Regeling · BWBR0005337
Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 10 september 1991, DGVGZ/VMP-419 257;
Gelet op artikel 6, zesde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Stb. 1990, 176);
Gezien de adviezen van de Ziekenfondsraad van 27 januari 1983, nr. SVV/1771 en van 24 mei 1984, nr. SVV/VERZ/12 726;
De Raad van State gehoord (advies van 29 november 1991, nr. W13.91 0496);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 18 december 1991, DGVGZ/VMP/VVU-91698;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
's-Gravenhage19 december 1991BeatrixDe Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,H. J. Simonsde eenendertigste december 1991De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch BallinDegene die, komend vanuit het buitenland, in Nederland is gaan wonen en als gevolg daarvan verzekerd is geworden in de zin van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten heeft gedurende de eerste twaalf maanden na het tijdstip waarop hij zich in Nederland heeft gevestigd, geen aanspraak op verblijf als bedoeld in artikel 9 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ indien hij op dat tijdstip, gelet op zijn behoefte, reeds op de desbetreffende zorg is aangewezen, dan wel indien de gezondheidstoestand van betrokkene kennelijk moest doen verwachten, dat hij, gelet op zijn behoefte, binnen een half jaar op de desbetreffende zorg zou zijn aangewezen.
Het eerste lid is niet van toepassing op het verblijf als bedoeld in artikel 9 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ waarop de verzekerde in verband met een psychiatrische aandoening is aangewezen.
In afwijking van artikel 1 bedraagt voor de daar bedoelde verzekerde die in Nederland is gaan wonen binnen twaalf jaar nadat zijn verzekering ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekostenverzekering laatstelijk is geëindigd of, indien het een minderjarige betreft, de verzekering ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten van zijn wettelijk vertegenwoordiger laatstelijk is geëindigd, de periode gedurende welke hij geen aanspraak op de in artikel 1 bedoelde zorg heeft een aantal maanden overeenkomend met het aantal volle jaren liggende tussen het tijdstip van vestiging in Nederland en het einde van het laatste tijdvak van verzekering ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
De artikelen 1 en 2 zijn niet van toepassing op:
- a.
vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder b, c en d, van de Vreemdelingenwet 2000, en op
- b.
personen die hier te lande terugkeren na werkzaam te zijn geweest in het kader van ontwikkelingssamenwerking, in een naar het oordeel van Onze Minister voor Ontwikkelingssamenwerking als ontwikkelingsgebied te beschouwen gebied, alsmede de vorenbedoelde personen vergezellende echtgenoten, eigen en aangehuwde kinderen en pleegkinderen.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen II, onderdeel G, en III, onderdelen B en C, van de Wet stelselwijziging ziektekostenverzekering tweede fase in werking treden.
Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering.