Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van 25 januari 1993, nr. 92079400/1337, directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 5, vierde lid, en 6, vierde lid, van de Les- en cursusgeldwet;
De Raad van State gehoord (advies van 24 maart 1993, nr. WO5.93.042);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, van 29 maart 1993, nr. 93019969/1337, directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage5 april 1993BeatrixDe Minister van Onderwijs en Wetenschappen,J. M. M. RitzenDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,P. Bukmande vijftiende april 1993De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch BallinBevat wijzigingen in andere regelgeving.
Voor zover de eindtermen alsmede de indeling daarvan in basiseenheden, bedoeld in artikel 2.15 onderscheidenlijk artikel 2.64 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs voor de opleidingen leerlingwezen in de sector landbouw en natuurlijke omgeving en de opleidingen deeltijds middelbaar beroepsonderwijs in de sector landbouw en natuurlijke omgeving op 1 augustus 1993 nog niet zijn vastgesteld blijven de bepalingen genoemd in artikel 11, eerste en tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet zoals die luiden op 31 juli 1993 van toepassing tot het moment dat die eindtermen alsmede de indeling daarvan in basiseenheden zijn vastgesteld.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 augustus 1993.