Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 1 februari 1993, nr. 303435/93/6, Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht;
Gelet op de artikelen 68 lid 1, 125 lid 3, 179 lid 1 en 235 lid 3 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
Gehoord de Raad van State, advies van 23 februari 1993, No. W03.93.0074;
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 2 maart 1993, nr. 311033/93/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage11 maart 1993BeatrixDe Staatssecretaris van Justitie,A. Kostode drieëntwintigste maart 1993De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch BallinHet bedrag dat ingevolge de artikelen 68 lid 1, 125 lid 3, 179 lid 3 en 235 lid 3 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek moet worden voldaan beloopt € 90,76 voor aanvragen, ingediend na inwerkingtreding van dit besluit.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.