U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-06-1993.

Regeling · BWBR0005957

Infiltratiebesluit bodembescherming

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 20 april 1993, houdende regels met betrekking tot infiltratie van uit oppervlaktewater verkregen water in de bodemInfiltratiebesluit bodembeschermingWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 28 oktober 1992, nr. MJZ 28092008, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving;

Gelet op artikel 13a van de Wet bodembescherming;

Gehoord de Centrale raad voor de milieuhygiëne, de Raad voor de Drinkwatervoorziening en de Technische commissie bodembescherming;

De Raad van State gehoord (advies van 14 januari 1993, nr. W08.92.0517);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 14 april 1993, nr. MJZ14493045, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage20 april 1993BeatrixDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J. G. M. Aldersde negenentwintigste april 1993De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Dit besluit is uitsluitend van toepassing op het infiltreren van water dat afkomstig is uit oppervlaktewater.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit kan worden aangehaald als: Infiltratiebesluit bodembescherming.

Toetsingswaarden voor het te infiltreren water

1 De toetsingswaarde voor zwevende stof betreft de niet opgeloste hoeveelheid materiaal.

2 Punt van aandacht bij de vergunningverlening i.v.m. lokale situatie.

3 In het infiltratiewater mag 70 dagen per jaar een concentratie aanwezig zijn boven de hier genoemde, waarbij de volgende maxima niet overschreden mogen worden: zwevende stof 2 mg/l; CI- 300 mg/l; Na+ 180 mg/l en NO32- 11,2 mgN/I; Ba 300 µg/l.

4 Dit betreft de som van de concentraties van de in deze lijst genoemde bestrijdingsmiddelen, waarbij bepalingen waarvan het meetresultaat < detectiegrens is, een meetresultaat O wordt toegekend.

5 THM te bepalen als som van de concentraties van chloroform, broomdichloormethaan, dibroomchloormethaan en bromoform. Als een transportchloring wordt toegepast, is het toegestane maximum 70 µg/l.

6 Als een transportchloring wordt toegepast, is het toegestane maximum l00 µg/l.