Ministeriële regeling · BWBR0005673

Regeling sociaal beleidskader reorganisatie politiebestel

Wijzigingen Officiële bron
Regeling sociaal beleidskader reorganisatie politiebestelRegeling sociaal beleidskader reorganisatie politiebestelDe Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken,

Gelet op artikel 3, vierde lid, van het Besluit sociaal beleidskader reorganisatie politiebestel (Stb. 1992, 440);

Besluiten:

De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin De Minister van Binnenlandse Zaken, C. I.Dales

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

a.Wet:

de Wet tijdelijke voorzieningen reorganisatie politiebestel (Stb. 1991, 674);

b.reorganisatie:

de reorganisatie van het politiebestel, bedoeld in de Wet;

c.politieregio:

een politieregio als bedoeld in artikel 2 van de Wet;

d.Korps landelijke politiediensten:

het korps landelijke diensten als bedoeld in artikel 14 van de Wet;

e.bevoegd gezag:

de burgemeester, bedoeld in artikel 2 van de Wet, onderscheidenlijk de Minister van Justitie, ieder voor zoveel hem betreft;

f.ambtenaar:

de ambtenaar in de zin van het Besluit sociaal beleidskader reorganisatie politiebestel;

g.reorganisatiegebied:h.functie:i.oorspronkelijke functie:

in beginsel de functie of het samenstel van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden, neergelegd in of afgeleid van een functiebeschrijving, die in de formatie van het korps per 1 april 1991 voorkomt, alsmede de op die datum bestaande informele functies;

j.passende functie:

het samenstel van werkzaamheden dat de ambtenaar in verband met diens persoonlijkheid, persoonlijke omstandigheden en bestaande vooruitzichten redelijkerwijze kan worden opgedragen;

k.vitale functie:

een door het bevoegd gezag als zodanig aangemerkte functie die is genoemd in de door hem op grond van artikel 6 van het Besluit sociaal beleidskader reorganisatie politiebestel ter uitvoering daarvan vastgestelde nadere regels;

l.vaste functie:

functie die tot de structurele formatie van een politieregio, dan wel het Korps landelijke politiediensten, wordt gerekend;

m.tijdelijke functie:

functie opgenomen in het personeelsplan die uiterlijk per 1 januari 1996 vervalt;

n.personeelsplan:

het personeelsplan bedoeld in artikel 2 van het Besluit sociaal beleidskader reorganisatie politiebestel;

o.bestaande vooruitzichten:

de maximum bezoldiging die behoort bij de aan de oorspronkelijke functie van de ambtenaar verbonden waardering;

p.horizontale plaatsing:q.negatieve verticale plaatsing:

de plaatsing van een ambtenaar in een functie, waaraan een lager bezoldigingsniveau is verbonden dan dat in zijn oorspronkelijke functie, dan wel in een functie die qua aard en niveau van werkzaamheden lichter is dan zijn oorspronkelijke functie, maar die overigens als passend kan worden aangemerkt;

r.positieve verticale plaatsing:

de plaatsing van een ambtenaar in een functie, waaraan een hoger bezoldigingsniveau verbonden is dan dat in zijn oorspronkelijke functie, dan wel in een functie die qua aard en niveau van de werkzaamheden zwaarder is dan zijn oorspronkelijke functie.

Indien een vóór de reorganisatie bestaande functie in de nieuwe organisatie in gewijzigde vorm als vaste functie terugkeert, wordt, indien daaraan een hoger bezoldigingsniveau is verbonden, dan wel de functie qua aard en niveau van de werkzaamheden zwaarder is dan zijn oorspronkelijke functie, voor zover nodig door middel van de bestaande beoordelingssystemen beoordeeld of de ambtenaar in staat kan worden geacht deze functie, zonodig na scholing, vorming, of scholing en vorming, te vervullen.

Ten behoeve van de reorganisatie wordt tijdig van te voren een tijdschema vastgesteld.

De functiebindingstermijnen die gelden op de datum van inwerkingtreding van de onderhavige regeling blijven van kracht ingeval van horizontale of negatieve verticale plaatsing in een vaste functie.

Het bevoegd gezag of een door deze aangewezen ambtenaar zendt aan de plaatsingsadviescommissie een overzicht van de ambtenaren op wie het bepaalde in artikel 3 van toepassing is, de uitkomsten van de optieronde, alsmede een overzicht van ambtenaren die moeten worden geplaatst vergezeld van de voor hun plaatsing van belang zijnde gegevens.

Bij de plaatsing van ambtenaren in vaste dan wel tijdelijke functies in de nieuwe organisatiestructuur worden het persoonlijk belang en het dienstbelang zorgvuldig tegen elkaar afgewogen.