Regeling · BWBR0005915

Aanpassingsregeling pensioenen 1991

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 17 maart 1993, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel A 8 van de Algemene Burgerlijke pensioenwet en in daarmee overeenkomende bepalingen in andere pensioenwettenAanpassingsregeling pensioenen 1991Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 26 oktober 1992, nr. AW92/U1059, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Pensioenen en Sociale Zekerheid, gedaan mede namens Onze Minister van Defensie;

Gelet op de artikelen A 8 van de Algemene burgerlijke pensioenwet en de Spoorwegenpensioenwet; artikel 8, derde lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers; artikel L 1 van de Algemene militaire pensioenwet en daarmee overeenkomende bepalingen van de vroegere militaire pensioenwetten; artikel 8 van de Wet aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandskorps alsmede artikel 30g van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956;

De Raad van State gehoord (advies van 26 januari 1993, nr. W04.92.0596);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 5 maart 1993, nr. AW93/80, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Pensioenen en Sociale Zekerheid, gedaan mede namens Onze Minister van Defensie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage17 maart 1993BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken,C. I. DalesDe Minister van Defensie,A. L. ter Beekde dertiende mei 1993De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De aanpassing van de middelsommen en van de pensioenen geschiedt overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 4, met inachtneming van de bedragen genoemd in artikel 8.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Met ingang van 1 april 1991 worden de aanpassingstoeslagen en bijzondere uitkeringen, bedoeld in artikel 13, onderdeel b, op de voor of op die datum ingegane pensioenen zodanig nader aangepast dat de pensioenuitkeringen worden verhoogd met 3,4 percent.

De aanpassingstoeslag en de bijzondere uitkering, bedoeld in artikel 13, onderdeel b, op een pensioen dat is of wordt toegekend na 1 april 1991 worden met ingang van de ingangsdatum van dat pensioen vastgesteld overeenkomstig artikel 14.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Met ingang van 1 april 1991 worden de aanpassingstoeslagen op de voor of op die datum ingegane pensioenen zodanig nader aangepast, dat de pensioenuitkeringen worden verhoogd met 3,4 percent.

De aanpassingstoeslag op een pensioen toegekend na 1 april 1991 wordt met ingang van de ingangsdatum van dat pensioen vastgesteld overeenkomstig artikel 17.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Een pensioen of gedeelte van een pensioen wordt met ingang van 1 april 1991 of zoveel later als het pensioen is ingegaan, aangepast in evenredigheid aan de wijziging van de berekeningsgrondslag ingevolge artikel 20.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1991.

Dit besluit wordt aangehaald als: Aanpassingsregeling pensioenen 1991.