U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 16-08-2004.

Wet · BWBR0005645

Provinciewet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 10 september 1992, houdende nieuwe bepalingen met betrekking tot provincies ProvinciewetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Provinciewet aan te passen aan de herziene Grondwet en aan de Gemeentewet en in verband daarmee nieuwe bepalingen vast te stellen met betrekking tot de inrichting van provincies, alsmede de samenstelling en bevoegdheid van hun besturen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 10 september 1992 Beatrix De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, D. IJ. W. de Graaff-Nauta De Minister van Binnenlandse Zaken, C. I. Dales de tweeëntwintigste oktober 1992 De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

In deze wet wordt verstaan onder ingezetenen: zij die hun werkelijke woonplaats in de provincie hebben.

Zij die als ingezetene met een adres zijn ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van een gemeente, worden voor de toepassing van deze wet, behoudens bewijs van het tegendeel, geacht werkelijke woonplaats te hebben in de provincie waarin die gemeente is gelegen.

In deze wet wordt onder ambtenaar mede verstaan: degene die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is.

In deze wet wordt verstaan onder:

In elke provincie zijn er provinciale staten, gedeputeerde staten en een commissaris van de Koning.

Provinciale staten vertegenwoordigen de gehele bevolking van de provincie.

De commissaris van de Koning is voorzitter van provinciale staten.

Voor het lidmaatschap van provinciale staten is vereist dat men Nederlander en ingezetene van de provincie is, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht.

Ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats is niet benoembaar tot lid van provinciale staten hij die na de laatstgehouden periodieke verkiezing van de leden van provinciale staten wegens handelen in strijd met artikel 15 van het lidmaatschap van provinciale staten is vervallen verklaard.

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van provinciale staten in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van provinciale staten benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van provinciale staten naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!"

(Dat verklaar en beloof ik!")

Provinciale staten stellen een reglement van orde voor hun vergaderingen en andere werkzaamheden vast.

Provinciale staten vergaderen na de periodieke verkiezing van hun leden voor de eerste maal in nieuwe samenstelling op de dag met ingang waarvan de leden van provinciale staten in oude samenstelling aftreden.

De leden van het provinciebestuur en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan wel worden verplicht getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over hetgeen zij in de vergadering van provinciale staten hebben gezegd of aan provinciale staten schriftelijk hebben overgelegd.

In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:

De leden van provinciale staten stemmen zonder last.

De benoeming van gedeputeerden na de verkiezing van de leden van provinciale staten vindt plaats in een vergadering van provinciale staten in nieuwe samenstelling.

In het geval van artikel 36 gaat de benoeming van degene die zijn benoeming tot gedeputeerde heeft aangenomen, in op het tijdstip waarop ten minste de helft van het met inachtneming van artikel 35a bepaalde aantal gedeputeerden zijn benoeming heeft aangenomen of, indien de aanneming van de benoeming op een later tijdstip plaatsvindt, op dat tijdstip.

De benoeming ter vervulling van een plaats die tussentijds openvalt geschiedt zo spoedig mogelijk, tenzij provinciale staten besluiten het aantal gedeputeerden te verminderen.

De benoemde gedeputeerde wordt geacht de benoeming niet aan te nemen, indien op de tiende dag na kennisgeving van de benoeming door middel van een aangetekende brief nog geen mededeling van hem is ontvangen dat hij de benoeming aanneemt.

Wanneer de benoeming niet is aangenomen, geschiedt zo spoedig mogelijk een nieuwe benoeming.

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de gedeputeerden, in de vergadering van provinciale staten, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

«Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot gedeputeerde benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets uit dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als gedeputeerde naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!» («Dat verklaar en beloof ik!»)

Vervallen

In zaken die aan de uitspraak van gedeputeerde staten zijn onderworpen mag een gedeputeerde niet als gemachtigde of adviseur werkzaam zijn.

Vervallen

Indien een uitspraak van provinciale staten inhoudende de opzegging van hun vertrouwen in een gedeputeerde er niet toe leidt dat de betrokken gedeputeerde zijn ontslag indient, kunnen provinciale staten besluiten tot ontslag. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop provinciale staten tot ontslag van een gedeputeerde hebben besloten.

Vervallen

Gedeputeerde staten stellen een reglement van orde voor hun vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan provinciale staten wordt toegezonden.

De leden van gedeputeerde staten en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de vergadering van gedeputeerde staten hebben gezegd of aan gedeputeerde staten schriftelijk hebben overgelegd.

De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 29 en 30 zijn ten aanzien van de vergaderingen van gedeputeerde staten van overeenkomstige toepassing.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de bij benoeming, herbenoeming en ontslag van de commissaris van de Koning te volgen procedure.

Voor de benoembaarheid tot commissaris is het Nederlanderschap vereist.

De commissaris is niet tevens:

Het ambt van commissaris ontheft van alle bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen tot het verrichten van persoonlijke diensten.

De commissaris heeft zijn werkelijke woonplaats in de provincie.

De toekenning van een vergoeding aan degene die met de waarneming van het ambt van commissaris is belast, wordt geregeld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.

Ten aanzien van degene die met de waarneming van het ambt van commissaris is belast, zijn de artikelen 67 en 68 van overeenkomstige toepassing.

Provinciale staten stellen het aantal leden van de rekenkamer vast.

Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de rekenkamer.

Alvorens hun functie uit te kunnen oefenen, leggen de leden van de rekenkamer in de vergadering van provinciale staten, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: «Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamer benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!

(«Dat verklaar en beloof ik!»)

Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de leden van de rekenkamer.

De leden van de rekenkamer ontvangen een bij verordening van provinciale staten vastgestelde vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten.

In afwijking van artikel 79a kunnen provinciale staten met provinciale staten van een of meer andere provincies met toepassing van artikel 40 en artikel 41, eerste lid, juncto artikel 8, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, of met de raad of de raden van één of meer gemeenten, al dan niet met provinciale staten van één of meer andere provincies tezamen, met toepassing van artikel 51 en artikel 52, eerste lid, juncto artikel 8, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen een gemeenschappelijke rekenkamer instellen. De artikelen 10, tweede en derde lid, 10a, 11, 15, 16, 17, 20, derde lid, 21, 22, 23, 43 en 54 van die wet zijn niet van toepassing.

Indien provinciale staten van één of meer provincies met de raad of raden van een of meer gemeenten een gemeenschappelijke rekenkamer instellen, is, onverminderd artikel 79m, eerste lid, juncto artikel 79f, een lid van de rekenkamer niet tevens:

In de regeling waarbij de gemeenschappelijke rekenkamer wordt ingesteld, worden ten minste regels gesteld over:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De verordeningen bedoeld in de artikelen 93 en 94 worden aan Onze Minister gezonden.

Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de secretaris en de griffier.

Gedeputeerde staten benoemen de secretaris. Zij zijn tevens bevoegd de secretaris te schorsen en te ontslaan.

De secretaris is in de vergadering van gedeputeerde staten aanwezig.

Provinciale staten benoemen de griffier. Zij zijn tevens bevoegd de griffier te schorsen en te ontslaan.

De griffier is in de vergadering van provinciale staten aanwezig.

De stukken die van provinciale staten uitgaan, worden door de griffier medeondertekend.

Bij of krachtens de wet kan zo nodig onderscheid worden gemaakt tussen provincies.

Onze Minister wie het aangaat doet gedeputeerde staten desgevraagd mededeling van zijn standpunten en voornemens met betrekking tot aangelegenheden die voor de provincie van belang zijn, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet.

Onze Minister wie het aangaat biedt gedeputeerde staten desgevraagd de gelegenheid tot het plegen van overleg met betrekking tot aangelegenheden die voor de provincie van belang zijn, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet.

Over al hetgeen de provincie betreft dienen gedeputeerde staten Onze Ministers desgevraagd van bericht en raad, tenzij dit uitdrukkelijk van de commissaris van de Koning wordt verlangd.

De bevoegdheid tot het maken van provinciale verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin door wetten of algemene maatregelen van bestuur is voorzien, gehandhaafd, voor zover de verordeningen met die wetten en algemene maatregelen van bestuur niet in strijd zijn.

De bepalingen van provinciale verordeningen in wier onderwerp door een wet of een algemene maatregel van bestuur wordt voorzien, zijn van rechtswege vervallen.

Wanneer provinciale staten of, indien aan een bestuurscommissie bevoegdheden van provinciale staten of van gedeputeerde staten zijn overgedragen, de commissie bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderde beslissingen niet of niet naar behoren nemen, voorzien gedeputeerde staten daarin.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Besluiten van het provinciebestuur die algemeen verbindende voorschriften inhouden, liggen voor een ieder kosteloos ter inzage op het provinciehuis of op een andere door provinciale staten te bepalen plaats.

Een ieder kan op zijn verzoek een afschrift verkrijgen van de besluiten van het provinciebestuur die ingevolge artikel 137 ter inzage liggen.

De bekendgemaakte besluiten treden in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking, tenzij in deze besluiten daarvoor een ander tijdstip is aangewezen.

Met betrekking tot de intrekking van besluiten die algemeen verbindende voorschriften inhouden, is het bepaalde in de artikelen 136 en 139 van overeenkomstige toepassing.

Op termijnen gesteld in een provinciale verordening zijn de artikelen 1 tot en met 4 van de Algemene Termijnenwet van overeenkomstige toepassing, tenzij in de verordening anders is bepaald.

Vervallen

Vervallen

Provinciale staten maken de verordeningen die zij in het belang van de provincie nodig oordelen.

Vervallen

Vervallen

Gedeputeerde staten nemen de door provinciale staten geraamde kosten voor een onderzoek in een bepaald jaar op in de ontwerp-begroting.

Vervallen

Verordeningen, geheel of in hoofdzaak de waterstaat betreffende, worden gezonden aan Onze Minister wie het aangaat. Zij treden niet eerder in werking dan drie maanden na de dag van verzending.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Een door provinciale staten te maken verordening regelt de behandeling door gedeputeerde staten van administratieve geschillen, aan hun beslissing onderworpen.

Artikel 169 is eveneens van toepassing in die gevallen waarvoor het provinciebestuur een behandeling op de voet van de verordening, bedoeld in artikel 168 heeft voorgeschreven.

Indien een besluit van de raad of van burgemeester en wethouders van een gemeente in hun provincie naar het oordeel van gedeputeerde staten voor vernietiging in aanmerking komt, doen zij daarvan mededeling aan Onze Minister wie het aangaat.

Gedeputeerde staten trachten alle geschillen tussen in hun provincie gevestigde gemeenten, waterschappen en lichamen, ingesteld bij gemeenschappelijke regeling, in der minne te doen bijleggen.

Vervallen

Vervallen

De artikelen 168 tot en met 170 zijn van overeenkomstige toepassing op de behandeling door de commissaris van administratieve geschillen, aan zijn beslissing onderworpen.

Indien een besluit van de burgemeester van een gemeente in zijn provincie naar het oordeel van de commissaris voor vernietiging in aanmerking komt, doet hij daarvan mededeling aan Onze Minister wie het aangaat.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Aan de provincies kunnen slechts bij of krachtens de wet uitgaven worden opgelegd.

Vervallen

Verplichte uitgaven van de provincie zijn:

Onze Minister draagt zo nodig aan de bevoegde provinciale ambtenaar de betaling op ten laste van de provincie van hetgeen als verplichte uitgaaf op de begroting is gebracht.

Vervallen

Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van gedeputeerde staten ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer.

Gedeputeerde staten zenden de vastgestelde jaarrekening en het jaarverslag, vergezeld van de overige in artikel 201 bedoelde stukken, binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar, volgend op het begrotingsjaar, aan Onze Minister. Gedeputeerde staten voegen daarbij, indien van toepassing, het besluit van provinciale staten over een voorstel voor een indemniteitsbesluit met de reactie van gedeputeerde staten, bedoeld in artikel 202, derde lid.

Indien provinciale staten de jaarrekening dan wel een indemniteitsbesluit niet of niet naar behoren vaststellen, zenden gedeputeerde staten de jaarrekening, vergezeld van de overige in artikel 201 bedoelde stukken, respectievelijk het indemniteitsbesluit ter vaststelling aan Onze Minister.

Vervallen

Vervallen

Onze Minister maakt bij de aanvang van het desbetreffende begrotingsjaar door publicatie in de Staatscourant bekend van welke provincies de begrotingen en begrotingswijzigingen zijn goedkeuring behoeven.

De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of met het algemene financiële belang.

Indien de begroting van een provincie ingevolge artikel 207, eerste of tweede lid, is onderworpen aan goedkeuring, kan Onze Minister bepalen dat door hem aan te wijzen beslissingen van het provinciebestuur die financiële gevolgen voor de provincie hebben of kunnen hebben, door gedeputeerde staten binnen twee weken aan Onze Minister worden toegezonden.

Gedeputeerde staten zenden de verordeningen, bedoeld in de artikelen 216, 217 en 217a, binnen twee weken na vaststelling door provinciale staten aan Onze Minister.

Onze Minister kan te allen tijde een onderzoek instellen naar het beheer en de inrichting van de financiële organisatie, bedoeld in artikel 216, eerste lid.

Provinciale staten besluiten tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een provinciale belasting door het vaststellen van een belastingverordening.

Een belastingverordening vermeldt, in de daartoe leidende gevallen, de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het tijdstip van beëindiging van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is.

Vervallen

Ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond van de provincie, kan een precariobelasting worden geheven.

De rechten, bedoeld in artikel 223, eerste lid, kunnen worden geheven door de provincie die het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen toestaat of de diensten verleent, ongeacht of het belastbare feit zich binnen of buiten het grondgebied van de provincie voordoet.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen inzake de belastingen, bedoeld in deze paragraaf, nadere regels worden gegeven.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Provinciale belastingen kunnen worden geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere wijze, doch niet bij wege van afdracht op aangifte.

Bij de heffing van provinciale belastingen blijven de artikelen 2, vierde lid, 3, 37 tot en met 39, 47a, 48, 52, 53, 54, 55, 62, 71, 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86, 87 en 90 tot en met 95 van de Algemene wet buiten toepassing. Bij de heffing van provinciale belastingen die op andere wijze worden geheven, blijven bovendien de artikelen 5, 6 tot en met 9, 11, tweede lid, en 12 van die wet buiten toepassing.

Voor de toepassing van de artikelen 9, vierde lid, 18, derde lid, en 21, tweede lid, van de Algemene wet wordt met een onherroepelijke veroordeling gelijkgesteld het vervallen van het recht tot strafvordering op de voet van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.

In de gevallen waarin het volkenrecht dan wel, naar het oordeel van Onze Minister en Onze Minister van Financiën, het internationale gebruik daartoe noodzaakt, wordt vrijstelling van provinciale belastingen verleend. Onze genoemde Ministers kunnen gezamenlijk ter zake nadere regels stellen.

Naast een in de belastingverordening voorziene vermindering, ontheffing of teruggaaf, kan de in artikel 227a, tweede lid, onderdeel b, bedoelde provincieambtenaar ook een in de belastingverordening voorziene vrijstelling ambtshalve verlenen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bij de invordering van provinciale belastingen blijven de artikelen 5, 20, 21, 59, 62 en 69 van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing. Bij de invordering van provinciale belastingen die op andere wijze worden geheven, blijven bovendien de artikelen 7, derde lid, en 8, eerste lid, van die wet buiten toepassing.

De verrekening van aan de belastingschuldige uit te betalen en van hem te innen bedragen ter zake van provinciale belastingen op de voet van artikel 24 van de Invorderingswet 1990 is ook mogelijk ingeval de in artikel 9 van de Invorderingswet 1990 gestelde termijn, dan wel de krachtens artikel 232a, eerste lid, gestelde termijn nog niet is verstreken.

Voor de toepassing van artikel 66 van de Invorderingswet 1990 met betrekking tot provinciale belastingen blijven de artikelen 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86 en 87 van de Algemene wet buiten toepassing.

Indien ter zake van een provinciale belasting exploot moet worden gedaan, een akte van vervolging betekend of een dwangbevel ten uitvoer gelegd in een andere provincie dan die waaraan belasting verschuldigd is, is daartoe naast de belastingdeurwaarder van laatstbedoelde provincie mede de belastingdeurwaarder van eerstbedoelde provincie bevoegd en desgevraagd verplicht.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen inzake provinciale belastingen in het kader van deze paragraaf passende nadere regels worden gegeven ter aanvulling van de in deze paragraaf geregelde onderwerpen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien een bekend gemaakt besluit niet is vernietigd binnen de tijd waarvoor het is geschorst, wordt hiervan door het provinciebestuur openbaar kennis gegeven.

Het koninklijk besluit tot schorsing, opheffing of verlenging van de schorsing of tot vernietiging wordt in het Staatsblad geplaatst.

Vervallen

Het provinciebestuur neemt opnieuw een besluit omtrent het onderwerp van het vernietigde besluit, waarbij met het koninklijk besluit wordt rekening gehouden.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De Provinciewet (Stb. 1962, 17) wordt ingetrokken.

Ten aanzien van de bij de inwerkingtreding van deze wet zitting hebbende leden van provinciale staten en gedeputeerden zijn tot hun aftreden de artikelen 15, eerste lid, en 44 slechts van toepassing voor zover de Provinciewet ter zake eveneens een verbod inhield.

Ten aanzien van het aantal gedeputeerden blijft tot het eerste periodieke aftreden van de gedeputeerden na de inwerkingtreding van deze wet artikel 29 van de Provinciewet van toepassing.

Artikel 43, vijfde lid, en artikel 65, vijfde lid, treden in werking op de dag van het eerste periodieke aftreden van de leden van gedeputeerde staten na de inwerkingtreding van deze wet.

Het bepaalde in artikel 61, eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing op degenen die bij de inwerkingtreding van deze wet het ambt van commissaris van de Koning vervullen.

Verzoeken om toestemming als bedoeld in artikel 56 van de Provinciewet die bij de Kroon zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze wet en waarop door de Kroon voor de dag van de inwerkingtreding nog niet is beschikt, worden overgedragen aan Onze Minister.

Artikel 149 is niet van toepassing op beroepen en bezwaarschriften die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze wet.

De in artikel 147 bedoelde verordening wordt vastgesteld binnen een jaar na de dag van inwerkingtreding van deze wet.

Artikel 95 van de Provinciewet blijft van kracht ten aanzien van wetten die tot stand zijn gekomen voor de dag van inwerkingtreding van deze wet.

De artikelen 98 en 100 van de Provinciewet blijven van toepassing tot het tijdstip waarop in het onderwerp van die artikelen wordt voorzien door het in werking treden van een wettelijke regeling met betrekking tot waterschappen.

Voor bij koninklijk besluit aan te wijzen begrotingsjaren blijven de artikelen 127, 128, 130, 132 en 134, derde lid van de Provinciewet van toepassing. In het koninklijk besluit kunnen regels worden gesteld omtrent de toepassing van de in de eerste volzin genoemde artikelen.

De artikelen 256 tot en met 259 zijn niet van toepassing op aan voorafgaand toezicht onderworpen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze wet. Ten aanzien van die besluiten blijven de op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet geldende wettelijke bepalingen van kracht.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Indien het bij koninklijke boodschap van 10 maart 1990 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de binnentredingsbepalingen (kamerstukken 22 539) niet in werking is getreden op het moment dat deze wet in werking treedt, blijven de artikelen 117 en 118 van de Provinciewet van kracht totdat dat voorstel in werking treedt.

Deze wet kan worden aangehaald als: Provinciewet.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen