Ministeriële regeling · BWBR0006017

Regeling metingsvoorschriften

Wijzigingen Officiële bron
Regeling metingsvoorschriftenRegeling metingsvoorschriftenDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Overwegende dat het noodzakelijk is ter juiste uitvoering van het Meetbrievenbesluit 1981 nadere regelen vast te stellen overeenkomstig de bepalingen inzake de vaststelling van de bruto-tonnage en netto-tonnage van een schip, zoals vermeld in Bijlage I van het op 23 juni 1969 tot stand gekomen Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen, met bijlagen (Trb. 1970, 122);

Gelet op artikel 10, eerste lid, van het Meetbrievenbesluit 1981;

Besluit:

De bij deze regeling behorende bijlagen liggen voor een ieder ter inzage bij de Scheepsmetingsdienst te Rotterdam en bij de bibliotheek van het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken te Rijswijk.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. R. H.Maij-Weggen

In deze regeling wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:

a.bovendek:

het bovenste aan weer en wind blootgestelde volledige dek, voorzien van permanente, dicht tegen weer en wind zijnde, middelen tot afsluiting van alle openingen in de aan weer en wind blootgestelde gedeelten van het dek, en waar beneden alle openingen in de zijden van het schip zijn voorzien van permanente middelen tot waterdichte afsluiting. Op een schip met een verspringend bovendek wordt het laagste gedeelte van het blootgestelde dek en de voortzetting van dat gedeelte evenwijdig aan het verhoogde gedeelte als bovendek beschouwd;

b.holte naar de mal:c.breedte:

de grootste breedte van het schip midscheeps gemeten op de buitenkant van de spanten bij een schip met een metalen huid en op de buitenkant van de huid bij een schip met een huid van een ander materiaal;

d.ingesloten ruimten:

alle ruimten, die begrensd worden door de huid van het vaartuig, door vaste of verplaatsbare wanden of schotten, door dekken of afdekkingen, anders dan vaste of wegneembare dekzeilen. Onderbrekingen van het dek, openingen in de scheepshuid, in een dek of een afdekking van een ruimte, in de wanden of schotten van een ruimte, doen, evenmin als het ontbreken van een wand of een schot, niet af aan het feit dat een ruimte een ingesloten ruimte is;

e.niet in de tonnage begrepen ruimten:

ruimten als hieronder omschreven, die niet behoren tot het volume van de ingesloten ruimten:

De onder 1° tot en met 7° omschreven ruimten worden evenwel behandeld als ‘ingesloten ruimten’ indien:

f.passagiers:

alle personen aan boord met uitzondering van:

g.ladingruimten:

ingesloten ruimten, begrepen in de berekening van de netto-tonnage, die geschikt zijn voor het vervoer van uit het schip te lossen lading, mits zodanige ruimten eveneens begrepen zijn in de berekening van de bruto-tonnage. Deze ladingruimten worden kenbaar gemaakt door hen te merken, met de letters CC (Cargo Compartment) die zodanig moeten worden aangebracht dat ze tenminste 100 millimeter hoog en duidelijk zichtbaar zijn;

h.dicht tegen weer en wind:

zodanig dicht dat onder alle omstandigheden die zich op zee kunnen voordoen, geen water in het schip kan binnendringen;

i.bruto-tonnage:

de maat van de totale inhoud van een schip vastgesteld volgens de bepalingen van deze regeling;

j.netto-tonnage:

de maat van de nuttige capaciteit van een schip vastgesteld volgens de bepalingen van deze regeling;

k.pleziervaartuig:

een vaartuig dat uitsluitend voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding wordt gebezigd en waarmee geen passagiers tegen vergoeding worden vervoerd;

l.motorjacht:

een pleziervaartuig dat hoofdzakelijk door middel van één of meer werktuigen wordt voortbewogen;

m.zeiljacht:

een pleziervaartuig dat hoofdzakelijk door middel van één of meer zeilen wordt voortbewogen;

n.vissersvaartuig:

een zeevissersschip in de zin van artikel 2, derde lid, van boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;

o.romplengte:

de totale lengte van de romp, gemeten in het langsscheepse middenvlak evenwijdig aan de ontwerp geladen waterlijn tussen het voorste deel van het bovenste uiteinde van de voorsteven en het achterste deel van de achtersteven of spiegel, met inbegrip van alle structurele en integrale delen van de romp waaronder mede begrepen houten en metalen voor- en achterstevens, verschansingen, permanente berghouten en romp/dek-verbindingen en met uitzondering van rondhouten, boegsprieten, preekstoelen aan beide einden van het vaartuig, voorstevenbeslag, roeren, buitenboord- motoren of buitenboordaandrijvingen inclusief bevestigingspunten, zwem- of aanlandingsbordessen en wegneembare stootranden;

p.rompbreedte:

de grootste breedte van de romp, met inbegrip van alle structurele en integrale delen van de romp waaronder mede begrepen verschansingen, permanente berghouten en romp/dek-verbindingen en met uitzondering van zwaarden en buitenboordaandrijvingen inclusief bevestigingspunten, relingwerk, beslag en wegneembare stootranden;

q.lengte over alles:

de lengte zoals omschreven in artikel 2, eerste lid, van de verordening nr. 86/2930/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (PbEG L 274), naar de tekst zoals deze bij die verordening is vastgesteld.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle schepen, met uitzondering van:

De bruto-tonnage (GT) van een schip wordt vastgesteld door middel van de volgende formule:

GT = K1 V

Waarbij:

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op pleziervaartuigen met een lengte van minder dan 24 meter.

De romplengte en de rompbreedte worden uitgedrukt in meters tot twee cijfers achter de komma nauwkeurig.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op vissersvaartuigen met een lengte over alles van minder dan 15 meter.

De bruto-tonnage van een vissersvaartuig wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van verordening (EU) 2017/1130 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (PbEU 2017, L 169).

Het besluit metingsvoorschriften 1982 wordt ingetrokken.

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling metingsvoorschriften.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 1993.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.