U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 14-11-2014.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 6 april 1993, houdende onder meer voorschriften omtrent het onderwijs aan scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijsInrichtingsbesluit WVOWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen van 29 december 1992, nr. 92096883/3180A, directie Wetgeving en Juridische Zaken, mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op de artikelen 10a, vijfde lid, 11e, tweede lid, 12a, tweede lid, 22, 23, 27, eerste lid, 28a, derde lid, en 69, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Gezien het advies van de Onderwijsraad van 30 juni 1992, nr. OR 92000096/S;

De Raad van State gehoord (advies van 3 maart 1993, nr. W05.92.0663);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen van 2 april 1993, nr. 93019728/3180A, directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage6 april 1993BeatrixDe Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen,J. WallageDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,P. Bukmande twintigste april 1993De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

In dit besluit wordt verstaan onder:

Tot een school voor praktijkonderwijs kan als leerling worden toegelaten degene die de leeftijd van ten minste 12 jaar heeft bereikt.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3 en 7 wordt een kandidaat-leerling niet toegelaten tot een school of afdeling, aangewezen op grond van artikel 24, vijfde lid, van de wet, dan nadat het bevoegd gezag zich ervan heeft vergewist dat dit onderwijs voor hem het meest aangewezen is, gelet op de bijzondere aard en doelstelling van het desbetreffende onderwijs.

Een leerling, komende van een gelijksoortige school, wordt bij toelating geplaatst in het leerjaar waarin de leerling op die school onderwijs had mogen volgen.

Vervallen

Vervallen

De deskundigen, bedoeld in artikel 17a, twaalfde lid, van de wet zijn een orthopedagoog of een psycholoog en afhankelijk van de leerling over wiens toelaatbaarheid wordt geadviseerd ten minste een tweede deskundige, te weten een kinder- of jeugdpsycholoog, een pedagoog, een kinderpsychiater, een maatschappelijk werker of een arts.

Buiten de vakanties en de andere dagen waarop geen onderwijs wordt verzorgd ingevolge artikel 6g, vierde lid, en artikel 22, tweede lid, tweede volzin, van de wet en artikel 16, tweede tot en met vijfde lid, wijst het bevoegd gezag bij een zesdaagse schoolweek vier dagen en bij een vijfdaagse schoolweek drie dagen per schooljaar aan waarop geen onderwijs wordt verzorgd.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Praktijkonderwijs omvat ten minste Nederlandse taal, rekenen/wiskunde, informatiekunde en lichamelijke opvoeding, alsmede het onderwijs waarvan het bevoegd gezag, na overleg met het college van burgemeester en wethouders dat daarbij de werkgevers betrekt die werkzaam zijn op de regionale arbeidsmarkt, heeft vastgesteld dat dit van belang is voor het uitoefenen van functies binnen die arbeidsmarkt.

Vervallen

Indien het bevoegd gezag bij de vaststelling van vakken en andere programma-onderdelen van het vrije deel andere instellingen of deskundige personen van buiten de school betrekt, kan het onderwijs in die vakken en andere programma-onderdelen van het vrije deel, onverminderd de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag voor het onderwijs aan de school, mede worden verzorgd door die andere instellingen of deskundige personen. Daarbij stelt het bevoegd gezag als voorwaarde dat die instellingen of deskundige personen voldoen aan de met betrekking tot hun geldende wettelijke voorschriften en voorzover die voorschriften ontbreken, aan de binnen de beroepsgroep algemeen erkende normen. Artikel 33, eerste lid, van de wet is ten aanzien van degenen die dit onderwijs verzorgen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat als getuigschrift als bedoeld in onderdeel b. 1° van dat lid geldt een kwalificatie die, gelet op de eerste en tweede volzin, passend is. Het bevoegd gezag stelt de inspectie in kennis van de kwalificatie.

Vervallen

Vervallen

Een bevoegd gezag dat een intrasectoraal of intersectoraal programma verzorgt als bedoeld in artikel 26j of artikel 26k, voldoet aan de voorschriften van artikel 10b, eerste lid, van de wet, indien dat programma wordt aangeboden:

Vervallen

Een afdeling als bedoeld in artikel 10c, onderdeel d, van de wet kan op grond van artikel 72, derde lid, onderdeel f, van de wet worden toegevoegd aan een school voor vbo indien:

Vervallen

Vervallen

Het doel, de inhoud, de omvang, de opbouw en de organisatie van de stage worden beschreven in een stageplan.

Een stage wordt doorlopen op een of meer stageplaatsen, ter beschikking gesteld door een of meer stagegevers.

Met het oog op de stage kan het bevoegd gezag ten behoeve van de leerlingen een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst met een of meer stagegevers aangaan waarin mede een of meer onderdelen van de stage-overeenkomst, bedoeld in artikel 35, tweede lid, worden opgenomen.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gegeven met betrekking tot de berekening van de indicatoren, genoemd in artikel 37, eerste lid, waaronder begrepen de toe te passen correcties, bedoeld in het zevende en achtste lid van dat artikel. Voorts worden bij die regeling regels gegeven met betrekking tot:

Indien er geen of onvoldoende gegevens zijn voor een betrouwbaar oordeel over de meting van de leerresultaten, verricht de inspectie een aanvullend onderzoek, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften. Het aanvullend onderzoek kan onder meer omvatten:

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Inrichtingsbesluit WVO.

Vervallen