Ministeriële regeling · BWBR0005965

Uitvoeringsregeling grondontsmettingsmiddelen

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling grondontsmettingsmiddelenUitvoeringsregeling grondontsmettingsmiddelenDe Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 6, 7, 8, 9, 11 en 12 van het Besluit regulering grondontsmettingsmiddelen;

Gezien het advies van de Bestrijdingsmiddelencommissie;

Besluit:

's-Gravenhage22 april 1993De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,J.D.Gabor

In afwijking van artikel 5, tweede lid, van het besluit wordt naast de in dat artikellid bedoelde vergunning op aanvraag gedurende de periode vanaf 1 januari 2001 tot en met 31 december 2005 per jaar telkens éénmaal ten behoeve van hetzelfde perceel of perceelsgedeelte een vergunning alsmede een gewaarmerkte kopie daarvan verleend voor vaste planten in de volle grond tot 20% van de oppervlakte van de percelen waarop in het jaar 2000 volgens het beschrijvingsbiljet 2000 vaste planten zijn geteeld, indien volgens voornoemd beschrijvingsbiljet in het jaar 2000 op ten minste 70% van het bedrijfsoppervlakte volle grond vaste planten zijn geteeld en de gebruiksgerechtigde is aangesloten bij de Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw.

Aan de vergunning, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het besluit wordt voor de volgende teelten het voorschrift verbonden dat met deze teelten binnen één jaar na afloop van de geldigheidsduur van de vergunning een aanvang moet zijn genomen:

Als een organisme zoals bedoeld in artikel 7 van het besluit wordt aangewezen het onkruid knolcyperus (Cyperus esculentus L.).

De vergunning is vanaf de datum van verlening gedurende een periode van 4 maanden geldig.

Degene die vóór 1 mei 1993 een grondontsmettingsmiddel in bezit heeft gekregen, kan als bewijs van het gestelde in artikel 11 van het Besluit vóór 1 juni 1993 originele facturen of andere bescheiden waaruit blijkt dat hij de middelen vóór 1 mei 1993 in bezit heeft gekregen, zenden aan het Districtshoofd van het districtskantoor van de Plantenziektenkundige Dienst binnen wiens werkgebied het bedrijf, dan wel het grootste gedeelte daarvan is gelegen. Het Districtshoofd van het districtskantoor zendt de originele bescheiden terug.

De handelaar dient vóór 1 juni 1993 aan de Directeur van de Plantenziektenkundige Dienst op te geven de hoeveelheid grondontsmettingsmiddelen die hij op 1 mei 1993 voorhanden of in voorraad had waarbij de volgende gegevens worden vermeld:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 1993.

Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling grondontsmettingsmiddelen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.