U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 21-07-2009.

Regeling · BWBR0005858

Stortbesluit bodembescherming

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 20 januari 1993, houdende regels inzake het storten van afvalstoffenStortbesluit bodembeschermingWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 3 april 1991, nr. MJZ03491020, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving;

Gelet op de richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1979, nr. 80/68/EEG (PbEG L 20) betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging veroorzaakt door de lozing van bepaalde gevaarlijke stoffen, en van 19 maart 1987, nr. 87/217/EEG (PbEG L 85) inzake voorkoming en vermindering van verontreiniging van het milieu door asbest, alsmede op de artikelen 8.45 en 21.7 van de Wet milieubeheer, en, voor zover het betreft artikel 15, op artikel 43 van de Wet bodembescherming;

Gezien de adviezen van de Centrale raad voor de milieuhygiëne en de Technische commissie bodembescherming;

De Raad van State gehoord (advies van 5 augustus 1992, nr. W08.91.0177);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 15 januari 1993, nr. MJZ 15193037, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage20 januari 1993BeatrixDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J. G. M. Aldersde negenentwintigste januari 1993De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften ten aanzien van de vakbekwaamheid van degene die de inrichting drijft en ten aanzien van de opleiding van de in de inrichting werkzame personen.

Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting dat percolaat wordt opgevangen, verzameld en gezuiverd of afgevoerd op een zodanige wijze dat geen gevaar bestaat voor verontreiniging van de bodem, en betrekt daarbij de bijzonderheden van de stortplaats waarvoor de vergunning wordt verleend, en de aard van de afvalstoffen die op die stortplaats worden gestort.

Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting dat:

Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting dat het storten zodanig plaatsvindt dat de gestorte afvalstoffen en de voorzieningen die ingevolge de in het belang van de bescherming van de bodem aan de vergunning verbonden voorschriften zijn getroffen op de stortplaats, kunnen worden teruggenomen zonder ingrijpende aantasting van de bodem.

Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting, dat indien een voor de stortplaats vastgesteld interventiepunt wordt bereikt:

Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting dat:

Het bevoegd gezag kan aan een vergunning strengere voorschriften verbinden dan de voorschriften die het ingevolge dit besluit en de daarop berustende bepalingen aan de vergunning dient te verbinden, indien:

Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voor een stortplaats waar op of na 1 september 1996 afvalstoffen worden gestort, voorschriften, inhoudende dat de voorschriften die ingevolge de artikelen 4, vierde lid, 5, 9, 10, 11 en 12, eerste en tweede lid, aan de vergunning zijn verbonden, nadat de vergunning haar geldigheid heeft verloren, nog van kracht blijven totdat de stortplaats ingevolge artikel 8.47, derde lid, van de Wet milieubeheer voor gesloten is verklaard.

Het gezag dat bevoegd is een vergunning voor de stortplaats te verlenen kan, indien het in het belang van de bescherming van de bodem een onderzoek op de stortplaats dan wel in de onmiddellijke omgeving daarvan nodig oordeelt, aan de rechthebbenden ten aanzien van het gedeelte van de bodem waar dat onderzoek wordt ingesteld, de verplichting opleggen dat het verrichten van het onderzoek, alsmede het aanbrengen, het aanwezig zijn, het onderhoud, het gebruik en het verwijderen van de voor dat onderzoek nodige middelen, worden gedoogd.

Voor zover het betreft stortplaatsen waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een vergunning is verleend, verbindt het bevoegd gezag de voorschriften die ingevolge dit besluit aan een vergunning dienen te worden verbonden, uiterlijk 1 maart 1995 aan de vergunning.

Dit besluit wordt aangehaald als: Stortbesluit bodembescherming.