Ministeriële regeling · BWBR0005254
Regeling aanwijzing toezichthoudende en opsporingsambtenaren WUD 1990
Gelet op artikel 42, eerste en tweede lid, van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (Stb. 214);
Besluit:
's-Gravenhage6 november 1991 De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, voor deze: De secretaris-generaal, T. H. J.JoustraAls ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (Stb. 214) en de daarop berustende bepalingen worden aangewezen:
- a.
de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
- b.
de ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Als ambtenaren, belast met de opsporing van bij de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 strafbaar gestelde feiten worden aangewezen de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Deze regeling treedt in werking met ingang van hetzelfde tijdstip als waarop artikel 42 van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 in werking treedt.
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling aanwijzing toezichthoudende en opsporingsambtenaren WUD 1990.