer gelegd in het gebied van een ander waterschap dan dat waaraan de belasting verschuldigd is, is daartoe naast de belastingdeurwaarder van laatstbedoeld waterschap mede de belastingdeurwaarder van het eerstbedoelde waterschap bevoegd en desgevraagd verplicht.

De eigenaar of degene, die krachtens een ander beperkt recht het genot heeft van in het gebied van een waterschap gelegen onroerende zaak en die binnen Nederland geen bekende woon- of verblijfplaats heeft, is verplicht aan het dagelijks bestuur van dat waterschap een adres binnen Nederland op te geven, waar de voor hem bestemde stukken betreffende waterschapsbelastingen of betreffende de in artikel 67 bedoelde kosten van bestuursdwang worden bezorgd of betekend. Indien hij hiermede in gebreke blijft, geschiedt de betekening van een dwangbevel aan de persoon of in het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de onroerende zaak geheel of gedeeltelijk ligt. De deurwaarder of de belastingdeurwaarder zendt, zo mogelijk, een tweede afschrift onverwijld per aangetekende brief aan de woonplaats of het werkelijk verblijf van de betrokkene.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het kader van dit hoofdstuk passende nadere regelen worden gesteld ter aanvulling van de in dit hoofdstuk geregelde onderwerpen.

Buiten de bij de wet aangewezen besluiten, zijn, voorzover zulks bij reglement is bepaald, aan de goedkeuring van gedeputeerde staten slechts onderworpen de besluiten van het waterschapsbestuur die betrekking hebben op de regeling van de waterbeheersing en de beslissingen van dat bestuur tot de aanleg en verbetering van waterstaatswerken door het waterschap.

De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In afwijking van artikel 8:2, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht kan beroep worden ingesteld tegen een besluit van gedeputeerde staten ingevolge artikel 153, eerste lid, onderdeel a of c.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien een bekend gemaakt besluit is vernietigd of indien het niet is vernietigd binnen de tijd waarvoor het is geschorst, wordt hiervan door het waterschapsbestuur openbaar kennis gegeven. Artikel 73, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de terinzagelegging geschiedt voor de tijd van vier weken.

Het waterschapsbestuur neemt opnieuw een besluit omtrent het onderwerp van het vernietigde besluit, waarbij met het besluit tot vernietiging wordt rekening gehouden.

De Keurenwet (Stb. 1895, 139) wordt ingetrokken.

Ten aanzien van de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur die hun functie bekleden op de datum van inwerkingtreding van deze wet, zijn tot hun periodieke aftreden de artikelen 31, derde lid en 47 niet van toepassing.

Vervallen

De artikelen 149 en 150 zijn niet van toepassing op aan voorafgaand toezicht onderworpen besluiten die zijn genomen vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet.

De reglementen voor de waterschappen en andere provinciale verordeningen die betrekking hebben op de waterschappen worden binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in overeenstemming gebracht. Bepalingen in die reglementen en verordeningen die niet in overeenstemming zijn met bepalingen bij of krachtens deze wet, vervallen na verloop van drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, tenzij zij tevoren met het bij of krachtens deze wet bepaalde in overeenstemming zijn gebracht.

Op termijnen gesteld in een verordening van het waterschap zijn de artikelen 1 tot en met 4 van de Algemene Termijnenwet (Stb. 1964, 314) van overeenkomstige toepassing, tenzij in het reglement anders is bepaald.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Het keizerlijk decreet van 21 oktober 1811, relatif à la classification des routes et des péages qui s'y perçoivent, et à d’autres objets de cette nature, wordt ingetrokken.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Deze wet kan worden aangehaald als Waterschapswet.