U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 22-08-2003.

Regeling · BWBR0005672

Bekostigingsbesluit W.V.O.

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 30 september 1992, houdende voorschriften betreffende de uitkering van de vergoeding aan scholen, de bevoorschotting, de boekhouding, het financieel beheer en de financiële controle alsmede voorschriften betreffende de Adviesgroep, bedoeld in artikel 80 van de W.V.O. Bekostigingsbesluit W.V.O.Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van 29 juni 1990, nr. 90010741/3181A, centrale directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 80, zesde lid, 84a, tweede lid, 96b, tweede lid, 96c, eerste en tweede lid, 96p, derde lid, 96r, eerste lid, 98, eerste lid, 106, eerste en tweede lid, en 110a, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (Stb. 1986, 552);

Gehoord de Onderwijsraad (advies van 19 oktober 1989, nr. OR/719 Alg.);

De Raad van State gehoord (advies van 6 november 1990, nr. W05.90.0288);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van 22 september 1992, nr. 92028386/3181A, directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

's-Gravenhage 30 september 1992 Beatrix De Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, J. Wallage De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, P. Bukman de zesde november 1992 De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

In dit besluit wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag doet binnen twee weken na een besluit tot opheffing van de school daarvan mededeling aan Onze Minister, gedeputeerde staten, de inspecteur, en indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de school is gelegen.

Vervallen

Vervallen

De gegevens die in de leerlingenadministratie zijn opgenomen, blijven daarvan in ieder geval deel uitmaken gedurende 5 jaar nadat de desbetreffende leerling van de school is uitgeschreven.

Het Rijk bekostigt de exploitatiekosten met ingang van de eerste schooldag van een school waarvan het bekostigd onderwijs op grond van afdeling I van titel III van de wet een aanvang neemt. Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag een door hem te bepalen deel van de exploitatiekosten gedurende een periode van ten hoogste vier maanden voor de eerste schooldag voor bekostiging in aanmerking brengen.

Het Rijk bekostigt de uitgaven voor nascholing van het personeel, bedoeld in artikel 96d.2 van de wet, met ingang van de eerste schooldag van een school waarvan het bekostigd onderwijs op grond van afdeling I van titel III van de wet een aanvang neemt.

Onze Minister stelt tegelijk met het bedrag, bedoeld in artikel 96d, eerste lid, van de wet, het bedrag vast, bedoeld in artikel 96d.2 van de wet. Het laatstbedoelde bedrag heeft betrekking op een schooljaar en wordt in dat schooljaar betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme.

Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip geldt voor het bevoegd gezag van een scholengemeenschap waarin tot één instelling zijn verenigd een agrarisch opleidingscentrum en een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, met betrekking tot de school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs artikel 15b in plaats van artikel 14a.

Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip geldt voor het bevoegd gezag van een school voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging als bedoeld in artikel 9 van het Besluit RVC's, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging, artikel 15b in plaats van artikel 14a.

Een in artikel 21, eerste lid, bedoelde correctie wordt verrekend met de bekostiging of aanvullende bekostiging waarop het bevoegd gezag aanspraak heeft of wordt, indien de correctie strekt tot verhoging van de bekostiging respectievelijk aanvullende bekostiging, binnen acht weken na de mededeling, bedoeld in artikel 21, eerste lid, door Onze Minister betaald.

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven met betrekking tot de bepaling van de omvang en inzake de wijze van vaststelling en uitkering van bekostiging voor exploitatiekosten, personeelskosten, huisvestingskosten en inventariskosten ten behoeve van inrichtingen voor voortgezet onderwijs.

Indien een of meer scholen voor voortgezet onderwijs deel uitmaken van een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, geldt wat de grondslag en de wijze van bekostiging van de exploitatiekosten betreft dat in afwijking van artikel 86, derde lid, van de wet niet worden verstrekt de bedragen, bedoeld onder a en b van dat lid.

Dit besluit wordt aangehaald als: Bekostigingsbesluit W.V.O.