Ministeriële regeling · BWBR0005819

Garantstellingsregeling curatoren

Wijzigingen Officiële bron
Garantstellingsregeling curatorenGarantstellingsregeling curatorenDe Staatssecretaris van Justitie

Gelet op de artikelen 138, lid 10, en 248, lid 10, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

Overwegende dat het wenselijk is enige regels te stellen voor de beoordeling van de gegrondheid van verzoeken als bedoeld in de hiervoor vermelde wetsbepalingen en de grenzen waarbinnen zodanige verzoeken kunnen worden toegewezen;

Heeft besloten als volgt:

De Staatssecretaris van Justitie, A. Kosto

Een verzoek als bedoeld in de artikelen 138, lid 10, en 248, lid 10, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt, met gebruikmaking van de als bijlage bij dit besluit behorende vragenlijst, ingediend bij de Staatssecretaris van Justitie, door tussenkomst van de rechter-commissaris die het verzoek van zijn advies voorziet.

Een verzoek als bedoeld in artikel 1 wordt afgewezen indien:

Indien de procedure tot aansprakelijkstelling leidt tot baten voor de boedel dienen deze baten te worden aangewend, alvorens (verder) gebruik te maken van de verleende garantstelling, ter bestrijding van de kosten die voortvloeien uit het voortzetten van de procedure. Indien daarvan geen sprake is of, na voortzetting of beëindiging van de procedure, dient een eventueel overschot aan baten, ter delging van de debetstand op de rekening-courant te worden aangewend.