Ministeriële regeling · BWBR0005523
Regeling ter uitvoering van de Wet Openbaarheid van bestuur (VW)
Overwegende dat de toepassing van de Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 1991, 703) aanleiding geeft tot het vaststellen van een regeling ter uitvoering van die wet,
Besluit:
Vast te stellen de volgende regeling ter uitvoering van de Wet openbaarheid van bestuur.
's-Gravenhage20 mei 1992De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. R. H. Maij-WeggenIn deze regeling wordt verstaan onder:
de wet:de Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 1991, 703);
gemachtigd ambtenaar:een ambtenaar die door de minister tot het beslissen over verzoeken om informatie is gemachtigd;
informatiepunt:een persoon of plaats binnen het ministerie en binnen de daaronder ressorterende instelling diensten of bedrijven waar informatie kan worden verkregen;
de minister:de minister van Verkeer en Waterstaat.
Er is een register waarin worden opgenomen:
- a.
de onder verantwoordelijkheid van de minister werkzame instellingen, diensten en bedrijven
- b.
de niet-ambtelijke adviescommissies.
Het register vermeldt de namen, adressen en informatiepunten van de instellingen, diensten en bedrijven
Het register ligt voor een ieder ter inzage bij de Directie Juridische Zaken en bij de Directie Voorlichting Documentatie en Bibliotheek.
Met het bijhouden van het register is belast de Directie Juridische Zaken.
Als gemachtigd ambtenaar wordt aangewezen de Secretaris-Generaal, en bij diens afwezigheid of ontstentenis, de plv. Secretaris-Generaal.
Het informatiepunt binnen het ministerie is de Bibliotheek.
De informatiepunten voor de in het register vermelde instellingen, diensten en bedrijven worden aangewezen door de leiding daarvan.
Het behandelen van verzoeken om informatie en vragen daaromtrent geschiedt door de dienstonderdelen die met voorlichting zijn belast, voor zover het niet door de minister zelf geschiedt, of door hem in bepaalde gevallen aan anderen is opgedragen.
Het in het eerste lid gestelde doet geen afbreuk aan de uit de normale taakuitoefening voortvloeiende plicht van de ambtenaar om aan particuliere personen en instanties met wie hij door zijn functie in contact komt, informatie op verzoek te verschaffen over de daarbij aan de orde zijnde aangelegenheden.
Vervallen
De gemachtigd ambtenaar legt een verzoek om informatie aan de minister voor indien inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben.
Over de afdoening van verzoeken als bedoeld in het eerste lid wordt overlegd met de minister-president, de Minister van Algemene Zaken.
Als het document waarin de gevraagde gegevens zijn neergelegd berust onder de minister tot wie de verzoeker zich heeft gewend, maar het betrokken document tot stand is gekomen onder (eerste) verantwoordelijkheid van een andere minister, wordt de beslissing op het verzoek om informatie niet genomen dan nadat met de andere minister is overlegd.
Leidt het overleg tot de slotsom dat de beslissing op het verzoek om informatie beter kan worden genomen door de andere minister, dan wordt de verzoeker naar hem verwezen. In het geval van een schriftelijk verzoek wordt dit doorgezonden onder mededeling van de doorzending aan de verzoeker.
Over openbaarmaking van adviezen van ambtelijke dan wel gemengd samengestelde adviescommissies werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister beslist de minister, onverminderd het bepaalde in artikel 4, tweede lid, onder g, van het Reglement van Orde voor de raad van ministers (Stb. 1979, 246).
De openbaarmaking van adviezen van niet-ambtelijke adviescommissies en het doen van mededeling daarvan in de Nederlandse Staatscourant geschieden onder de zorg van de Directeur Voorlichting, Documentatie en Bibliotheek.
Adviezen, nota's en rapporten die gezien hun omvang daarvoor in aanmerking komen, worden eventueel voorzien van een tevens voor openbaarmaking bestemde samenvatting.
De Beschikking Openbaarheid Bestuur van 6 mei 1980/MR A. 22.777. Hoofdafdeling Voorlichting, Stcrt. nr. 90, wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 mei 1992.
Deze regeling wordt gepubliceerd in de Staatscourant en afschrift daarvan zal worden gezonden aan de minister-president, Minister van Algemene Zaken.
De Voorlopige raad van advies voor Post en Telecommunicatie
De Voorlopige raad voor verkeer en waterstaat
De Voorlopige raad voor het vervoer
De Raad voor de Verkeersveiligheid
De Raad van de Waterstaat
De Raad voor de Periodieke Veiligheidskeuringen Voertuigen
De Commissie vervoer over zee
De Adviescommissie Goederenvervoer
De Adviescommissie sloopregeling binnenvaart
Het Centraal Advieslichaam voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, bestaande uit:
een vaste coördinatiecommissie
een vaste commissie voor vervoersaangelegenheden
een vaste commissie voor juridische aangelegenheden
De Commissie behoud scheepsruimte
De bevrachtingscommissie, bedoeld in het Beursreglement
De Commissie onderzoek toekomstige relatie tussen de rijksoverheid en de N.V. Nederlandse Spoorwegen.