U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 28-08-2002.

Regeling · BWBR0005889

Reisbesluit binnenland

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 1 maart 1993, houdende vaststelling van het Reisbesluit binnenland voor het burgerlijk rijkspersoneelReisbesluit binnenlandWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 13 november 1992, nr. AB92/U1199, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel;

Gelet op de artikelen 125, eerste lid, en 134, eerste lid, van de Ambtenarenwet 1929;

De Raad van State gehoord (advies van 2 februari 1993, nr. W04.92.0561);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 26 februari 1993, nr. AB93/140, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage1 maart 1993BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken,C. I. Dalesde zestiende maart 1993De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

In dit besluit wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van dit besluit worden, behoudens voor de toepassing van artikel 18a, met Onze Minister gelijkgesteld: de voorzitters van elk der beide Kamers der Staten-Generaal, de vice-president van de Raad van State, het College van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de directeur van het Kabinet der Koningin.

Indien de dienstreis naar het oordeel van het bevoegde gezag niet of niet op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden ondernomen, kan het bevoegde gezag aan de betrokkene toestemming verlenen voor de dienstreis gebruik te maken van een eigen motorvoertuig of bromfiets, in welk geval hem een vergoeding wordt verleend volgens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels.

Indien de dienstreis op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden ondernomen, kan het bevoegde gezag in bijzondere gevallen de betrokkene toestemming geven voor de dienstreis gebruik te maken van een eigen motorvoertuig of bromfiets, in welk geval aan de betrokkene een vergoeding wordt verleend volgens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels.

Indien voor de dienstreis gebruik wordt gemaakt van een eigen fiets wordt hiervoor een vergoeding verleend volgens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels.

Indien naar het oordeel van het bevoegde gezag het dienstbelang er mee is gebaat dat tijdens een dienstreis naast openbaar vervoer tevens gebruik wordt gemaakt van een taxi, worden de aan dat taxigebruik verbonden kosten volledig vergoed.

Indien naar het oordeel van het bevoegde gezag het gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets voor het vervoer tussen de woning en de plaats van tewerkstelling noodzakelijk is voor het op doelmatige wijze uitvoeren van een op die dag voorkomende dienstreis, kan daarvoor per kilometer een vergoeding worden verleend tot ten hoogste de kilometervergoeding die geldt voor de dienstreis met dat vervoermiddel.

Onze Minister kan, voor zover nodig in individuele gevallen en ten aanzien van een door hem aan te wijzen groep van betrokkenen, in afwijking van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels besluiten, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Over de wijzigingen van de vergoedingen voor reis- en verblijfkosten krachtens dit besluit wordt overleg gevoerd met de centrales van overheidspersoneel in de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel voor zover een lid de behoefte daaraan aan de voorzitter heeft kenbaar gemaakt.

Aan de vice-president van de Raad van State, het College van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de directeur van het Kabinet der Koningin, alsmede aan personen die genoemde ambten waarnemen of de dragers van genoemde ambten vervangen, wordt voor hun binnenlandse dienstreizen vergoeding verleend tot de bedragen, die volgens hun opgaven met inachtneming van gepaste zuinigheid in totaal, onderscheidenlijk voor reiskosten en voor verblijfkosten, zijn uitgegeven, in voorkomende gevallen daaronder begrepen de uitgaven van en ten behoeve van de reizigers die hen vergezellen.

Van de bevoegdheid tot het stellen van regels met een sterk technisch karakter krachtens dit besluit, kunnen Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister mandaat verlenen.

Vervallen

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1993.

Dit besluit kan worden aangehaald als: Reisbesluit binnenland.