Ministeriële regeling · BWBR0005760

Sociaal Statuut privatisering ROI

Wijzigingen Officiële bron
Sociaal Statuut privatisering ROISociaal Statuut privatisering ROIDe Minister van Binnenlandse Zaken,

Gelet op artikel 5, vierde lid van de Wet Stichting ROI.

Besluit:

's-Gravenhage14 december 1992 De Minister van Binnenlandse Zaken, C. I.Dales

Dit besluit verstaat onder:

Stichting ROI:

de Stichting ROI voorheen het Rijks Opleidingsinstituut;

Overgangsdatum:

de datum van oprichting van de Stichting ROI;

personeelslid:

degene die op de dag van de overgangsdatum in dienst is bij het Rijks Opleidingsinstituut, hetzij als ambtenaar, hetzij op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht;

functie:

het samenstel van werkzaamheden waarmee een personeelslid op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum, overeenkomstig hetgeen hem opgedragen door het daartoe bevoegde gezag, is belast;

BBRA 1984:

Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (Stb. 1983, 571);

ARAR:

Algemeen Rijksambtenarenreglement (Stb. 1931, 248);

AOB:

Arbeidsovereenkomstenbesluit (Stb. 1931, 354);

Centrales:

de Algemene centrale van Overheidspersoneel, de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijspersoneel, het Ambtenarencentrum en de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen;

CAO:

Collectieve Arbeidsovereenkomst.

Uiterlijk twee maanden voor de overgangsdatum ontvangt het personeelslid als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de machtigingswet Stichting ROI een mededeling namens de minister van Binnenlandse Zaken dat zijn dienstverband bij het Rijks Opleidingsinstituut van rechtswege wordt beëindigd en dat hij met ingang van de overgangsdatum van rechtswege in dienst zal treden van de Stichting ROI. De mededeling bevat informatie omtrent de aard van het dienstverband met de stichting ROI, de functie die het personeelslid vanaf de overgangsdatum zal vervullen, het salaris dat hij zal genieten en de overige arbeidsvoorwaarden die voor hem zullen gelden.

Vergoedingen inzake reiskosten woon-werkverkeer, onkosten dienstreizen, telefoonkosten, representatiekosten, verhuiskosten, studiefaciliteiten, BZB en EHBO vinden na de overgangsdatum plaats conform hetgeen terzake met de centrales is overeengekomen en zal worden neergelegd in een aanhangsel dat bij de CAO zal worden gevoegd. De in dit aanhangsel neergelegde afspraken zullen gelden voorzolang de Stichting ROI met de ondernemingsraad nog geen Stichting ROI regeling tot stand heeft gebracht.

Voor medewerkers die tot 1 februari 1992 hebben gespaard volgens de tot die datum voor hen geldende Premiespaarregeling Rijksambtenaren wordt een overgangsregeling getroffen in overleg met die medewerkers.

Op het personeelslid, dat is overgegaan naar de Stichting ROI, en met wie vóór de overgangsdatum met toepassing van de artikelen 16 tot en met 20d, artikel 33a dan wel artikel 34 tot en met 34d ARAR, buitengewoon verlof is verleend dat op de overgangsdatum niet is beëindigd, behoudt het recht op het nog niet genoten gedeelte van dat buitengewoon verlof, onder handhaving van de afspraken die daarover met hem vóór de overgangsdatum zijn gemaakt.

De Regeling wachtgeld en uitkering na privatisering is van toepassing.

Er zal een CAO worden afgesloten tussen de Stichting ROI en de centrales.

Dit besluit wordt aangehaald als: Sociaal Statuut privatisering ROI.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wet Stichting ROI. De tekst van dit besluit wordt met de daarbij behorende toelichting in de Nederlandse Staatscourant geplaatst.