Regeling · BWBR0005137

Verplaatsingskostenbesluit militairen

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 8 juli 1991, houdende vaststelling van regelen betreffende de toekenning van tegemoetkomingen ter zake van verhuizing en woon-werkverkeer beroepsmilitairen Verplaatsingskostenbesluit militairen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Defensie van 1 februari 1991, Afdeling arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. D 91/099/2198;

Gelet op artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 (Stb. 519) en artikel 125 van de Ambtenarenwet 1929 (Stb. 530);

De Raad van State gehoord (advies van 22 mei 1991, nr. W07.91.0062);

Gezien het nader rapport van de voornoemde Minister van 3 juli 1991, nr. D 91/099/2917;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage 8 juli 1991 Beatrix De Minister van Defensie, A. L. ter Beek de vijftiende augustus 1991 De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

Vervallen

De militair die met toekenning van een tegemoetkoming in de verhuiskosten is verhuisd naar een buiten Nederland gelegen land of naar een ambts- of dienstwoning en wordt ontslagen heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing naar of in Nederland indien het een ontslag betreft:

Aan de gezinsleden van de militair wordt een tegemoetkoming in de kosten van verhuizing naar of in Nederland toegekend, indien de militair komt te overlijden, nadat hij met de gezinsleden onder toekenning van een tegemoetkoming in de verhuiskosten is verhuisd naar een buiten Nederland gelegen land of naar een ambts- of dienstwoning.

Indien verhuizing in het belang van de militair of zijn gezinsleden naar het oordeel van de militair geneeskundige dienst medisch noodzakelijk is, kan het bevoegde gezag hem aanspraak verlenen op een tegemoetkoming in de verhuiskosten.

De aanspraak op een tegemoetkoming in de verhuiskosten ingevolge de artikelen 5, 6 en 7 vervalt indien de verhuizing niet plaatsvindt binnen één jaar na de datum van het ontslag, het overlijden of de datum waarop het bevoegde gezag wegens medische noodzaak aanspraak heeft verleend op een tegemoetkoming in de verhuiskosten.

Ten aanzien van verhuizingen anders dan als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is de tegemoetkoming in de verhuiskosten gelijk aan een tegemoetkoming in:

Vervallen

Indien het bevoegde gezag bij verplaatsing uit, naar en buiten Nederland heeft bepaald dat de militair geen gezinsleden op rijkskosten kan meenemen, is de tegemoetkoming in de verhuiskosten, in afwijking van de artikelen 10 en 11, gelijk aan de kosten van:

De tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten, bedoeld in de artikelen 10 en 11, wordt bepaald aan de hand van het gestelde bij of krachtens het Besluit dienstreizen defensie.

De tegemoetkoming in de dubbele woonlasten, bedoeld in artikel 10, wordt vastgesteld met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels.

De tegemoetkoming in de kosten van de tussenpersoon, bedoeld in artikel 10, wordt toegekend indien inschakeling van een tussenpersoon naar het oordeel van het bevoegde gezag voor het Rijk tot aanmerkelijk voordeel leidt.

De tegemoetkoming in de overige kosten, bedoeld in de artikelen 10 en 11, is gelijk aan 12% van de berekeningsbasis met een minimum van € 2 268,90 en een maximum van € 5 445.

De militair heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het niet dagelijks reizen over de afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, indien hij een eigen huishouding voert en niet dagelijks reist, van:

Vervallen

De militair die geen eigen huishouding voert, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het reizen over de afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, van:

De militair die aanspraak heeft op een tegemoetkoming, bedoeld in artikel 20, onderdeel a, heeft eveneens aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen voor de tussen de plaats van legering en de plaats van tewerkstelling af te leggen afstand, indien de te reizen afstand meer dan 10 kilometer bedraagt.

De aanvraag voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten dient binnen een door het bevoegde gezag te bepalen termijn te zijn ingediend.

Het bevoegde gezag kan voor zover nodig in afwijking van de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen beslissen in individuele gevallen, waarin deze regelen naar zijn oordeel niet of niet in redelijkheid voorzien.

Het Verplaatsingskostenbesluit 1962 houdt op de datum dat dit besluit in werking treedt op te gelden voor de militair.

Dit besluit treedt in werking op een nader bij koninklijk besluit te bepalen datum.

Dit besluit wordt aangehaald als "Verplaatsingskostenbesluit militairen".