U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 23-03-2005.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 31 maart 1993, houdende regeling van een vergoeding voor de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede de president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbondenBesluit regeling van een vergoeding voor vice-president van de Raad van State en de Staatsraden, enz.Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 3 juli 1992, nr. CW92/U646;

Gelet op artikel 2, vierde lid, en artikel 4A, vierde lid, van de Wet van 11 september 1964 (Stb. 387), houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer;

De Raad van State gehoord (advies van 15 september 1992, no. W04.92.0309);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 17 maart 1993, nr. CW93/U232;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage31 maart 1993BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken,C. I. Dalesde tweeëntwintigste april 1993De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

De vice-president van de Raad van State, de staatsraden, de president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer ontvangen een vergoeding voor de door hen gemaakte kosten van voorzieningen die niet voor hun eigen rekening komen en die aantoonbaar door hen zijn aangewend voor de vervulling van hun ambt.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het zal worden geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1992.