U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 04-07-2007.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 25 juni 1993, houdende regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag van burgerlijke ambtenaren in dienst bij het Ministerie van DefensieBesluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensieWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Defensie van 1 februari 1993, nr. PAV2210/93002671;

Gelet op de artikelen 125 van de Ambtenarenwet 1929;

De Raad van State gehoord (advies van 29 maart 1993, nr. WO7.93.0066);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Defensie van 16 juni 1993, nr. PAV2210/93008947;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage25 juni 1993BeatrixDe Minister van Defensie,A. L. ter Beekde dertiende juli 1993De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

In dit besluit wordt verstaan onder:

Voor zover betrokkene de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting van zijn pensioenopbouw benut, waardoor ook na het bereiken van de leeftijd van 62 jaar zijn pensioenopbouw voor de helft plaatsvindt, zal namens hem de hiervoor verschuldigde premie worden betaald, met dien verstande dat hiervan geen groter deel ten laste van betrokkene komt dan de pensioenpremie, bedoeld in artikel 4.4, vierde lid, van het Pensioenreglement.

Onze Minister kan bepalen, dat inkomsten welke zijn genoten uit hoofde van overwerk, bij wijze van gratificatie, ter zake van een vrijwillige verbintenis bij het Korps Nationale Reserve, bij de Reserve Rijks- en Gemeentepolitie of bij andere door Onze Minister aan te wijzen reserveorganen, geheel of ten dele niet worden aangemerkt als inkomsten.

Indien de betrokkene ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, kan hij door Onze Minister worden verplicht zich geneeskundig te doen onderzoeken.

Ten aanzien van de betrokkene, die na zijn ontslag uit hoofde van ziekte of arbeidsongeschiktheid nog aanspraken in verband met de betrekking, waaruit hij is ontslagen, heeft of krijgt, wordt de uitkering dan wel de toelage bedoeld in artikel 10 tot het einde van de periode, waarover die aanspraken bestaan, verminderd met het bedrag daarvan.

Indien de betrokkene de gegevens, die noodzakelijk zijn voor de vaststelling of de vermindering van de uitkering niet, niet volledig of onjuist verstrekt, kan worden bepaald, dat de uitkering, zolang zulks het geval is, niet of slechts gedeeltelijk wordt uitbetaald.

Vervallen

Een uitkering op grond van de Regeling functioneel leeftijdsontslag toegekend terzake van een ontslag uit de burgerlijke openbare dienst bij het Ministerie van Defensie, wordt gelijkgesteld met een uitkering, toegekend op grond van dit besluit.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1993.

Dit besluit wordt aangehaald als "Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie",